Filter
  • Datum
  • Dossier
  • Instantie
zoeken

Dossiers

 
 
20.001 artikelen gevonden
IEF 22619

Gerecht laat merk ROZALIYA jewelry for enlightenment in stand wegens aangetoond gebruik voor sieraden

Gerecht EU (voorheen GvEA) 5 mrt 2025, IEF 22619; ECLI:EU:T:2025:216 (Rosalia Vila Tobella tegen EUIPO, Raphael Europe Ltd), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-laat-merk-rozaliya-jewelry-for-enlightenment-in-stand-wegens-aangetoond-gebruik-voor-sieraden

Gerecht van de Europese Unie 5 maart 2025, IEF 22619; IEFbe 3894; ECLI:EU:T:2025:216 (Rosalia Vila Tobella tegen EUIPO, Raphael Europe Ltd). Het Gerecht heeft het beroep verworpen van Rosalia Vila Tobella tegen de beslissing van de Kamer van Beroep over het Uniemerk ROZALIYA jewelry for enlightenment. Het merk is ingeschreven op naam van Raphael Europe Ltd voor waren in klasse 14, waaronder sieraden, kettingen en decoratieve artikelen voor persoonlijk gebruik. Aanleiding voor het geschil was een verzoek tot vervallenverklaring van het merk wegens gebrek aan gebruik. De Afdeling Nietigverklaringen gaf dit verzoek gedeeltelijk toe en verklaarde het merk vervallen voor een groot deel van de geregistreerde waren. Voor onder meer sieraden en kettingen werd het merk gehandhaafd. Tegen die gedeeltelijke handhaving richtte verzoekster haar beroep. Volgens verzoekster kon het overgelegde bewijs hoogstens gebruik aantonen met betrekking tot diensten zoals detailhandel in juwelen, maar niet voor de betrokken waren zelf. Het Gerecht volgt dat betoog niet. De Kamer heeft vastgesteld dat het merk zichtbaar werd gebruikt in commerciële documenten, waaronder facturen, productomschrijvingen, stempels en online advertenties. Die documenten waren gericht aan eindgebruikers. Op basis daarvan werd een duidelijk verband aangenomen tussen het merk en de verhandeling van de betrokken waren.

IEF 22622

Poppers vallen buiten geregistreerde waren: Gerecht bevestigt vervallenverklaring JUNGLE PREMIUM volledig

Gerecht EU (voorheen GvEA) 5 mrt 2025, IEF 22622; ECLI:EU:T:2025:204 (Funline International Corp tegen EUIPO, MS Trade s. r. o), https://ie-forum.nl/artikelen/poppers-vallen-buiten-geregistreerde-waren-gerecht-bevestigt-vervallenverklaring-jungle-premium-volledig

Gerecht van de Europese Unie 5 maart 2025, IEF 22622; IEFbe 3895; ECLI:EU:T:2025:204 (Funline International Corp. tegen EUIPO, MS Trade s. r. o). Het Gerecht doet uitspraak in een zaak tussen Funline International Corp. en het EUIPO, met MS Trade s. r. o. als interveniënte. Het geschil betreft de geldigheid van het Uniemerk JUNGLE PREMIUM, dat door Funline is ingeschreven voor chemicaliën voor de vervaardiging van afrodisiaca en chemische preparaten ter stimulering van seksuele activiteit (klasse 1), alsook voor zepen, parfumerieën, etherische oliën, cosmetica, intieme gels, massageoliën en kamergeuren met afrodiserende werking (klasse 3). MS Trade had een verzoek tot vervallenverklaring ingediend voor alle waren. Funline had een eerste set bewijs overgelegd ter staving van daadwerkelijk gebruik van het merk. De Afdeling Nietigverklaringen stelde vast dat dit bewijs uitsluitend betrekking had op poppers, een eindproduct dat niet onder de geregistreerde klassen viel, en verklaarde het merk volledig vervallen. Funline stelde vervolgens beroep in bij de Kamer van Beroep en diende aanvullend bewijs in. Na verweer van MS Trade legde zij een derde set documenten over. De Kamer oordeelde dat het merk alleen was gebruikt voor poppers, en dat deze niet overeenkwamen met de ingeschreven waren. Zij bevestigde de volledige vervallenverklaring.

IEF 22620

Persbericht.

