IEF 23260
3 februari 2026
Uitspraak

Geen verwarringsgevaar tussen woordmerk ‘EF’ en beeldmerk ‘EF’

 
IEF 23259
3 februari 2026
Uitspraak

Verwarringsgevaar tussen TELOTRÓN en TRON in de farmaceutische sector

 
IEF 23258
3 februari 2026
Artikel

Woensdag 11 maart 2026 IE Symposium 2026 - AIPPI Nederland

 
IEF 23260

Geen verwarringsgevaar tussen woordmerk ‘EF’ en beeldmerk ‘EF’

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 jan 2026, IEF 23260; ECLI:EU:T:2026:32 (Casa Ermelinda Freitas, S.A. tegen EUIPO en Eggers & Franke Holding GmbH), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-woordmerk-ef-en-beeldmerk-ef

Gerecht EU 21 januari 2026, IEF 23260; ECLI:EU:T:2026:32 (Casa Ermelinda Freitas, S.A. tegen EUIPO en Eggers & Franke Holding GmbH). Op 9 juli 2018 heeft Eggers & Franke Holding GmbH een aanvraag ingediend voor de registratie van een figuratief beeldmerk “EF” voor goederen in klasse 32, waaronder bier, wijn en andere dranken. Hiertegen heeft Casa Ermelinda Freitas, S.A. oppositie ingesteld op basis van haar eerdere EU-woordmerk “EF”. De oppositieprocedure leidde tot een weigering van de merkaanvraag. Tegen deze beslissing werd beroep ingesteld bij de Kamer van Beroep van het EUIPO. De Kamer van Beroep oordeelde dat, ondanks de (gedeeltelijke) overeenstemming van de waren, geen sprake was van verwarringsgevaar in de zin van artikel 8, lid 1, onder b, van Verordening 2017/1001. Daarbij overwoog zij onder meer dat het element “EF” in het aangevraagde figuratieve merk een beperkt onderscheidend vermogen heeft en dat de tekens als geheel voldoende van elkaar verschillen.

IEF 23259

Verwarringsgevaar tussen TELOTRÓN en TRON in de farmaceutische sector

Gerecht EU (voorheen GvEA) 28 jan 2026, IEF 23259; ECLI:EU:T:2026:50 (Montepelayo, SLU tegen EUIPO en TRON – Translationale Onkologie an der Universitätsmedizin der Johannes Gutenberg-Universität Mainz gemeinnützige GmbH), https://ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-telotron-en-tron-in-de-farmaceutische-sector

Gerecht EU 28 januari 2026, IEF 23259; ECLI:EU:T:2026:50 (Montepelayo, SLU tegen EUIPO en TRON – Translationale Onkologie an der Universitätsmedizin der Johannes Gutenberg-Universität Mainz gemeinnützige GmbH). In deze zaak had Montepelayo een aanvraag ingediend voor registratie van het woordteken “TELOTRÓN” voor goederen en diensten in de klassen 5, 9 en 44 van de Overeenkomst van Nice. TRON ging hiertegen in verzet, omdat het EU-woordmerk “TRON” al was geregistreerd voor klassen 42 en 44. Het verzet was gebaseerd op art. 8, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2017/1001. De oppositieafdeling verwierp het bezwaar, maar de kamer van beroep vernietigde die beslissing. Montepelayo stelde daarop beroep in bij het Gerecht van de EU en verzocht om nietigverklaring van de beslissing van de kamer van beroep, onder meer met het betoog dat de kamer van beroep de tekens onjuist had vergeleken, het relevante publiek een zodanig hoog aandachtsniveau heeft dat elk verwarringsgevaar wordt uitgesloten, de oudere merken slechts een beperkt onderscheidend vermogen hebben en er sprake zou zijn van vreedzame co-existentie, onderbouwd met het grote aantal merken waarin het element “tron” voorkomt.

