IEF 23397
24 maart 2026
Artikel

Invitation to HOYNG ROKH MONEGIER's Women in IP event, 16 April 2026, Amsterdam - Only a few places left!

 
IEF 23398
24 maart 2026
Uitspraak

Geen auteursrechtelijke bescherming en geen bewezen inbreuk: fotojournalist tegen UGent over online CLIM‑werkpakketten

 
IEF 23395
24 maart 2026
Artikel

An end to the input-output dichotomy in AI copyright? Like Company v Google takes an unexpected turn

 
IEF 23385

Gerecht bevestigt afwijzing van oppositie tegen het Uniemerk EMOTORS

Gerecht EU (voorheen GvEA) 18 mrt 2026, IEF 23385; ECLI:EU:T:2026:196 (e-motors tegen EUIPO en Nidec PSA Emotors), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-afwijzing-van-oppositie-tegen-het-uniemerk-emotors

Gerecht EU 18 maart 2026, IEF 23385; IEFbe 4149; ECLI:EU:T:2026:196 (e-motors tegen EUIPO en Nidec PSA Emotors). In deze zaak vorderde e-motors vernietiging van de beslissing van de kamer van beroep van het EUIPO, waarbij haar oppositie tegen de inschrijving van het figuratieve Uniemerk EMOTORS van Nidec PSA Emotors was afgewezen. Die oppositie was gebaseerd op een ouder figuratief Uniemerk e-motors en een ouder Frans woordmerk emotors, en berustte op artikel 8 lid 1 onder b UMVo. De kamer van beroep had eerst geoordeeld dat het normale gebruik van de oudere merken voor de betrokken diensten voldoende was aangetoond, maar vervolgens geoordeeld dat geen sprake was van verwarringsgevaar. Het Gerecht bevestigt dat oordeel. Het relevante publiek bestaat uit zowel het algemene publiek als professionals, met een hoog aandachtsniveau, en de betrokken producten van het aangevraagde merk zijn hoogstens middelmatig soortgelijk aan de diensten waarvoor de oudere merken bescherming genieten. Het Gerecht volgt ook het oordeel dat het gemeenschappelijke woordelement “emotors” in de context van de betrokken producten en diensten slechts een zwak intrinsiek onderscheidend vermogen heeft, omdat het relevante publiek dit zal begrijpen als een verwijzing naar elektrische motoren.

IEF 23384

Gerecht bevestigt verval van het Uniemerk Gattinoni wegens gebrek aan normaal gebruik

Gerecht EU (voorheen GvEA) 18 mrt 2026, IEF 23384; ECLI:EU:T:2026:199 (Effeemme Srl tegen EUIPO en Phoenix 1946 Srl), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-verval-van-het-uniemerk-gattinoni-wegens-gebrek-aan-normaal-gebruik

Gerecht 18 maart 2026, IEF 23384; IEFbe 4148; ECLI:EU:T:2026:199 (Effeemme Srl tegen EUIPO en Phoenix 1946 Srl). In deze zaak verzocht Effeemme Srl om vernietiging van de beslissing van de kamer van beroep van het EUIPO, waarin was bevestigd dat het figuratieve Uniemerk Gattinoni vervallen was verklaard voor alle betrokken waren in de klassen 18 en 25, omdat geen normaal gebruik van het merk was aangetoond in de relevante periode van 14 mei 2017 tot en met 13 mei 2022. Het Gerecht zet eerst het juridische kader uiteen: voor behoud van een Uniemerk moet het merk in de Unie daadwerkelijk en niet louter symbolisch zijn gebruikt, waarbij het bewijs cumulatief betrekking moet hebben op plaats, duur, omvang en aard van het gebruik. In deze zaak stond alleen de omvang van het gebruik ter discussie. Effeemme voerde aan dat de kamer van beroep het bewijs ten onrechte stuk voor stuk had beoordeeld en onvoldoende gewicht had toegekend aan licentieovereenkomsten, catalogi, facturen, promotiemateriaal en persartikelen. Het Gerecht verwerpt dat betoog en oordeelt dat de kamer van beroep het bewijsmateriaal wél in samenhang heeft beoordeeld, maar terecht heeft vastgesteld dat vrijwel alle stukken zagen op een periode vóór de relevante gebruiksperiode en dat de stukken uit de relevante periode geen voldoende concreet en objectief beeld gaven van daadwerkelijke marktactiviteit. Met name ontbraken gegevens over omzet, verkoopcijfers, jaarlijkse verkooprapporten, promotiebudgetten of andere stukken waaruit de commerciële omvang van het gebruik van het merk kon blijken.