EP&C Patent Attorneys benoemt Thomas Remmerswaal tot Associate Partner

Met trots kondigen de partners van EP&C aan dat Thomas Remmerswaal is benoemd tot Associate Partner. Thomas is sinds 2015 werkzaam bij EP&C en heeft de afgelopen tien jaar bewezen een deskundige en toegewijde octrooigemachtigde te zijn. 

Met zijn strategische denkwijze, scherpe analyses en sterke klantgerichtheid heeft hij een bloeiende praktijk opgebouwd en een solide reputatie verworven. Johan Volmer, voorzitter van de partnergroep, zegt: “We zijn blij met de ontwikkeling die Thomas heeft doorgemaakt en zien een belangrijke rol voor hem, zowel nu als richting de toekomst van EP&C."

Thomas zegt zelf over zijn benoeming: “Ik ben vereerd met het vertrouwen dat spreekt uit mijn benoeming tot Associate Partner en heb veel zin om ook vanuit die rol bij te dragen aan een mooie toekomst voor EP&C!

Met de benoeming van Thomas onderstreept EP&C haar inzet voor het continu verbeteren van haar dienstverlening. We kijken ernaar uit om, samen met onze klanten en partners, te blijven werken aan sterke ideeën, slimme strategieën en succesvolle samenwerkingen.

IEF 22618

Uitspraak ingezonden door Lotte Oranje en Simon Niens, Kennedy Van der Laan.

Zembla uitzending over ontduiking van sancties tegen Iran heeft ondanks één onzorgvuldigheid een voldoende solide feitelijke basis en is niet onrechtmatig

Rechtbank Den Haag 19 mrt 2025, IEF 22618; ECLI:NL:RBDHA:2025:4367 (O1 International tegen Zembla), https://ie-forum.nl/artikelen/zembla-uitzending-over-ontduiking-van-sancties-tegen-iran-heeft-ondanks-een-onzorgvuldigheid-een-voldoende-solide-feitelijke-basis-en-is-niet-onrechtmatig

Rb. Den Haag 19 maart 2025, IEF 22618, IT 4821; ECLI:NL:RBDHA:2025:4367 (O1 International tegen Zembla). Deze zaak gaat over een uitzending van Zembla over ‘Sluitroute Iran’. O1 International stelt dat zij in deze uitzending ten onrechte is beschuldigd van het werven van fondsen voor de Iraanse Islamitische Revolutionaire Garde en betrokken is bij mensenrechtenschendingen. Zij vordert in dit geding een verklaring van onrechtmatige publicatie, verwijdering van de publicatie, een verbod op soortgelijke beschuldigingen, het plaatsen van een rectificatie en vergoeding van de geleden schade. Volgens O1 vinden de beschuldigingen geen steun in de feiten. Zembla betwist de onrechtmatigheid van de uitingen en stelt dat er wel voldoende steun in het feitenmateriaal is. Voorafgaand aan de uitzending is immers voldoende uitgebreid en zorgvuldig onderzoek gedaan, met ruimte voor hoor en wederhoor. 

IEF 22617

Geen onderscheidend vermogen bij beeldmerk terreinvoertuig van Mercedes-Benz

Gerecht EU (voorheen GvEA) 19 mrt 2025, IEF 22617; ECLI:EU:T:2025:317 (Mercedes-Benz Group AG tegen EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-onderscheidend-vermogen-bij-beeldmerk-terreinvoertuig-van-mercedes-benz

Gerecht van de Europese Unie 19 maart 2025, IEF 22617; IEFbe 3893; ECLI:EU:T:2025:317 (Mercedes-Benz Group AG tegen EUIPO). Mercedes-Benz Group AG heeft bij het EUIPO een aanvraag ingediend om een beeldmerk te registreren. Het ging om een afbeelding van een voertuig dat een helling oprijdt, bedoeld voor producten zoals motorvoertuigen, onderdelen daarvan, banden en wielen. De aanvraag is deels afgewezen omdat het beeldmerk volgens het EUIPO geen onderscheidend vermogen heeft. Mercedes-Benz is daartegen in beroep gegaan.De Kamer van beroep van het EUIPO heeft dat beroep afgewezen. De Kamer stelt dat de producten vooral bedoeld zijn voor eindgebruikers die extra aandachtig zijn bij hun aankoop, omdat het meestal om dure producten gaat. Het relevante publiek bestaat uit consumenten in de hele Europese Unie. Volgens de Kamer toont het beeldmerk een zijaanzicht van een terreinwagen met een rechthoekige vorm, grote banden en een reservewiel aan de achterkant, in een typische rijsituatie. Het beeld benadrukt eigenschappen van terreinwagens, maar bevat niets wat de consument zou onthouden als verwijzing naar de herkomst van het product. Mercedes-Benz voert aan dat het beeldmerk ongebruikelijk en uniek is, en daardoor wél onderscheidend. Ook stelt zij dat al een klein beetje onderscheidend vermogen genoeg zou moeten zijn voor registratie, en dat bij de beoordeling moet worden gekeken naar alle manieren waarop het merk in de praktijk gebruikt kan worden. Het EUIPO is het daarmee niet eens.

