13 mei 2026
Gerecht: “K.”-teken Klarna slechts voor financiële diensten verwarrend ten opzichte van Kutxabank-merk
HvJ EU 13 mei 2026, IEF 23562; ECLI:EU:T:2026:344 (Kutxabank tegen EUIPO en Klarna Bank). In deze zaak staan twee vragen centraal: (i) of sprake is van verwarringsgevaar tussen het aangevraagde figuratieve Uniemerk bestaande uit de letter “K.” en de oudere Kutxabank-merken voor diensten in de klassen 35, 39, 42 en 45, en (ii) of dat wél het geval is voor de financiële diensten in klasse 36 ten opzichte van een ouder Kutxabank-beeldmerk met een gestileerde “k”. Aan de procedure ligt een oppositie van Kutxabank ten grondslag tegen een merkaanvraag van Klarna voor een figuratief teken waarin de letter “K” centraal staat, aangevraagd voor diensten in de klassen 35, 36, 39, 42 en 45. Kutxabank beroept zich op twee oudere Uniemerken: (i) een beeldmerk met een gestileerde “k” voor financiële diensten in klasse 36 (oudere merk 1), en (ii) een beeldmerk met een gestileerde “k” in combinatie met de woorden “kutxabank kredit” voor onder meer reclame- en zakelijke diensten in klasse 35 en financiële diensten in klasse 36 (oudere merk 2). Bij de beoordeling van het verwarringsgevaar hanteert het Gerecht de gebruikelijke globale benadering, waarbij de mate van overeenstemming tussen de tekens, de (soort)gelijkheid van de diensten en het onderscheidend vermogen van de oudere merken in onderlinge samenhang worden beoordeeld. Voor oudere merk 1 oordeelt het Gerecht dat de diensten in de klassen 35, 39, 42 en 45 waarvoor de aanvraag is ingediend, niet soortgelijk zijn aan de financiële en monetaire diensten in klasse 36. Het betoog van Kutxabank dat sprake is van een economische samenhang of aanvullende diensten – bijvoorbeeld via software of beveiligingsdiensten – wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. Alleen de diensten in klasse 36 zijn identiek. Voor oudere merk 2 geldt dat een deel van de diensten in klasse 35 identiek is, maar dat de diensten in de klassen 39, 42 en 45 niet soortgelijk zijn. Voor die laatste diensten ontbreekt daarmee een noodzakelijke voorwaarde voor verwarringsgevaar. De beoordeling concentreert zich vervolgens op de diensten waarvoor wél sprake is van identiteit: klasse 35 ten opzichte van oudere merk 2 en klasse 36 ten opzichte van oudere merk 1.
Ten aanzien van oudere merk 2 acht het Gerecht de overeenstemming tussen de tekens beperkt. Hoewel beide tekens een gestileerde “k” bevatten, verschilt de grafische uitwerking en nemen de woorden “kutxabank” en “kredit” een prominent deel van het oudere merk in. Auditief wijken de tekens duidelijk af, omdat het relevante publiek het oudere merk doorgaans als “kutxabank” of “kutxabank kredit” zal uitspreken, tegenover enkel de letter “k” van het aangevraagde teken. Begripsmatig roept het oudere merk associaties op met een bank, terwijl de letter “k” geen specifieke betekenis heeft. Gelet op deze verschillen, de gemiddelde onderscheidingskracht van het oudere merk en de verhoogde aandacht van het relevante publiek, bestaat geen verwarringsgevaar voor de identieke diensten in klasse 35. Voor oudere merk 1 komt het Gerecht tot een andere uitkomst. De tekens vertonen een bovengemiddelde visuele gelijkenis, nu beide in essentie bestaan uit een gestileerde letter “k” met stippen. Verschillen in aantal, kleur en plaatsing leiden niet tot een andere totaalindruk. Auditief zijn de tekens identiek, omdat zij beide als “k” worden uitgesproken; het argument dat het punt in het aangevraagde teken afzonderlijk wordt uitgesproken, wordt verworpen. Begripsmatig blijft de vergelijking neutraal. Gezien de identieke diensten in klasse 36 en de mate van overeenstemming tussen de tekens, is sprake van verwarringsgevaar, ondanks de verhoogde aandacht van het relevante publiek. Het Gerecht benadrukt dat de aanwezigheid van de letter “k” op zichzelf onvoldoende is om verwarringsgevaar aan te nemen; de beoordeling blijft afhankelijk van de concrete combinatie van diensten en tekens. Ook het beroep van Klarna op het zogenoemde beschikbaarheidsargument slaagt niet: dat letterelementen in abstracto een beperkte betekenis kunnen hebben, betekent niet dat de concrete combinatie van de gestileerde “k” en de overige elementen van het oudere merk geen bescherming geniet; de beoordeling blijft gericht op deze specifieke merkconfiguratie. Dat lettermerken beperkt onderscheidend vermogen kunnen hebben, betekent niet dat zij geen bescherming genieten. Het Gerecht bevestigt daarmee de beslissing van de Kamer van Beroep: het beroep van Kutxabank wordt verworpen, de tegeneis van Klarna afgewezen en de weigering van de merkaanvraag blijft beperkt tot de diensten in klasse 36.
