Gepubliceerd op dinsdag 20 oktober 2026
IEF 23943
Hof Amsterdam ||
20 okt 2026,
Hof Amsterdam 20 okt 2026,, IEF 23943; 200.350.773/01 (de Uitgevers tegen HowardsHome), https://ie-forum.nl/artikelen/hof-amsterdam-howardshome-maakt-met-nieuwssignaleringsdienst-inbreuk-op-auteursrecht-en-persuitgeversrecht

Uitspraak ingezonden door Dirk Visser en Paul Kreijger, Visser Schaap & Kreijger. 

Hof Amsterdam: HowardsHome maakt met nieuwssignaleringsdienst inbreuk op auteursrecht en persuitgeversrecht

Hof Amsterdam 20 oktober 2026, IEF 23943; zaaknr. 200.350.773/01 (de Uitgevers tegen HowardsHome). DPG Media, Mediahuis Nederland en Mediahuis NRC (hierna: de uitgevers) hebben hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de Rechtbank Amsterdam [IEF 22332], waarin hun vorderingen wegens inbreuk op het auteursrecht, databankenrecht en persuitgeversrecht waren afgewezen. De zaak betreft de commerciële nieuwssignaleringsdienst van Knowledge Exchange B.V., handelend onder de naam HowardsHome. Deze dienst verzamelde informatie uit onder meer openbaar beschikbare RSS-feeds van de uitgevers en bood klanten tegen betaling signaleringen aan met hyperlinks, nieuwskoppen, tekstfragmenten en, indien beschikbaar, verkleinde afbeeldingen (thumbnails). Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat het overgrote merendeel van de gebruikte perspublicaties auteursrechtelijk beschermd is en dat de uitgevers gerechtigd zijn de daarop rustende auteursrechten uit te oefenen of in te roepen. Door beschermde teksten en afbeeldingen te verveelvoudigen en openbaar te maken, heeft HowardsHome inbreuk gemaakt op het auteursrecht. Het beroep op de uitzondering voor tijdelijke reproducties (artikel 13a Aw) slaagt niet, omdat de reproducties zelfstandige economische waarde hadden en de kern van de commerciële dienstverlening vormden. Ook de beroepen op de nieuwsexceptie (artikel 15 Aw), de rapportage-exceptie (artikel 16a Aw) en het citaatrecht (artikel 15a Aw) worden verworpen. Voor een geslaagd beroep op het citaatrecht is onder meer vereist dat een rechtstreeks en nauw verband bestaat tussen het geciteerde werk en de eigen beschouwingen van de gebruiker. HowardsHome voegde echter geen eigen beschouwingen toe en gebruikte de fragmenten als onderdeel van haar commerciële product. Bovendien werd niet voldaan aan de eis dat het citeren naar billijkheid geschiedt en door het bijzondere doel wordt gerechtvaardigd. Ook de tekst- en dataminingexceptie (artikel 15o Aw) biedt geen bescherming, omdat deze uitsluitend betrekking heeft op reproducties en niet op openbaarmakingen. Daarnaast kwalificeren de werkzaamheden van HowardsHome volgens het hof niet als tekst- en datamining in de zin van artikel 25a lid 3 Aw.

Het hof oordeelt daarnaast dat HowardsHome inbreuk heeft gemaakt op het persuitgeversrecht van artikel 7b Wnr. Voor de uitzondering voor het gebruik van enkele woorden of zeer korte fragmenten geldt volgens het hof geen algemene grens in aantallen woorden of tekens. De beoordeling hangt af van de concrete omstandigheden, mede gelet op het doel en de strekking van het persuitgeversrecht. De signaleringen van HowardsHome, die sinds begin 2024 maximaal 150 tekens exclusief de nieuwskop en eventueel een thumbnail bevatten, vallen volgens het hof niet onder deze uitzondering. De fragmenten waren omvangrijk genoeg om commercieel te exploiteren, waardoor het verdienmodel van de uitgevers, met name op de zakelijke markt, werd ondermijnd. Ook het verkleinen van een foto tot een thumbnail kan niet worden aangemerkt als het gebruik van een zeer kort fragment. Het opnemen van hyperlinks naar vrij toegankelijke perspublicaties levert daarentegen op zichzelf geen inbreuk op het persuitgeversrecht op. Het beroep van de uitgevers op het databankenrecht slaagt niet, omdat zij onvoldoende hebben onderbouwd dat sprake is van substantiële investeringen in de verkrijging, controle of presentatie van de inhoud van hun websites. Het mededingingsrechtelijke verweer van HowardsHome wordt wegens onvoldoende onderbouwing verworpen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart voor recht dat HowardsHome inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht en het persuitgeversrecht van de uitgevers en veroordeelt haar tot vergoeding van de daardoor geleden schade, nader op te maken bij staat. HowardsHome moet daarnaast binnen dertig dagen na betekening van het arrest een met bewijsstukken onderbouwde opgave van de inbreuken verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 1.000 per overtreding of dag, met een maximum van € 100.000. Het gevorderde stakingsbevel wordt afgewezen, omdat HowardsHome haar activiteiten op 1 oktober 2024 heeft beëindigd en geen reële dreiging van herhaling is aangetoond. De tegenvorderingen van HowardsHome worden eveneens afgewezen. HowardsHome wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.