IEF 22616

Schadevergoeding en verbod wegens merkinbreuk op Grey Goose

Rechtbank Den Haag 19 mrt 2025, IEF 22616; ECLI:NL:RBDHA:2025:4464 (Bacardi And Company Limited tegen Claymont Brands Hk Limited, Top Logistics B.V.), https://ie-forum.nl/artikelen/schadevergoeding-en-verbod-wegens-merkinbreuk-op-grey-goose

Rb. Den Haag 19 maart 2025, IEF 22616; ECLI:NL:RBDHA:2025:4464 (Bacardi And Company Limited tegen Claymont Brands Hk Limited, Top Logistics B.V.). Bacardi is houdster van het Uniemerk Grey Goose voor alcoholhoudende dranken. Op 25 augustus 2022 heeft zij conservatoir bewijsbeslag laten leggen op 1.510 dozen die waren opgeslagen bij TOP Logistics. Volgens Bacardi bevatten deze dozen namaak Grey Goose-producten. Uit informatie van TOP Logistics blijkt dat de producten afkomstig zijn van Claymont Brands HK Limited. In de periode van 20 juli 2022 tot en met 12 augustus 2022 zijn in totaal vijf zendingen met samen 46.758 flessen van deze producten binnengebracht in het entrepot van TOP Logistics. Bacardi vordert onder meer een verbod op merkinbreuk in Nederland, opgave, schadevergoeding van € 10 per fles, winstafdracht, afgifte ter vernietiging van de 1.510 dozen en een volledige proceskostenveroordeling.

IEF 22614

Onrechtmatige uitlatingen op sociale media: verboden en schadevergoeding wegens reputatieschade

Rechtbank Noord-Holland 22 jan 2025, IEF 22614; ECLI:NL:RBNHO:2025:502 (Stichting Linh Son Tempel, eiser sub 2, eiser sub 3 tegen gedaagde sub 1, gedaagde sub 2, gedaagde sub 3), https://ie-forum.nl/artikelen/onrechtmatige-uitlatingen-op-sociale-media-verboden-en-schadevergoeding-wegens-reputatieschade

Rb. Noord-Holland 22 januari 2025, IEF 22614, IT 4819; ECLI:NL:RBNHO:2025:502 (Stichting c.s. tegen gedaagden). In deze zaak vordert de Stichting Linh Son Tempel samen met eiser sub 2 en eiser sub 3 verboden, een rectificatie en schadevergoeding wegens uitlatingen die volgens hen onrechtmatig zijn en die gedaagde sub 1 heeft gepubliceerd op haar sociale media. Volgens de Stichting c.s. zijn ernstige, lasterlijke uitlatingen gedaan, waarbij eiser sub 2 (een monnik) en eiser sub 3 zonder geldige reden worden beschuldigd van diefstal en seksueel misbruik. Hun eer, goede naam en reputatie worden hierdoor ernstig aangetast. De rechtbank heeft eerder in het tussenvonnis van 4 september 2024 vastgesteld dat een vertaling door een beëdigd vertaler van de uitlatingen van gedaagde sub 1 ontbreekt en heeft de Stichting c.s. de gelegenheid gegeven zo’n vertaling alsnog in te dienen. De Stichting c.s. heeft daarna vertalingen van de gestelde lasterlijke uitlatingen ingediend. Wegens de omvang van de teksten zijn alleen de lasterlijke gedeelten vertaald. Volgens de Stichting c.s. tonen deze vertalingen aan dat de beschuldigingen in hun dagvaarding juist zijn. Zij verwijzen hierbij naar de notitie van vertaler Vu over bepaalde woorden in het Vietnamees die als respectloos en beledigend worden ervaren. De Stichting c.s. vindt dat de kosten voor deze vertalingen onderdeel zijn van de proceskosten en vraagt de rechtbank daarom gedaagde sub 1 ook hierin te veroordelen.

