IEF 23325
5 maart 2026
Uitspraak

Rb. Amsterdam: digitale exploitatie door Armada geen derdenlicentie; opzegging per 1 juli 2026 geldig

 
IEF 23323
5 maart 2026
Uitspraak

Rb. Amsterdam: geen verbod op handelsnaam Hotelgiftcard ondanks grote gelijkenis met Hotelgift

 
IEF 23322
5 maart 2026
Uitspraak

Geen proportionele billijke vergoeding voor Amerikaanse filmmakers onder art. 45d Aw

 
IEF 23314

Uitspraak ingezonden door Tobias Cohen Jehoram, Robert van Hattum, Florence Haverhals en Selmer Bergsma, De Brauw Blackstone Westbroek.

Geen litispendentie bij territoriaal beperkte EU-verboden: rechtbank laat Stokke/Cybex-procedure doorgaan

Rechtbank Gelderland 25 feb 2026, IEF 23314; C/05/4544 70 / HA ZA 25-294 (STOKKE AS, PETER OPSVIK AS tegen BABYPARK B.V., BABY-DUMP B.V. en COLUMBUS TRADING-PARTNERS GMBH & CO. KG, CYBEX GMHB, CYBEX RETAIL GMHB), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-litispendentie-bij-territoriaal-beperkte-eu-verboden-rechtbank-laat-stokke-cybex-procedure-doorgaan

Rb Gelderland 25 februari 2026, IEF 23314; C/05/4544 70 / HA ZA 25-294 (STOKKE AS, PETER OPSVIK AS tegen BABYPARK B.V., BABY-DUMP B.V. en COLUMBUS TRADING-PARTNERS GMBH & CO. KG, CYBEX GMHB, CYBEX RETAIL GMHB). In dit incidentvonnis van de Rechtbank Gelderland staat een bevoegdheidsincident centraal in een civiele procedure tussen Stokke AS en Peter Opsvik AS (hierna: Stokke c.s.) en Babypark B.V., Baby-Dump B.V. en de Duitse vennootschappen Columbus Trading-Partners GmbH & Co. KG, Cybex GmbH en Cybex Retail GmbH (hierna gezamenlijk: Cybex c.s.). In de hoofdzaak hebben Stokke c.s., in een auteursrechtelijk geschil, pan-Europese (verbods)vorderingen ingesteld. Cybex c.s. vorderden in een incident aanhouding van de Nederlandse procedure op grond van artikel 29 van de Brussel I-bis-verordening, omdat zij reeds parallelle procedures aanhangig hadden gemaakt in Frankfurt en Rome. Volgens hen was sprake van litispendentie: dezelfde partijen, hetzelfde onderwerp en dezelfde oorzaak, zodat het Nederlandse gerecht de zaak moest aanhouden totdat de buitenlandse rechters over hun bevoegdheid hadden beslist. In reactie daarop hebben Stokke c.s. hun eis verminderd en verduidelijkt, in die zin dat zij Duitsland en Italië expliciet hebben uitgesloten van hun pan-Europese verbodsvorderingen. Ook beperkten zij onder meer een gevorderde rectificatie tot Nederlandse websites en pasten zij onderdelen van het petitum aan. Daarmee beoogden zij te bewerkstelligen dat de Nederlandse procedure geen betrekking meer had op de territoria waarvoor in Duitsland en Italië werd geprocedeerd.

IEF 23313

Overnamegeschil over BLOS-merk: geen aansprakelijkheid van verkopers

Rechtbank Amsterdam 21 jan 2026, IEF 23313; ECLI:NL:RBAMS:2026:252 (BFNL tegen Verkopers), https://ie-forum.nl/artikelen/overnamegeschil-over-blos-merk-geen-aansprakelijkheid-van-verkopers