IEF 23258

Woensdag 11 maart 2026 IE Symposium 2026 - AIPPI Nederland

In 2026 viert de Nederlandse Groep van AIPPI haar 100-jarig jubileum. Ter gelegenheid van deze bijzondere mijlpaal nodigen wij u graag uit voor de lustrumeditie van het IE Symposium op 11 maart 2026.

Programma

  • Plenair programma met actuele thema’s, waaronder auteursrecht post-MIO en merkenrecht & vrijheid van meningsuiting.
  • Parallelsessies over het UPC, de rol van de consument/gebruiker in merken- en modellenrecht en gelijke behandeling in het auteursrecht.
  • Uitreiking van de VIE-prijs 2026.
  • Historische terugblik op 100 jaar IE en AIPPI NL, verzorgd door oud-voorzitters en bestuursleden.

Feestelijk diner op Slot Zeist

Na het inhoudelijke programma (einde 17.15 uur) begeven wij ons direct naar Slot Zeist, waar u  van harte welkom bent voor een feestelijke toast en diner. Tijdens het diner op Slot Zeist, een locatie met historische betekenis voor onze vereniging, delen sprekers hun herinneringen en inzichten en blikken we samen vooruit naar de toekomst.

IEF 23257

Beschrijvend karakter PAYKIT: Gerecht bevestigt weigering inschrijving Uniewoordmerk door EUIPO

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 jan 2026, IEF 23257; ECLI:EU:T:2026:37 (Synonym Software, SA de CV tegen EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/beschrijvend-karakter-paykit-gerecht-bevestigt-weigering-inschrijving-uniewoordmerk-door-euipo

Gerecht EU 21 januari 2026, IEF 23257;ECLI:EU:T:2026:37 (Synonym Software, SA de CV tegen EUIPO). In deze zaak heeft Synonym Software, SA de CV beroep ingesteld tegen een beslissing van de Vierde Kamer van Beroep van het EUIPO over de weigering van de woordmerkaanvraag PAYKIT. Het teken PAYKIT was aangevraagd voor waren en diensten op het gebied van software en digitale betalings‑ of financiële oplossingen, in verschillende klassen, waaronder met name software, betalingsdiensten en daarmee samenhangende diensten. Het EUIPO had de inschrijving gedeeltelijk geweigerd op grond van artikel 7, lid 1, onder c, van Verordening 2017/1001, omdat PAYKIT voor een deel van die waren en diensten beschrijvend is. “Pay” en “kit” zou door het relevantie publiek onmiddellijk en zonder verder nadenken worden opgevat als een verwijzing naar een toolkit om financiële transacties mogelijk te maken en te optimaliseren. De verzoeker voert drie middelen aan: het eerste betreft een schending van artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening 2017/1001, het tweede een schending van artikel 7, lid 1, onder b), van die verordening, en het derde een schending van de algemene beginselen van gelijke behandeling en goed bestuur. De verzoeker betoogt dat de kamer van beroep een fout heeft gemaakt bij de beoordeling door zich te baseren op een onjuiste definitie van het woord “pay” en de combinatie PAYKIT als geheel.

IEF 23255

Uitspraak ingezonden door Hugo Brautigam en Alexander van Laaren, Dentons

Verwarringsgevaar tussen MARROW en ARROW CLASSIC ROCK CAFÉ bij identieke entertainmentdiensten

EUIPO - OHIM 29 jan 2026, IEF 23255; B 3 215 537 (CRN Management B.V. tegen Spotify AB), https://ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-marrow-en-arrow-classic-rock-cafe-bij-identieke-entertainmentdiensten

