Gepubliceerd op maandag 2 november 2026
IEF 23983
Rechtbank Amsterdam ||
2 nov 2026,
Rechtbank Amsterdam 2 nov 2026,, IEF 23983; C/13/792 198 / KG ZA 26-7 15 LV/EvK (Icon tegen IIG), https://ie-forum.nl/artikelen/rb-amsterdam-geen-merk-of-handelsnaaminbreuk-door-icon-investment-group-op-icon-real-estate-management

Uitspraak ingezonden door Tim van Riessen, Spee & Bijl.

Rb. Amsterdam: geen merk- of handelsnaaminbreuk door Icon Investment Group op Icon Real Estate Management

Rb. Amsterdam 2 oktober 2026, IEF 23983; C/13/792 198 / KG ZA 26-7 15 LV/EvK (Icon tegen IIG). In deze zaak tussen Icon Real Estate Management (Icon) en Icon Investment Group (IIG) staat de vraag centraal of IIG met het gebruik van haar handelsnaam en logo inbreuk maakt op de merk- en handelsnaamrechten van Icon. Icon is actief in vastgoedontwikkeling en vastgoedbeheer en beschikt over een Uniewoordmerk ICON en een Beneluxbeeldmerk. IIG is een holding- en investeringsmaatschappij, onder meer betrokken bij vastgoedprojecten. Volgens Icon gebruikt IIG een overeenstemmend teken voor identieke of soortgelijke diensten, waardoor verwarringsgevaar ontstaat.

De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat IIG inbreuk maakt op de merkrechten van Icon. Het Beneluxbeeldmerk en het door IIG gebruikte logo verschillen visueel aanzienlijk. Ten aanzien van het Uniewoordmerk ICON is wel sprake van overeenstemmende tekens, omdat ICON ook in de naam van IIG het onderscheidende bestanddeel vormt. De toevoeging ‘Investment Group’ is beschrijvend. Toch is geen sprake van merkinbreuk, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat IIG dezelfde of soortgelijke diensten aanbiedt als waarvoor het Uniewoordmerk is ingeschreven. IIG houdt zich bezig met investeringsstrategieën en projectstructuren, terwijl het merk van Icon is ingeschreven voor vastgoedportefeuillebeheer en commerciële vastgoedmakelaardij. De enkele betrokkenheid van beide partijen bij vastgoed is onvoldoende om soortgelijkheid van diensten aan te nemen. Ook de LinkedIn-berichten en een advertentie in het Financieele Dagblad maken dit niet anders. Ook het beroep op handelsnaaminbreuk slaagt niet. Hoewel beide handelsnamen het woord ICON bevatten, verschillen de ondernemingen in hun activiteiten. Daarbij richt IIG zich op een professioneel publiek dat onderscheid zal maken tussen een vastgoedinvesteerder en een vastgoedbeheerder. De voorzieningenrechter acht verwarringsgevaar daarom onvoldoende aannemelijk en wijst de gevraagde voorzieningen af. Icon wordt veroordeeld in de proceskosten van € 18.924.

4.3. Icon doet een beroep op haar Benelux beeldmerk, met het woordelement Icon. Het beeldmerk bestaat uit een specifieke grafische vormgeving van het woord ‘ICON’, waarbij de letters in een bepaalde typografie zijn weergegeven en onder de ‘N’ een horizontale streep is geplaatst. Het gaat dus niet om het woordelement Icon, maar om het hele beeld. Het door IIG gebruikte teken ziet er echter anders uit (links het beeldmerk van Icon en rechts het door IIG gebruikte (beeld)teken):

(...)

Bij een beeldmerk moet de concrete vormgeving van het ingeschreven merk worden vergeleken met de concrete vormgeving van het door de wederpartij gebruikte teken. Bij die vergelijking is voorshands niet voldoende aannemelijk dat hier sprake is van een gelijk of overeenstemmend teken. Er zijn te veel verschillen tussen beide tekens: de typografie verschilt, de weergave van het woordelement ‘ICON’ is anders, omdat in het beeldmerk van Icon het element ‘ICON’ het centrale/dominante deel is en in het teken van IIG is dat niet het geval. In het teken van IIG staat een zelfstandig, monogramachtig beeldteken en staan daarnaast de woordelementen ‘ICON INVESTMENT GROUP’. Visueel verschillen de tekens dus aanzienlijk. Het is daarom niet nodig om in te gaan op eventuele auditieve of begripsmatige overeenstemming. Het is onvoldoende aannemelijk dat IIG met het door haar gebruikte teken inbreuk maakt op het Benelux beeldmerk van Icon.