Rb. Amsterdam 21 januari 2026, IEF 23313; ECLI:NL:RBAMS:2026:252 (BFNL tegen Verkopers). In deze zaak staat de vraag centraal of de verkopers van MC Child Holding aansprakelijk zijn tegenover koper BFNL. Na de overname spreekt Stichting Blosse BFNL aan, omdat het merk BLOS mogelijk inbreuk maakt op het oudere Benelux-woordmerk BLOSSE. BFNL stelt dat de verkopers vóór de overname informatie hadden moeten delen over een merkonderzoek uit 2018, waarin wordt gewaarschuwd dat BLOS een mogelijk “fataal obstakel” vormt vanwege het oudere merk BLOSSE. Ook beroept BFNL zich op garanties in de SPA, onder meer over de aanwezigheid van benodigde IE-rechten en over het niet achterhouden van materiële informatie in de Data Room. De rechtbank oordeelt dat de uitzondering in de SPA voor fraud (bedrog), wilful misconduct en intentional concealment (opzettelijke verzwijging) in beginsel ook geldt ten opzichte van de contractuele vervaltermijnen: als van zulke gedragingen sprake is, kan aansprakelijkheid dus niet alleen op die termijnen afstuiten. De rechtbank legt daarbij uit dat voor bedrog wordt aangesloten bij art. 3:44 lid 3 BW, en dat wilful misconduct in deze SPA niet wordt opgevat als roekeloosheid, maar als opzettelijk wangedrag.

IEF 23312

Uitspraak ingezonden door Jeroen Dijkman, HKD Advocaten; Polo van der Putt, Vondst Advocaten; en Vivien Rorsch, LaRorsch.

Payingit/Workrate: impliciete softwarelicentie bij overlappende broncode

Hoge Raad 20 feb 2026, IEF 23312; ECLI:NL:PHR:2026:186 (Payingit B.V., Payingip B.V., NRD Holding B.V., CMC Holding B.V., [eiser 5], [eiser 6], eisers tot cassatie tegen Workrate Holding B.V.), https://ie-forum.nl/artikelen/payingit-workrate-impliciete-softwarelicentie-bij-overlappende-broncode

Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2026, IEF 23312, IT&R 5121; ECLI:NL:PHR:2026:186 (Payingit B.V., Payingip B.V., NRD Holding B.V., CMC Holding B.V., [eiser 5], [eiser 6], eisers tot cassatie tegen Workrate Holding B.V.). In de conclusie van het Parket staat een geschil centraal tussen Payingit c.s. (kopers) en Workrate (verkoper) over de uitleg van een koop- en licentieovereenkomst uit 2016 betreffende software. Workrate had drie softwarepakketten ontwikkeld: Workstate (voor beveiligingsprocessen), Workmate (later Usemate) en Academy. Deze applicaties vertoonden gedeeltelijke overlap in broncode, onder meer via gedeelde modules en interfaces. In 2016 verkochten Workrate en haar mede-aandeelhouders de aandelen in Usemate (later PayingIT) en werd de Usemate-software geleverd aan PayingIP, met overdracht van auteursrechten en een gelijktijdige licentie aan Workrate voor gebruik van de software. In geschil is welke omvang de auteursrechtoverdracht had en of Workrate met haar verdere exploitatie van Workstate, waarin overlappende broncode voorkomt, inbreuk maakt op de overgedragen rechten dan wel tekortschiet in de nakoming van de overeenkomsten. Workrate vorderde in conventie onder meer verklaringen voor recht dat zij geen auteursrechtinbreuk pleegt en niet tekortschiet. Payingit c.s. vorderde in reconventie juist verklaringen voor recht dat het volledige auteursrecht op de in een specificatiedocument genoemde mappen was overgedragen, dat Workrate inbreuk maakte, boetes had verbeurd en schadeplichtig was. De rechtbank en het hof oordeelden, na uitleg volgens het Haviltex-criterium, dat de auteursrechten op de in het document gespecificeerde broncode weliswaar aan PayingIP zijn overgedragen, maar dat Workrate een impliciet contractueel gebruiksrecht behoudt voor zover die broncode ook deel uitmaakt van Workstate. Ook ten aanzien van het gebruik door een derde (KlasseStudent/KlasseNet) werd geoordeeld dat dit binnen de bedoeling van partijen viel. Het hof achtte nader deskundigenonderzoek naar de precieze mate van overlap niet beslissend en veroordeelde Payingit c.s. in de proceskosten op grond van art. 1019h Rv, gemaximeerd op het indicatietarief voor een complexe bodemzaak.

