5 nov 2026,
Rb. Den Haag: Chinese anti-suit injunction tegen Nexperia onrechtmatig, Europees verbod toegewezen
Rb. Den Haag 5 november 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:32607 (Nexperia NL tegen Nexperia China) In deze zaak tussen Nexperia NL en Nexperia China staat de vraag centraal of Nexperia China zich mag beroepen op een door een Chinese rechter opgelegde anti-suit injunction (ASI), waarmee Nexperia NL wordt beperkt in de handhaving van haar intellectuele-eigendomsrechten. Nexperia China is een volledige dochtervennootschap van Nexperia NL. Binnen de Nexperia-groep is in oktober 2025 een conflict ontstaan, waarna partijen de uitvoering van hun onderlinge overeenkomsten grotendeels hebben gestaakt. Nexperia NL, houdster van verschillende Unie- en Beneluxmerken voor halfgeleiders, stelt dat Nexperia China zonder haar toestemming producten onder deze merken aanbiedt. Op verzoek van Nexperia China heeft het Hooggerechtshof van de Chinese provincie Jiangsu op 31 maart 2026 een bevel uitgevaardigd dat Nexperia NL onder meer verbiedt om wereldwijd aanspraken wegens inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten tegen Nexperia China en aan haar gelieerde partijen geldend te maken. Ook moet Nexperia NL eerdere waarschuwingen aan klanten en partners intrekken. Op overtreding staat een dagelijkse boete van één miljoen yuan. Nexperia NL vordert daarop bij de rechtbank Den Haag een anti-anti-suit injunction (AASI), waarmee Nexperia China wordt verboden zich op het Chinese bevel te beroepen.
De voorzieningenrechter verklaart zich bevoegd om van de AASI-vordering kennis te nemen op grond van artikel 6 onder e Rv. Hoewel het Chinese bevel in China is uitgevaardigd, treedt de gestelde schade volgens de voorzieningenrechter mede in Nederland op, omdat Nexperia NL daardoor wordt beperkt in haar toegang tot de Nederlandse rechter en de uitoefening van haar merkrechten. Vanwege het eenheidskarakter van het Uniemerk acht de voorzieningenrechter zich bevoegd om de gevorderde AASI voor de gehele Europese Unie te beoordelen. Vervolgens oordeelt de voorzieningenrechter dat het Chinese bevel als een ASI moet worden aangemerkt. Daarbij is van belang dat Nexperia China de Chinese rechter zelf heeft verzocht om de Nederlandse kortgedingprocedure op basis van dat bevel te blokkeren. Het beroep van Nexperia China op de contractuele afspraak dat partijen rechterlijke bevelen moeten naleven, slaagt niet. Daarmee heeft Nexperia NL niet zonder meer afstand gedaan van haar recht op toegang tot de rechter. Volgens de voorzieningenrechter is de ASI naar Nederlands recht onrechtmatig. Het in artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter mag slechts onder zeer uitzonderlijke omstandigheden worden beperkt. Daarvoor zijn onder meer een wettelijke grondslag, een legitiem doel en proportionaliteit vereist. Het Chinese bevel voldoet volgens de voorzieningenrechter niet aan deze voorwaarden. De voorzieningenrechter wijst de AASI daarom toe voor het grondgebied van de Europese Unie. Nexperia China mag zich binnen de EU niet meer op het Chinese bevel beroepen of de tenuitvoerlegging daarvan nastreven, op straffe van een dwangsom van € 1 miljoen per dag, met een maximum van € 100 miljoen. De afzonderlijke vorderingen van Nexperia NL om Nexperia China een verbod op merkinbreuk op te leggen, worden afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Nexperia NL was al langere tijd op de hoogte van mogelijke merkinbreuken, maar heeft daartegen onvoldoende voortvarend opgetreden. Bovendien leent het bredere conflict tussen moeder- en dochtervennootschap zich volgens de voorzieningenrechter niet voor een inhoudelijke beoordeling in kort geding. Ook de tegenvorderingen van Nexperia China worden afgewezen. Voor het gevorderde wapperverbod bestaat geen grond, omdat niet aannemelijk is dat de merkrechten van Nexperia NL ongeldig zijn en evenmin evident is dat Nexperia China geen merkinbreuk maakt. Daarnaast heeft Nexperia China onvoldoende belang aangetoond bij haar verzoek om inzage in documenten van Nexperia NL. Nexperia China wordt veroordeeld in de proceskosten van € 20.891,97. Het betreft een herstelvonnis van het oorspronkelijke vonnis van 2 november 2026.
5.28 Nu er op Nexperia NL geen contractuele beperking rust om zich in rechte jegens Nexperia China te beroepen op haar rechten van intellectueel eigendom, komt de voorzieningenrechter toe aan de vraag of het handhaven van de door het Jiangsu Hof afgegeven ASI onrechtmatig is jegens Nexperia NL. Dit is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter het geval. Toegang tot de rechter is een fundamenteel recht dat wordt gewaarborgd door (onder meer) artikel 6 EVRM. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan dat recht worden ingeperkt.12 Een dergelijke inperking moet een wettelijke basis en een legitiem doel hebben, alsmede voldoen aan de eisen van voorzienbaarheid en de proportionaliteit. Het Jiangsu Bevel voldoet, naar het toepasselijke recht, niet aan deze vereisten.