DOSSIERS
Alle dossiers

Software  

IEF 17804

Prejudicieel gestelde vragen over criteria van 'voorbereidend materiaal' voor de bescherming van computerprogramma's

HvJ EU 3 apr 2018, IEF 17804; (Dacom tegen IPM), https://ie-forum.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-over-criteria-van-voorbereidend-materiaal-voor-de-bescherming-van-compu

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 3 april 2018, IEF 17804; IEFbe 2632; IT 2595; C-313/18 (Dacom tegen IPM) Auteursrecht. Dacom Limited is een Cypriotische vennootschap, waarvan persoon Y in de periode 2007-2011 de enige eigenaar was. IPM Informed Portfolio Management AB (hierna: IPM) is een Zweedse vennootschap die activiteiten uitoefent inzake vermogensbeheer. In 2003 sloten Y en IPM een overeenkomst volgens welke Y een werknemer van IPM zou worden en in de moedermaatschappij van IPM zou investeren. De tewerkstelling ging datzelfde jaar van start en Y werd vervolgens ook een aandeelhouder van de moedermaatschappij. Volgens Dacom eindigde de tewerkstelling van Y in 2004 en leverde Dacom Y’s diensten vanaf dan aan IPM als consultant. IPM betoogde echter dat Y’s tewerkstelling bij IPM ongewijzigd voortging. In de periode waarin Y actief was bij IPM werd een computerprogramma voor vermogensbeheer ontwikkeld. Het geschil betreft de vraag wie aanspraken heeft op (een deel van) de auteursrechten op dat computerprogramma en het voorbereidende ontwerpmateriaal. Dacom is van mening dat zij gedeeld auteursrecht bezit op het computerprogramma, nu Y als consultant betrokken was bij het maken en ontwikkelen van het voorbereidende ontwerpmateriaal voor de software. Dacom vordert daarom een verbod voor IPM om kopieën van de software te maken. Volgens IPM was Y in loondienst en ontwikkelde Y geen voorbereidend materiaal voor de software, waardoor alleen IPM het auteursrecht bezit op het computerprogramma.

Volgens artikel 1, lid 1, van richtlijn 2009/24/EG omvatten door het auteursrecht  beschermde computerprogramma’s ook het voorbereidende materiaal. De bepaling bevat geen definitie van de term voorbereidend materiaal, maar in overweging 7 van de richtlijn wordt uitgelegd dat de term computerprogramma eveneens het desbetreffende voorbereidende ontwerp-materiaal omvat dat tot het vervaardigen van een programma leidt, op voorwaarde dat dit voorbereidende ontwerpmateriaal van dien aard is dat het later tot zulk een programma kan leiden. In een aantal prejudiciële beslissingen heeft het Hof naar de term voorbereidend ontwerpmateriaal verwezen, maar de niet verduidelijkt. De vraag rijst daarom wanneer sprake is van voorbereidend materiaal. Ook rijst de vraag wanneer iemand als een werknemer kan worden beschouwd, nu artikel 2 lid 3 van richtlijn 2009/24/EG bepaalt dat indien een computerprogramma gemaakt is door een werknemer bij de uitoefening van zijn taken of in opdracht van zijn werkgever, de werkgever bij uitsluiting bevoegd is de economische rechten met betrekking tot het programma uit te oefenen. De verwijzende rechter twijfelt of aansluiting kan worden gezocht bij de in de rechtspraak van het Hof bestaande uitlegging van de term werknemer. Daarbij is het de vraag of, wanneer partijen samen houders van een intellectueel-eigendomsrecht zijn, een van de partijen een bevel tot staking in de zin van richtlijn 2004/48/EG aan de andere partij kan richten. De verwijzende rechter gaat daarom over tot het stellen van prejudiciële vragen.

Prejudiciële vragen:

1.1 Aan de hand van welke criteria moet worden vastgesteld of materiaal “voorbereidend materiaal” is in de zin van artikel 1, lid 1, van richtlijn 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s? Kunnen documenten waarin de vereisten worden vastgesteld betreffende de functies die een computerprogramma moet uitvoeren en de resultaten die het programma moet bereiken, bijvoorbeeld de gedetailleerde beschrijving van beleggingsprincipes of risicomodellen voor vermogensbeheer, met inbegrip van wiskundige formules die in het computerprogramma moeten worden toegepast, als dergelijk voorbereidend materiaal worden beschouwd?

1.2 Moet materiaal, om als “voorbereidend materiaal” in de zin van de richtlijn te kunnen worden aangemerkt, zo volledig en gedetailleerd zijn dat de persoon die de eigenlijke code van een computerprogramma schrijft in de praktijk geen eigen keuzes meer hoeft te maken?

