Het niet verlengen van de franchiseovereenkomst door Asics is rechtmatig
Rb Amsterdam 12 november 2025, IEF 23245; ECLI:NL:RBAMS:2025:8525 (ASICS EUROPE B.V. tegen GNOTHI SEATON SARL, [gedaagde 2], RNBINVEST SAS en SARL [gedaagde 4]). Deze zaak betreft een franchisegeschil tussen sportmerk ASICS als franchisegever en enkele Franse franchisenemers, die op basis van een franchiseovereenkomst met een looptijd van vijf jaar ASICS‑winkels exploiteerden. In de laatste contractfase kondigde ASICS aan dat zij de overeenkomst niet zou verlengen, tenzij de franchisenemers eerst een door ASICS verlangd verbeterplan zouden opstellen en uitvoeren, en dat ze hun schulden inlopen. Partijen slaagden er vervolgens niet in overeenstemming te bereiken over de inhoud en uitvoering van dit verbeterplan. ASICS had zorgen over de prestaties en formule‑uitvoering van de betrokken franchiselocaties en koppelde daarom de bereidheid om over verlenging te praten aan het opstellen en succesvol uitvoeren van een plan om de operatie te verbeteren. Volgens de franchisenemers was de niet-verlenging onrechtmatig of onaanvaardbaar. In conventie vordert ASICS betaling van openstaande facturen onder de franchiseovereenkomst, te vermeerderen met de contractueel verhoogde wettelijke handelsrente. In reconventie vorderen de franchisenemers dat ASICS gehouden zou zijn de franchiseovereenkomst te verlengen, of dat het niet‑verlengen onrechtmatig dan wel in strijd met de redelijkheid en billijkheid zou zijn. Ook vorderen zij schadevergoeding wegens het niet verlengen van de overeenkomst.
Geen inbreuk op Uniemodel Longchamp-tas: technisch bepaalde kenmerken en voldoende eigen karakter
Hof van beroep Brussel 13 januari 2026, IEF 23244; IEFbe 4094; 2018/AR/957 (Cassegrain tegen Vadigran NV). Het Hof van beroep Brussel oordeelt dat Vadirgan NV met haar hondenpoepzakhouders geen inbreuk maakt op het Uniemodel van Jean Cassegrain SAS (Longchamp) voor de bekende Le Pliage-tas. Het hof bevestigt zijn internationale bevoegdheid op grond van de Uniemodelverordening en verklaart zowel het principaal als het incidenteel hoger beroep ontvankelijk. Bij de beoordeling van de vermeende inbreuk stelt het hof voorop dat op grond van art. 8 lid 1 UMV geen bescherming toekomt aan kenmerken die uitsluitend door hun technische functie worden bepaald. De door Cassegrain aangevoerde overeenkomsten – waaronder de flap met drukknop, de globale vorm en de wijze van afsluiting – zijn volgens het hof functioneel noodzakelijk voor het betrokken product en daardoor uitgesloten van modelrechtelijke bescherming. Voor zover sprake is van niet-technische elementen, oordeelt het hof dat deze bij de geïnformeerde gebruiker geen overeenstemmende algemene indruk wekken, mede gelet op verschillen in formaat, verhoudingen, context van gebruik en marktpositionering. Van modelinbreuk is daarom geen sprake.
Uitspraak ingezonden door Jan Jacobi en Margot Vergeest, BarentsKrans.
Geen conservatoir beslag op tassen na toepassing Mio/Konektra
Rb Rotterdam 17 december 2025, IEF 23234; Zaaknummer/ C/10/711109/ KG RK 25-1226 (Entrelaced Holdings LLC en Entrelaced LLC tegen TIAM en Marrea). Entrelaced Holdings LLC en Entrelaced LLC hebben de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam verzocht om (definitief) verlof voor het leggen van conservatoir beslag tot afgifte van tassen van TIAM en Marrea die volgens hen inbreuk maken op hun auteursrecht. Op 10 december 2025 is voorlopig verlof verleend, waarna op 12 december 2025 beslag is gelegd waarbij 7067 tassen zijn geraakt. TIAM en Marrea hebben vervolgens verweer gevoerd en verzocht het voorlopig verleende verlof te herzien en het beslag op te heffen, met daarnaast een proceskostenveroordeling op grond van art. 1019h Rv en een verplichting voor Entrelaced om zekerheid te stellen voor beslagsschade.
Uitspraak ingezonden door Bertil van Kaam en Pascal Steijvers, Van Kaam.
