Gepubliceerd op woensdag 7 oktober 2026
IEF 23908
Rechtbank Den Haag ||
30 sep 2026,
Rechtbank Den Haag 30 sep 2026,, IEF 23908; ECLI:NL:RBDHA:2026:28724 ([eisers] c.s. tegen mr. [gedaagde] q.q.), https://ie-forum.nl/artikelen/eisers-niet-ontvankelijk-bij-verklaringen-voor-recht-over-auteursrecht-mama-vaas-na-faillissement-en-schikking

Eisers niet-ontvankelijk bij verklaringen voor recht over auteursrecht MaMa-vaas na faillissement en schikking

Rb. Den Haag 30 september 2026, IEF 23908; ECLI:NL:RBDHA:2026:28724 ([eisers] c.s. tegen mr. [gedaagde] q.q.). [eiser sub 1] ontwierp in 1998 de MaMa-vaas, die op basis van een exclusieve licentie door atelier [eiser sub 3] wordt geproduceerd en verkocht. [bedrijfsnaam] B.V. bood vanaf 2021 onder de naam Betsy vazen aan waarvan [eisers] c.s. stelden dat deze inbreuk maakten op het auteursrecht op de MaMa-vaas. In 2021 ondertekende [naam] namens [bedrijfsnaam] B.V. een onthoudingsverklaring waarin werd verklaard dat met de Betsy-vaas inbreuk was gemaakt en waarin werd toegezegd die inbreuk te staken. Nadat in 2023 en 2024 opnieuw Betsy-vazen waren aangeboden, startten [eisers] c.s. een procedure. Tijdens die procedure werd [bedrijfsnaam] B.V. failliet verklaard en nam de curator het geding over. Vervolgens bereikten [eisers] c.s. en de curator een schikking over de geldelijke verhaalsvorderingen, werden de resterende Betsy-vazen vernietigd en werden alle overige vorderingen ingetrokken. Alleen de gevorderde verklaringen voor recht dat de MaMa-vaas auteursrechtelijk beschermd is en dat het auteursrecht daarop aan [eiser sub 1] toekomt, bleven gehandhaafd.

De rechtbank verklaart [eisers] c.s. niet-ontvankelijk omdat zij onvoldoende belang hebben bij deze verklaringen voor recht. Een verklaring voor recht moet in ieder geval ertoe strekken het bestaan of de inhoud van een rechtsverhouding tussen de procespartijen bindend vast te stellen. Rechtszekerheid tegenover derden, de exploitatiestructuur tussen [eiser sub 1] en [eiser sub 3] en de wens om toekomstige betwistingen door de failliete vennootschap of haar bestuurder te voorkomen, leveren daarom geen voldoende belang op in de rechtsverhouding met de curator. Ook het uitgangspunt dat belang bij een verklaring voor recht over aansprakelijkheid kan bestaan zodra de mogelijkheid van schade aannemelijk is, is hier niet van toepassing, omdat de resterende vorderingen niet zien op inbreuk of aansprakelijkheid voor schade, maar uitsluitend op auteursrechtelijke bescherming en rechthebbendheid. Nu bovendien over de geldelijke verhaalsvorderingen was geschikt en de resterende Betsy-vazen waren vernietigd, was volgens de rechtbank tussen [eisers] c.s. en de curator geen geschil meer aanwezig waaraan de gevraagde verklaringen rechtsgevolgen konden verbinden. De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijk oordeel over de auteursrechtelijke bescherming van de MaMa-vaas of over de vraag wie auteursrechthebbende is en veroordeelt [eisers] c.s. in de proceskosten van € 3.738.

4.3.

[eisers] c.s. hebben belang bij de gevorderde verklaringen voor recht. Ten aanzien van vordering (I) dat de MaMa vaas auteursrechtelijk beschermd is, is hun belang onder meer dat zij buiten deze procedure rechtszekerheid over hun rechtspositie hebben. Daarnaast stellen [eisers] c.s. dat zij een herhaalde betwisting van de auteursrechtelijke bescherming door [bedrijfsnaam] B.V. (dan wel haar (middellijke) bestuurder) in toekomstige situaties willen voorkomen. Niettegenstaande het faillissement van [bedrijfsnaam] B.V. vrezen [eisers] c.s. dat de inbreukmakende vazen in een later stadium door [bedrijfsnaam] B.V. of gelieerde personen te koop zullen worden aangeboden. De kans dat dat gebeurt, achten [eisers] c.s. reëel, gelet op het feit dat [bedrijfsnaam] B.V. de Betsy vazen eerder meerdere malen te koop heeft aangeboden. Bovendien is de mogelijkheid van schade onbetwistbaar. Wat betreft de gevorderde verklaring voor recht (II) dat het auteursrecht op de MaMa vaas aan [eiser sub 1] toekomt, stellen [eisers] c.s. dat de verklaring noodzakelijk is om rechtszekerheid te krijgen over het makerschap en de exploitatiestructuur, wat van belang kan zijn voor de licentieovereenkomsten tussen [eiser sub 1] en [eiser sub 3] . Nu het makerschap niet vaststaat, zou deze licentieovereenkomst een lege huls zijn. Daarnaast willen [eisers] c.s. ook voorkomen dat [bedrijfsnaam] B.V. zich in de toekomst kan verweren tegen de stelling dat het makerschap bij [eiser sub 1] ligt. Daarbij komt ook nog dat het bewijsvermoeden van artikel 4 Auteurswet door [bedrijfsnaam] B.V. is aangevallen, waardoor eisers verder stellen belang te hebben bij bevestiging van het makerschap.

5.5.

Partijen hebben tot slot een schikking bereikt met betrekking tot, zo stellen [eisers] c.s., de geldelijke verhaalsvorderingen. Bovendien zijn de resterende Betsy vazen in dat kader door de curator vernietigd, waardoor herhaalde (en daarmee toekomstige) (vermeende) inbreuk door de curator niet mogelijk is. Uit de schikking kan de rechtbank niets anders afleiden dan dat er tussen [eisers] c.s. en de curator geen sprake meer is van enig geschil. Gelet hierop is onvoldoende duidelijk welke rechtsgevolgen kunnen worden verbonden aan de gevorderde verklaringen voor recht in de huidige rechtsverhouding tussen [eisers] c.s. en de curator. Daarom is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat [eisers] c.s. voldoende belang hebben bij de gevraagde verklaringen voor recht.

5.6.

Voorgaande leidt tot de conclusie dat [eisers] c.s. niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen.