10 sep 2026,
Buma en Sena onderbouwen onvoldoende dat winkelier beschermde muziek openbaar heeft gemaakt
Rb. Amsterdam 10 september 2026, IEF 23938; ECLI:NL:RBAMS:2026:9973 (Buma en Sena tegen WB). Buma en Sena stellen dat White and Black (WB), exploitant van een winkel in een overdekte winkelpromenade, zonder toestemming auteursrechtelijk en nabuurrechtelijk beschermd muziekrepertoire openbaar heeft gemaakt. Tijdens een controlebezoek op 31 juli 2025 constateerde een inspecteur dat in de winkel muziek hoorbaar was. Volgens zijn rapport werd de muziek via een streamingdienst afgespeeld. Omdat WB de daaropvolgende factuur onbetaald liet, vorderen Buma en Sena schadevergoeding ter hoogte van de verschuldigd geachte licentievergoedingen, namelijk € 1.171 aan Buma en € 176,29 aan Sena. Daarnaast vorderen zij een verbod op verdere openbaarmaking zonder licentie. WB betwist dat zij beschermde muziek openbaar heeft gemaakt en voert aan dat de hoorbare muziek afkomstig was van een luidspreker achter de nooduitgang, in een gemeenschappelijke ruimte van het winkelcentrum. Ter onderbouwing overlegt WB een verklaring van de beheerder van het winkelcentrum, waaruit blijkt dat de muziek afkomstig is van de alarm- en ontruimingsinstallatie en dat het winkelcentrum zelf vergoedingen aan Buma en Sena betaalt.
De kantonrechter oordeelt dat Buma en Sena, tegenover de gemotiveerde betwisting van WB, onvoldoende hebben onderbouwd dat WB in haar winkel beschermd muziekrepertoire openbaar heeft gemaakt. Uit het inspectierapport blijkt niet dat de geconstateerde muziek door WB werd afgespeeld. De inspecteur kon bovendien niet meer verklaren of hij tijdens zijn bezoek twee verschillende muziekbronnen tegelijkertijd had gehoord. Dat bij een latere controle in 2026 mogelijk twee muziekbronnen hoorbaar waren, zegt volgens de kantonrechter niets over de gestelde openbaarmaking in 2025. Ook hebben Buma en Sena onvoldoende geconcretiseerd van welke geluidsbron de muziek afkomstig zou zijn. Hun stelling dat WB ook verantwoordelijk kan zijn voor muziek die door een derde in haar winkel wordt afgespeeld, maakt dit niet anders. Nu niet is komen vast te staan dat WB beschermd muziekrepertoire openbaar heeft gemaakt, wijst de kantonrechter de vorderingen van Buma en Sena af. Ook de gevorderde voorlopige voorziening wordt afgewezen. Buma en Sena worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van de hoofdzaak, begroot op € 542,50. De kantonrechter ziet geen aanleiding voor vergoeding van de werkelijke proceskosten op grond van artikel 1019h Rv en past vanwege het eenvoudige en weinig bewerkelijke karakter van de zaak het liquidatietarief toe. De proceskosten in het incident worden op nihil begroot.
4.2.
[naam 1] heeft bij zijn bezoek op 31 juli 2025 in de winkel beschermde muziek gehoord. In het daarvan opgemaakte rapport staat dat de muziek middels een streamingsdienst werd afgespeeld, maar dat zegt niet of deze streamingdienst werd gebruikt door WB. Daarmee kan dus ook een streamingdienst van [locatie] zijn bedoeld die in de [locatie] wordt afgespeeld. WB heeft als namelijk verweer aangevoerd dat in de [locatie] en vanachter de nooddeur door [locatie] muziek wordt afgespeeld, die in zijn winkel te horen is. Daarbij heeft WB een verklaring van de manager van [locatie] overgelegd die dat ondersteunt. Vaststaat dat vanachter de nooddeur inderdaad muziek te horen is. Ter zitting is besproken of de mogelijkheid bestaat dat de muziek die [naam 1] tijdens zijn bezoek in de winkel heeft gehoord, afkomstig is van achter de nooddeur. Daarop heeft [naam 1] verklaard dat hij als gevolg van jarenlange ervaring als inspecteur zeker weet dat de muziek die hij hoorde door WB in de winkel werd afgespeeld. Dit heeft hij echter niet met feiten onderbouwd. Weliswaar heeft hij tijdens de zitting ook verklaard dat hij in zijn algemeenheid weet dat er muziek in de winkel wordt afgespeeld als de muziek in de winkel afwijkt van de muziek op de gang, in welk geval hij dus twee soorten muziek door elkaar hoort, maar ten aanzien van WB kon hij desgevraagd niet meer terughalen of dat hier ook het geval was geweest.
4.3.
Buma en Sena hebben aangevoerd dat bij een later bezoek door [naam 4] wel twee muziekgeluiden door elkaar zijn geconstateerd. Ook daarvan is gemotiveerd betwist dat sprake is van (beschermde) muziek die vanuit de winkel is afgespeeld. Maar wat daar ook van zij, het bezoek van [naam 4] in 2026 zegt niets over de muziek die in 2025 zou zijn afgespeeld. Het door Buma en Sena gedane bewijsaanbod om [naam 4] te laten verklaren dat hij in 2026 twee muziekbronnen tegelijkertijd heeft gehoord, wordt dan ook gepasseerd.
4.4.
Daarbij komt dat Buma en Sena geen onderbouwing hebben gegeven van de betreffende geluidsbron waarmee WB de muziek zou hebben afgespeeld. Zij hebben in dat kader aangevoerd dat niet vereist is dat de muziek door WB zelf wordt afgespeeld, omdat WB ook moet ingrijpen als muziek door een derde in haar winkel ten gehore wordt gebracht. Maar ook dan had het, vanwege de gemotiveerde betwisting van WB, wel op de weg van Buma en Sena gelegen om haar stelling dat er in de winkel muziek te horen was – niet zijnde muziek die gedekt wordt door de licentieovereenkomst van [locatie] – nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door te specificeren van welke geluidsbron de muziek afkomstig was. Ten aanzien van het bezoek in 2025 is dat niet toegelicht. Bij latere bezoeken zijn door Buma en Sena wel twee luidsprekers geconstateerd, maar WB heeft gemotiveerd betwist dat in zijn winkel werkende luidsprekers aanwezig zijn, anders dan de luidsprekers van [locatie] voor noodgevallen. Buma en Sena hebben ook geen foto’s overgelegd van de betreffende luidsprekers waarmee in de winkel muziek zou zijn afgespeeld. Ter onderbouwing van haar stelling dat in de winkel beschermde muziek ten gehore is gebracht had, gezien de gemotiveerde betwisting, een nadere concretisering op dit punt wel voor de hand gelegen.
4.5.
Deze omstandigheden maken dat niet is komen vast te staan dat WB in haar winkel beschermde muziek openbaar heeft gemaakt. Dat betekent dat de vordering van Buma en Sena wordt afgewezen.