Naburige rechten  

IEF 23980

Beschuldigingen over exploitatie van muziekrechten niet onrechtmatig vanwege zakelijke context en feitelijke onderbouwing

Hof Amsterdam 20 okt 2026, IEF 23980; ECLI:NL:GHAMS:2026:3034 ([appellant] tegen [geïntimeerden]), https://ie-forum.nl/artikelen/beschuldigingen-over-exploitatie-van-muziekrechten-niet-onrechtmatig-vanwege-zakelijke-context-en-feitelijke-onderbouwing

Hof Amsterdam 20 oktober 2026, IEF 23980; IT 5623; ECLI:NL:GHAMS:2026:3034 ([appellant] tegen [geïntimeerden]) In deze zaak tussen [appellant] en [geïntimeerden] staat de vraag centraal of [appellant] onrechtmatig heeft gehandeld door in e-mails aan onder meer muziekdistributeurs, advocaten en zakelijke relaties beschuldigingen te uiten over de exploitatie van muziekrechten. Partijen zijn verwikkeld in een langdurig geschil over de rechten op een muziekcatalogus. [appellant] stelt dat [geïntimeerden] muziekwerken exploiteren zonder over de benodigde rechten te beschikken en beschuldigt hen onder meer van fraude, oplichting en belastingontduiking. De rechtbank oordeelde dat de uitlatingen onrechtmatig waren [IEF 22875].

IEF 23961

Rb. Amsterdam: misgelopen streaminginkomsten onvoldoende voor voorlopige voorziening

Rechtbank Amsterdam 16 sep 2026, IEF 23961; ECLI:NL:RBAMS:2026:10286 ([eisers] tegen Rightsify c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/rb-amsterdam-misgelopen-streaminginkomsten-onvoldoende-voor-voorlopige-voorziening

Rb. Amsterdam 16 september 2026, IEF 23961; ECLI:NL:RBAMS:2026:10286 ([eisers] tegen Rightsify c.s.). In deze zaak staat een geschil centraal over de rechten op met muzieksoftware geproduceerde nummers. De zaak betreft een muzikant die sinds 2016 meer dan 14.500 nummers heeft gemaakt met het programma Band-in-a-Box en deze onder meer via Spotify heeft verspreid. Rightsify heeft zich bij de Amerikaanse collectieve beheersorganisatie Mechanical Licensing Collective (MLC) als rechthebbende op een aantal van deze nummers laten registreren, waardoor dubbele registraties ontstonden en de uitbetaling van vergoedingen werd opgeschort. Ook heeft Spotify op verzoek van Rightsify nummers offline gehaald. De muzikant en zijn vennootschap stellen dat Rightsify ten onrechte aanspraak maakt op hun muziek en daarmee inbreuk maakt op hun naburige rechten en persoonlijkheidsrechten. In afwachting van de bodemprocedure vorderen zij op grond van artikel 223 Rv onder meer dat Rightsify de notice-and-takedownclaims herroept, verdere claims staakt en rectificaties verstuurt.

IEF 23954

HvJEU: CBO's mogen auteursrechtelijke vergoedingen niet gebruiken ten behoeve van niet-rechthebbenden

HvJ EU 22 okt 2026, IEF 23954; ECLI:EU:C:2026:892 (VG Wort tegen TL), https://ie-forum.nl/artikelen/hvjeu-cbo-s-mogen-auteursrechtelijke-vergoedingen-niet-gebruiken-ten-behoeve-van-niet-rechthebbenden