6.18. De Uitgevers hebben terecht aangevoerd dat de manier waarop HowardsHome de perspublicaties gebruikte niet in overeenstemming is met dit contextvereiste. HowardsHome gebruikte de perspublicaties niet in verband met eigen uitlatingen of opvattingen en ging daarmee ook geen dialoog aan. Voor HowardsHome waren de perspublicaties nu juist de kern van haar product. Dat product was de signaleringsdienst die HowardsHome exploiteerde. Deze dienst draaide om de signaleringen die HowardsHome samenstelde. Deze signaleringen waren gebaseerd op de perspublicaties en bevatten citaten daaruit. HowardsHome voegde daar zelf niets aan toe.

6.19. HowardsHome heeft een beroep gedaan op artikel 15a lid 2 Aw, dat bepaalt dat onder citeren mede wordt begrepen het citeren in de vorm van persoverzichten uit in een dag-, nieuws- of weekblad of tijdschrift verschenen artikelen. Zij heeft hierover aangevoerd dat ook een persoverzicht de vereiste context kan geven. Dit betoog kan haar niet baten. Het hof heeft hiervoor in rov. 6.14 al overwogen dat HowardsHome niet als een persmedium kan worden beschouwd en haar commerciële signaleringsdienst kan daarmee niet als een persoverzicht in de zin van artikel 15a lid 2 Aw worden aangemerkt. Los daarvan geldt dat artikel 15a lid 2 Aw onverlet laat dat het citeren alleen blijft toegestaan indien aan de daaraan geldende eisen is voldaan, zoals hiervoor overwogen in rov. 6.17. Een andere uitleg zou ook in strijd zijn met het gesloten stelsel van beperkingen in de Auteursrechtrichtlijn, die in artikel 5 lid 3 onder d het begrip ‘persoverzichten’ niet noemt en voorziet in volledige harmonisatie. Zonder toelichting, die ontbreekt, kan niet worden aangenomen dat de commerciële signaleringsdienst van HowardsHome een toelaatbare context (en dus een rechtvaardiging) vormde voor het citeren uit de perspublicaties, zoals HowardsHome dat deed in haar signaleringen. Die context kan in elk geval niet gevonden worden in de door HowardsHome dan wel haar gebruikers zelf gecreëerde onderwerpen waarop binnen de signaleringsdienst van HowardsHome kon worden gezocht. HowardsHome heeft er verder op gewezen dat artikel 15a lid 2 Aw eenzelfde strekking heeft als artikel 10 lid 1 Berner Conventie. Ook dit leidt niet tot een ander oordeel omdat dit er niet aan afdoet dat deze bepalingen moeten worden uitgelegd en toegepast binnen het hiervoor genoemde geharmoniseerde Europeesrechtelijk kader.

6.20. Hier komt bij dat de signaleringsdienst van HowardsHome ook niet voldoet aan de eis dat het citeren naar billijkheid geschiedt en door het bijzondere doel wordt gerechtvaardigd. De signaleringsdienst van HowardsHome bestond, voor zover het de perspublicaties betrof, in wezen uit niets anders dan citaten daaruit, gecombineerd met een zoekfunctie voor de gebruiker van de dienst. De signaleringsdienst concurreerde daarmee, in elk geval tot op zekere hoogte, met het aanbod van de Uitgevers. Gebruikers van de signaleringsdienst die kennis hadden genomen van een signalering, zouden daarmee kunnen denken voldoende over het onderwerp daarvan te zijn geïnformeerd zodat volledige kennisneming van de bijbehorende perspublicatie niet meer nodig zou zijn. Dit doet afbreuk aan de belangen van de Uitgevers. Daarmee voldoet het citeren door HowardsHome niet aan de eis van artikel 5 lid 3 sub d Auteursrechtrichtlijn dat het citeren naar billijkheid geschiedt en door het bijzondere doel wordt gerechtvaardigd.