129 In dit geval is het eerdere merk een figuratief merk, samengesteld uit een element dat de letter 'k' voorstelt, geschreven in vetgedrukte zwarte letters, met afgeronde uiteinden. Aan elk uiteinde van die letter bevindt zich een stip, wit op de verticale middenbalk en op de diagonale lijn die naar rechtsboven wijst, en rood op de diagonale lijn die naar rechtsonder wijst. Het aangevraagde merk is een figuratief merk, eveneens samengesteld uit een element dat de letter 'k' voorstelt, geschreven in vetgedrukte zwarte letters, met platte uiteinden. Rechtsonder die letter bevindt zich een stip.
130 Uit de bovenstaande beschrijvingen volgt allereerst dat de betreffende tekens qua samenstelling en bepaalde stilistische elementen van de letter 'k' overeenkomen. Om precies te zijn, de betreffende tekens bestaan uit stippen en een element dat door de consument als een gestileerde letter 'k' zal worden gezien. Bovendien is die letter 'k' in de betreffende tekens vetgedrukt en in zwart weergegeven.
131 Ten tweede onderscheiden de betreffende tekens zich door bepaalde stilistische aspecten van de letter 'k'. De grafische weergave van de letter 'k' is niet hetzelfde. Waar de letter 'k' in het aangevraagde merk is gestileerd met platte randen, is deze in het eerdere merk 1 gestileerd met afgeronde randen. Bovendien onderscheiden de betreffende tekens zich door het aantal stippen waaruit ze zijn opgebouwd, hun plaatsing en hun kleur. Het aangevraagde merk bestaat uit één enkele stip. Deze stip is naast de letter 'k' geplaatst, rechtsonder, en is zwart van kleur. Het eerdere merk daarentegen bestaat uit vier stippen. Drie van deze vier stippen zijn wit en één is rood. Deze stippen zijn aan weerszijden van de letter 'k' geplaatst.
132 Hieruit volgt dat, hoewel de betreffende tekens visueel verschillen in het aantal, de kleur en de positionering van de stippen waaruit ze zijn opgebouwd en in bepaalde aspecten van de stilering van de letter 'k', ze vooral overeenkomen in die licht gestileerde letter 'k'. Dat identieke element zal bij het relevante publiek een indruk van visuele gelijkenis wekken, die niet in twijfel kan worden getrokken door de andere elementen van de betreffende tekens. Hoewel die andere elementen niet genegeerd kunnen worden, volstaan ze op zichzelf niet om een andere algemene indruk van de tekens te geven, in tegenstelling tot de bewering van de tussenkomende partij. Die elementen kunnen, in hun eenvoudige weergave, de aandacht van de consument niet afleiden van die identieke letter 'k'. De algemene indruk die de betreffende tekens wekken, leidt dus tot de conclusie dat ze een bovengemiddelde visuele gelijkenis vertonen.
139 In dat opzicht, voor zover vaststaat dat het relevante publiek de letter 'k' in de betreffende borden zal waarnemen, wat de interveniënt niet betwist, heeft de Raad van Beroep geen beoordelingsfout gemaakt door te oordelen dat de betreffende borden fonetisch identiek waren.
145 In het onderhavige geval volgt uit de voorgaande ontwikkelingen dat, ten eerste, de betreffende diensten, die onder Klasse 36 vallen, door de Raad van Beroep terecht als identiek zijn beschouwd. Ten tweede vertoonden de betreffende tekens een bovengemiddelde visuele gelijkenis en waren ze fonetisch identiek. Ten derde had het oudere merk een gemiddelde onderscheidingskracht. Ten vierde had het relevante publiek voor de betreffende diensten een hogere mate van aandacht.
146 Bijgevolg moet in het kader van een algehele beoordeling van de kans op verwarring worden geconcludeerd dat, ondanks een grotere mate van aandacht van het betreffende publiek, er in dit geval een kans op verwarring bestaat, met name gezien de bovengemiddelde visuele gelijkenis van de betreffende tekens, hun fonetische identiteit en de identiteit van de betreffende diensten.
147 In tegenstelling tot de bewering van de interveniënt volstaan de in de paragrafen 133 en 134 hierboven genoemde verschillen tussen de tekens, gelet op hun eenvoud, niet om verwarring uit te sluiten.
148 De Raad van Beroep heeft derhalve geen beoordelingsfout gemaakt door in dit geval te concluderen dat er een kans op verwarring bestond.