Gepubliceerd op dinsdag 8 september 2026
IEF 23804
Hof Den Haag ||
1 sep 2026,
Hof Den Haag 1 sep 2026,, IEF 23804; ECLI:NL:GHDHA:2026:2738 (Polmos tegen Sasha), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-stelt-vertrouwelijkheidsregime-in-voor-bedrijfsgeheime-financiele-informatie-in-ie-procedure

Hof stelt vertrouwelijkheidsregime in voor bedrijfsgeheime financiële informatie in IE-procedure

Hof Den Haag 1 september 2026, IEF 23804; ECLI:NL:GHDHA:2026:2738 (Polmos tegen Sasha). Polmos, rechthebbende op merken die zij aanbrengt op flessen wodka, procedeert tegen distributeur Sasha wegens gestelde merk- en auteursrechtinbreuk en onrechtmatig handelen. De rechtbank had haar vorderingen grotendeels toegewezen, maar voor de schadevergoeding verwezen naar de schadestaatprocedure. In hoger beroep wil Polmos haar primaire vordering van € 10 schadevergoeding per namaakfles nader onderbouwen met aanvullende producties over de inkoop- en verkoopprijzen van haar producten en die van licentienemers binnen het Moët Hennessy-concern, alsmede de daarmee behaalde nettowinsten in 2022. Zij verzoekt daarom om een vertrouwelijkheidsregime. Het hof oordeelt dat deze informatie als bedrijfsgeheim in de zin van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen kwalificeert: zij is slechts voor een beperkte groep toegankelijk, vertegenwoordigt handelswaarde omdat concurrenten daarmee hun commerciële positie kunnen verbeteren, is ondanks het feit dat zij uit 2022 dateert nog voldoende actueel en wordt door geheimhoudingsafspraken en technische toegangsbeperkingen beschermd. Het hof benadrukt daarbij dat ook financiële bedrijfsinformatie een bedrijfsgeheim kan vormen.

Het hof wijst het gevraagde vertrouwelijkheidsregime grotendeels toe. Artikel 1019ib lid 3 onder a Rv biedt daarvoor geen grondslag, omdat deze bepaling uitsluitend van toepassing is op procedures ter bescherming van bedrijfsgeheimen ingevolge de Wbb en de bedrijfsgeheime informatie hier niet zelf het voorwerp van het geschil is. Artikel 22a lid 3 Rv kan daarentegen ook in een andere civiele procedure worden toegepast en rechtvaardigt hier een zogenoemde confidentiality club, omdat kennisneming door Sasha zelf de bescherming van de bedrijfsgeheimen onevenredig zou schaden. Toegang wordt beperkt tot de bij een Nederlandse balie ingeschreven advocaten die Sasha bijstaan in procedures tussen partijen over dit geschil en twee door Sasha aan te wijzen natuurlijke personen. De informatie mag uitsluitend worden gebruikt in procedures tussen partijen over het onderwerp van het geschil en niet buiten deze kring worden gedeeld. De twee natuurlijke personen moeten de stukken afgeschermd bewaren en mogen alleen met toestemming van het hof worden vervangen. De gedeelten van zittingen waarin de vertrouwelijke informatie wordt besproken vinden achter gesloten deuren plaats en eventuele openbare arresten worden zodanig geanonimiseerd dat deze informatie niet kenbaar is. Bij overtreding door Sasha of de twee aangewezen natuurlijke personen geldt een dwangsom van € 100.000 per overtreding, met een maximum van € 200.000. Sasha wordt als overwegend in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van het incident, begroot op € 1.935 volgens het liquidatietarief omdat Polmos haar op artikel 1019h Rv gebaseerde kostenbegroting van € 2.500 niet had gespecificeerd.