HvJ EU 22 oktober 2026, IEF 23954; IEFbe 4363; ECLI:EU:C:2026:892; C-840/24 (VG Wort/TL). Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat collectieve beheersorganisaties (CBO's) inkomsten uit auteursrechten mogen gebruiken voor de financiering van sociale, culturele en educatieve voorzieningen, mits deze uitsluitend ten goede komen aan rechthebbenden. Voor niet-verdeelbare bedragen geldt een uitzondering: deze mogen onder bepaalde voorwaarden ook worden ingezet ten behoeve van personen die geen rechthebbenden zijn. De zaak draait om de Duitse collectieve beheersorganisatie VG Wort, die een deel van de geïnde auteursrechtelijke vergoedingen, waaronder thuiskopie- en uitleenvergoedingen, gebruikte voor de financiering van het Förderungsfonds Wissenschaft (FFW). Dit fonds ondersteunt wetenschap en onderzoek, onder meer door bij te dragen aan de publicatie van wetenschappelijke werken. Twee auteurs maakten bezwaar tegen deze financiering, omdat de middelen ook ten goede konden komen aan personen die geen auteursrechthebbenden waren. Het Bundesgerichtshof stelde prejudiciële vragen over de verenigbaarheid van deze financiering met Richtlijn 2014/26/EU betreffende het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten.

IEF 23951

Geen inzage in concrete SVOD-tarieven Buma/Stemra, wel geanonimiseerde criteria via registeraccountant

Hof Amsterdam 13 okt 2026, IEF 23951; ECLI:NL:GHAMS:2026:3006 (Disney tegen Buma/Stemra), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-inzage-in-concrete-svod-tarieven-buma-stemra-wel-geanonimiseerde-criteria-via-registeraccountant

Hof Amsterdam 13 oktober 2026, IEF 23951; ECLI:NL:GHAMS:2026:3006 (Disney tegen [geïntimeerde 2] / [geïntimeerde 1]). In deze zaak beslist het hof op het verzoek van Disney om op grond van artikel 843a (oud) Rv inzage te krijgen in licentieovereenkomsten en tariefgegevens van Buma/Stemra. Disney heeft deze gegevens opgevraagd ten aanzien van andere aanbieders van *subscription video on demand* (SVOD) op de Nederlandse markt om te kunnen controleren of Buma/Stemra bij het bepalen van de licentietarieven voor muziekauteursrechten de gelijkebehandelingsplicht van artikel 21 van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties (WTCBO) heeft nageleefd. In eerdere tussenbeschikkingen had het hof al geoordeeld dat het verzoek van Disney voor een klein deel toewijsbaar is [IEF 23678]. Disney heeft namelijk een rechtmatig belang bij kennisname van de gehanteerde criteria, factoren en omstandigheden bij het bepalen van de tarieven, evenals de redenen voor eventuele kortingen of afslagen. Disney heeft echter geen recht op inzicht in concrete tarieven of de specifieke voorwaarden per individuele concurrent. In de onderhavige beschikking maakt het hof de groep vergelijkbare marktpartijen concreet en stelt het de exacte wijze van inzage vast. Disney stelde dat de inzage betrekking zou moeten hebben op zeventien SVOD-aanbieders. Het hof oordeelt echter dat de relevante groep aanbieders voldoende homogeen moet zijn. Partijen die SVOD-diensten uitsluitend aanbieden als onderdeel van een breder pakket (zoals in combinatie met lineaire televisie of shopping-diensten) zijn onvoldoende vergelijkbaar met zuivere SVOD-diensten zoals Disney+. Na uitsluiting van deze vijf zogeheten bundelaanbieders resteert een groep van elf relevante SVOD-aanbieders waarop het bevel betrekking heeft. Gegevens over lopende onderhandelingen en aanbieders die geen licentieovereenkomst hadden op of na 1 december 2018 vallen buiten de reikwijdte van de inzage.

IEF 23943

Uitspraak ingezonden door Dirk Visser en Paul Kreijger, Visser Schaap & Kreijger. 

Hof Amsterdam: HowardsHome maakt met nieuwssignaleringsdienst inbreuk op auteursrecht en persuitgeversrecht

Hof Amsterdam 20 okt 2026, IEF 23943; 200.350.773/01 (de Uitgevers tegen HowardsHome), https://ie-forum.nl/artikelen/hof-amsterdam-howardshome-maakt-met-nieuwssignaleringsdienst-inbreuk-op-auteursrecht-en-persuitgeversrecht

