Vrijdagmiddagberichten
1- Voor maar 14,95 Euro kan vanaf nu een internet domeinnaam cadeau worden gedaan. De eerste Nederlandse DomeinBon is vandaag door de Kerstman overhandigd aan Oscar Diele, directeur van Marktplaats.nl. De DomeinBon is de eerste Nederlandse bon waarmee een internet domeinnaam aan iemand cadeau kan worden gegeven en is daarmee een unieke en eigentijdse manier om iemand te verrassen tijdens de Kerstdagen. Lees meer hier en hier.
2- Al geruime tijd gebruiken organisaties als de Amerikaanse RIAA en MPAA geautomatiseerde tools om aangeboden inbreukmakende werken op te sporen. De 'botjes' struinen internet af op zoek naar bestanden met namen als "Madonna - Hung up.mp3" en informeren dan de advocaat zodat deze de "staken en gestaakt houden" standaardbrief op de post kan doen. Internet zou internet niet zijn als daar geen technische tegenmaatregel voor werd gevonden. Dat werd de DirIndexFaker. Dit programma maakt volautomatisch echt uitziende bestandslijsten met namen waar die botjes wel pap van lusten. Lees meer hier.
3- New Bergerber Man. Dubious domain defences from the WIPO archives. When someone who clearly has no legitimate reason for holding a domain name attempts to come up with a reason, it spells one thing: comedy. In these pages, excerpts from close to 100 cases culled at great personal expense from the WIPO archives, you’ll see some of the outlandish ways people have tried to convince an Administrative Panel they have a right to a domain name. Lees meer hier.
Kookles
Rechtbank Utrecht, 15 december 2005. Tefal tegen Ballarini.
Sinds 2000 brengt Tefal pannen op de markt voorzien van een warmte-indicator op de bodem van de pan, de Termo-Spot. Tefal is eveneens houdster van het beeldmerk Thermo-Spot. Ballarini produceert pannen voorzien van een warmte-indicator, de Thermopoint. Deze indicator bevindt zich in de steel van de pan. Ballarini heeft Thermopoint als woord/beeldmerk en als beeldmerk geregistreerd. Op de verpakking van de Ballarini's pan staat vermeld "energiebesparend -25%" en "langere levensduur anti-aanbaklaag +30%".
De rechter acht beide claims misleidend daar Ballarini de juistheid van de stellingen met het door haar overgelegde onderzoek niet kon bewijzen. Uit het onderzoek blijkt dat "niet alleen twee verschillende pannen maar ook twee verschillende bakwijzen zijn getest". Interessant is - vooral na de conclusie van Leger inzake Roche/Primus - dat Tefal een verbod voor de gehele EU heeft gevraagd en dat dit verbod wordt afgewezen omdat gebruik van de misleidende claims in andere landen dan Nederland niet is gesteld of gebleken tengevolge waarvan Tefal geen belang bij deze vordering heeft. Blijkbaar acht de rechter zich dus wel bevoegd grensoverschrijdend op te treden.
In rov 4.7 overweegt de rechter: "Uit het voorgaande volgt dat het gebruik van de beide claims inzake de langere levensduur van 30% en de energiebesparing van 25% misleidend en om die reden ontoelaatbaar worden geacht. Deze conclusie leidt tot toewijzing van de vordering tot het staken en gestaakt houden van deze misleidende claims. De voorzieningenrechter zal dit verbod echter niet toewijzen voor het gebruik daarvan in de hele Europese Unie nu niet is gesteld of gebleken dat Ballarini de misleidend geoordeelde claims ook in andere landen gebruikt. Voorshands moet het ervoor worden gehouden dat Tefal derhalve geen belang bij dit onderdeel van haar vordering heeft".
De vorderingen van Tefal met betrekking tot haar merkrecht worden afgewezen.
"Het gebruik door Ballarini van het teken Thermopoint wijkt wat betreft de woorden, het lettertype, de kleurstelling en totaalbeeld af van het door tefal gedeponeerde beeldmerk, mitsdien is er geen sprake van gerechtvaardigde vrees dat er verwarring bij het publiek zal ontstaan..."
