Gepubliceerd op donderdag 2 juli 2026
IEF 23660
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
2 jul 2026,
Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 jul 2026,, IEF 23660; ECLI:EU:T:2026:421 (Sandoz tegen EUIPO en Be Healthy), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-aryuna-mag-naast-armunia-worden-ingeschreven

Gerecht EU: ARYUNA mag naast ARMUNIA worden ingeschreven

Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23660; ECLI:EU:T:2026:421 (Sandoz tegen EUIPO en Be Healthy). In deze zaak tussen Sandoz en EUIPO, met Be Healthy als wederpartij in de oppositieprocedure, staat de vraag centraal of het Uniewoordmerk ARYUNA wegens verwarringsgevaar niet kan worden ingeschreven tegenover de oudere Benelux- en Oostenrijkse woordmerken ARMUNIA voor farmaceutische producten. Sandoz betoogt dat de Kamer van Beroep ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van verwarringsgevaar, met name omdat bij geneesmiddelen patiëntveiligheid en het risico op vergissingen tussen geneesmiddelen een zwaardere rol zouden moeten spelen. Be Healthy diende in 2022 een Uniemerkaanvraag in voor het woordmerk ARYUNA voor onder meer jodiumtincturen, medicinale kruiden en kruidengeneesmiddelen in klasse 5. Novartis, inmiddels opgevolgd door Sandoz, stelde oppositie in op basis van de oudere merken ARMUNIA, die bescherming genieten voor farmaceutische producten, waaronder orale anticonceptiva. Zowel de oppositieafdeling als de Kamer van Beroep wezen de oppositie af omdat, ondanks (gedeeltelijk) identieke waren, geen sprake was van verwarringsgevaar. Het Gerecht verklaart allereerst een reeks door Sandoz voor het eerst in beroep overgelegde stukken niet-ontvankelijk. Het gaat onder meer om rapporten, persartikelen, studies en websitefragmenten waarmee Sandoz wilde onderbouwen dat zorgverleners en patiënten regelmatig geneesmiddelen met vergelijkbare namen verwisselen. Omdat deze stukken niet tijdens de administratieve procedure bij EUIPO zijn ingebracht en niet alleen een juridische context schetsen, kunnen zij niet alsnog in de beroepsprocedure worden betrokken. Ten aanzien van het relevante publiek ondersteund het Gerecht het oordeel van de Kamer van Beroep dat medische professionals en het algemene publiek tot het relevante publiek behoren. Voor de globale beoordeling moet worden uitgegaan van het algemene publiek, omdat dat de laagste mate van aandacht heeft binnen de relevante groepen. Die aandacht is echter nog steeds relatief hoog. Geneesmiddelen en andere gezondheidsproducten raken namelijk rechtstreeks aan de gezondheid van de consument, zodat ook producten die zonder recept verkrijgbaar zijn met verhoogde oplettendheid worden gekocht.

Dat in de praktijk soms fouten worden gemaakt bij het voorschrijven of gebruiken van geneesmiddelen, brengt volgens het Gerecht geen wijziging in deze vaste rechtspraak. Anders zou de beoordeling steeds moeten uitgaan van uitzonderlijke situaties waarin consumenten minder aandachtig zijn, waardoor het criterium van de mate van oplettendheid zijn betekenis zou verliezen. Ook de vergelijking van de tekens leidt niet tot een ander oordeel. De merken bestaan weliswaar uit woorden van vergelijkbare lengte en delen vijf letters – "A", "R", "U", "N" en "A" – in dezelfde volgorde, maar verschillen juist in het midden duidelijk van elkaar. Bij relatief korte woordmerken wegen ook de middelste letters zwaar mee. Visueel springen de letters "MI" tegenover de enkele letter "Y" direct in het oog. Fonetisch worden de woorden bovendien anders opgebouwd en uitgesproken: ARMUNIA wordt uitgesproken in de lettergrepen "ar-mu-ni-a", terwijl ARYUNA wordt uitgesproken als "a-ry-u-na". Daardoor verschillen ritme en klankbeeld voldoende om slechts een kleine visuele en auditieve overeenstemming aan te nemen. Begripsmatig kan geen vergelijking worden gemaakt, omdat beide tekens voor het relevante publiek geen betekenis hebben. Volgens Sandoz had de Kamer van Beroep daarnaast meer gewicht moeten toekennen aan het risico dat geneesmiddelen na aankoop met elkaar worden verward en aan het belang van patiëntveiligheid. Het Gerecht verwerpt dat betoog. Bij de beoordeling van artikel 8 lid 1 onder b UMVo staat uitsluitend de vraag centraal of het relevante publiek kan menen dat de betrokken producten afkomstig zijn van dezelfde of economisch verbonden ondernemingen. Mogelijke vergissingen bij het gebruik van geneesmiddelen of de gezondheidsrisico's daarvan betreffen niet de commerciële herkomst van de producten en maken daarom geen onderdeel uit van de beoordeling van het merkenrechtelijke verwarringsgevaar. Ook het door Sandoz aangehaalde arrest Arsenal Football Club leidt niet tot een andere benadering. Alles afwegend oordeelt het Gerecht dat de Kamer van Beroep terecht heeft geconcludeerd dat, ondanks de gedeeltelijk identieke waren, de kleine visuele en auditieve overeenstemming tussen de tekens, de normale onderscheidingskracht van de oudere merken en de relatief hoge mate van aandacht van het relevante publiek ertoe leiden dat geen sprake is van verwarringsgevaar. Het beroep van Sandoz wordt daarom verworpen

