Gepubliceerd op maandag 29 augustus 2022
IEF 20911
Rechtbank Den Haag ||
17 aug 2022
Rechtbank Den Haag 17 aug 2022, IEF 20911; ECLI:NL:RBDHA:2022:8273 (Bacardi tegen Loendersloot en Flint Warehousing), https://ie-forum.nl/artikelen/verzoeken-tot-verbetering-en-aanvulling-eindvonnis-afgewezen

Uitspraak ingezonden door Gerard van der Wal, Shaharzaad Said en Timme Geerlof, Windt Le Grand Leeuwenburgh Advocaten

Verzoeken tot verbetering en aanvulling eindvonnis afgewezen

Rb. Den Haag 17 augustus 2022, IEF 20911; ECLI:NL:RBDHA:2022:8273 (Bacardi tegen Loendersloot en Flint Warehousing) LI heeft de rechtbank verzocht om verbetering van het dictum in het gewezen eindvonnis [IEF 20900]. LI meent dat er in het dictum niet is opgenomen dat het gaat om merkinbreukmakend handelen door LI. Bacardi heeft gereageerd op dit verzoek van LI. Bacardi meent dat het verzoek van LI moet worden afgewezen. Ook heeft Bacardi aan haar reactie een verzoek tot aanvulling van dictumonderdeel 3.7 toegevoegd. De rechtbank overweegt dat er hier geen sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent en wijst de verzoeken van zowel LI als Bacardi af. 

2.1. Een dictum van een vonnis moet worden uitgelegd in het licht van de daarmee verband houdende overwegingen in het lichaam van dat vonnis. Uit die overwegingen (2.15 en 2.40) volgt dat de rechtbank het onderdeel van de vordering van Bacardi c.s. strekkende tot afgifte ter vernietiging van voorraden Bacardi-producten heeft uitgelegd als berustend op uitsluitend de grondslag merkinbreukmakend handelen door LI en niet ook als berustend op de grondslag onrechtmatig handelen door LI door merkinbreuk door een derde of derden te faciliteren en/of te bevorderen. Het dictumonderdeel zelf geeft daar ook blijk van, nu daarin alleen Bacardi-producten voorzien van de merken Grey Goose en Bacardi worden genoemd, zijnde merken ten aanzien waarvan de rechtbank heeft geoordeeld dat LI daarop zelfstandig inbreuk heeft gemaakt.

2.2. Van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent, is dus geen sprake. Het verzoek van LI zal daarom worden afgewezen. Een en ander betekent dat het verzoek van Bacardi c.s. om aanvulling van dictumonderdeel 3.7 van het eindvonnis eveneens moet worden afgewezen.