Databankenrecht  

IEF 5132

Autodelen

gpd.gifVzr. Rechtbank Utrecht, 21 november 2007, LJN: BB8341, Wegener IICT Media B.V., tegen Innoweb B.V.

Nootwaardig vonnis. Wel databank in de zin van de Databankenwet, maar geen inbreuk. Inbreuk zou kunnen, maar is i.c. volgens de voorzieningenrechter niet aannemelijk. Het is namelijk niet aannemelijk dat een zodanig gedeelte van de databank wordt overgenomen dat Gaspedaal.nl daardoor substantieel profiteert van de commerciële waarde van de databank, dan wel substantiële schade toebrengt aan (de exploitatiemogelijkheden van) de databankproducent Autotrack.nl.

Gedaagde Innoweb exploiteert via de website Gaspedaal.nl een gespecialiseerde internet-zoekmachine. De zoekmachine doorzoekt het occasionaanbod t op een aantal gespecialiseerde autosites, onder andere AutoScout24, AutoTelegraaf, AutoTrader, Autobytel, AutoDealers, Nederland Mobiel en AutoTrack. De zoekresultaten geven o.a. een foto, een korte beschrijving en een hyperlink naar de originele advertentie weer.

Autotrack.nl, een website van eiser Wegener, wordt weliswaar door de voorzieningenrechter als een databank in de zin van de databankenwet aangemerkt, er is substantieel geïnvesteerd en het geen afgeleide is van een kernactiviteit (zoals bijvoorbeeld websites van makelaars) en er is weliswaar sprake van opvraging en hergebruiken in de zin van artikel 1 lid 1 subs c en d Dw,, maar Gaspedaal.nl  maakt geen inbreuk.

“4.15.  Gesteld noch gebleken is dat Innoweb de gehele AutoTrack.nl databank opvraagt of hergebruikt.

4.16.  Het is verder – mede gelet op de gemotiveerde betwisting van Innoweb – onvoldoende aannemelijk dat Innoweb (Gaspedaal.nl) – een in kwalitatief of kwantitatief opzicht substantieel deel van de AutoTrack.nl databank opvraagt of hergebruikt. Volgens de Memorie van Toelichting is van een substantieel gedeelte sprake wanneer een zodanig gedeelte van een databank wordt overgenomen dat de opvrager of hergebruiker daardoor substantieel profiteert van de commerciële waarde van de databank, dan wel substantiële schade toebrengt aan (de exploitatiemogelijkheden van) de databankproducent.

Feiten en omstandigheden waaruit volgt dat dit het geval is, zijn onvoldoende gebleken.
Daarbij wordt in aanmerking genomen dat Gaspedaal.nl per keer maar een uiterst klein deel van de AutoTrack.nl databank opvraagt en hergebruikt, namelijk de foto van de gevonden occasion(s) en de gegevens met betrekking tot merk, type, bouwjaar en kilometerstand van de gevonden occasion(s), die aan de zoekopdracht van de bezoeker voldoen.

4.17.  Het is verder onvoldoende aannemelijk dat sprake is van het herhaald of systematisch opvragen van niet-substantiële gedeelten van de databank zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 sub b Dw. Dit wordt als volgt toegelicht.

4.17.1.  Het herhaald of systematisch opvragen van niet-substantiële gedeelten van de databank is niet toegestaan voorzover dit in strijd is met de normale exploitatie van die databank of ongerechtvaardigde schade toebrengt aan de rechtmatige belangen van de producent van de databank. De bepaling is er vooral op gericht te voorkomen dat steeds opnieuw kleine gedeelten van een databank, die gezien de databank als geheel, niet-substantieel zijn, opgevraagd of hergebruikt worden zodat de databank als het ware stukje bij beetje wordt “uitgemolken”. Alleen het herhaald en systematisch opvragen en/of hergebruiken van niet-substantiële delen van de inhoud van een databank dat door zijn cumulatieve werking ernstige schade toebrengt aan de investering van de samensteller van de databank kan op grond van deze bepaling worden verboden.

4.17.2.  Het is op grond van de volgende overwegingen onvoldoende aannemelijk dat Innoweb – zoals Wegener stelt – door haar handelswijze ongerechtvaardigde schade toebrengt aan de investering van Wegener. Dat het aantal bezoekers van AutoTrack.nl is afgenomen als gevolg van het op de markt komen van Gaspedaal.nl is niet gesteld of gebleken. In tegendeel, Wegener heeft gesteld het voor mogelijk te houden dat het nu nog wel meevalt met het verlies aan “kliks”. Wegener heeft haar stelling, inhoudende dat door de werkwijze van Innoweb (Gaspedaal.nl) het aantal bezoekers van AutoTrack.nl in de toekomst drastisch zal afnemen tegenover de betwisting door Innoweb onvoldoende onderbouwd.