61. Wat betreft de visuele gelijkenis van de betreffende tekens, hoewel het waar is dat deze tekens vijf letters gemeen hebben, in dezelfde volgorde geplaatst, namelijk de letters 'a', 'r', 'u', 'n' en 'a', verschillen ze in de aanwezigheid van de letters 'm' en 'i' in de oudere merken en in de aanwezigheid van de letter 'y' in het aangevraagde merk. Bovendien is, zoals de Kamer van Beroep in wezen heeft opgemerkt, het verschil tussen de letters 'm' en 'y', die zich in het midden van de betreffende tekens bevinden, bijzonder opvallend. Daarbij moet worden opgemerkt dat, met betrekking tot relatief korte woordmerken, zoals die in dit geval aan de orde zijn, de centrale elementen even belangrijk zijn als de elementen aan het begin en einde van het teken (zie in dit verband het arrest van 11 oktober 2023, PASCELMO , T‑435/22, niet gepubliceerd, EU:T:2023:610, punt 46 en de daarin aangehaalde jurisprudentie).

62. De Raad van Beroep heeft derhalve geen beoordelingsfout gemaakt door te concluderen dat de betreffende borden slechts in geringe mate visueel op elkaar leken.

63. Wat betreft de fonetische overeenkomst van de betreffende tekens: de eerdere tekens worden uitgesproken in vier lettergrepen, namelijk 'ar', 'mu', 'ni' en 'a'. Het aangevraagde teken wordt eveneens uitgesproken in vier lettergrepen, namelijk 'a', 'ry', 'u' en 'na'. Hoewel de betreffende tekens hetzelfde aantal lettergrepen hebben en de beginletters 'a' en 'r' en de eindletter 'a' gemeen hebben, en ook de klanken 'u', 'y', 'i' en 'n' delen, zijn geen van hun lettergrepen identiek. Dit veroorzaakt verschillen in ritme en intonatie bij de uitspraak van die tekens, zoals de Raad van Beroep in wezen heeft opgemerkt. Bovendien, zoals ook de Raad van Beroep heeft aangegeven, zijn verschillen in het midden van de tekens gemakkelijk waarneembaar wanneer ze worden uitgesproken (zie in dat verband het arrest van 15 november 2018, Haufe-Lexware tegen EUIPO – Le Shi Holdings (Beijing) (Leshare) , T‑546/17, niet gepubliceerd, EU:T:2018:782, punt 54).

64. De Raad van Beroep heeft derhalve geen beoordelingsfout gemaakt door te concluderen dat de betreffende tekens slechts in geringe mate fonetisch op elkaar leken.

 

70. Volgens de vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie hangt het bestaan ​​van verwarringsgevaar af van tal van factoren, met name de bekendheid van het merk op de markt, de associatie die kan worden gemaakt met het gebruikte of geregistreerde teken, en de mate van gelijkenis tussen het merk en het teken en tussen de aangeduide goederen of diensten. Het verwarringsgevaar moet daarom in zijn geheel worden beoordeeld, rekening houdend met alle relevante factoren van het specifieke geval (zie arrest Hansson van 12 juni 2019 , C‑705/17, EU:C:2019:481, punt 41 en de daarin aangehaalde jurisprudentie).

71. De globale beoordeling van de waarschijnlijkheid van verwarring impliceert een zekere onderlinge afhankelijkheid tussen de factoren die in aanmerking worden genomen, en met name tussen de gelijkenis van de merken en de gelijkenis van de betrokken goederen of diensten. Dienovereenkomstig kan een geringere mate van gelijkenis tussen die goederen of diensten worden gecompenseerd door een grotere mate van gelijkenis tussen de merken, en omgekeerd (arresten van 29 september 1998, Canon , C‑39/97, EU:C:1998:442, punt 17, en van 14 december 2006, Mast-Jägermeister tegen OHIM – Licorera Zacapaneca (VENADO met frame en anderen) , T‑81/03, T‑82/03 en T‑103/03, EU:T:2006:397, punt 74).

72. De Raad van Beroep merkte op dat, hoewel de betreffende tekens verschillende letters gemeen hadden, dit niet voldoende was om een ​​algehele gelijkenis vast te stellen. Hierbij werd met name rekening gehouden met het feit dat het publiek bestond uit consumenten die meer aandacht zouden besteden aan de betreffende goederen, en dit ondanks het feit dat de gemiddelde consument zelden de kans krijgt om de verschillende merken direct met elkaar te vergelijken, maar moet afgaan op het onvolledige beeld dat hij of zij in zijn of haar geheugen heeft.

73. Bijgevolg oordeelde de Raad van Beroep dat, zelfs bij identieke goederen, rekening houdend met de geringe mate van visuele en fonetische gelijkenis, de normale mate van onderscheidbaarheid van de oudere merken en de hogere mate van aandacht van het betreffende publiek, het noodzakelijk was te concluderen dat dat publiek niet zou geloven dat de betreffende goederen afkomstig zijn van dezelfde onderneming of economisch verbonden ondernemingen.

74. De Raad van Beroep heeft daarom geoordeeld dat er geen kans op verwarring bestaat bij het relevante publiek in de Benelux en Oostenrijk.