De Hygiënepolitie mag verborgen camerabeelden uit sauna niet uitzenden
Rb. Gelderland 22 januari 2026, IEF 23242; ECLI:NL:RBGEL:2026:490 (SAUNA DRÔME PUTTEN B.V. tegen ACT OF CRIME B.V.). De eiseres in deze zaak exploiteert een sauna in Putten. Gedaagde is Act of Crime BV, een producent die een nieuw SBS6-programma ontwikkelt met de titel “De Hygiënepolitie”. Rob Geus is de presentator van dit programma. Medewerkers van gedaagde hebben op meerdere dagen verborgen camera-infiltraties ingezet in de sauna. De beelden die zijn gemaakt wil het programma gebruiken in een aflevering over eiseres. In de sauna zijn ook monsters afgenomen die later zijn onderzocht. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen onder meer het opnemen en uitzenden van de geheime camerabeelden. De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland is het daarmee eens en oordeelt dat de verborgen camerabeelden niet mogen worden uitgezonden.
Kort geding: nakoming aandelenoverdracht en teruglevering woordmerk afgedwongen
Rb. Amsterdam 25 november 2025, IEF 23241; ECLI:NL:RBAMS:2025:10092 ([eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] tegen OKA en [gedaagde 2]). In dit kort geding bij de rechtbank Amsterdam stond een geschil centraal tussen aandeelhouders/bestuurders van een vennootschap die een cafetaria en broodjeszaak exploiteert. Partijen hadden in een tussenovereenkomst afgesproken dat een derde partij voor 1/3 aandeelhouder zou worden, tegen betaling van € 25.000, met levering via de notaris. Hoewel de oorspronkelijk beoogde leveringsdatum werd overschreden, bleek uit latere correspondentie dat partijen de overeenkomst feitelijk bleven uitvoeren en de termijn stilzwijgend verlengden. Het verweer van gedaagden dat de overeenkomst was beëindigd wegens het verstrijken van de datum werd daarom verworpen. De voorzieningenrechter achtte voldoende aannemelijk dat de bodemrechter nakoming zou toewijzen en gelastte levering van 20 aandelen aan eiser, onder oplegging van een dwangsom.
Gebruik handelsnaam ‘Box Brownies’ levert verwarringsgevaar op met ‘The Brownie Box’
Rb. Den Haag 20 januari 2026, IEF 23240; ECLI:NL:RBDHA:2026:851 (The Brownie Box tegen Online Retail Services). In dit kort geding oordeelt de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag dat Online Retail Services B.V. met het gebruik van de handelsnaam “Box Brownies” inbreuk maakt op de oudere handelsnaam “The Brownie Box” van eiseres. The Brownie Box voert deze naam sinds 2018 voor de online verkoop van brownies, terwijl Online Retail Services sinds 2024 onder een sterk overeenstemmende naam actief is in dezelfde markt en landelijk opereert via een webshop. Het beroep van Online Retail Services op rechtsverwerking wordt verworpen: het enkele feit dat The Brownie Box niet direct is opgetreden en eerder slechts een overnamevoorstel heeft afgewezen, rechtvaardigt niet het vertrouwen dat zij haar handelsnaamrechten niet meer geldend zou maken.
Uitspraak ingezonden door Britt Beumer en mr. L.J. Gravendeel, Fruytier Lawyers in Business.
Hostingprovider aansprakelijk voor merkinbreuk en afgifte NAW‑gegevens
Rb. Den Haag 23 januari 2026, IEF 23239; Zaaknummer: C/09/696323 / KG ZA 25-1249 (TER HELL & CO. GMBH en TER CHEMICALS GMBH & CO. KG tegen YOUR HOSTING B.V.). TER Hell en TER Chemicals maken deel uit van de TER Group, een internationale distributeur van chemische producten die de handelsnamen TER, TER Chemicals en TER Hell voert en houdster is van het woordmerk TER. In het najaar van 2025 ontdekt TER c.s. dat de website terchemie.com, gehost door Neostrada, zonder toestemming de tekens TER Chemie en een overeenkomstig logo gebruikt voor een chemische distributeur. TER c.s. stuurt Neostrada een notice‑and‑takedown verzoek en sommaties om de inbreukmakende pagina’s te verwijderen of te blokkeren en de NAW‑ en overige identificerende gegevens van de websitehouder te verstrekken, maar Neostrada beperkt zich tot een tijdelijke schorsing. In kort geding vordert TER c.s. primair dat Neostrada wordt bevolen de specifieke pagina’s met TER Chemie blijvend te verwijderen of te blokkeren en de volledige NAW‑gegevens van de websitehouder, plus klant‑, account‑, betalings‑ en loggegevens, af te geven; subsidiair dat de gehele website offline wordt gehaald en offline blijft. Daarnaast vordert TER c.s. een dwangsom van 10.000 euro per dag voor iedere dag dat Neostrada de bevelen niet naleeft, vergoeding van de volledige IE‑proceskosten ex artikel 1019h Rv en bepaling van een termijn voor de hoofdzaak op grond van artikel 1019i Rv. Als grondslag voert zij aan dat sprake is van merkinbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 sub b UMVo, handelsnaaminbreuk op grond van artikel 5, 5a en 5b Hnw, aansprakelijkheid van Neostrada onder artikel 6 lid 1 DSA doordat de inbreukmakende content niet blijvend is verwijderd, en onrechtmatig handelen ex artikel 6:162 BW wegens weigering om NAW‑gegevens te verstrekken.