In dit verband is van belang dat het op voorhand niet is uitgesloten is dat – zoals Innoweb aanvoert – naast potentiële nadelen voor Wegener, ook rekening moet worden gehouden met potentiële voordelen voor haar als gevolg van het op de markt komen van Gaspedaal.nl. In het bijzonder heeft Innoweb gewezen op de mogelijke aanzuigende werking, die voor Autotrack.nl kan uitgaan van de doorklikmogelijkheid op Gaspedaal.nl, en dat deze aanzuigende werking een eventuele terugloop van het aantal (initiële) bezoekers van AutoTrack.nl kan beperken of opheffen. Er kan dan ook in dit geding niet op voorhand van worden uitgegaan dat het aantal bezoekers van AutoTrack.nl als gevolg van het op de markt komen van Gaspedaal.nl zal teruglopen. Dit betekent dat evenmin kan worden aangenomen dat – als Wegener stelt en Innoweb betwist – vanwege de terugloop van het aantal bezoekers van AutoTrack.nl de occasionbedrijven hun abonnementen bij Wegener zullen opzeggen en dat daardoor een terugloop van de inkomsten van Wegener te verwachten is. Teneinde hierover zekerheid te verkrijgen, zou een nader onderzoek naar de feiten en mogelijk bewijslevering nodig zijn, waarvoor dit kort geding zich echter niet leent.”

4.18.  Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het onvoldoende aannemelijk is dat Innoweb inbreuk maakt op het databankrecht van Wegener.”

Volgens de Voorzieningenrechter is inbreuk op geschriftenbescherming, op de gehanteerde voorwaarden of een aparte onrechtmatige daad is ook niet aan de orde.

“4.23. Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de resultatenlijst van Gaspedaal.nl niet als een eenvoudige herhaling is te beschouwen van de resultatenlijst van AutoTrack.nl. Hiervoor is van belang dat Wegener zich op de bescherming van een “rudimentair” geschrift beroept, hoofdzakelijk bestaande uit enige technische gegevens en cijfers. Van overneming met wijzigingen van minder ingrijpende aard is – in tegenstelling tot wat Wegener meent – daarom geen sprake.”

Omdat er naast geschriftenbescherming geen beroep is gedaan op het auteursrecht, komt het 155 tekens-criterium (de zaak Jaap.nl) niet aan de orde (de overweging in 4.6. (uiterst klein deel) doet daar wel aan denken). 

Ook van een onrechtmatige daad is geen sprake. Innoweb exploiteert geen autosite en treedt niet in directe concurrentie met Wegener. Zij ontleent haar informatie aan die van de website van onder andere Wegener en maakt dat naar buiten duidelijk. Het is onvoldoende aannemelijk geworden dat van misleiding of van reputatieschade aan de zijde van Wegener sprake is.

Ook de vordering op grond van de algemene vorowaarden op de website van Autotrack.nl slaagt niet. Door het op een website vermelden van algemene voorwaarden / gebruiksvoorwaarden kan Wegener niet eenzijdig een recht voorbehouden dat zij anders niet bezit.

Naar afspraak van partijen bedragen de proceskosten op grond van artikel 1019h  € 39.000,-. Aangezien de vorderingen worden afgewezen komen deze kosten voor rekening van eiser Wegener.

Lees het vonnis hier.

IEF 5130

Eerst even voor jezelf lezen

1- GvEA, 21 november 2007, T-111/06, Wesergold Getränkeindustrie GmbH & Co. KG tegen OHIM Lidl Stiftung & Co. KG(nog niet beschikbaar in het Nederlands).

Oppositieprocedure. Ouder woordmerk VITAFIT tegen Gemeenschapsmerkaanvrage beeldmerk VITAL FIT. “Nach alledem ist festzustellen, dass die Beschwerdekammer zu Recht zu dem Ergebnis gelangt ist, dass für die maßgeblichen Verkehrskreise die Gefahr von Verwechslungen zwischen den einander gegenüberstehenden Marken besteht.”