5.13

Artikel 1019ib lid 3 onder a Rv geeft de rechter de mogelijkheid om toegang tot de documenten die het (vermeende) bedrijfsgeheim bevatten te beperken tot een gelimiteerd aantal personen (confidentiality club). Dit artikel is op grond van artikel 1019ia Rv alleen van toepassing op procedures tot bescherming van bedrijfsgeheimen ingevolgde de Wbb en niet op andersoortige civiele procedures waarin de geheimhouding van bepaalde processtukken gewenst zou zijn. In dit geval is de door Polmos gestelde bedrijfsgeheime informatie zelf geen inzet van de procedure, zodat zij geen beroep kan doen op die bepaling. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding voor analoge toepassing, reeds omdat artikel 22a lid 3 Rv de mogelijkheid biedt de maatregel te treffen als door Polmos gevorderd2.

5.14

Op grond van artikel 22a lid 3 Rv kan de rechter, indien kennisneming van stukken door een partij de bescherming van een bedrijfsgeheim als bedoeld in artikel 1 Wbb onevenredig zou schaden, bepalen dat deze kennisneming is voorbehouden aan een gemachtigde die advocaat is dan wel daarvoor van de rechter bijzondere toestemming heeft gekregen. Deze bepaling is ook van toepassing als geen sprake is van een vordering op grond van de Wbb, zoals hier.

5.15

Het hof heeft hiervoor geoordeeld dat de Additionele Producties Schadeberekening kunnen worden aangemerkt als bedrijfsgeheimen in de zin van artikel 1 Wbb. De volgende vraag die het hof moet beantwoorden is of kennisneming van de Additionele Producties Schadeberekening door Sasha de bescherming van een bedrijfsgeheim onevenredig zou schaden. Ook die vraag beantwoordt het hof bevestigend. De handelsactiviteiten van Sasha concurreren met die van de afnemers van Polmos. Het belang van bescherming van het bedrijfsgeheim weegt daarom zwaarder dan het procesbelang van Sasha die toegang wil tot de Additionele Producties Schadeberekening.

5.16

Polmos vordert met betrekking tot de Additionele Producties Schadeberekening ook een gebruiksbeperking en een mededelingsverbod. Op grond van artikel 22a Rv kan de rechter als daar aanleiding voor is de toegang tot bepaalde stukken volledig ontzeggen aan een procespartij zelf en voorbehouden aan de advocaat van die partij. In het reeds aangehaalde arrest Hennessy/LB113 heeft de Hoge Raad een gebruiksverbod voor andere doeleinden dan de betrokken procedure in stand gelaten als zijnde gegrond op artikel 22a Rv. Gelet daarop acht het hof het mogelijk om te bepalen dat de bedrijfsgeheime informatie slechts onder voorwaarde van een beperking van de gebruiksdoelen wordt verstrekt aan natuurlijke personen van een partij. Het gevorderde gebruiksverbod is in deze zaak gerechtvaardigd als voorwaarde, omdat Sasha concurrerende activiteiten ontplooit. In de bevoegdheid tot het beperken van de kring van personen die kennis kunnen nemen van een bepaald stuk ligt ook de bevoegdheid besloten om aan die personen een mededelingsverbod op te leggen, waartoe overigens ook artikel 28 Rv een grondslag biedt.

5.19

Het hof zal bepalen dat het gedeelte van iedere zitting in deze procedure waar de inhoud van de Additionele Producties Schadeberekening zal worden besproken met gesloten deuren zal plaatsvinden, omdat – zoals hiervoor uiteen gezet – naar het hof aanneemt deze producties vertrouwelijke bedrijfsgegevens van Polmos (en haar afnemers) bevatten. Het belang van Polmos dat vertrouwelijke informatie vervat in de Additionele Producties Schadeberekening niet openbaar wordt, weegt in dit geval zwaarder dan het belang van een openbare behandeling van de onderwerpen die met deze informatie samenhangen. Bij de bespreking op zitting van de Additionele Producties Schadeberekening zullen alleen de hiervoor bedoelde leden van de confidentiality club aan de zijde van Sasha aanwezig mogen zijn.