6.23. De Uitgevers hebben er terecht op gewezen dat de tekst- en dataminingexceptie alleen op reproductie ziet en niet op openbaarmaking. Het hof heeft hiervoor geoordeeld dat HowardsHome de perspublicaties niet alleen heeft verveelvoudigd (gereproduceerd) maar ook openbaar heeft gemaakt. Alleen al hierom staat een beroep van HowardsHome op artikel 15o Aw niet in de weg aan toewijzing van de vorderingen van de Uitgevers wegens auteursrechtinbreuk.

6.24. Ook los daarvan kan het handelen van HowardsHome niet als toegestane tekst- en datamining worden aangemerkt. Tekst- en datamining is in artikel 25a lid 3 Aw gedefinieerd als een geautomatiseerde analysetechniek die gericht is op de ontleding van tekst en gegevens in digitale vorm om informatie te genereren zoals, maar niet uitsluitend, patronen, trends en onderlinge verbanden. HowardsHome richtte zich met haar signaleringsdienst op het selecteren van voor haar klanten geschikte nieuwsberichten. Zij genereerde op die manier, met gebruikmaking van de tekst en in voorkomend geval het fotomateriaal van de oorspronkelijke perspublicaties, signaleringen voor haar klanten. Dat soort werkzaamheden valt niet onder het gebruik van een analysetechniek in de hiervoor bedoelde zin.

6.32. Dit leidt tot de slotsom dat in deze procedure niet kan worden aangenomen dat de websites als een databank in de zin van de Databankenwet hebben te gelden. Dat betekent dat de vorderingen van de Uitgevers voor zover gebaseerd op het databankenrecht niet toewijsbaar zijn.

6.42. Tegen deze achtergrond is het hof van oordeel dat de signaleringen van HowardsHome, ook als zij beperkt waren tot maximaal 150 tekens (exclusief de kop), te groot van omvang waren om als ‘enkele woorden of korte fragmenten’ te worden beschouwd. De signaleringen waren van een zodanige omvang dat deze HowardsHome in staat stelden ze via haar signaleringsdienst tegen betaling aan haar klanten aan te bieden. Dit terwijl HowardsHome zelf niet betaalde voor de content van de Uitgevers (de perspublicaties) waarop haar signaleringen waren gebaseerd. Het hof heeft hiervoor in rov. 6.26 overwogen dat ook het bedienen van de zakelijke markt valt onder de normale exploitatie van de Uitgevers. Door het gebruik van signaleringen die een zodanige omvang hadden dat zij zich leenden voor commerciële exploitatie, ondermijnde HowardsHome het verdienmodel van de Uitgevers, in elk geval op de zakelijke markt. Daar komt bij dat gelet op de omvang van de signaleringen het publiek (c.q. gebruikers van een signaleringsdienst) na kennisneming daarvan zou(den) kunnen denken voldoende over het onderwerp te zijn geïnformeerd, en om die reden zou kunnen afzien van het (tegen betaling) afnemen van de desbetreffende volledige perspublicatie van de Uitgevers. Ook op deze manier werd het verdienmodel van de Uitgevers ondermijnd, althans bestond daarvoor minst genomen een voldoende concrete dreiging. De omstandigheid dat gebruikers van de signaleringsdienst van HowardsHome in bepaalde gevallen er wel voor zouden kiezen om (tegen betaling) kennis te nemen van de volledige perspublicatie, doet hier niet aan af.

6.44. HowardsHome heeft betwist dat afbeeldingen of foto's onder het beschermingsbereik van het persuitgeversrecht kunnen vallen. Die betwisting gaat niet op. Uit overweging (56) van de DSM-richtlijn blijkt dat perspublicaties ook foto's kunnen bevatten. De omstandigheid dat een perspublicatie een thumbnail (een verkleind weergegeven foto) bevat, maakt het hiervoor gegeven oordeel niet anders. Het enkel verkleinen van een foto kan niet worden gezien als het gebruik van een heel kort fragment.

6.45. HowardsHome heeft ook gewezen op een opmerking in de Memorie van Toelichting bij artikel 7b Wnr, waarin staat dat het overnemen van een verkleind weergegeven foto kan vallen onder het citaatrecht en dan is toegestaan. HowardsHome heeft ook overigens een beroep gedaan op het in artikel 10 aanhef en onder b Wnr opgenomen citaatrecht. Het hof verwerpt dit beroep. Het heeft hiervoor al geoordeeld dat het beroep van HowardsHome op het auteursrechtelijk citaatrecht niet opgaat. Voor het citaatrecht van artikel 10 aanhef en onder b Wnr geldt hetzelfde.