6 jul 2026,
Rb. Den Haag: geen auteursrecht op PANARA-schoencollectie, wel verbod op merkgebruik
Rb. Den Haag 3 juli 2026, IEF 23662; ECLI:NL:RBDHA:2026:18180 ([partij A] tegen [partij B] c.s. en Commerbas). In deze zaak tussen [partij A] en [partij B] c.s. staat de vraag centraal of [partij B] c.s. met de verkoop van Borgesa-schoenen inbreuk maakt op de auteursrechten op de PANARA-schoencollectie en op het Beneluxwoordmerk PANARA. De voorzieningenrechter wijst de auteursrechtelijke vorderingen af, maar verbiedt [partij B] c.s. wel het PANARA-merk nog langer te gebruiken voor de verkoop van schoenen in de Benelux. [partij A] ontwerpt en verkoopt sinds de jaren tachtig schoenen onder het merk PANARA. De productie vond plaats bij het Italiaanse Commerbas. [partij B] c.s. exploiteert sinds 2010 een Panara-winkel in Den Haag en verkocht jarenlang uitsluitend PANARA-schoenen op basis van een overeenkomst met [partij A]. Nadat die overeenkomst feitelijk was beëindigd, liet [partij B] c.s. vergelijkbare schoenen produceren door Commerbas en verkocht zij deze onder de naam Borgesa. De voorzieningenrechter oordeelt dat de mondelinge opzegging rechtsgeldig was, ook al ontbrak de contractueel voorgeschreven aangetekende brief. Volgens de voorzieningenrechter was voor [partij B] c.s. duidelijk dat de overeenkomst was beëindigd en heeft zij zich daar ook naar gedragen. Volgens [partij A] zijn die schoenen identiek aan de PANARA-modellen en maakt [partij B] c.s. daarnaast zonder toestemming gebruik van het PANARA-merk in de winkelnaam, domeinnaam en promotie. De voorzieningenrechter ziet onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de PANARA-schoencollectie auteursrechtelijk beschermd is. [partij A] heeft niet duidelijk gemaakt op welke afzonderlijke schoenmodellen zij zich beroept, welke creatieve keuzes daarin zijn gemaakt en welke kenmerken voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen.
Ook heeft zij onvoldoende toegelicht waarin de beschermde elementen van de verschillende modellen bestaan; algemene verwijzingen naar de “eigen signatuur” van de collectie zijn daarvoor onvoldoende. Daardoor kan de voorzieningenrechter niet beoordelen of sprake is van auteursrechtelijk beschermde werken. De vorderingen die zijn gebaseerd op het auteursrecht worden daarom afgewezen. Het beroep op het merkenrecht slaagt wel. Vaststaat dat [partij B] c.s. het PANARA-merk blijft gebruiken op de gevel van de winkel, in de domeinnaam en bij de promotie van schoenen. Volgens de voorzieningenrechter is de overeenkomst tussen partijen, met inachtneming van de contractuele opzegtermijn, per 1 juli 2024 geëindigd. Vanaf dat moment had [partij B] c.s. daarom geen toestemming meer om het merk te gebruiken. Door dat toch te doen, maakt zij inbreuk op het Beneluxwoordmerk PANARA. De voorzieningenrechter verbiedt [partij B] c.s. daarom het merk nog langer te gebruiken voor de verkoop van schoenen (waaronder in de winkelnaam, domeinnaam en online promotie). Dat verbod gaat vier weken na betekening van het vonnis in en is versterkt met een dwangsom van € 5.000 per dag met een maximum van € 50.000. De voorwaardelijke tegenvorderingen van [partij B] c.s. komen niet aan bod. De voorzieningenrechter oordeelt dat het toegewezen merkverbod niet in de weg staat aan de verkoop van de rechtmatig ingekochte voorraad PANARA-schoenen, mede omdat het merkrecht ten aanzien van die exemplaren is uitgeput en [partij A] zelf heeft bevestigd dat [partij B] c.s. die schoenen mag blijven verkopen (onder een andere naam). Omdat beide partijen deels in het gelijk en deels in het ongelijk zijn gesteld, compenseert de voorzieningenrechter de proceskosten.
