Kwekersrecht  

IEF 1276

Belangrijke en interessante wijzigingen

Op donderdag 24 november jl. is het wetsvoorstel tot implementatie van de Europese richtlijn m.b.t. de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten naar de Tweede Kamer gestuurd. Naar dit wetsvoorstel werd reikhalzend uitgezien omdat de betreffende richtlijn betrekkelijk veel ruimte laat aan de nationale wetgevers.

Brengt het wetsvoorstel interessant nieuws? Ja.

De belangrijkste en interessantste wijzigingen zijn:

a) Er komen uitgebreidere mogelijkheden voor het leggen van bewijsbeslag (art 1019 a-d Rv).
b) Er komt een Einstweilige Verfügung: (een verbod in) kort geding zonder dat de gedaagde wordt gehoord (art. 1019e) (maar dan moet er wel sprake zijn van dreigende onherstelbare schade).
c) Er komt een verruimde mogelijkheid voor veroordeling in proceskosten in IE-zaken (art. 1019h)

Daarnaast wordt het noemen van de voorman en het verschaffen van andere informatie over het distributie-kanaal gecodificeerd (art. 1019f). verder worden er in de Auteurswet, de WNR en Databankenwet enkele wijzigingen ingevoerd ter zake van (kort gezegd) ‘vermoeden van makerschap’ en ten aanzien van beslagmogelijkheden. In Landbouwkwaliteitswet (!?) worden enkele procedures inzake geografische benamingen vastgelegd.

“Uitkristalliseren en naar bevind van zaken handelen”

Het meest fascinerend is op het eerste gezicht het voorgestelde art. 1019h Rv dat ruimere proceskostenveroordelingen in IE-zaken mogelijk maakt. Dit kan heel interessant worden, maar is volledig afhankelijk van hoe de rechterlijke macht dit gaat invullen. In de MvT staat te lezen dat één en ander zich opnieuw moet uitkristalliseren en dat de rechter “naar bevind van zaken [moet] handelen”. Let op: ook eisers/rechthebbenden kunnen in ruimere proceskosten worden veroordeeld.

Artikel 1019h Rv luidt als volgt:

“Voor zover nodig in afwijking van de tweede paragraaf van de twaalfde afdeling van de tweede titel van het eerste Boek en in afwijking van artikel 843a, eerste lid, wordt de in het ongelijk gestelde partij desgevorderd veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet”.

Memorie van Toelichting:

Artikel 14 van de richtlijn verplicht tot een ruime proceskostenveroordeling van de verliezende partij. In het Nederlandse civiele procesrecht wordt thans uitgegaan van forfaitaire kostenveroordeling, gebaseerd op vaste tarieven (artikel 239 Rv en de Wet tarieven in burgerlijke zaken). Daarnaast voorziet artikel 6:96 BW in schadevergoeding voor de redelijke kosten tot verkrijging van voldoening buiten rechte.

De proceskostenveroordeling zal zich onder het nieuwe regime in intellectuele-eigendomsinbreukzaken opnieuw moeten uitkristalliseren. De rechter zal moeten komen tot een veroordeling in evenredige kosten, te toetsen aan de redelijkheid en billijkheid. Deze billijkheid zal bijvoorbeeld meespelen bij de proceskostenveroordeling van een inbreukmaker te goeder trouw. Beperking van de proceskostenveroordeling tot hetgeen onder het huidige recht gebruikelijk is, ligt dan meer voor de hand dan een volledige kostenveroordeling.

Deze laatste ligt vooral in de rede wanneer het gaat om grootschalige namaak of piraterij. Voor de inbreuken die daartussen liggen, zal de rechter naar verwachting naar bevind van zaken handelen en beoordelen wat redelijke en evenredige kosten zijn die door de verliezende partij dienen te worden gedragen. Door de formulering van de aanhef van het artikel - voor zover nodig in afwijking van de artikelen 237 e.v. - wordt aangegeven dat in situaties waarin de forfaitaire kostenveroordeling meer op zou leveren dan de werkelijk gemaakte kosten, de forfaitaire kostenveroordeling voorgaat.

Prof. mr Dirk J.G. Visser

Voorstel van wet

Memorie van Toelichting

IEF 1158

Eerst even voor jezelf lezen

Rechtbank ’s-Gravenhage, 4 november 2005, zaaknr. 250760. Triflor B.V. tegen Novacap Agricola B.V. Kwekersrecht, o.a. betreffende het toepasselijke tulpenras 'Alibi.'

"Waar het immers om gaat is of Triflor kan worden verondersteld toestemming te hebben gegeven voor de vermeerdering van de betreffende tulpenbollen. Dat is naar voorlopig oordeel niet het geval. Het is duidelijk dat Triflor die toestemming slechts heeft bedoeld te verlenen indien de betreffende afnemer/kweker voor de vermeerdering een licentiecontract sluit onder betaling van een licentievergoeding. In gelijke zin ware ook art. 16 onder a VCK op te vatten. Hiermee is evenwel nog niet alles gezegd." Lees het vonnis hier.