Lees het arrest hier

2- GvEA, 20 november 2007, T-149/06, Castellani SpA tegen OHIM/ Markant Handels und Service GmbH.

Oppositieprocedure. Oudere nationale woordmerken CASTELLUM en CASTELLUCA tegen Gemeenschapsmerkaanvrage beeldmerk CASTELLANI.

“Anders dan in de bestreden beslissing werd gesteld, volstaat dus bij globale beoordeling van de betrokken merken het visuele, fonetische en begripsmatige verschil tussen de conflicterende tekens om verwarringsgevaar bij de gemiddelde Duitse consument als gevolg van de gelijkenissen tussen de beide tekens te verhinderen, ook al zijn de erdoor aangeduide waren dezelfde.Uit het voorgaande volgt dat het enige middel van verzoekster moet worden aanvaard en dat de bestreden beslissing derhalve moet worden vernietigd.”

Lees het arrest hier.

3- Rechtbank Amsterdam, 31 oktober 2007, HA ZA 02-960, Diverse entertainers tegen Stichting ter Exploitatie van Naburige Rechten (met dank aan SENA).

Prejudiciële vragen: “(…) ziet de rechtbank aanleiding om het HvJ EG te vragen of een lidstaat in strijd handelt met het doel en de strekking van de Richtlijn, indien hij oordeelt dat een de producer die betrokken is bij het maken van de arrangementen voor een op te nemen werk en voorts de instrumenten en sessiemuzikanten uitkiest, speelinstructies en zanginstructies geeft, het tempo, de dynamiek, de frasering, de timing en de klankkeuze van het op te nemen werk bepaalt en zijn invloed op de verschillende deelopnamen en de mixage daarvan uitoefent, niet onder het bergip uitvoerend kunstenaar in de zin van artikel 8 van de Richtlijn 2006/115/EG kan worden gebracht.”

Lees het vonnis hier.

4- Vzr. Rechtbank Assen, 19 november 2007, KG ZA 07-197, Van Leent tegen Uitgeverij Akasha en SIfra V.O.F.(met dank aan Croon Davidovich).

Auteursrovereenkomst. “De voorzieningenrechter moet er derhalve voorshands van uitgaan dat het auteursrecht van Van leent op het werk "Achter de sluiers van ons bestaan“ niet is overgedragen aan Akasha, maar bij Van Leent berust.”

Lees het vonnis hier.

5- Vzr. Rechtbank Utrecht, 21 november 2007, LJN: BB8341, Wegener IICT Media B.V., tegen Innoweb B.V.

Gaspedaal.nl. “Het is onvoldoende aannemelijk dat Innoweb met haar zoekmachine Gaspedaal.nl onrechtmatig tegenover Wegener handelt. Niet gebleken is dat deze zoekmachine inbreuk maakt op het databankenrecht van Wegener met betrekking tot de autosite AutoTrack.nl. Er is geen sprake van inbreuk op de geschriftenbescherming en handelen in strijd met de gebruiksvoorwaarden van Wegener.”

Lees het vonnis hier.

IEF 4838

Voorbehouden aan

Kamerstuk 30968, nr. A, 1e Kamer. Regels omtrent de basisregistraties adressen en gebouwen (Wet basisregistraties adressen en gebouwen); Gewijzigd voorstel van wet.

Artikel 32
1. Op verzoek:
a. verlenen burgemeester en wethouders eenieder inzage in het adressenregister, het gebouwenregister, de adressenregistratie en de gebouwenregistratie;
b. verleent de Dienst eenieder inzage in de landelijke voorziening;
c. verstrekken burgemeester en wethouders aan eenieder de in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie opgenomen gegevens, en
d. verstrekt de Dienst aan eenieder de in de landelijke voorziening opgenomen gegevens.

Artikel 33
Bij verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 32, eerste lid:
a. is het auteursrecht voorbehouden, en
b. zijn de rechten, bedoeld in artikel 2 van de Databankenwet, voorbehouden aan burgemeester en wethouders onderscheidenlijk de Dienst.

Lees het gehele kamerstuk hier.

IEF 4150

Vanwege de interdepartementale overlegstructuur

ehb.gifKamerstukken. Niet-dossierstuk just070356, 2e Kamer. Handhaving. Brief van de minister van Justitie over uitstelbericht Kabinetsstandpunt richtlijn handhaving intellectuele eigendomsrechten

“Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juni 2007

Onder verwijzing naar uw brief van 25 mei 2007, met kenmerk 07-Just-B-033, met het verzoek om uiterlijk dinsdag 5 juni a.s. het kabinetsstandpunt over de richtlijn betreffende de maatregelen en procedures om de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te waarborgen aan de Kamer te doen toekomen, deel ik u mee dat de genoemde datum -vanwege de interdepartementale overlegstructuur- helaas niet kan worden gehaald.

