Gepubliceerd op woensdag 2 september 2026
IEF 23786
Rechtbank Gelderland ||
12 aug 2026,
Rechtbank Gelderland 12 aug 2026,, IEF 23786; ECLI:NL:RBGEL:2026:6429 ([de eiser] tegen Thomassen Energy), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-gelderland-bevoegd-in-reconventie-in-geschil-over-thomassen-merken-en-handelsnamen

Rechtbank Gelderland bevoegd in reconventie in geschil over Thomassen-merken en handelsnamen

Rb. Gelderland 12 augustus 2026, IEF 23786; ECLI:NL:RBGEL:2026:6429 ([de eiser] tegen Thomassen Energy). De rechtbank oordeelt in een bevoegdheidsincident dat zij internationaal bevoegd is om kennis te nemen van de reconventionele vorderingen van Thomassen Energy. De hoofdzaak betreft een geschil over de Thomassen-merken en -handelsnamen. Thomassen Energy stelt dat zij de rechten daarop heeft en dat haar voormalig werknemer deze zonder haar toestemming gebruikt. De voormalig werknemer betwist dit en verwijt Thomassen Energy onder meer dat zij tegenover derden heeft gecommuniceerd dat hij de merken en handelsnamen zonder de vereiste toestemming gebruikte. Hij vordert in conventie onder meer een verklaring voor recht dat Thomassen Energy onrechtmatig heeft gehandeld en schadevergoeding. Thomassen Energy vordert in reconventie onder meer een verklaring voor recht dat de voormalig werknemer door het gebruik van de merken en handelsnamen is tekortgeschoten in zijn verplichtingen dan wel onrechtmatig heeft gehandeld, eveneens met schadevergoeding.

De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse rechter ten aanzien van de conventionele vordering internationaal bevoegd is op grond van artikel 4 lid 1 Brussel I-bis, omdat Thomassen Energy in Nederland is gevestigd. Omdat de voormalig werknemer buiten de Europese Unie woont, wordt de internationale bevoegdheid voor de reconventionele vordering beoordeeld aan de hand van het commune Nederlandse internationaal privaatrecht. Op grond van artikel 7 lid 2 Rv is de rechtbank ook bevoegd om van die reconventionele vordering kennis te nemen. De conventionele en reconventionele vorderingen zien op hetzelfde feitencomplex en betreffen beide het verwijt dat de voormalig werknemer onrechtmatig gebruikmaakt van de Thomassen-merken en -handelsnamen. Afzonderlijke behandeling zou bovendien tot tegenstrijdige beslissingen kunnen leiden. De incidentele vordering tot onbevoegdverklaring wordt daarom afgewezen en de voormalig werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.

4.1.

De rechtbank zal een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.

4.2.

De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

4.3.

Op de mondelinge behandeling wordt aan de advocaten van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van beknopte spreekaantekeningen. Uitgebreide mondelinge en schriftelijke uiteenzettingen zijn niet toegestaan.

4.4.

De rechtbank stelt Thomassen Energy in de gelegenheid om op de hierna te noemen roldatum een akte te nemen teneinde de omissie/kennelijke verschrijving in het petitum in reconventie te herstellen. De rechtbank wijst Thomassen Energy op de foutmeldingen in de tekst van vordering 2 in reconventie.

4.5.

Op de mondelinge behandeling zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden beslist hoe de procedure verder zal gaan. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking aan de orde komen. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank tijdens of na de mondelinge behandeling direct mondeling uitspraak kan doen.

4.6.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.