5.7. In de dagvaarding heeft [partij A] meerdere malen geconcludeerd dat de modellen van de Panara schoencollectie auteursrechtelijk beschermde werken zijn, met een eigen herkenbare signatuur van de collectie. Zo wordt gesteld dat “de ontwerpen (..) [zich] kenmerken door een consistente en herkenbare stijl, waarin vorm, pasvorm en materiaalgebruik in onderlinge samenhang werden ontwikkeld” en “deze werkwijze heeft geleid tot een eigen vormentaal, die in de loop der jaren een duidelijke plaats in de markt heeft ingenomen en waarmee de Panara Collectie zich onderscheidt van andere aanbieders” Een feitelijke uitwerking van wat per schoen de door haar ingeroepen “kenmerkende en beschermde elementen van de Panara-collectie” zijn ontbreekt. Omdat op het moment van het opstellen van de dagvaarding door [partij B] c.s. al was betwist dat de (modellen) van de Panara collectie auteursrechtelijk beschermde werken zijn (omdat het klassieke schoenmodellen betreft volgens [partij B] c.s.), had het op de weg van [partij A] gelegen te onderbouwen welke creatieve keuzes zichtbaar zijn in de afzonderlijke modellen, waarop volgens [partij A] inbreuk op het auteursrecht wordt gemaakt. Om als auteursrechtelijk werk beschermd te kunnen zijn in de zin van artikel 10 Aw5, moeten de schoenen immers uitdrukking geven aan vrije en creatieve keuzen die de persoonlijkheid van de maker weerspiegelen.6 Omdat voor auteursrechtelijke bescherming is vereist dat de persoonlijkheid van de maker wordt weerspiegeld in het voorwerp, moet bij de beoordeling van de oorspronkelijkheid worden uitgegaan van het voorwerp zelf. Het scheppingsproces en de bedoelingen van de auteur kunnen slechts een rol spelen voor zover dit in het werk tot uitdrukking is gebracht.7
5.8. Bij de beoordeling van de oorspronkelijkheid dient dus te worden uitgegaan van de afzonderlijke modellen zelf. [partij A] verwijst in haar dagvaarding echter naar de PANARA schoencollectie, maar de afzonderlijke modellen schoenen waaruit die collectie bestaat en waarop volgens [partij A] dus auteursrechtelijke inbreuk wordt gemaakt, zijn niet omschreven en evenmin zijn hiervan afbeeldingen overgelegd. Er is wel een aantal modeltekeningen overgelegd bij de dagvaarding8, waarover wordt opgemerkt dat dit de eigen herkenbare signatuur van de collectie onderstreept, maar waaruit die signatuur dan bestaat, is niet uitgewerkt. Van welke voorwerpen moet worden beoordeeld of zij een auteursrechtelijk beschermd werk zijn, is dus niet duidelijk. Verder zijn 103 pagina’s screenshot van de website van [partij B] c.s. overgelegd met de modellen, die zij thans aanbiedt onder het teken Borgesa. Zelfs als deze schoenen identiek zijn aan modellen van de Panara Collectie, dient eerst te worden vastgesteld dat de modellen van de Panara Collectie waarop inbreuk wordt gemaakt auteursrechtelijk beschermd zijn. Hiervoor zijn dus onvoldoende feiten gesteld.
5.9. Ook in de ter zitting door de advocaat van [partij A] voorgedragen spreekaantekeningen wordt niet ingegaan op het verweer dat de modellen uit de PANARA schoencollectie geen auteursrechtelijke beschermde werken zijn. De voorzieningenrechter heeft ter zitting een aantal malen gevraagd naar de specifieke kenmerken van de schoenen, die maken dat de schoenen auteursrechtelijk beschermde werken zijn. In antwoord daarop zijn wederom algemene bewoordingen gebruikt, zoals strakke vormgeving, beste leer, geen stiknaden, uitstekende pasvorm, tijdloos, sober, strak, zwarte slipzool doorlopend over de neus van de schoen, zonder daarbij de vormgeving van de afzonderlijke modellen als uitgangspunt te nemen. Verder is “het samenspel van keuzes” genoemd als hetgeen dat de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt en maakt dat de consument een schoen herkent als een Panara schoen.
5.10. Onder voornoemde omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat voorshands niet aannemelijk is dat de Panara schoencollectie bestaat uit voorwerpen die te kwalificeren zijn als auteursrechtelijk beschermde werken. Dat een selectie van de PANARA schoencollectie (welke modellen dat zijn, is ook weer niet gespecificeerd) is opgenomen in de collectie van het Schoenenkwartier is voor de beoordeling niet relevant, nu de beoordeling of een voorwerp een auteursrechtelijk beschermd werk is, dient plaats te vinden naar het moment waarop het werk werd ontworpen.9
5.14. Tussen partijen is niet in geschil dat de overeenkomst op 14 november 2023 (dus tijdens het winterseizoen, dat loopt van juli tot januari) door [partij A] mondeling is opgezegd tegen juli 2024 (einde zomerseizoen, dat loopt van januari tot juli). Dit is overeenkomstig de opzegtermijn van artikel 7 van de Overeenkomst. Dit betekent in beginsel dat [partij B] c.s. met ingang van 1 juli 2024 geen toestemming meer heeft om het merk te gebruiken. Hoewel de overeenkomst conform het bepaalde in artikel 7 door middel van een aangetekende brief moet worden opgezegd, is de overeenkomst naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet blijven gelden omdat [partij A] deze mondeling heeft opgezegd. Voor [partij B] c.s. was het immers duidelijk dat de Overeenkomst werd opgezegd, dat [partij A] haar activiteiten zou gaan beëindigen en dat na het zomerseizoen dat liep tot juli 2024 geen nieuwe bestellingen meer zouden kunnen worden geplaatst. [partij B] c.s. heeft zich hiernaar ook gedragen door geen bestellingen meer bij [partij A] te plaatsen voor het laatste zomerseizoen (2024) en zich te gaan richten op nieuwe activiteiten (schoenen onder de naam BORGESA). Dit betekent dat [partij B] c.s. met ingang van 1 juli 2024 geen toestemming meer heeft om het PANARA merk te gebruiken. Door het PANARA merk toch te blijven gebruiken, maakt zij inbreuk op de merkrechten van [partij A] op grond van artikel 2.20 lid 2 sub a BVIE.