Lees het vonnis hier (met dank aan Bird & Bird)
Vooraankondiging (2)
Na het eerdere bericht van 13 december 2005 is het nu officieel: morgen zal de Hoge Raad om 10.00 uitspraak doen in het geschil tussen Scientology - Spaink (rolnr. C04/020HR). Op rechtspraak.nl is te lezen dat aaanstaande vrijdag rond 11.00 uur op de website van de Hoge Raad een samenvatting van de uitspraak zal verschijnen waarna de volledige uitspraak zo snel mogelijk zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl
Olympisch associatiegevaar
Het is het Internationaal Olympisch Comité in Lausanne een doorn in het oog dat bedrijven voor en tijdens de Olympische Spelen (de eerstvolgende Spelen zullen in 2006 in Turijn plaatsvinden) het Olympisch symbool voor eigen commerciële doeleinden gebruiken. Middels de nationale organisaties, in Nederland dus het NOC*NSF, zal worden toegezien op het misbruik van het Olympisch symbool (adformatie).
Vruchtensappen
Conclusie AG Jacobs 15 december 2005, zaak C-416/04P, The Sunrider Corp (VITAFRUIT)
Hogere voorziening is ingesteld door The Sunrider Corporation tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen in zaak T-203/02 tot vernietiging van dit arrest. Het Gerecht oordeelde in voormelde zaak: "Derhalve faalt verzoeksters argument dat de betrokken waren zijn bestemd voor verschillende kopers, te weten industriëlen in het geval van de concentraten van sappen en eindverbruikers in het geval van de kruiden- en vitaminedranken. Verder heeft de kamer van beroep terecht aangevoerd dat de betrokken waren dezelfde bestemming hebben, te weten het lessen van de dorst, en dat zij in belangrijke mate concurrerend zijn. Wat de aard en het gebruik van de betrokken waren betreft, zij vastgesteld dat het in beide gevallen gaat om alcoholvrije dranken die gewoonlijk gekoeld worden gedronken, doch waarvan de samenstelling in de meeste gevallen verschillend is. De verschillende samenstelling van deze waren kan evenwel geen verandering brengen in de vaststelling dat deze waren onderling verwisselbaar zijn omdat zij bestemd zijn voor de bevrediging van eenzelfde behoefte. De kamer van beroep heeft dus geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat de betrokken waren soortgelijk zijn. Derhalve is dit middel ongegrond en dient ook de subsidiaire vordering te worden afgewezen."
Rekwirante stelt drie gronden, te weten schending van artikel 43, leden 2 en 3, juncto artikel 15, lid 3, van verordening nr. 40/94: niet-bewezen gebruik, schending van artikel 43, lid 2, van verordening nr. 40/94: gebrek aan afdoend bewijs van oppositiemerk en schending van artikel 8, lid 1, sub b, van verordening nr. 40/94 ("De waren „kruiden- en vitaminedranken” en „concentraten van vruchtensappen” zijn immers in slechts zeer geringe mate soortgelijk, aangezien zij slechts weinig raakvlakken vertonen.").
Alle drie gronden worden ongegrond bevonden door de AG.
Ten aanzien van de eerste grond concludeert Jacobs als volgt:
"The Court of First Instance stated that where an opposing party maintains that use by a third party constitutes genuine use ‘he claims, by implication, that he consented to that use’. It went on to make two specific points. First, if the use by the third party was without the proprietor’s consent, the use would have infringed the proprietor’s trade mark right and it would therefore evidently have been in the third party’s interest not to disclose evidence thereof to the proprietor. It consequently seems unlikely that the proprietor would be in a position to submit evidence of such use. That approach seems eminently sensible. It would be pointless and contrary to the principles of sound administration and procedural economy for OHIM as a matter of course to require a trade mark proprietor to adduce evidence of consent in such circumstances. The matter would of course be different if the applicant had raised before OHIM the issue of the lack of consent. That however is the Court of First Instance’s second point: there was nothing in the documents before it suggesting that the applicant in the present case had done so. The Court of First Instance accordingly concluded that the above factors ‘formed a sufficiently firm basis to allow the Board of Appeal to conclude that the earlier trade mark had been used with its proprietor’s consent’. I agree with that conclusion and consider that the Court of First Instance did not err with regard to the burden of proof."
Ten aanzien van de laatste grond: "The applicant states that the assessment of the Court of First Instance in paragraphs 66 and 67 of the judgment ‘is not convincing’ and makes a number of assertions which it considers to support its view that the products concerned are not similar. Most of those assertions replicate verbatim, or very nearly so, its assertions to the same effect before the Court of First Instance, although several others are raised for the first time before this Court. They are all statements of fact. In my view, the applicant has not identified any error of law by the Court of First Instance. I agree with OHIM that the third ground of appeal is limited to the facts and should accordingly be dismissed as inadmissible.