EUIPO 29 januari 2026, IEF 23255; B 3 215 537 (CRN Management B.V. tegen Spotify AB). In deze oppositiebeslissing wijst de EUIPO‑oppositieafdeling de Uniemerkaanvraag „MARROW” van Spotify volledig af wegens verwarringsgevaar met het oudere Benelux‑woordmerk „ARROW CLASSIC ROCK CAFÉ” van CRN Management B.V. voor entertainmentdiensten in klasse 41. Op 12 april 2024 had CRN Management oppositie ingesteld tegen alle aangevraagde diensten van het woordmerk MARROW, omdat het volgens hen verwarringsgevaar zou opleveren met “ARROW CLASSIC ROCK CAFÉ”, welke in de Benelux staat ingeschreven. De oppositieafdeling stelt vast dat de door MARROW aangevraagde diensten volledig vallen binnen de ruime categorie “entertainment” waarvoor het oudere merk is ingeschreven. Daardoor zijn de diensten juridisch identiek. Het relevante publiek is het algemene publiek in de Benelux. Bij de vergelijking van de tekens oordeelt de oppositieafdeling dat voor een aanzienlijk Franstalige deel van het Benelux‑publiek “ARROW” en “MARROW” geen betekenis hebben, omdat de Franse equivalenten (“flèche” en “moelle”) niet op elkaar lijken en “arrow” en “marrow” bovendien geen basisbegrippen zijn die in het Engels algemeen worden begrepen. Hierdoor hebben de woorden een gemiddeld onderscheidend vermogen, zonder dat zij conceptueel van elkaar verschillen. Het element “CLASSIC ROCK CAFÉ” in het oudere merk wordt daarentegen wel begrepen en beschrijft in wezen het thema van de entertainmentdiensten, en heeft zeer gering onderscheidend vermogen. Visueel en auditief vertonen de tekens slechts een ondergemiddelde mate van overeenstemming in de letterreeks, omdat het verschil zit in de beginletter “M” en het extra beschrijvende deel van het oudere merk. Conceptueel is er wel een verschil, maar dat verschil weegt beperkt omdat het beschrijvende deel zwak onderscheidend is. De globale onderscheidingskracht van het oudere merk als geheel werd als normaal beschouwd.

IEF 23256

Kabinet wil verplichte inhoudelijke toetsing van octrooien in Nederland

Het kabinet heeft een wetsvoorstel aangekondigd tot herziening van de Rijksoctrooiwet, waarbij alle nationale octrooiaanvragen voortaan inhoudelijk worden getoetst door Octrooicentrum Nederland. Daarmee wordt afstand genomen van het huidige verleningssysteem zonder inhoudelijke toetsing. Het voorstel beoogt meer rechtszekerheid te bieden over de geldigheid van verleende octrooien.

Het wetsvoorstel is ingediend op initiatief van Karremans en wordt voor advies voorgelegd aan de Raad van State, waarna parlementaire behandeling volgt. Daarnaast voorziet het voorstel in vereenvoudiging of afschaffing van een aantal octrooiregels. De reikwijdte van de wet omvat ook de Caribische delen van het Koninkrijk en wordt voorgesteld uit te breiden naar maritieme gebieden.

Lees het persbericht hier.

IEF 23254

Article written by Sarah Taylor, Pinsent Masons.

Expect patent litigation strategies to be shaped by the UPC in 2026

Article written by Sarah Taylor, Pinsent Masons

The Unified Patent Court (UPC) is at the forefront of international patent litigation choices at the start of what we expect will be another year of meaningful developments in its case law for businesses across sectors.

Below, we examine some of the major developments in UPC case law in 2025 and examine how the position might evolve further in 2026, focusing on three main areas: the expansion of the geographic scope of the UPC’s ruling; the litigation of ‘standard essential’ technology patents; and how pharmaceutical companies may be increasingly encouraged to assert or defend patent claims before the UPC.

