4 mrt 2026,
Sonna schendt vaststellingsovereenkomst met Vlisco door merk- en auteursrechtinbreuken
Rb. Oost-Brabant 4 maart 2026, IEF 23759; ECLI:NL:RBOBR:2026:1554 (Vlisco tegen Sonna). Vlisco en stoffenhandelaar Sonna sluiten op 1 februari 2024 een vaststellingsovereenkomst om een eerder geschil over inbreuken op de IE-rechten van Vlisco te beëindigen. Sonna verplicht zich daarin onder meer om geen inbreuk te maken op de merken, auteursrechten en modelrechten van Vlisco en om bepaalde inbreukmakende producten te vernietigen. Daarna constateert Vlisco verschillende nieuwe overtredingen. De rechtbank oordeelt onder meer dat de aanduiding SUPER WAX op voor Sonna bestemde stoffen verwarringwekkend overeenstemt met Vlisco’s Uniewoordmerk SUPER-WAX. Ook bepaalde logo’s op de stoffen stemmen verwarringwekkend overeen met een beeldmerk van Vlisco. Voor de afzonderlijke labels geldt dat niet, omdat daarbij volgens de rechtbank meer verschillen dan overeenkomsten bestaan en het verwarringsgevaar gering is. Daarnaast genieten verschillende Vlisco-dessins auteursrechtelijke bescherming. De door Sonna gebruikte versies van onder meer het parasolbloemendessin en dessin 14-2987 maken daarop inbreuk, omdat de verschillen van ondergeschikte aard zijn en de totaalindruk overeenstemt. Ook bij een proefaankoop stelt de rechtbank zowel een merkinbreuk als een auteursrechtinbreuk vast. Verder levert het online tonen van beschermde dessins en het gebruik van de tekens SUPER WAX, SUPERWAX, Superwax en Grand Superwax op de website van Sonna schendingen van de vaststellingsovereenkomst op. Niet alle verwijten van Vlisco slagen. Zo kan de rechtbank op basis van het beschikbare beeldmateriaal niet vaststellen dat een jurk met een stoelendessin auteursrechtinbreuk maakt. Ook leveren de door Vlisco als misleidend aangemerkte aanduidingen op de door de douane tegengehouden stoffen binnen de specifieke afspraken van de vaststellingsovereenkomst geen schending op.
Omdat Sonna de vaststellingsovereenkomst op verschillende punten schendt, verbeurt zij contractuele boetes. Voor de bij de douane onderschepte stoffen kent de rechtbank € 425.000 toe, uitgaande van € 200 per betwist product. Voor de drie bij de proefaankoop verkochte stoffen bedraagt de boete € 600. De veel hogere door Vlisco gevorderde dagboete voor het niet tijdig vernietigen van die drie stoffen wordt niet gevolgd: een redelijke uitleg van het boetebeding brengt volgens de rechtbank in deze omstandigheden mee dat wordt uitgegaan van € 200 per verkocht product. Voor de vastgestelde inbreuken op de website kent de rechtbank daarnaast € 67.000 toe. Daarmee komt het totaal aan verbeurde boetes op € 492.600. Het beroep van Sonna op matiging op grond van artikel 6:94 BW slaagt niet. De rechtbank acht van belang dat professionele partijen, bijgestaan door advocaten, bewust een boetebeding zijn overeengekomen en ziet onvoldoende grond voor het oordeel dat toepassing daarvan tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat leidt. Sonna onderbouwt bovendien niet dat betaling van de boete tot haar faillissement zal leiden. Zij moet daarnaast gespecificeerde informatie verstrekken over onder meer leveranciers, professionele afnemers, aantallen en prijzen van de inbreukmakende producten. Omdat beide partijen op onderdelen in het ongelijk worden gesteld, compenseert de rechtbank de proceskosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
De gestelde schendingen van de vso:
4.2.
Vlisco stelt zich op het standpunt dat Sonna in vier gevallen de afspraken van partijen in de vso heeft overtreden.
Ten eerste heeft de Belgische douane op 30 mei 2024 een lading stoffen tegengehouden die bestemd was voor Sonna. Een deel van die stoffen was volgens Vlisco voorzien van dessins, merken en/of tekens die inbreuk maken op haar intellectuele eigendomsrechten. Met de invoer van die stoffen heeft Sonna gehandeld in strijd met de afspraken in de vso, aldus Vlisco.
Ten tweede stelt Vlisco dat Sonna op 22 maart 2025 in haar winkel in Antwerpen een aantal inbreukmakende stoffen aan (een partner van een medewerker van) Vlisco heeft verkocht.
Ten derde heeft (de advocaat van) Vlisco op 8 juni 2024 geconstateerd dat Sonna in haar winkel in Antwerpen een jurk heeft geëtaleerd, van een stof die inbreuk maakt op het auteursrecht van Vlisco en dus op de vso.
Ten slotte stelt Vlisco dat zij heeft geconstateerd dat Sonna op haar website inbreuk maakt op de intellectuele eigendomsrechten van Vlisco.
Daarbij heeft Vlisco zich op het standpunt gesteld dat deze schendingen van de vso beoordeeld dienen te worden aan de hand van het wettelijk kader omtrent inbreuken op intellectuele eigendom, nu de kernverplichting in de vso betreft dat Sonna zich zal “onthouden van iedere on- of offline inbreuk op de IE-rechten”. De rechtbank zal deze vier gevallen hierna verder bespreken, mede aan de hand van het wettelijk kader omtrent inbreuken op intellectuele eigendom, waarbij de vso tussen partijen voorop staat.