IEF 22615

Geen schending van gelijkheid, vertrouwen of rechtszekerheid bij belastingheffing EOB-werknemer

Hof Den Haag 29 okt 2024, IEF 22615; ECLI:NL:GHDHA:2024:2637 ([X] te [Z] , belanghebbende, tegen de Inspecteur van de Belastingdienst), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-schending-van-gelijkheid-vertrouwen-of-rechtszekerheid-bij-belastingheffing-eob-werknemer

Hof Den Haag 29 oktober 2024, IEF 22615; ECLI:NL:GHDHA:2024:2637 (belanghebbende tegen de Inspecteur van de Belastingdienst). Belanghebbende werkt in de jaren 2006 tot en met 2018 bij het Europees Octrooibureau (EOB) in Nederland, heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in deze jaren in Nederland. Bij aanvang van zijn werkzaamheden heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken aan hem de status BO/NL toegekend. In geschil is of belanghebbendes inkomen uit sparen en beleggen bij hem in de heffing van inkomstenbelasting mag worden betrokken. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend met een beroep op het gelijkheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel. De Inspecteur beantwoordt deze vraag bevestigend. De rechtbank heeft geoordeeld dat belanghebbende geen recht heeft op een vrijstelling van belastingheffing over het inkomen uit sparen en beleggen, omdat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. Belanghebbende stelt echter dat hij vanwege zijn Nederlandse nationaliteit ongelijk wordt behandeld ten opzichte van EOB-werknemers die niet de Nederlandse nationaliteit hebben, in het buitenland zijn aangeworven en al tien jaar of langer in Nederland verblijven. Belanghebbende stelt dat sprake is van begunstigend beleid op grond waarvan werknemers van het EOB die meer dan tien jaar in Nederland werkzaam zijn, anders dan belanghebbende, geen inkomstenbelasting hoeven te betalen over hun inkomen uit sparen en beleggen. Hij maakt deze stelling echter niet aannemelijk.

IEF 21272

DeLex zoekt juridisch redactioneel stagiair voor juli 2025 t/m september 2025

Wil jij je als student verdiepen in de laatste ontwikkelingen binnen de vakgebieden Intellectuele Eigendom, ICT-recht en Privacy? 

Kom dan vanaf juli 2025 (precieze datum in overleg) stagelopen bij deLex! DeLex is een juridische uitgeverij gericht op juridische professionals in deze vakgebieden. Zo beheren wij de online databases IE-forum.nl en ITenrecht.nl, geven we een aantal vakbladen uit en verzorgen we congressen en andere opleidingen. 

Tijdens de stage maak je kennis met de werkzaamheden binnen een juridische uitgeverij. Je werkt drie maanden nauw samen met de uitgever en andere (web)redacteuren die je de kneepjes van het vak snel bijbrengen. Daarnaast bieden de congressen je de kans om te netwerken en de IE-community te leren kennen. Veel van onze stagiaires werken inmiddels bij bekende advocatenkantoren, instanties en bedrijven.

IEF 22613

Navullen Antargaz-flessen: dwangsommen verbeurd, beslag blijft gehandhaafd

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 mrt 2025, IEF 22613; ECLI:NL:RBZWB:2025:1592 (De leverancier tegen Antargaz), https://ie-forum.nl/artikelen/navullen-antargaz-flessen-dwangsommen-verbeurd-beslag-blijft-gehandhaafd

Rb. Zeeland-West-Brabant 18 maart 2025, IEF 22613; ECLI:NL:RBZWB:2025:1592 (De leverancier tegen Antargaz). Antargaz, houder van het Uniemerk "ANTARGAZ", verwijt [de leverancier] het zonder toestemming navullen en verhandelen van gasflessen met het Antargaz-merk, hetgeen volgens Antargaz een inbreuk vormt op haar merkrechten. Dit leidde tot meerdere gerechtelijke procedures, waaronder een kort geding, een bodemprocedure, executiemaatregelen en een executiegeschil [zie IEF 22287]. De leverancier vordert in dit geding primair opheffing van de op 21 januari 2025 gelegde executoriale beslagen op zijn onroerende zaken en voertuigen, en veroordeling van Antargaz tot doorhaling van deze beslagen, op straffe van een dwangsom. Antargaz voert aan dat de leverancier zich niets aantrekt van eerdere veroordelingen en doorgaat met het illegaal navullen van haar gasflessen. Daarom vordert zij onder andere herbevestiging van het verbod op het navullen, verhandelen en in voorraad hebben van Antargaz-flessen met vervalste zegels, op straffe van een (hogere) dwangsom.