Gepubliceerd op donderdag 29 oktober 2026
IEF 23976
Rechtbank Den Haag ||
28 okt 2026,
Rechtbank Den Haag 28 okt 2026,, IEF 23976; C/09/703640 / HA ZA 26-390 (Basil c.s. tegen BRN), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-wijst-aanhouding-procedure-over-auteurs-en-uniemodelrechten-op-fietstassen-af

Uitspraak ingezonden door Bas Peper, Eversheds Sutherland.

Rechtbank wijst aanhouding procedure over auteurs- en Uniemodelrechten op fietstassen af

Rb. Den Haag 28 oktober 2026, C/09/703640 / HA ZA 26-390 (Basil c.s. tegen BRN). In deze zaak tussen Basil B.V. en Invented Here B.V. (Basil c.s.) en de Italiaanse fietstassenproducent BRN staat de vraag centraal of een eerder in Italië aanhangig gemaakte procedure moet leiden tot aanhouding van de Nederlandse bodemprocedure. Basil c.s. brengt onder meer de fietstassen Miles, Soho en City Shopper op de markt. Invented Here is houdster van de Uniemodellen voor de Miles en de Soho, en Basil B.V. is als licentienemer bevoegd om tegen inbreuken op te treden. BRN verzocht het EUIPO beide modellen nietig te verklaren, maar de nietigheidsafdeling wees die verzoeken af: voor de Miles op 7 maart 2025 en voor de Soho op 12 december 2025. Bij kortgedingvonnis van 1 april 2025 verbood de voorzieningenrechter BRN de verhandeling van de BO 202 en de BO 204 wegens inbreuk op de Uniemodellen, en van de BO 205 wegens inbreuk op het auteursrecht op de City Shopper. Omdat BRN in Italië is gevestigd, bleef dat verbod beperkt tot Nederland. Nadat Basil c.s. BRN had gesommeerd de verkoop in de gehele Europese Unie te staken, startte BRN op 5 december 2025 in Italië een procedure. Daarin vordert zij een verklaring voor recht dat haar tassen geen inbreuk maken op de auteursrechten van Basil c.s. Op 17 december 2025 dagvaardde Basil c.s. BRN in een Nederlandse bodemprocedure. Op 8 mei 2026 stelde zij in Italië bovendien een reconventionele vordering in, onder meer tot een Uniemodelrechtelijk inbreukverbod voor de gehele Europese Unie.

BRN vorderde in incident aanhouding van de Nederlandse zaak. De rechtbank wijst die vordering af. Voor de auteursrechtelijke vorderingen ontbreekt identiteit van onderwerp. De Italiaanse negatieve verklaring voor recht ziet op het ontbreken van inbreuk in Italië, terwijl de Nederlandse zaak de spiegelbeeldige vordering voor het Nederlandse grondgebied betreft, zodat er geen territoriale overlap is. De Uniemodelrechtelijke vorderingen betreffen wél hetzelfde onderwerp, maar Basil c.s. stelde die in Nederland al op 17 december 2025 in, terwijl de Italiaanse Uniemodelrechtelijke vorderingen pas op 8 mei 2026 in reconventie werden ingesteld. Op dit punt is de Italiaanse procedure dus niet de eerdere, maar de latere. De beslissing over de kosten van het incident wordt aangehouden en de zaak wordt verwezen naar de rol van 9 december 2026 voor conclusie van antwoord van BRN.

5.4. Het vorengaande betekent dat met betrekking tot de auteursrechtelijke vorderingen van partijen geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 29 eerste lid van de verordening. De door BRN in de Italiaanse Zaak gevorderde negatieve verklaring voor recht heeft immers betrekking op (het vaststellen van het ontbreken van) auteursrechtinbreuk in Italië, terwijl de Nederlandse Zaak naar haar aard betrekking heeft op de spiegelbeeldige vordering op het Nederlands grondgebied. Tussen deze vorderingen bestaat zodoende geen territoriale overlap, zodat niet gezegd kan worden dat zij hetzelfde onderwerp betreffen.

5.5. Met betrekking tot de Uniemodelrechtelijke vorderingen van Basil c.s. in de Nederlandse- en in de Italiaanse Zaak geldt dat zij wel hetzelfde onderwerp betreffen, namelijk op te leggen maatregelen op Uniemodelrechtelijke grondslag in de gehele Europese Unie. Echter, Basil c.s. heeft onbestreden zijn Uniemodelrechtelijke vorderingen in Nederland ingesteld op 17 december 2025, terwijl de Uniemodelrechtelijke vorderingen van BRN in Italië in een reconventionele procedure zijn ingesteld op 8 mei 2026. Daarmee is geen sprake van een eerdere procedure in Italië die hetzelfde onderwerp betreft, te weten inbreuk op een Uniemodel, maar in tegendeel van een latere procedure over hetzelfde onderwerp.

5.6. De rechtbank zal de hoofdzaak derhalve niet aanhouden in afwachting van de beslissing van de Italiaanse rechtbank, zodat de incidentele vorderingen van BRN zullen worden afgewezen.