Gepubliceerd op woensdag 18 januari 2017
IEF 16525
Rechtbank Rotterdam ||
20 dec 2016
Rechtbank Rotterdam 20 dec 2016, IEF 16525; ECLI:NL:RBROT:2016:10152 (Flippin' Burgers tegen gedaagde), https://ie-forum.nl/artikelen/logo-flippin-burgers-gemaakt-in-opdracht-maar-niet-exclusief-wel-handelsnaaminbreuk-door-met-foodtru

Uitspraak ingezonden door Willeke Kemkers, Van Kaam.

Logo Flippin' Burgers gemaakt in opdracht, maar niet exclusief, wel handelsnaaminbreuk door met foodtruck op festival te staan

Vzr. Rechtbank Rotterdam 20 december 2016, IEF 16525; ECLI:NL:RBROT:2016:10152 (Flippin' Burgers tegen gedaagde) Contractenrecht. Samenwerking. Logo. handelsnaam. Flippin' Burgers exploiteert foodtrucks. Gedaagde ontwerpt en realiseert reclame- en promotiemateriaal. Partijen werken samen waarbij de winst wordt gedeeld volgens 70/30-ratio. Gedaagde ontwerpt in opdracht een logo, de website en registreert de domeinnaam. Na beëindiging blijft gedaagde de handelsnaam en het logo gebruiken. Ondanks dat Flippin' Burgers het logo als eerste openbaar heeft gemaakt, zonder vermelding van gedaagde als maker, is hij niet ex art. 8 Aw maker. Dit artikel is niet op eenmanszaken van toepassing. Nu niet is gebleken dat partijen anders zijn overeengekomen, geldt gedaagde als maker. Dat de opdracht impliciet een exclusief en niet in tijd beperkt gebruiksrecht inhield, kan niet worden aangenomen. Partijen hebben de samenwerking en de in dat kader aan gedaagde verstrekte opdracht niet op papier gezet. Gedaagde pleegt wel handelsnaaminbreuk door foodtrucks te exploiteren op festivals en gebruik van de domeinnaam. Verbod op handelsnaaminbreuk wordt gegeven.

4.3.2. Niet onaannemelijk is dat het de bedoeling van partijen is geweest, althans dat Flippin' Burgers erop mocht vertrouwen, dat met het vervaardigen van het logo tevens aan hem het gebruiksrechter ten aanzien van dat logo is verleend. Het gebruik van het logo is immers de reden geweest dat Flippin'Burgers en gedaagde de opdracht tot vervaardigen van dat logo heeft verstrekt dat dit gebruiksrechte exclusief is geweest, dat wil dus zeggen met uitsluiting van gedaagde (als maker van het logo), acht de voorzieningenrechter voorshands onvoldoende aannemelijk gemaakt. (...)