IEF 23383

Gerecht bevestigt nietigverklaring van het Uniemerk V12X

Gerecht EU (voorheen GvEA) 18 mrt 2026, IEF 23383; ECLI:EU:T:2026:198 (MAN Truck & Bus SE tegen EUIPO en Rolls-Royce Power Systems AG), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-nietigverklaring-van-het-uniemerk-v12x

Gerecht EU 18 maart 2026, IEF 23383; IEFbe 4147; ECLI:EU:T:2026:198 (MAN Truck & Bus SE tegen EUIPO en Rolls-Royce Power Systems AG). In deze zaak vorderde MAN Truck & Bus SE vernietiging van de beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO, waarin het Uniewoordmerk V12X nietig was verklaard op verzoek van Rolls-Royce Power Systems AG. Het merk was ingeschreven voor motoren en motoronderdelen in klasse 7, met name voor gebruik in boten, schepen en stationaire toepassingen. Het Gerecht verwerpt eerst de bewijsrechtelijke bezwaren van MAN. Volgens het Gerecht schrijft Verordening 2017/1001 geen vaste vorm van bewijs voor, zodat ook screenshots, hyperlinks en andere online bronnen als bewijs kunnen dienen. Het enkele feit dat een website later mogelijk is gewijzigd of dat een link niet meer werkt, maakt zulke stukken nog niet ongeloofwaardig; daarvoor zijn concrete aanwijzingen van manipulatie nodig, en die had MAN niet gegeven. Ook het aanvullende bewijsmateriaal dat Rolls-Royce pas voor het eerst bij de kamer van beroep had ingediend, mocht volgens het Gerecht worden toegelaten. Dat materiaal was op het eerste gezicht relevant voor de uitkomst van de zaak, vulde eerder tijdig ingediend bewijs aan en diende mede als reactie op de afwijzende beslissing van de nietigheidsafdeling, die het eerdere dossier onvoldoende vond. Verder faalde ook de klacht dat de kamer van beroep haar beslissing op andere gronden zou hebben gebaseerd dan die welke Rolls-Royce had aangevoerd: voor zover bepaalde overwegingen al verder gingen, waren die volgens het Gerecht in elk geval niet beslissend, omdat de nietigverklaring al zelfstandig kon steunen op het beschrijvende karakter van het merk.

IEF 23382

Uitspraak ingezonden door Marije van der Jagt, Griffiths Advocaten.

Hof bevestigt Nederlandse thuiskopieregeling en veroordeelt PhoneZone tot betaling

Hof Den Haag 10 mrt 2026, IEF 23382; ECLI:NL:GHDHA:2026:243 (PhoneZone tegen De Thuiskopie), https://ie-forum.nl/artikelen/hof-bevestigt-nederlandse-thuiskopieregeling-en-veroordeelt-phonezone-tot-betaling

Hof Den Haag 10 maart 2026, IEF 23382; ECLI:NL:GHDHA:2026:243 (PhoneZone tegen De Thuiskopie). In PhoneZone B.V. tegen Stichting de Thuiskopie stond in hoger beroep centraal of PhoneZone thuiskopievergoedingen moest betalen over door haar ingevoerde dragers, en of het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding wel verenigbaar is met art. 5 lid 2 onder b van de Auteursrechtrichtlijn. Het hof zet eerst het wettelijke kader uiteen: in Nederland is de thuiskopievergoeding verschuldigd door de fabrikant of importeur van de drager; de hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld binnen het daarvoor geldende stelsel; de inning loopt via Stichting de Thuiskopie; de betalingsplicht ontstaat bij invoer of het in het verkeer brengen van de drager; en bij uitvoer of ander niet-vergoedingsplichtig gebruik bestaan mogelijkheden voor restitutie. Het hof verwerpt vervolgens de principiële bezwaren van PhoneZone tegen dit systeem. Volgens het hof hebben lidstaten bij de inrichting van een stelsel van billijke compensatie een ruime beoordelingsmarge, zolang de daadwerkelijke inning van compensatie is gewaarborgd en voldoende correctiemechanismen bestaan om overcompensatie te voorkomen. Daarom is het volgens het hof toegestaan dat Nederland de heffing legt bij de fabrikant of importeur in plaats van bij de particuliere eindgebruiker. Ook is het toegestaan dat de betalingsverplichting al ontstaat voordat daadwerkelijk een privékopie is gemaakt. Het hof acht verder aanvaardbaar dat niet vooraf al onderscheid wordt gemaakt tussen privégebruik en zakelijk gebruik, omdat heffing verderop in de keten praktisch grote problemen zou opleveren. Het hof laat in het midden of PhoneZone zich rechtstreeks op de richtlijn kan beroepen, omdat het Nederlandse recht volgens het hof hoe dan ook niet onjuist is omgezet. Ook ziet het hof geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie.