4.6. IIG heeft desgevraagd ter zitting toegelicht dat de advertentie in het FD ziet op een project waarbij IIG, als holdingmaatschappij is betrokken, waarbij een oud pand is gekocht en verschillende andere partijen hebben samengewerkt om dit pand te slopen, splitsen, ontwikkelen, en verkopen. Uit de advertentie blijkt welke partijen daarbij betrokken waren. Het enige wat IIG heeft gedaan is de juiste partijen bij elkaar zoeken. Die toelichting van IIG is goed te volgen en blijkt ook uit de tekst die staat bij het teken van IIG: “Icon Investment Group B.V. bepaalt de projectstructuur en leidt de investeringsstrategie van aanvang tot realisatie.” Deze dienst, projectstrategie en (financieel) investeren is iets anders dan de diensten die Icon aanbiedt, althans de diensten waarvoor het merk is ingeschreven (real estate portfolio management en commercial real estate brokerage). Het enkele feit dat het ook raakvlakken heeft met vastgoed maakt niet dat voldoende aannemelijk is dat IIG gelijke of overeenstemmende diensten aanbiedt.

4.12. Beide handelsnamen bevatten het woord ‘ICON’. Dat is op zichzelf niet voldoende om aan te nemen dat sprake kan zijn van verwarringsgevaar tussen beide ondernemingen. Ook hier speelt een rol of de aard van de ondernemingen op elkaar lijkt, oftewel of IIG dezelfde of soortgelijke diensten aanbiedt als Icon. Icon heeft daarbij aangevoerd dat zij meer diensten aanbiedt dan waarvoor zij de merken heeft ingeschreven, namelijk ook holdingactiviteiten en investeringen. Icon heeft deze stelling onderbouwd met een verwijzing naar haar productie 1, screenshots van de website van Icon. Die onderbouwing is echter onvoldoende. Hieruit blijkt niet dat de Icon zich ook bezig houdt met financiële planning, projectstructuren en strategie. Uit de screenshots van de website is enkel af te leiden dat Icon zich bezig houdt met vastgoedontwikkeling. Dat maakt dus in ieder geval dat Icon niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de aard van de ondernemingen hetzelfde is.

4.13. Icon heeft aanvullende argumenten aangevoerd waarom er verwarringsgevaar is te duchten tussen beide ondernemingen, maar die leiden niet tot een andere conclusie. Het publiek van beide ondernemingen is een deskundig publiek. Het is een professioneel publiek dat zich zal verdiepen in haar contractspartij nu het gaat om grote investeringen, waarbij een aanzienlijke hoeveelheid geld is gemoeid. Bij dat publiek zal het verschil tussen de, weliswaar beschrijvende delen van de handelsnaam, ‘Investment Group’ en ‘Real Estate Management’ wel opvallen. Dat publiek zal oog hebben voor het verschil tussen een partij die zich presenteert als investeerder of als real estate manager. Daarbij komt dat IIG nauwelijks naar buiten treedt en aan het economisch verkeer deelneemt onder de handelsnaam omdat zij een financiële holding is zonder werknemers. Enkel de FD-advertentie en LinkedIn-berichten zijn aangevoerd ter onderbouwing van het deelnemen aan het economisch verkeer. Mocht IIG in de toekomst actiever naar buiten treden en zich richten op vastgoedontwikkeling kan dit mogelijk anders worden en komen partijen meer in elkaars vaarwater. Verder is er ook, hoewel niet doorslaggevend, nog geen sprake van daadwerkelijke verwarring tussen partijen, of heeft Icon dat in ieder geval niet gesteld en/of aannemelijk gemaakt. Tot slot is het enkele feit dat partijen op korte afstand van elkaar zijn gevestigd in Amsterdam onvoldoende om aan te nemen dat verwarringsgevaar zou kunnen ontstaan.