Hof Amsterdam 20 oktober 2026, IEF 23943; zaaknr. 200.350.773/01 (de Uitgevers tegen HowardsHome). DPG Media, Mediahuis Nederland en Mediahuis NRC (hierna: de uitgevers) hebben hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de Rechtbank Amsterdam [IEF 22332], waarin hun vorderingen wegens inbreuk op het auteursrecht, databankenrecht en persuitgeversrecht waren afgewezen. De zaak betreft de commerciële nieuwssignaleringsdienst van Knowledge Exchange B.V., handelend onder de naam HowardsHome. Deze dienst verzamelde informatie uit onder meer openbaar beschikbare RSS-feeds van de uitgevers en bood klanten tegen betaling signaleringen aan met hyperlinks, nieuwskoppen, tekstfragmenten en, indien beschikbaar, verkleinde afbeeldingen (thumbnails). Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat het overgrote merendeel van de gebruikte perspublicaties auteursrechtelijk beschermd is en dat de uitgevers gerechtigd zijn de daarop rustende auteursrechten uit te oefenen of in te roepen. Door beschermde teksten en afbeeldingen te verveelvoudigen en openbaar te maken, heeft HowardsHome inbreuk gemaakt op het auteursrecht. Het beroep op de uitzondering voor tijdelijke reproducties (artikel 13a Aw) slaagt niet, omdat de reproducties zelfstandige economische waarde hadden en de kern van de commerciële dienstverlening vormden. Ook de beroepen op de nieuwsexceptie (artikel 15 Aw), de rapportage-exceptie (artikel 16a Aw) en het citaatrecht (artikel 15a Aw) worden verworpen. Voor een geslaagd beroep op het citaatrecht is onder meer vereist dat een rechtstreeks en nauw verband bestaat tussen het geciteerde werk en de eigen beschouwingen van de gebruiker. HowardsHome voegde echter geen eigen beschouwingen toe en gebruikte de fragmenten als onderdeel van haar commerciële product. Bovendien werd niet voldaan aan de eis dat het citeren naar billijkheid geschiedt en door het bijzondere doel wordt gerechtvaardigd. Ook de tekst- en dataminingexceptie (artikel 15o Aw) biedt geen bescherming, omdat deze uitsluitend betrekking heeft op reproducties en niet op openbaarmakingen. Daarnaast kwalificeren de werkzaamheden van HowardsHome volgens het hof niet als tekst- en datamining in de zin van artikel 25a lid 3 Aw.

IEF 23938

Buma en Sena onderbouwen onvoldoende dat winkelier beschermde muziek openbaar heeft gemaakt

Rechtbank Amsterdam 10 sep 2026, IEF 23938; ECLI:NL:RBAMS:2026:9973 (Buma en Sena tegen WB), https://ie-forum.nl/artikelen/buma-en-sena-onderbouwen-onvoldoende-dat-winkelier-beschermde-muziek-openbaar-heeft-gemaakt

Rb. Amsterdam 10 september 2026, IEF 23938; ECLI:NL:RBAMS:2026:9973 (Buma en Sena tegen WB). Buma en Sena stellen dat White and Black (WB), exploitant van een winkel in een overdekte winkelpromenade, zonder toestemming auteursrechtelijk en nabuurrechtelijk beschermd muziekrepertoire openbaar heeft gemaakt. Tijdens een controlebezoek op 31 juli 2025 constateerde een inspecteur dat in de winkel muziek hoorbaar was. Volgens zijn rapport werd de muziek via een streamingdienst afgespeeld. Omdat WB de daaropvolgende factuur onbetaald liet, vorderen Buma en Sena schadevergoeding ter hoogte van de verschuldigd geachte licentievergoedingen, namelijk € 1.171 aan Buma en € 176,29 aan Sena. Daarnaast vorderen zij een verbod op verdere openbaarmaking zonder licentie. WB betwist dat zij beschermde muziek openbaar heeft gemaakt en voert aan dat de hoorbare muziek afkomstig was van een luidspreker achter de nooduitgang, in een gemeenschappelijke ruimte van het winkelcentrum. Ter onderbouwing overlegt WB een verklaring van de beheerder van het winkelcentrum, waaruit blijkt dat de muziek afkomstig is van de alarm- en ontruimingsinstallatie en dat het winkelcentrum zelf vergoedingen aan Buma en Sena betaalt.

