Geen inventieve maatregelen toegevoegd
Rechtbank Den Haag 8 mei 2013, HA ZA 12-857 (FX Prevent B.V. tegen Wagner Group GmBH)
Uitspraak ingezonden door Charlotte de Boer en Carreen Shannon, Deterink.
Wagner is octrooihoudster van EP 1 062 005, voor een inertiseringswerkwijze voor het voorkomen en blussen van brand in gesloten ruimte. Een inrichting volgens het octrooi wordt door Wagner op de markt gebracht onder de merknaam Oxyreduct. FX Prevent houdt zich eveneens bezig met de ontwikkeling en verhandeling van (brand)beveiligingssystemen en verhandelt een - volgens Wagner inbreukmakende - installatie, OXIT-QR. FX Prevent vordert vernietiging van het Nederlandse deel van het octrooi, Wagner vordert in reconventie onder andere een inbreukverbod voor Nederland en vernietiging van inbreukmakende inrichtingen van FX Prevent.
Naar het oordeel van de rechtbank brengen de conclusies 1 en 9 van het hulpverzoek met zich mee dat deze niet inventief zijn. Tegenover de stellingen van FX Prevent dat de volgconclusies geen inventieve maatregelen toevoegen, heeft Wagner onvoldoende gesteld zodat ook deze niet inventief zijn. Het Nederlandse deel van octrooi wordt vernietigd. Nu het octrooi in zijn geheel als ongeldig is te beschouwen, worden de reconventionele vorderingen afgewezen.
4.8. (...) Zoals hiervoor echter reeds overwogen, is dat twee-staps systeem gerechtvaardigd als uitgangspunt te nemen omdat dit in de meest nabije stand van de techniek (JP 428) is geopenbaard. Een gemiddelde vakman die dat systeem wil verbeteren door het gevoeliger voor beginnende branden te maken, zal zonder meer een aspiratief systeem van brandherkenning toepassen. Hierbij speelt voorts mee dat beide partijen uitgaan van slechts twee verschillende brandherkenningssystemen ten tijde van de prioriteitsdatum, te weten een systeem met puntherkenning en een aspiratief systeem. De gemiddelde vakman behoefde zodoende niet een keuze uit een veelheid aan alternatieven te maken maar slechts uit twee systemen, waarbij van het aspiratieve systeem bekend was dat dit een grotere gevoeligheid bezit. Wagner heeft evenmin onderbouwd gesteld dat de combinatie van twee-staps systeem en aspiratieve brandherkenning nog een (onverwacht) voordelig effect heeft. Voor zover Wagner nog ter zitting heeft betoogd dat de uitvinding tevens ligt in dat de aspiratieve herkenning wordt toegepast nadat de ruimte zuurstofarm is gemaakt en voordat tot een volledig inertiseringsniveau wordt overgegaan (pleitnota 46-47), wordt aan dat betoog voorbij gegaan. Die volgorde (basisinertisering, branddetectie en bij brand volledige inertisering) is immers precies zo reeds in JP 428 beschreven, zie bijvoorbeeld paragrafen 0013, 0014-0015 en 0020-0021.
4.9. Het voorgaande brengt met zich dat (hoofd)conclusies 1 en 9 van het hulpverzoek niet inventief zijn. Tegenover de stellingen van FX Prevent dat de volgconclusies geen inventieve maatregelen aan conclusies 1 of 9 toevoegen, heeft Wagner onvoldoende gesteld zodat ook de volgconclusies niet inventief zijn. Gelet op hetgeen in 4.3 is overwogen, komt het in conventie gevorderde zodoende voor toewijzing in aanmerking. Wagner dient als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten te dragen die te begroten zijn volgens 1019h Rv (zie Hof Den Haag, 26 februari 2013, Danisco v Novozymes). FX Prevent heeft ter zitting aangegeven dat 75% van de door haar opgevoerde kosten groot EUR 46.194,20 exclusief BTW aan het geschil in conventie zijn toe te schrijven. Die stelling als zodanig is door Wagner niet bestreden. Wel heeft Wagner aangegeven dat voor haar eigen kosten een verdeling van 50%-50% aangewezen zou zijn, maar dat die verdeling tevens voor de kosten van FX Prevent zou moeten gelden, is door Wagner niet onderbouwd gesteld. Hierbij moet in ogenschouw worden genomen dat FX Prevent onbestreden heeft aangevoerd dat zij een (tijdrovend) onderzoek in de wetenschappelijke literatuur heeft moeten verrichten ter onderbouwing van haar stellingen in conventie. Dit betekent dat een bedrag van EUR 34.645,65 in conventie kan worden toegewezen.
Lees de uitspraak HA ZA 12-857, (schone pdf)
Uitspraak ingezonden door Eelco Bergsma,
Octrooirecht. Biotechnologische uitvinding. Er wordt voortgebouwd op de Brüstle-vragen/beslissing [
Vervolg
Uitspraak ingezonden door Frank Eijsvogels,
In 2004 traden nieuwe lidstaten, waarin octrooirechten op farmaceutische producten niet toegestaan waren, toe tot de Europese Unie. Zulke octrooien werden in 2004 wel toegestaan, maar er zijn een aantal gevallen waarin wel een ABC (Aanvullend Beschermingscertificaat) was gegeven in een andere lidstaat voor een farmaceutisch product gedurende de tijd dat er geen bescherming was in één of meerdere (nieuwe) lidstaten. Hiervoor is een speciale afwijking van de normale regels van vrij verkeer opgenomen in de toetredingsverdragen met de nieuwe lidstaten. Deze afwijking staat bekend als de 'Specific Mechanism:
Exclusieve levering. Contractenrecht. Octrooirecht. Nokia heeft met ST een Parts Purchase Agreement gesloten. Uitgangspunt in die overeenkomst is dat voor Nokia gemaakte producten, High Amplitude Audio Capturing Microphones, niet aan anderen verkocht mogen worden. Nokia heeft ST uitgenodigd om een aanbod te doen tot ontwikkeling en productie van een nieuw soort microfoon. Daarbij is aan de aanbieders toegezegd dat een exclusiviteit van een jaar zou gelden. Hoewel ST in eerste instantie niet als leverancier is geselecteerd is zij wel met de ontwikkeling begonnen en later alsnog leverancier geworden. Zij heeft de microfoons behalve aan Nokia ook aan HTC geleverd.

Eenheidsoctrooi. Machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan krachtens artikel 329, lid 1, VWEU. Beroep tot nietigverklaring wegens onbevoegdheid, misbruik van bevoegdheid en schending van Verdragen. Voorwaarden opgesomd in artikel 20 VEU en de artikelen 326 VWEU en 327 VWEU.