Naar verwachting zal het kabinetsstandpunt, dat neergelegd wordt in een BNC-fiche, u in week 25 toekomen. 

De Minister van Justitie, E.M.H. Hirsch Ballin

IEF 4059

Niet in rechte komen vast te staan

nbvac.gifRechtbank ’s-Hertogenbosch, sector Kanton, 28 maart 2007, zaaknummer 490951, 07/304: Hufkens Human Resources B.V. tegen NoordBrabantVacature B.V. en L.G.W. Linders (met dank aan Jos van der Wijst, Bogaerts en Groenen Advocaten).

Beschikking in verzoekschriftprocedure over Limburgse en Brabantse vacaturebanken.

Hufkens (verzoekster) gebruikt sinds 1999 de namen Limburgvac en Limburgvacature en heeft daarmee vergelijkbare domeinnamen in gebruik. Sinds 2002 heeft Hufkens ook de domeinnamen brabantvac.nl en brabantvacature.nl. Sinds 2004 is NoordBrabantacature (verweerster sub 1) een Brabantse internetvacaturebank gestart onder de naam NoordBrabantVacature.nl.

Beide partijen zijn actief met het verzorgen van zogenaamde internetvacaturebanken, waarbij via internet werkbiedende werkgevers en werkzoekenden bij elkaar worden gebracht.

Hufkens voert aan: “NBV koos bewust voor namen die nagenoeg gelijk zijn aan die van de bestaande vacaturebanken van Hufkens, terwijl het werkterrein zowel inhoudelijk al geografisch gelijk is aan dat van Hufkens, daarmee bij de (potentiële) cliënten verwarring wekkend.”
Eerst ter terechtzitting blijkt dat Hufkens primair aan zijn vordering ten grondslag legt overtreding van het verbod van artikel 5 Hnw.

Volgens de kantonrechter haalt Hufkens, procederende bij haar directeur, de handels- en domeinnamen door elkaar, maar het is duidelijk dat voor zover er bij het publiek verwarring is ontstaan, deze gelegen is in het gebruik van de door partijen gehanteerde domeinnamen. ‘Op geen enkele wijze is aannemelijk gemaakt dat door de door NoordBrabantVacature gevoerde handelsnaam verwarring bij het publiek is ontstaan c.q. valt te duchten. Dat er mogelijk verwarring is ontstaan of valt te duchten door de gevoerde domeinnamen valt echter niet onder het bepaalde bij de Handelsnaamwet.’ In dat kader wenst de kantonrechter nog op te merken dat zij na het intypen bij Google van de zoekterm “vacatures noord brabant” wordt verwezen naar honderden sites, met vele nagenoeg gelijkluidende namen. De primaire grondslag voor het verzoek is niet komen vast te staan.

Voor wat betreft de subsidiaire grondslag (onrechtmatig gebruikmaken van kennis door NoordBrabanktVacature) is met deze verzoekschriftprocedure de verkeerde rechtsingang gebruikt.

De verzoeken worden als ongegrond afgewezen en Hufkens wordt als in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure veroordeeld (€500,-).

Lees de beschikking hier.

IEF 4026

Koelman zoekt alle huizen

Noot Kamiel Koelman (Bousie Advocaten) bij Gerechtshof Arnhem,  4 juli 2006, 06/416. Drieman Makelaardij , Borgdorff Makelaars & NVM tegen Alletekoopstaandehuizen.nl B.V.(IEF 2288, 4 juli 2006). De noot is eerder gepubliceerd in AMI 2007, p. 93.

“Mogelijk heeft het Arnhemse hof het HvJEG niet helemaal goed begrepen. De Nederlandse rechter lijkt de zogenaamde spin-off-theorie toe te passen, terwijl de Europese die theorie lijkt af te wijzen en slechts stelt dat moet worden aangetoond dat (substantieel) is geïnvesteerd in het verzamelen van de gegevens i.p.v. in de creatie ervan.”

Lees de gehele noot hier.