IEF 23797

BGH bevestigt pastiche-exceptie voor sample uit ‘Metall auf Metall’

Duitse Gerechten 3 sep 2026, IEF 23797; https://ie-forum.nl/artikelen/bgh-bevestigt-pastiche-exceptie-voor-sample-uit-metall-auf-metall

Bundesgerichtshof 3 september 2026, IEF 23797; IEFbe 4290; I ZR 74/22 (Metall auf Metall VI). In deze zaak tussen Kraftwerk c.s. en Pelham c.s. staat de vraag centraal of het gebruik van een twee seconden durende ritmische sequentie uit het nummer Metall auf Metall door middel van sampling kan worden aangemerkt als een toegestane pastiche. De sample werd gebruikt in het nummer Nur mir van Sabrina Setlur en daarin voortdurend herhaald. De zaak kent een lange voorgeschiedenis. Nadat het Bundesgerichtshof eerder prejudiciële vragen had gesteld over de rechten van fonogrammenproducenten [IEF 18613], legde het in 2023 opnieuw vragen voor aan het Hof van Justitie [IEF 21672], ditmaal over de uitleg van het begrip ‘pastiche’ in artikel 5 lid 3 onder k van Richtlijn 2001/29/EG. Het Hof beantwoordde die vragen op 14 april 2026 [IEF 23472]. Het Bundesgerichtshof oordeelt nu dat de overname van de ritmische sequentie weliswaar een ingreep vormt in de reproductierechten van de fonogrammenproducenten en uitvoerende kunstenaars en in de reproductie- en distributierechten van de auteur, maar dat het gebruik vanaf 7 juni 2021 onder de Duitse pastiche-exceptie van § 51a UrhG valt.

IEF 23647

Arubaanse rechter: mandaat Ducapro onvoldoende voor collectieve handhaving muziekrechten

Antilliaanse Gerechten 10 jun 2026, IEF 23647; ECLI:NL:OGEAA:2026:160 (Ducapro tegen QW), https://ie-forum.nl/artikelen/arubaanse-rechter-mandaat-ducapro-onvoldoende-voor-collectieve-handhaving-muziekrechten

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 10 juni 2026, IEF 23647; ECLI:NL:OGEAA:2026:160 (Ducapro tegen QW). Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba wijst de vorderingen van Ducapro tegen Q-Waves af. Q-Waves exploiteert een radiostation op Aruba en zendt muziekwerken uit. Ducapro beroept zich op haar rol als vertegenwoordiger van BUMA/STEMRA op Aruba en stelt dat Q-Waves onrechtmatig handelt door zonder toestemming en zonder betaling muziekwerken openbaar te maken van auteurs en rechthebbenden die via BUMA/STEMRA zouden worden vertegenwoordigd. Zij vordert onder meer een verklaring voor recht, een verbod op verder gebruik van die muziekwerken en schadevergoeding. Het Gerecht stelt voorop dat muziekwerken onder de Arubaanse Auteursverordening worden beschermd en in beginsel niet zonder toestemming van de rechthebbende openbaar mogen worden gemaakt. De Nederlandse Auteurswet, de Wet op de naburige rechten en de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties gelden echter niet op Aruba, omdat het geen Rijkswetten zijn. Ook behandelt het Gerecht de vordering niet als collectieve actie op grond van artikel 3:305a BW, omdat Ducapro die grondslag niet vanaf het verzoekschrift duidelijk aan haar vordering ten grondslag legt.

IEF 23483

Offline streaming copy valt niet onder de thuiskopie-exceptie

HvJ EU 16 apr 2026, IEF 23483; ECLI:EU:C:2026:296 (Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding, Stichting de Thuiskopie tegen HP Nederland BV, Dell BV, Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers), https://ie-forum.nl/artikelen/offline-streaming-copy-valt-niet-onder-de-thuiskopie-exceptie