IEF 23252

Weigering van het Uniewoordmerk ‘EcoGuard’ wegens beschrijvend karakter

Gerecht EU (voorheen GvEA) 28 jan 2026, IEF 23252; ECLI:EU:T:2026:47 (ABB Asea Brown Boveri Ltd tegen EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/weigering-van-het-uniewoordmerk-ecoguard-wegens-beschrijvend-karakter

Gerecht EU 28 januari 2026, IEF 23252; ECLI:EU:T:2026:47 (ABB Asea Brown Boveri Ltd tegen EUIPO). Het bedrijf ABB Asea Brown Boveri Ltd had een aanvraag ingediend voor de inschrijving van een woordmerk “EcoGuard”. Deze werd geweigerd door de kamer van beroep, omdat het een beschrijvend karakter heeft en onderscheidend vermogen mist. ABB ging hiertegen in beroep bij het Gerecht. ABB verzocht het Gerecht de bestreden beslissing van het EUIPO te vernietigen en het Bureau te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. In haar vorderingen betoogde zij dat het EUIPO door onjuiste interpretatie van artikel 7(1)(b) en artikel 7(1)(c) van Verordening (EU) 2017/1001 de merknaam “EcoGuard” ten onrechte als beschrijvend had aangemerkt. Zij voerde daarnaast aan dat de kamer van beroep de beginselen van gelijke behandeling en behoorlijk bestuur niet had nageleefd.

IEF 23253

Geen verwarringsgevaar tussen Puma‑strepen en aangevraagd streepbeeldmerk

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 jan 2026, IEF 23253; ECLI:EU:T:2026:31 (Puma SE tegen Ningbo Gongfang Commercial Management Co. Ltd en EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-puma-strepen-en-aangevraagd-streepbeeldmerk

Gerecht EU 21 januari 2026, IEF 23253; ECLI:EU:T:2026:31 (Puma SE tegen Ningbo Gongfang Commercial Management Co. Ltd en EUIPO). Deze zaak betreft een beroep van Puma SE tegen de beslissing van de Kamer van Beroep van EUIPO in een oppositieprocedure tegen een Uniemerkaanvraag van het Chinese bedrijf Ningbo Gongfang Commercial Management. Dit bedrijf vroeg om een beeldmerk bestaande uit een zwart rechthoekig of vierkant vlak met daarop twee gebogen, witte vormen voor onder meer kleding en schoenen in klasse 25. Puma SE doet een beroep op artikel 8 lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2017/1001. De kamer van beroep oordeelde dat de tekens geheel visueel verschillend waren vanwege de aanwezigheid van een zwarte achtergrond in het aangevraagde teken en de respectievelijke geometrische vormen van de betreffende tekens.

IEF 23251

Article written by Mark Marfé and Ian Turner, Pinsent Masons.

UPC rule changes accompany fees hike and may impact patent strategies

Article written by Mark Marfé and Ian Turner, Pinsent Masons.

Businesses should consider how updated rules of procedure at the Unified Patent Court (UPC) might impact their patent strategies, experts have advised.

 

Mark Marfé and Ian Turner of Pinsent Masons were commenting after the updated rules came into force on 1 January 2026 alongside a new court fees structure, which includes an inflation-based rise in court fees but with reduced fees for SMEs.

Marfé said: “The UPC’s fixed court fees, which applied previously for patent infringement actions and counterclaims for infringement, actions for declarations of non-infringement and applications to determine damages, and actions for compensation for licences of right, have been increased by almost 33%. This is significant for court users, but the court made clear that this reflected the fact that the original fee proposals, which were in effect until this increase, had not been updated in line with inflation since they were prepared in 2016.”

“Of particular note for applicants is the fact that these fixed fees, in addition to the court’s value-based fee, will now also apply where patent owners seek provisional measures, such as preliminary injunctions, applications for preservation of evidence and orders for inspection of premises, as well as orders for freezing of assets, where the value of the action exceeds €500,000. This is an important change, reflecting perhaps the broad scope, particularly following rulings on the court’s long-arm jurisdiction, and the increasing use, of such measures before the UPC,” he said.

“However, the value-based fee will be waived for certain applications – for preservation of evidence; inspections; or freezing of assets – if an infringement action is pending at the UPC between the same parties and is based on the same patent,” Marfé added.