IEF 23308

Omgevingsvergunning carwash en Texaco-reclame: vergunning grotendeels houdbaar, maar motiveringsgebrek bij welstand

Rechtbank Noord-Nederland 8 dec 2025, IEF 23308; ECLI:NL:RBNNE:2025:5888 ([eiser] tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân en ), https://ie-forum.nl/artikelen/omgevingsvergunning-carwash-en-texaco-reclame-vergunning-grotendeels-houdbaar-maar-motiveringsgebrek-bij-welstand

Rb. Noord-Nederland 8 december 2025, IEF 23308; RB 3974; ECLI:NL:RBNNE:2025:5888 ([eiser] tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân). De Rechtbank Noord-Nederland doet een tussenuitspraak (bestuurlijke lus) over een omgevingsvergunning voor een perceel met tankstation/carwash (Dilledyk 1, Easterwierrum). Omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, blijft de Wabo van toepassing. De vergunning ziet op (i) het veranderen/legaliseren van een carwash, (ii) het plaatsen van een prijzenbord/reclamezuil, (iii) het aanbrengen van TEXACO-reclame (letters/logo) op de overkapping van het pompeiland en een beperkte gebruikswijziging. De rechtbank verwerpt de procedurele klachten (o.a. onvolledige heroverweging, “verlopen” aanvraag, late publicatie, vooringenomenheid). Inhoudelijk acht zij de vergunning voor het prijzenbord en de carwash rechtmatig: het college mocht het peil voor de hoogtebepaling hanteren zoals gedaan en een beperkte planafwijking voor het prijzenbord vergunnen zonder strijd met een goede ruimtelijke ordening; de carwash voldoet aan de planregels (met name de goothoogte), en klachten over (geluids)overlast of het Bouwbesluit leveren hier geen weigeringsgrond op binnen het limitatief-imperatieve toetsingskader.

IEF 23311

Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026

U kunt u nog maar enkele dagen aanmelden voor ons seminar Consumentenrecht in de digitale sector met vroegboekkorting. Op donderdag 2 april 2026 bespreken we samen met Jeroen Schouten en Michelle Seel (Pinsent Masons) de onderwerpen oneerlijke handelspraktijken en garantie bij Pinsent Masons, Amsterdam.

Tijdens deze middag kijkt Santiago Bustos Plass (Vinted) naar de regels omtrent oneerlijke handelspraktijken in de praktijk, bespreekt Tom Bouwman (Universiteit Leiden) de consequenties van oneerlijke handelspraktijken voor consumenten, retailers, e-tailers, platformen en influencers en gaat Martijn Poulus (The Data Lawyers) in op digital fairness.

Daarna spreekt Jeroen Schouten over garantie, de verschillende vormen en de grijze gebieden.

IEF 23309

Auteursrecht op slipperzool: identieke zool levert inbreuk op

Rechtbank Midden-Nederland 11 feb 2026, IEF 23309; ECLI:NL:RBMNE:2026:581 (Einstein tegen Shoes4all), https://ie-forum.nl/artikelen/auteursrecht-op-slipperzool-identieke-zool-levert-inbreuk-op

Rb. Midden-Nederland 11 februari 2026, IEF 23309; ECLI:NL:RBMNE:2026:581 (Einstein tegen Shoes4all). De rechtbank oordeelt in een eindvonnis dat op de slipper van Einstein Shoes B.V. (met de zogeheten Dewi Outsole) auteursrecht rust en dat Shoes4all B.V. daarop inbreuk maakt door een slipper met exact dezelfde zool te verhandelen. In het tussenvonnis was al aangenomen dat er “in beginsel” auteursrecht en inbreuk was; in dit eindvonnis staat centraal of de Chinese matrijs voor de zool daadwerkelijk op basis van Einsteins ontwerptekening is gemaakt (en dus geen standaard, rechtenvrije matrijs was). Einstein onderbouwt dit voldoende met o.a. ontwerpcorrespondentie, het traject met een wooden mould (proefmal) die door de ontwerpster is goedgekeurd, en een e-mail van de trader aan de fabriek waarin expliciet wordt gevraagd de mould op basis van de ontwerptekening te maken; het ontbreken van een blueprint staat daaraan niet in de weg. Ook het openbaarmakingsvereiste is vervuld, omdat de zool afzonderlijk commercieel is geëxploiteerd (o.a. via Kruidvat) en de combinatie met de upper aan potentiële inkopers is aangeboden.