 

IEF 3729

Aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden

stb.gifStaatsblad 2007, 108. Publicatie implementatiewetgeing handhavingsrichtlijn: Wet van 8 maart 2007 tot aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Auteurswet 1912, de Wet op de naburige rechten, de Databankenwet, de Handelsnaamwet, de Wet van 28 oktober 1987, houdende regelen inzake de bescherming van oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten (Stb. 484), de Zaaizaaden plantgoedwet 2005 en de Landbouwkwaliteitswet ter uitvoering van Richtlijn nr. 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PbEG L 195)

'Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.  Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het nodig is het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Auteurswet 1912, de Wet op de naburige rechten, de Databankenwet, de Handelsnaamwet, de Wet van 28 oktober 1987, houdende regelen inzake de bescherming van oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten (Stb. 484), de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 en de Landbouwkwaliteitswet aan te passen aan Richtlijn nr. 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PbEG L 195).

(…) Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst (Uitgegeven de tweeëntwintigste maart 2007, d.w.z. in werking per 1 mei 2007 – IEF) . Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te ’s-Gravenhage, 8 maart 2007.'

Lees de gehele wet hier.

IEF 3560

Handhaving

Kamerstukken  30392 , nr. D, Eerste Kamer. Implementatie Richtlijn nr. 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten.

Eindverslag (teneinde als hamerstuk af te doen) van de vaste commissie voor justitie,  vastgesteld 27 februari 2007:

Na kennisneming van de memorie van antwoord acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.  

Lees alle relevante kamerstukken hier.  

IEF 3474

Handhaving

1stekamer.bmpKamerstuk 30392 C,  Eerste Kamer. Implementatie van richtlijn 2004/48/EG betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Wijziging van een aantal wetten inzake de bescherming van oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten en de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (30.392)  

De Eerste Kamercommissie voor Justitie heeft op 9 februari 2007 de memorie van antwoord ontvangen en bespreekt op 13 februari 2007 de nadere procedure.

Uit de memorie van antwoord:  “Een eenvoudiger – en wellicht doelmatiger – oplossing voor het door de NOvA gesignaleerde probleem zou kunnen zijn dat partijen desgewenst onderling afspreken dat ze zich in de desbetreffende zaak binden aan de regels van artikel 237 e.v. Rv en aan het huidige liquidatietarief en geen beroep zullen doen op artikel 1019h Rv. Regels van proceskostenveroordeling zijn niet van openbare orde en partijen kunnen er bij overeenkomst van afwijken. Doorgaans zal aan een dagvaarding, een sommatie tot staking van de inbreuk voorafgaan en vervolgens zal er tussen de advocaten van partijen vaak onderhandeld worden om buiten rechte tot overeenstemming te komen. Voor het geval dat dit niet tot resultaat leidt en de rechter alsnog wordt ingeschakeld, kunnen partijen een afspraak maken over de proceskostenveroordeling. 

De Raad voor de Rechtspraak stelt momenteel een werkgroep samen die zich zal buigen over het advies van de NOvA over het liquidatietarief. Deze werkgroep zal bezien of binnen de marges van de EU-richtlijn een aanwijzing opgesteld kan worden waarbij zowel partijen als de rechter enig houvast wordt geboden bij het bepalen van de kosten waarin de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld wordt.” 

Lees de gehele memorie van antwoord hier. Overzicht kamerstukken hier.

IEF 2789

Wetgeving

- Wijziging Goedkeuringswet inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (30.633)  

Dit wetsvoorstel strekt tot nakoming van de toezegging aan de Eerste Kamer te bevorderen dat in de Goedkeuringswet bij het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (30.403) een parlementair instemmingsrecht bij besluiten van het Comité van Ministers wordt opgenomen.

Het voorstel is op 5 oktober 2006 zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamercommissie voor Economische Zaken heeft op 17 oktober 2006 het blanco eindverslag uitgebracht. Het voorstel wordt op 31 oktober 2006 als hamerstuk afgedaan.

Lees hier meer.

- Aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Auteurswet 1912, de Wet op de naburige rechten, de Databankwet, de Handelsnaamwet, de Wet van 28 oktober 1987, houdende regelen inzake de bescherming van oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten (Stb. 484), de Zaaizaaden plantgoedwet 2005 en de Landbouwkwaliteitswet ter uitvoering van Richtlijn nr. 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PbEG L 195)

Het voorstel is op 19 oktober 2006 zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen door de Tweede Kamer. Het voorstel is in behandeling bij de Eerste Kamercommissie voor Justitie.

Lees hier meer.