Gepubliceerd op vrijdag 15 mei 2026
IEF 23553
Rechtbank Den Haag ||
29 apr 2026
Rechtbank Den Haag 29 apr 2026, IEF 23553; ECLI:NL:RBDHA:2026:10358 ([eiser] tegen Clingendael), https://ie-forum.nl/artikelen/rb-den-haag-geen-overdracht-auteursrechten-aan-clingendael-op-rapportages-west-afrika

Rb. Den Haag: geen overdracht auteursrechten aan Clingendael op rapportages West-Afrika

Rb. Den Haag 29 april 2026, IEF 23553; ECLI:NL:RBDHA:2026:10358 ([eiser] tegen Clingendael). De Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat Clingendael geen auteursrechten heeft verkregen op rapportages van een onafhankelijk adviseur over geweldsincidenten in West-Afrika. Partijen werkten van 2022 tot en met 2024 samen op basis van opdrachtovereenkomsten waarbij de adviseur informatie uit zijn eigen netwerk verzamelde en verwerkte in wekelijkse rapportages voor Clingendael. Nadat de samenwerking over 2025 stukliep wegens een discussie over overdracht van het netwerk van de adviseur, weigerde Clingendael een openstaande factuur van €7.000 te betalen en stelde zij dat de adviseur met een later voor de Konrad-Adenauer-Stiftung opgesteld rapport inbreuk maakte op haar auteursrechten, bedrijfsgeheimen en databankenrechten. De rechtbank verwerpt die stellingen. Volgens de rechtbank voorziet artikel 9 van de opdrachtovereenkomsten niet in overdracht van auteursrechten. De bepaling dat “all rights of usage, including all secondary rights” eigendom van Clingendael zouden zijn, ziet volgens de rechtbank op gebruiksrechten en niet op overdracht van auteursrechten als vermogensrechten. Daarbij benadrukt de rechtbank dat art. 2 Auteurswet voor overdracht van auteursrechten een daadwerkelijke akte vereist die expliciet op die overdracht is gericht. Omdat tussen professionele partijen geen dergelijke overdrachtsakte was opgenomen, blijven eventuele auteursrechten bij de adviseur rusten. De rechtbank hoeft daarom niet meer te beoordelen of de rapportages of de daarin opgenomen nieuwsfeiten auteursrechtelijk beschermd zijn. Ook de stelling dat de adviseur verplicht was Clingendael toegang te geven tot zijn netwerk wordt verworpen: uit de overeenkomsten, correspondentie en financiering van het netwerk volgt volgens de rechtbank geen dergelijke verplichting.

Ook de overige IE-grondslagen van Clingendael falen. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van bedrijfsgeheimen in de zin van de Wbbg, omdat Clingendael onvoldoende concreet had gemaakt welke informatie precies geheim zou zijn en bovendien onvoldoende redelijke maatregelen had genomen om die informatie geheim te houden; in de overeenkomsten ontbrak bijvoorbeeld een geheimhoudingsbeding en het security protocol was niet contractueel van toepassing verklaard. Daarnaast laat de rechtbank in het midden of sprake is van een beschermde databank in de zin van de Databankenwet, omdat in elk geval geen sprake was van opvraging of hergebruik van een databank van Clingendael. De adviseur had de informatie immers zelf verzameld via zijn eigen netwerk, zodat geen sprake was van “ontlening” aan een databank van Clingendael. Omdat geen contractuele verplichtingen waren geschonden en evenmin sprake was van auteursrechtinbreuk, schending van bedrijfsgeheimen of databankenrechten, wijst de rechtbank ook de door Clingendael gevorderde schadevergoeding van €46.050 af. De openstaande factuur van €7.000 wordt juist toegewezen, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 30 december 2024, omdat vaststaat dat de werkzaamheden voor de vierde contractuele mijlpaal waren voltooid en Clingendael de betaling daarvan niet mocht opschorten met een beroep op de gestelde IE-inbreuken. Ten slotte veroordeelt de rechtbank Clingendael grotendeels als verliezende partij in de proceskosten. Voor het auteursrecht- en databankenrechtdeel past de rechtbank art. 1019h Rv toe en voor het overige deel van de zaak het liquidatietarief, wat resulteert in een proceskostenveroordeling van ruim €22.000.

Geen overdracht van auteursrechten

4.6.

De rechtbank constateert dat [eiser] diensten heeft verricht voor Clingendael in het kader van de opdrachtovereenkomsten. Voor zover [eiser] auteursrechtelijk beschermde werken heeft gecreëerd bij de uitvoering van de opdrachten, is [eiser] de maker van die werken in de zin van artikel 1 Aw en dus auteursrechthebbende op die werken.

4.7.

Partijen verschillen van mening over de vraag of de auteursrechten aan Clingendael zijn overgedragen in de zin van artikel 2 lid 1 Aw in verbinding met artikel 3:84 BW. Volgens Clingendael voorziet artikel 9 van de opdrachtovereenkomsten in de overdracht van auteursrechten. Desgevraagd heeft Clingendael ter zitting toegelicht dat partijen met deze bepaling bedoeld hebben om de overdracht van alle rechten te regelen, dat wil zeggen alle rechten die van toepassing zijn op de diensten die [eiser] in het kader van de opdrachtovereenkomsten heeft verricht en de rapporten die hij in het kader daarvan heeft opgesteld, en dus ook de eventuele auteursrechten. [eiser] betwist dat artikel 9 van de opdrachtovereenkomsten voorziet in de overdracht van auteursrechten.

4.8.