IEF 23306

IQOS-omruilservice kwalificeert als tabaksreclame

Rechtbank Rotterdam 17 feb 2026, IEF 23306; ECLI:NL:RBROT:2026:1408 (Philip Morris Investments B.V. tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de staatssecretaris), https://ie-forum.nl/artikelen/iqos-omruilservice-kwalificeert-als-tabaksreclame

Rechtbank Rotterdam 17 februari 2026, IEF 23306; RB 3973; ECLI:NL:RBROT:2026:1408 (Philip Morris Investments B.V. tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de staatssecretaris). De rechtbank Rotterdam beoordeelt een door de staatssecretaris van VWS opgelegde bestuurlijke boete van € 45.000 aan Philip Morris Investments B.V. wegens overtreding van het reclameverbod van art. 5 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet (Trw). Centraal staat of het online omruilprogramma voor het elektronische verhittingsapparaat IQOS (ILUMA) “reclame” is in de zin van art. 1 Trw. De rechtbank oordeelt dat dit zo is, op beide gronden van de definitie: (i) het is een handeling in de economische sfeer met (mede) het doel de verkoop van tabaksproducten/aanverwante producten te bevorderen, mede omdat Philip Morris belang heeft dat ook bezitters van een goed werkend oud apparaat overstappen vanwege de non-compatibiliteit met nieuwe tabaksticks (TEREA) en het verdwijnen van HEETS; en (ii) het is een commerciële mededeling die het aanprijzen/bekendheid geven tot doel dan wel (on)rechtstreeks gevolg heeft. Daarbij weegt mee dat de website-informatie verder ging dan strikt noodzakelijk en op punten wervend was (“profiteren”, “voordelen”, “nieuwste innovatie”, en een geruststellende/emotionele formulering over “geen zorgen … in de toekomst”), zodat het niet kan worden afgedaan als louter (verplichte) productinformatie; ook beperkte toegankelijkheid voor (vermeend) bestaande 18+ gebruikers maakt het niet anders.

IEF 23305

VIVA: Gerecht bevestigt (deels) behoud van Uniemerk na vervallenverklaring wegens normaal gebruik

Gerecht EU (voorheen GvEA) 25 feb 2026, IEF 23305; ECLI:EU:T:2026:154 (Viva Credit IFN SA tegen EUIPO en Viva Wallet AE Symmetochon – Anaptyxis Logismikoy), https://ie-forum.nl/artikelen/viva-gerecht-bevestigt-deels-behoud-van-uniemerk-na-vervallenverklaring-wegens-normaal-gebruik

Gerecht EU 25 februari 2026; IEF 23305; 4111; ECLI:EU:T:2026:154 (Viva Credit IFN SA tegen EUIPO en Viva Wallet AE Symmetochon – Anaptyxis Logismikoy). In deze zaak vraagt Viva Credit IFN SA om (gedeeltelijke) vernietiging/wijziging van een beslissing van de Vierde Kamer van Beroep van EUIPO in een vervallenverklaringsprocedure tegen het Uniemerk (beeldmerk) “Viva” van Viva Wallet. Viva Credit had vervallenverklaring gevorderd wegens niet-normaal gebruik (art. 58(1)(a) en (2) Verordening 2017/1001), waarna de Cancellation Division het merk grotendeels (deels) had laten vervallen voor een breed dienstenpakket in de klassen 35, 36, 38, 39, 41 en 42. In hoger beroep bij EUIPO bracht Viva Wallet aanvullend bewijs in; de Kamer van Beroep accepteerde dat bewijs en oordeelde dat het merk in de periode 6 april 2017 – 5 april 2022 normaal was gebruikt in de EU (met name Griekenland, maar ook o.a. Cyprus en **Roemenië) voor een reeks diensten, waaronder (kort gezegd) commerciële platform-/intermediairdiensten en e-payment brokerage (klasse 35), betalings- en financiële (ook deels niet-elektronische) diensten en ticketing-/boekingsbemiddeling (klasse 36), elektronische communicatiediensten die samenhangen met card payments en user authorisation (klasse 38), reis-/ticketdiensten en informatieverstrekking (klasse 39), reserverings-/boekingsdiensten inclusief e-tickets (klasse 41) en tijdelijke toegang tot online authenticatiesoftware (klasse 42). Viva Credit betoogde o.a. dat de motivering tekortschoot en dat het bewijs onvoldoende was voor plaats, omvang en aard van het gebruik.