HvJ EU 16 april 2026, IEF 23483; IT 5213; ECLI:EU:C:2026:296 (Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding, Stichting de Thuiskopie tegen HP Nederland BV, Dell BV, Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers). In C-496/24 oordeelt het Hof dat een offline streaming copy die door de aanbieder van een streamingdienst op verzoek van de gebruiker op diens apparaat wordt geplaatst, niet onder de uitzondering voor kopieën voor privégebruik van artikel 5, lid 2, onder b, van richtlijn 2001/29 valt, wanneer de gebruiker technisch niet buiten die dienst om over die kopie kan beschikken en de rechthebbende de controle over het werk behoudt. Het Hof stelt eerst vast dat artikel 5, lid 5, van de richtlijn de materiële inhoud van de uitzondering niet bepaalt of uitbreidt, maar alleen de voorwaarden preciseert waaronder een reeds bestaande beperking of restrictie mag worden toegepast; daarom herformuleert het de prejudiciële vragen zo dat uitsluitend de uitlegging van artikel 5, lid 2, onder b, centraal staat. Vervolgens benadrukt het Hof dat deze uitzondering alleen betrekking heeft op reproductiehandelingen in de zin van artikel 2 en niet op handelingen die in wezen onder het recht van mededeling aan het publiek, met inbegrip van beschikbaarstelling voor het publiek, van artikel 3, lid 1, vallen. In de door de Hoge Raad beschreven situatie selecteert de gebruiker weliswaar het werk, maar de streamingaanbieder plaatst dat werk op een afgeschermd deel van het apparaat, bepaalt de encryptie, houdt het uitsluitend binnen de app toegankelijk en verhindert dat de gebruiker de kopie verplaatst, overdraagt of anderszins vrij gebruikt; bovendien kan de toegang worden geblokkeerd of de kopie worden verwijderd. Onder voorbehoud van verificatie door de verwijzende rechter moet een dergelijke handeling daarom worden aangemerkt als een vorm van beschikbaarstelling voor het publiek, zodat zij niet onder de thuiskopie-exceptie valt.

IEF 23449

Eén enkele billijke vergoeding bij kabeldoorgifte van synchronisaties

Hof Arnhem-Leeuwarden 7 apr 2026, IEF 23449; ECLI:NL:GHARL:2026:2078 (Sena tegen Ziggo), https://ie-forum.nl/artikelen/een-enkele-billijke-vergoeding-bij-kabeldoorgifte-van-synchronisaties

Hof Arnhem-Leeuwarden 7 april 2026, IEF 23449; ECLI:NL:GHARL:2026:2078 (Sena tegen Ziggo). In dit arrest staat de vraag centraal of Ziggo aan Sena op grond van de artikelen 2, 6 en 7 Wet op de naburige rechten (Wnr) een billijke vergoeding moet betalen voor de doorgifte via de kabel van buitenlandse televisieprogramma’s waarin muziek is verwerkt in audiovisuele opnamen (synchronisaties), zoals films, series, reclames en videoclips. Het hof oordeelt dat art. 7 Wnr richtlijnconform moet worden uitgelegd in het licht van art. 8 lid 2 VLN-richtlijn en het arrest Atresmedia. Volgens het hof hebben rechthebbenden voor hun prestatie in een synchronisatie recht op één enkele billijke vergoeding. Indien zij bij de verwerking van hun prestatie in die synchronisatie al een vergoeding hebben ontvangen, of daarover afspraken hebben gemaakt, is Ziggo voor de latere kabeldoorgifte van die synchronisatie geen aanvullende billijke vergoeding meer verschuldigd. Indien zij geen vergoeding hebben ontvangen en daarover ook geen afspraken hebben gemaakt, blijft voor die doorgifte wel een billijke vergoeding verschuldigd. In dat geval kan Sena, mede op grond van art. 14a Wnr jo. art. 26a Auteurswet, ook handhavend optreden. Het hof verklaart daarom voor recht dat Ziggo vanaf 1 april 2022 inbreuk maakt op de naburige rechten van de door Sena vertegenwoordigde rechthebbenden, voor zover Ziggo synchronisaties doorgeeft via buitenlandse televisieprogramma’s waarbij die rechthebbenden voor de verwerking van hun prestatie in die synchronisaties geen vergoeding hebben ontvangen; in de motivering verbindt het hof dit stelselmatig ook aan het ontbreken van afspraken over vergoeding.