De rechtbank overweegt als volgt. Een gezichtspunt bij de uitleg van een bepaling uit een overeenkomst wordt gevormd door de bewoordingen van het beding. De wederzijdse verwachtingen van partijen zijn mede op de formulering van die tekst gebaseerd. De tekst van de eerste zin van artikel 9 van de opdrachtovereenkomsten bepaalt: ‘All rights of usage, including all secondary rights, applying to the services and reports specified in §1 of this contract will be the property of the Clingendael Institute’. Uit deze bepaling blijkt dus dat alle rechten van gebruik, inclusief alle secundaire rechten, die van toepassing zijn op de diensten die zijn verricht en de rapporten die zijn opgesteld in het kader van de opdrachtovereenkomsten, vallen in het vermogen van Clingendael. Naar het oordeel van de rechtbank zijn met de woorden ‘all rights of usage’, ofwel alle rechten van gebruik, geen auteursrechten bedoeld. Auteursrechten zijn (intellectuele) eigendomsrechten en geen gebruiksrechten (dat wil zeggen: rechten om van een goed of een zaak van een ander gebruik te maken). Een omstandigheid die de rechtbank hierbij betrekt is dat het hier gaat om een overeenkomst tussen professionele partijen, waarbij uit de uitlatingen van Clingendael tijdens de mondelinge behandeling volgt dat zij veelvuldig dit soort overeenkomsten sluit. Ook met de woorden ‘all secondary rights’, ofwel alle secundaire rechten, zijn naar het oordeel van de rechtbank geen auteursrechten bedoeld. Uit het daaraan voorafgaande woord ‘including’, ofwel inclusief, blijkt dat met secundaire rechten ook gebruiksrechten bedoeld zijn. De uitleg die Clingendael aan deze bepaling geeft, namelijk dat bedoeld zou zijn om alle rechten over te dragen en dus ook (intellectuele) eigendomsrechten, wijst de rechtbank van de hand. Dit volgt niet uit de tekst van de opdrachtovereenkomsten. Clingendael heeft – tegenover de gemotiveerde betwisting door [eiser] – geen stukken overgelegd of anderszins voldoende gemotiveerd omstandigheden gesteld die een dergelijke, van de tekst afwijkende, uitleg kunnen onderbouwen.

4.9.

De tekst van de tweede zin van artikel 9 van de opdrachtovereenkomsten luidt: ‘The Contractor agrees not to use the reports for other purposes or publish the study either in hardcopy or electronic form without written authorisation from the Clingendael Institute.’ Ook op deze bepaling heeft Clingendael zich beroepen ter onderbouwing van het standpunt dat een overdracht van auteursrechten heeft plaatsgevonden. Uit de geciteerde tekst volgt een (verbintenisrechtelijke) verplichting voor [eiser] om de rapporten niet voor andere doeleinden te gebruiken, of om de rapporten te publiceren, zonder toestemming van Clingendael. Deze zin gaat niet over de overdracht van auteursrechten. Bij dit oordeel heeft de rechtbank ook de context betrokken waarin deze bepaling is opgenomen. In het eerste lid van artikel 9 zijn gebruiksrechten verleend (zie hiervoor in 4.8). In het verlengde daarvan komt een bepaling zoals het tweede lid, waarin degene die dergelijke rechten verleent zich verbindt om de bevoegdheid niet zelf uit te oefenen, niet onlogisch voor.

4.10.

Artikel 9 van de opdrachtovereenkomsten voorziet dus niet in de overdracht van auteursrechten. Een andere basis voor overdracht van auteursrechten van [eiser] aan Clingendael is niet kenbaar gesteld en daarvan is ook niet gebleken. De rechtbank hoeft hierdoor niet meer in te gaan op de vraag of de rapporten en/of de nieuwsfeiten auteursrechtelijk beschermde werken zijn.11 Voor zover dat al zo is, rusten de auteursrechten op die werken bij [eiser] en niet bij Clingendael. [eiser] heeft daarom, door het opstellen van het KAS-rapport, ook geen inbreuk kunnen maken (en gemaakt) op auteursrechten waarop Clingendael zich beroept. De rechtbank zal daarom de door Clingendael gevorderde verklaring voor recht dat [eiser] met het gebruik van de aan Clingendael gerapporteerde informatie in het KAS-rapport inbreuk heeft gemaakt op haar auteursrecht (vordering 2 in reconventie) afwijzen, net als het door Clingendael gevorderde en op haar vermeende auteursrecht gestoelde verbod op het gebruik althans de openbaarmaking van die informatie (vordering 3 in reconventie).

4.11.

De rechtbank zal eveneens de door [eiser] gevorderde (negatieve) verklaring voor recht afwijzen (vordering II in conventie), te weten dat [eiser] geen inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van Clingendael. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] onvoldoende belang bij deze vordering. Volgens [eiser] is zijn belang bij deze verklaring voor recht erin gelegen dat Clingendael aanspraak maakt op haar auteursrechten die volgens haar op de rapporten en de daarin opgenomen nieuwsfeiten rusten, waardoor [eiser] wordt beperkt in zijn overige werkzaamheden voor derden en daarmee inkomsten misloopt. Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat Clingendael geen auteursrechten heeft op de rapporten en/of de daarin opgenomen informatie, is er geen grond voor Clingendael om nog aanspraak te maken op (het bestaan van en de inbreuk op) die rechten. Hierdoor is ook niet te verwachten dat [eiser] nog zal worden beperkt in zijn werkzaamheden voor derden en daarmee inkomsten misloopt.