IEF 23381

Voorlopig geen octrooi-inbreuk aangenomen bij composteerbare koffiecapsules

Rechtbank Den Haag 20 mrt 2026, IEF 23381; ECLI:NL:RBDHA:2026:6008 (Ox Barrier tegen De Koffiejongens, Euro-Caps en Capsul’in), https://ie-forum.nl/artikelen/voorlopig-geen-octrooi-inbreuk-aangenomen-bij-composteerbare-koffiecapsules

Rb. Den Haag 20 maart 2026, IEF 23381; ECLI:NL:RBDHA:2026:6008 (Ox Barrier tegen De Koffiejongens, Euro-Caps en Capsul’in). In dit kort geding vorderde Ox Barrier een verbod en nevenvoorzieningen tegen De Koffiejongens wegens gestelde directe en indirecte inbreuk op Europees octrooi EP 3 145 838 B1, dat ziet op composteerbare koffiecapsules met een meerlagig afsluitelement. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag achtte zich exclusief bevoegd op grond van art. 80 lid 2 onder a ROW en nam ook spoedeisend belang aan, ondanks het feit dat Ox Barrier al langer bekend was met de capsules, omdat de verkoop sinds 29 september 2025 was uitgebreid naar circa 800 Albert Heijn-filialen en de vermeende inbreuk daardoor was geïntensiveerd. Wel benadrukte de rechter dat de drempel voor toewijzing van een voorlopig verbod hoog lag, omdat De Koffiejongens stelde dat een verbod tot zeer zware, mogelijk faillissementsachtige gevolgen zou leiden, terwijl eventuele schade van Ox Barrier in beginsel achteraf via een licentievergoeding te begroten zou zijn.

IEF 23374

Article written by Gerli Helene Gritsenko, Sorainen.

Lookalikes are not a marketing accident. They are a litigation risk.

In Islestarr Holdings Ltd v Aldi Stores Ltd, the High Court of England and Wales examined whether a budget powder compact sold by Aldi copied the distinctive design used by Charlotte Tilbury.

The background is familiar in the cosmetics market. Aldi is known for offering affordable “dupe” alternatives to high end beauty products, often using similar packaging at a fraction of the price.

The brand owner argued that Aldi had reproduced two artistic works:

- the “Starburst Design” on the compact lid

- the embossed starburst pattern in the powder

IEF 23376

Negatieve recensies op social media van consument niet onrechtmatig

Rechtbank Limburg 11 sep 2024, IEF 23376; ECLI:NL:RBLIM:2024:6062 (Beton Aparte tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/negatieve-recensies-op-social-media-van-consument-niet-onrechtmatig

Rb. Limburg 11 september 2024, IEF 23376; IT 5147; ECLI:NL:RBLIM:2024:6062 (Beton Aparte tegen [gedaagde]). [gedaagde] plaatste negatieve recensies op onder meer Radar, Google en Yelp over betonproducten die volgens haar gebrekkig zijn, na blaasvorming en loslatende lagen kort na toepassing. Beton Aparte (de leverancier) weigert terugbetaling en stelt dat de schade het gevolg is van onjuiste verwerking. [gedaagde] laat herstelkosten begroten op circa € 4.000 en uit daarnaast kritiek op de communicatie van het bedrijf. Beton Aparte vordert een verklaring voor recht dat sprake is van onrechtmatige uitlatingen, schadevergoeding wegens reputatie- en omzetverlies, verwijdering van recensies en rectificatie.

