Ontbinding van licentieovereenkomst zonder effect wegens ontbreken van relevante rassen
Rb. Den Haag 24 december 2025, IEF 23205; LS&R 2335; ECLI:NL:RBDHA:2025:25422 ([partij A] tegen [partij B]). [Partij A] is veredelaar, teler en verkoper van planten en snijheesters in de volle grond, waaronder diverse astrantia- en astilbe-rassen. [Partij B] drijft een handelskwekerij in planten en snijbloemen en houdt zich bezig met de teelt en verkoop van stekken, planten en bloemen. Vanaf het begin van deze eeuw zijn deze partijen gaan samenwerken en hebben afspraken neergelegd in een licentieovereenkomst. Hierin gaf [partij A] aan [partij B] een exclusieve licentie om een moederbestand op te bouwen en te onderhouden en om de rassen van [partij A] (hierna: de Rassen) te produceren en te verhandelen aan kwekers binnen een bepaald territorium. Op 15 oktober 2022 heeft [partij A] bij e-mail de licentieovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden, omdat [partij A] stelde dat [partij B] niet voldeed aan zijn betalingsverplichtingen en niet-tijdig de cijfers voor de royaltyberekening aanleverde. Volgens [partij A] bedroeg zijn vordering op dat moment € 284.688,08. Volgens [partij B] voldeed hij wel aan al zijn verplichtingen en heeft de ontbinding geen effect gehad waardoor de licentie in stand is gebleven. [Partij B] is hierna doorgegaan met de verkoop van de Rassen.
Kwekersrecht. Geïntimeerde is houdster van het Nederlands kwekersrecht voor het gladiolenras AMSTERDAM. In het Naktuinbouwrapport is vermeld dat 28 van de 44 monsters DNA-profielen hebben die identiek zijn aan de profielen van de referentiemonsters. Derhalve bevatten 28 van de 44 onderzochte monsters materiaal van het ras AMSTERDAM. Naar onweersproken stelling komt dit overeen met 90% van het I-materiaal. De vorderingen van geïntimeerde zijn in conventie toewijsbaar, zoals door de rechtbank geoordeeld [
Prejudiciële vragen gesteld over de passende vergoeding bij inbreuk op communautair kwekersrecht. Obtentions végétales [
Uitspraak ingezonden door Thijs van Aerde,