IEF 23310

Afkomstig van www.AI-Forum.nl

Deepfakes als auteursrechtinbreuk? Europese Commissie fluit Deense AI-wet terug

Denemarken werkt, als eerste in Europa, aan een wijziging van zijn Auteurswet om burgers en uitvoerende kunstenaars beter te beschermen tegen AI-gegenereerde deepfakes. Het wetsvoorstel introduceert een verbodsrecht voor natuurlijke personen tegen het online beschikbaar stellen van realistische digitale imitaties van persoonlijke kenmerken en uitvoeringen, zoals stem, uiterlijk of bewegingen. Hiermee poogt Denemarken de opkomst van ongewenste deepfakes te bestrijden via het intellectueel eigendomsrecht. In een recente reactie heeft de Europese Commissie forse kanttekeningen geplaatst bij deze benadering, die ook relevant zijn voor het vergelijkbare wetgevingsinitiatief in Nederland.

IEF 23307

Uitspraak ingezonden door Daan Breuking en Annelotte Boot, Holla.

Secrid vs Pularys: slechts twee van de vijf betwiste Pularys‑wallets leveren modelinbreuk op, geen auteursrechtinbreuk of slaafse nabootsing

Hof Den Haag 20 feb 2026, IEF 23307; 200.345.513/01 (Tomasz Chwilowicz, (voorheen) h.o.d.n. Jaguar Tomasz Chwilowicz, Jaguar en Pularys tegen Secrid B.V.), https://ie-forum.nl/artikelen/secrid-vs-pularys-slechts-twee-van-de-vijf-betwiste-pularys-wallets-leveren-modelinbreuk-op-geen-auteursrechtinbreuk-of-slaafse-nabootsing

Hof Den Haag 20 februari 2026, IEF 23307; 200.345.513/01 (Tomasz Chwilowicz, (voorheen) h.o.d.n. Jaguar Tomasz Chwilowicz, Jaguar en Pularys tegen Secrid B.V.). In deze zaak staat Secrid, producent van de Miniwallet en Slimwallet met ingeschreven Benelux-modellen, tegenover de Poolse ondernemer Chwilowicz, die onder de naam Pularys verschillende kaarthouder-portemonnees (Viking, Nordic, Vegan, Yoga en later Hugo) online aanbiedt. Secrid vorderde in kort geding primair een Benelux-breed verbod wegens inbreuk op haar twee geregistreerde kaarthoudermodellen en subsidiair een Nederlands verbod wegens auteursrechtinbreuk en slaafse nabootsing, plus opgave- en nevenvorderingen, alles versterkt met dwangsommen en een volledige proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag oordeelde dat alle vijf Pularys-modellen inbreuk maakten op de modelrechten van Secrid en wees de vorderingen toe, met veroordeling van Chwilowicz in de proceskosten (IEF 22147). In hoger beroep komt Chwilowicz op met veertien grieven: tegen de feitenvaststelling, tegen de modelrechtelijke beoordeling, tegen de subsidiaire auteursrechtelijke en slaafse‑nabootsingsgronden, tegen de proceskosten en tegen de ruime formulering van het verbod. Het hof vernietigt het vonnis grotendeels. Waar de voorzieningenrechter nog vijf producten als inbreukmakend aanmerkte, oordeelt het hof dat slechts twee portemonnees, Viking en Vegan, inbreuk opleveren. Ten aanzien van de Nordic, Hugo en Yoga worden de vorderingen afgewezen. Het hof benadrukt daarbij dat bij de beoordeling van de algemene indruk niet alleen de buitenzijde, maar ook de binnenzijde moet worden betrokken, nu het modeldepot beide zijden omvat en de binnenzijde bij normaal gebruik zichtbaar is. Juist omdat de cardprotector en diverse kenmerken daarvan technisch bepaald zijn en reeds tot het vormgevingserfgoed behoren, is de ontwerpvrijheid binnen deze productcategorie beperkt en kan de buitenzijde op zichzelf, gelet op dat erfgoed, waarschijnlijk geen sterk onderscheidend karakter dragen. Het hof aanvaardt bovendien expliciet dat bij de afbakening van de beschermingsomvang, anders dan bij de geldigheidsbeoordeling, rekening mag worden gehouden met bekende elementen uit het vormgevingserfgoed (het zogenoemde ‘mozaïeken’).