In any event, the judgment seems to me to contain a correct summary of the principles governing assessment of similarity laid down by the Court of Justice in Canon and a correct application of those principles to the present case.
Lees hier de conclusie.
Auteursrechtbeleid
Auteursrechtbeleid; Verslag schriftelijk overleg over beleidsprioriteiten; Kamerstuk 2005-2006, 29838, nr. 2, Tweede Kamer
"De leden van de PvdA-fractie hebben met teleurstelling kennisgenomen van de brief van het kabinet. Zij vinden het jammer dat het kabinet wederom concludeert dat het auteursrecht inmiddels aangepast is aan de nieuwe uitdagingen van de voortschrijdende technologie en dat er dus niets hoeft te veranderen. De opstelling van het kabinet lijkt deze leden naïef. Het kabinet erkent toch dat het auteursrecht op grote schaal wordt overtreden en dat handhaving nauwelijks nog mogelijk is?"
"De leden van de PvdA-fractie vroegen op welke wijze wordt vastgesteld of tarieven ongeoorloofd hoog zijn. Hoe kan, aldus deze leden, worden vastgesteld of er bij de in Nederland gehanteerde tarieven sprake is van normale marktwerking dan wel van het ongeoorloofde gebruik van een economische machtspositie?
De Minister: "In meer algemene zin geldt dat «content» – en daarmee de economische waarde ervan – een steeds prominentere plaats inneemt bij de ontwikkelingen van allerlei nieuwe digitale diensten. Ik zie dan ook geen redenen om de auteursrechtelijke vergoedingen door middel van sterkere regulering van bovenaf vast te stellen. Een van de uitgangspunten van het Nederlandse auteursrechtbeleid is contractsvrijheid en zelfregulering."
Tevens geeft de Minister antwoord op vragen over de duur van het auteursrecht en de digitale ontsluiting van collecties door musea.
Lees hier het schriftelijk overleg.
Televisie zonder grenzen / is al geplaatst
Lees hier persbericht Commissie.
Klacht
De Telegraaf bericht dat het "Tweede Kamerlid Heemskerk (PvdA) gaat bij de Reclame Code Commissie een klacht indienen over reclame van zorgverzekeraars in kranten en op televisie. Hij zei dat maandagavond in het tv-programma Radar. Heemskerk stelt dat sommige verzekeraars zaken claimen die niet waar of overdreven zijn.Heemskerk is van plan een klacht in te dienen tegen Univé, FBTO en Ohra." Lees hier meer.
Stemmingen
In stemming komt de motie-Van Dam/Örgü over doorvoering van een vergaande deregulering in de Mediawet (30300-VIII, nr. 65);
(“Constaterende, dat in de Nederlandse mediawetgeving en het toezicht daarop strengere eisen worden gesteld aan de mogelijkheden om gesponsorde programma’s en reclame uit te zenden dan volgens de Richtlijn televisie zonder grenzen strikt noodzakelijk is;
overwegende, dat deze strenge regels voor reclame en sponsoring in de Nederlandse Mediawet commerciële omroepen belemmeren in te spelen op ontwikkelingen; overwegende, dat deze regels bovendien nauwelijks houdbaar zijn door eenvoudige internationale uitwijkmogelijkheden voor media en de opkomst van radio en televisie via internet;
voorts overwegende, dat het onwenselijk is dat de Nederlandstalige commerciële zenders wel op dezelfde markt concurreren, maar niet op dezelfde voorwaarden; verzoekt de regering in de eerstvolgende voorziene wijzigingsvoorstellen voor de Mediawet een vergaande deregulering door te voeren, zodoende dat er in elk geval een gelijk speelveld is tussen partijen die actief zijn op de Nederlandse markt en op basis van onderzoek naar de effecten van verdergaande deregulering nadere voorstellen te doen”)
De voorzitter: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, de Groep Lazrak, D66, de Groep Wilders, de VVD, het CDA, de LPF en de Groep Nawijn voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Örgü over het tegen vergoeding toelaten van derden tot de archiefbeelden van de NOS (30300-VIII, nr. 73); (Lees motie hier).