Uitspraak ingezonden door Jacintha van Dorp en Bertil van Kaam, Van Kaam.
Gemeente Amsterdam maakt inbreuk op de vrijheid van meningsuiting
Rb. Amsterdam 24 december 2025, IEF 23238; IT 5089; ECLI:NL:RBAMS:2025:10341 ([eiser] tegen de gemeente). In deze zaak heeft eiser, een Nederlandse vastgoedondernemer, zich in een LinkedIn-bericht kritisch uitgelaten over enkele gemeentemedewerkers en hen daarbij met naam en toenaam genoemd. De gemeente Amsterdam verzocht hem daarop dringend de namen te verwijderen en stelde dat het incident zou worden geregistreerd in het Gemeentelijk Incidenten Register (GIR). De gemeente verstrekt op haar eigen website nauwelijks informatie verstrekt over het GIR. Uit openbare bronnen blijkt dat dit een intern register is waarin agressieve of gewelddadige burgers kunnen worden opgenomen, met mogelijk verstrekkende gevolgen. Eiser vordert dat de rechtbank voor recht verklaart dat de gemeente onrechtmatig handelt vanwege de dreiging met een registratie in het GIR naar aanleiding van het LinkedIn-bericht.
Commissie auteursrecht adviseert over gevolgen ONB-arrest voor fictief makerschap in de Auteurswet
De commissie auteursrecht heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geadviseerd over de gevolgen van het arrest ONB [IEF 22588] voor het Nederlandse stelsel van fictief makerschap in artikel 7 en 8 Auteurswet. In dat arrest oordeelde het Hof van Justitie dat een wettelijke regeling die voorziet in een automatische overgang van uitsluitende rechten zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbenden in strijd kan zijn met het Unierecht. De Commissie wijst erop dat uit de rechtspraak van het Hof volgt dat het begrip “auteur” een autonoom Unierechtelijk begrip is, dat in beginsel ziet op de natuurlijke persoon die het werk heeft gecreëerd. Tegen die achtergrond acht de Commissie het aannemelijk dat het Unierecht weinig ruimte laat voor nationale regelingen die een ander, met name een rechtspersoon, als maker aanwijzen en het auteursrecht oorspronkelijk bij die ander laten ontstaan.
HvJ EU: privékopieheffing bij verkoop van opslagmedia aan commerciële eindgebruikers toegestaan
HvJ EU 15 januari 2026, IEF 23236; IT 5088; ECLI:EU:C:2026:13 (bluechip tegen ZPÜ). De zaak gaat over de reikwijdte van de privékopie-exceptie (art. 5(2)(b) Richtlijn 2001/29) en de financiering van de daarbij behorende billijke compensatie. In Duitsland vorderde de collectieve beheersorganisatie ZPÜ van bluechip (producent/importeur/handelaar van pc’s, notebooks en workstations met ingebouwde harde schijf) betaling van een opslagmediaheffing over 2014–2017. De Duitse rechter paste een weerlegbaar vermoeden toe dat ook opslagmedia die aan commerciële eindafnemers (natuurlijke personen en rechtspersonen die voor zakelijke/professionele doeleinden inkopen) worden verkocht, (mede) worden gebruikt voor privékopieën door natuurlijke personen, zodat de heffing verschuldigd is tenzij de verkoper het tegendeel bewijst. De Bundesgerichtshof vroeg of een nationale regeling die de heffingsplicht bij deze marktpartijen legt en uitgaat van zo’n vermoeden, verenigbaar is met art. 5(2)(b) Richtlijn 2001/29.