IEF 23380

ART EXHIBITION - BEYOND REFLECTION

Met plezier nodigen we je uit om samen het glas te heffen tijdens deze bijzondere midissage – een mooi moment om even stil te staan, te reflecteren en samen te komen rond de werken van Beyond Reflection van Brigitte Spiegeler.

Deze middag biedt een fijne gelegenheid om elkaar te ontmoeten in een exclusieve setting en het werk echt te ervaren. Laten we dit moment niet alleen zien als een mijlpaal binnen de tentoonstelling, maar vooral ook als een gezellig samenzijn om het werk samen te vieren in goed gezelschap.

IEF 23377

Beschrijvende handelsnaam mist onderscheidend vermogen, geen sprake van verwarringsgevaar

Rechtbank Amsterdam 26 feb 2026, IEF 23377; ECLI:NL:RBAMS:2026:2028 (Experiencegift tegen Hotelgiftcard), https://ie-forum.nl/artikelen/beschrijvende-handelsnaam-mist-onderscheidend-vermogen-geen-sprake-van-verwarringsgevaar

Rb. Amsterdam 26 februari 2026, IEF 23377; ECLI:NL:RBAMS:2026:2028 (Experiencegift tegen Hotelgiftcard). Experiencegift vordert in kort geding een verbod op het gebruik van de handelsnaam “Hotelgiftcard” door Hotelgiftcard, stellende dat deze naam verwarringwekkend overeenstemt met haar (oudere) handelsnaam “Hotelgift”. Beide ondernemingen bieden cadeaukaarten voor hotelovernachtingen aan. Daarnaast vordert Experiencegift overdracht van de domeinnaam en vergoeding van proceskosten. Hotelgiftcard voert verweer en stelt in reconventie onder meer dat Experiencegift onrechtmatig handelt door consumenten te betalen voor (positieve) reviews.

IEF 23360

Gerecht bevestigt dat ‘Mein Autohaus’ beschrijvend is voor een digitaal communicatieplatform

Gerecht EU (voorheen GvEA) 25 feb 2026, IEF 23360; ECLI:EU:T:2026:147 (Loco-Soft Vertriebs GmbH tegen EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-dat-mein-autohaus-beschrijvend-is-voor-een-digitaal-communicatieplatform

Gerecht EU 25 februari 2026, IEF 23360; IEFbe 4137; ECLI:EU:T:2026:147 (Loco-Soft Vertriebs GmbH tegen EUIPO). In dit arrest staat de aanvraag centraal voor het woordmerk Mein Autohaus voor een dienst in klasse 42, omschreven als een platform as a service (PaaS) dat is uitgerust met technologie waarmee ondernemingen, organisaties en particulieren hun aanbod online kunnen presenteren en informatie en nieuws over hun activiteiten, producten en diensten aan onlinegebruikers kunnen doorgeven. De examinator had de aanvraag voor die dienst geweigerd op grond van artikel 7, lid 1, onder b en c, UMVo, gelezen in samenhang met artikel 7, lid 2, UMVo, en de Kamer van Beroep had die weigering bevestigd. Het Gerecht toetst eerst de weigeringsgrond van artikel 7, lid 1, onder c, UMVo en laat de beslissing in stand. Het relevante publiek bestaat volgens het Gerecht uit zowel het grote publiek als ondernemingen en organisaties, dus mede uit een gespecialiseerd publiek. Voor de beoordeling is met name van belang hoe het Duitstalige publiek het teken begrijpt. Het Gerecht volgt de Kamer van Beroep in haar oordeel dat “Autohaus” in het Duits rechtstreeks verwijst naar een autodealer of autobedrijf en dat dit element, toegepast op de betrokken dienst, onmiddellijk doet denken aan een digitaal platform dat verband houdt met de activiteiten van een autodealer. De betrokken dienst sluit daar volgens het Gerecht rechtstreeks op aan, omdat zij is bedoeld om online aanbod en bedrijfsinformatie te communiceren en dus kan worden gebruikt binnen het typische bedrijfsmodel van een autodealer, met name ter ondersteuning of bevordering van de verkoop van voertuigen.