IEF 1023

Sturende vragen

Met dank aan De Brauw Blackstone Westbroek: Rechtbank Amsterdam, 6 oktober, KG 05-1716 SR. Tele2 tegen KPN Telecom. Nog een vergelijkende-telecomreclamezaak (zie hieronder KPN-Pretium), met het verschil dat dit kort geding wel een vrij duidelijke winnaar heeft.

Het is niet de eerste keer dat partijen onenigheid hebben over de correcte beantwoording van de vraag wat wel en niet mag in vergelijkende reclame. Deze keer is het Tele2 die bezwaar maakt, en wel tegen dagbladadvertenties en 1 op 1 reclame waarin KPN aanbood om een bel-analyse te doen om zo het voor de consument meest voordelige belpakket samen te stellen. Het voornaamste bezwaar van Tele2 tegen de campagne was dat KPN zou suggereren dat zij een analyse in vergelijking met andere aanbieders zou maken.

Ter onderbouwing van haar stellingen heeft Tele2 een uitgebreid marktonderzoek overgelegd. De Voorzieningenrechter overweegt echter dat de verweren van KPN dat de opzet en verslaglegging van dit onderzoek onbetrouwbaar zijn en de vragen sturend, niet zonder meer kunnen worden gepasseerd en dat daarom een nader onderzoek naar de feiten nodig is, waarvoor het kort geding zich niet leent. Tele2 maakte verder bezwaar tegen de verwijzing in de dagbladadvertenties naar een vergelijkend onderzoek van de Consumentenbond. Volgens de Voorzieningrechter was deze verwijzing niet onjuist en ook niet onvolledig omdat KPN de bron van het onderzoek had vermeld en de mededelingen voor de consument dus controleerbaar waren. Lees vonnis hier.

IEF 686

sneeuwwitje vrijgesproken

Rechtbank 's-Gravenhage, 13 juli 2005, zknr. 198763, Astée tegen Danziger. Tjeerd Overdijk van Steinhauser Hoogenraad bericht over deze Nederlandse Wereldprimeur:  

 "Voorzover bekend het eerste vonnis ter wereld (van een bodemrechter) over het afgeleide ras begrip ('Essentially Derived Variety' (EDV)) dat in de jaren '90 in de relevante kwekersrechtelijke wetgeving is opgenomen (1991 in UPOV-verdrag; 1994 in de Verordening op het Communautair Kwekersrecht; 1999 in de Nederlandse ZPW).

In deze zaak werd geoordeeld dat het nieuwe ras van de (beweerdelijke) inbreukmaker niet als een EDV kon worden beschouwd. In deze zaak hecht de rechtbank voor haar beslissing groot belang aan de aanzienlijke verschillen in uiterlijke kenmerken en laat de rechtbank in het midden welk belang kan worden gehecht aan de (gestelde) aanzienlijke genetische conformiteit tussen eisend en aangevallen ras." Lees hier het vonnis (Spaanse versie hier).

IEF 681

Mededelingen voor de land- en tuinbouw

Informatie voor de prijsbewuste kweker: Verordening (EG) nr. 1177/2005 van de Commissie van 20 juli 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1238/95 houdende toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad met betrekking tot de aan het Communautair Bureau voor plantenrassen te betalen rechten.

Verordening (EG) nr. 1238/95 wordt als volgt gewijzigd:  Artikel 9, lid 1, wordt vervangen door: "1. Het Bureau rekent de houder van een communautair kwekersrecht (hierna 'de houder' genoemd) een recht aan voor elk jaar dat dit communautaire kwekersrecht geldt (hierna 'jaarlijks recht' genoemd) van 300 EUR voor de jaren 2003 tot en met 2007 en van 435 EUR voor het jaar 2008 en volgende.”

IEF 574

nieuwe varianten van planten

Sinds woensdag is de EU, als eerste intergouvernementele organisatie, volwaardig lid van de International Convention for the Protection of New Varieties of Plants (UPOV). De UPOV streeft naar een geharmoniseerd internationaal (ie-)systeem voor de bescherming van nieuwe varianten van planten. Lees hier iets meer.

IEF 398

Kwekers hebben ook rechten

Na toetreding tot Madrid maakt de EU zich nu ook klaar voor toetreding tot het UPOV. Lees hier de COUNCIL DECISION approving the accession of the European Community to the International Convention for the Protection of New Varieties of Plants, as revised at Geneva on 19 March 1991.

IEF 193

Verklaring van de commissie

Betreffende artikel 2 van Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (2005/295/EG).

De Commissie is van oordeel dat ten minste de volgende intellectuele-eigendomsrechten onder het toepassingsgebied
van de richtlijn vallen:

— auteursrechten,
— naburige rechten van het auteursrecht,
— het recht sui generis van de maker van een databank,
— de rechten van de maker van topografieën van halfgeleiderproducten,
— merkenrechten,
— rechten op tekeningen of modellen,
— octrooirechten, met inbegrip van de rechten afgeleid van aanvullende beschermingscertificaten,
— geografische aanduidingen,
— rechten op gebruiksmodellen,
— kwekersrechten,
— handelsnamen, voorzover deze in het betrokken nationale recht als uitsluitende eigendomsrechten
worden beschermd.

NL 13.4.2005 Publicatieblad van de Europese Unie L 94/37