1.3 Brengt het exclusieve recht op voorbereidend ontwerpmateriaal in de zin van de richtlijn met zich mee dat het computerprogramma dat het uiteindelijke resultaat van dat voorbereidend materiaal wordt, als een bewerking van het voorbereidende ontwerpmateriaal (artikel 4, lid 1, onder b), van richtlijn

2009/24/EG) en dus met betrekking tot het auteursrecht als een afhankelijk werk moet worden beschouwd, of dat het voorbereidende ontwerpmateriaal en de software als twee verschillende uitdrukkingswijzen van een en hetzelfde werk moeten worden aangemerkt, dan wel dat ze twee onafhankelijke werken vormen?

2.1 Kan een consultant die in dienst is van een andere onderneming maar al een aantal jaren voor dezelfde cliënt werkt en – bij de uitoefening van zijn taken of in opdracht van de cliënt – een computerprogramma heeft gemaakt, als een werknemer [van de cliënt-onderneming] worden beschouwd voor de toepassing van artikel 2, lid 3, van richtlijn 2009/24/EG?

2.2 Op basis van welke criteria moet worden beoordeeld of iemand een werknemer is in de zin van die bepaling?

3.1 Moet artikel 11 van richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten aldus worden uitgelegd dat het ook mogelijk moet zijn om een rechterlijk bevel tot staking te verkrijgen in een situatie waarin de eiser en de partij tegen wie dat bevel is gericht, samen houders van het desbetreffende intellectuele-eigendomsrecht zijn?

3.2 Indien vraag 3.1 bevestigend wordt beantwoord, dient die situatie anders te worden beoordeeld ingeval het exclusieve recht een computerprogramma betreft dat niet wordt gedistribueerd of openbaar gemaakt maar enkel wordt gebruikt in de eigen onderneming van een van de mede-eigenaren?

IEF 17783

Uitspraak ingezonden door Léon Dijkman en Geert Theuws, HOYNG ROKH MONEGIER.

Gekraakte versie van software voor toegang tot een module, hoogte schadevergoeding is licentiebedrag voor die module

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 jun 2018, IEF 17783; ECLI:NL:RBZWB:2018:5378 (Siemens tegen Airopack), https://ie-forum.nl/artikelen/gekraakte-versie-van-software-voor-toegang-tot-een-module-hoogte-schadevergoeding-is-licentiebedrag

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 juni 2018, IEF17783; IT 2590 (Siemens tegen Airopack Technology Groep) Auteursrecht op software. Schadevergoeding. Een werknemer van ATG installeert een gekraakte versie van Siemens' NX-software op een computer. Siemens vordert in totaal €590.694 aan schadevergoeding. De rechtbank sluit aan bij wat partijen zouden zijn overeengekomen als een licentie was afgenomen en acht het voldoende aannemelijk dat dan enkel de CAD/CAM 3 module zou zijn afgenomen. De schade wordt begroot op €30.182; de rechtbank rekent geen premie voor inbreuk (geen "double damages"). Kosten voor vaststelling van inbreuk worden voor de helft toegewezen (€2.500). Er is geen sprake van onrechtmatig procederen, gelet op recht op toegang tot de rechter, past terughoudendheid bij aannemen van misbruik. Siemens' proces- en beslagkosten worden na matiging op de voet van art. 1019h Rv begroot en toegewezen.

IEF 17596

VS: Googles gebruik van de Java API packages is geen fair use

Uitspraken uit de Verenigde Staten 28 mrt 2018, IEF 17596; (Oracle v. Google), https://ie-forum.nl/artikelen/vs-googles-gebruik-van-de-java-api-packages-is-geen-fair-use

US Court of Appeals for the Federal Circuit, March 27, 2018 (Oracle v. Google) This copyright case returns to us after a second jury trial, this one focusing on the defense of fair use. Oracle America, Inc. (“Oracle”) filed suit against Google Inc. (“Google”)1 in the United States District Court for the Northern District of California, alleging that Google’s unauthorized use of 37 packages of Oracle’s Java application programming interface (“API packages”) in its Android operating system infringed Oracle’s patents and copyrights.

IEF 17595

Licentie verleend voor specifiek de Go App en niet voor iedere 'naar aard en functionaliteit gelijksoortige' app

Rechtbank Den Haag 21 mrt 2018, IEF 17595; ECLI:NL:RBDHA:2018:3285 (Mocreate tegen Samsung), https://ie-forum.nl/artikelen/licentie-verleend-voor-specifiek-de-go-app-en-niet-voor-iedere-naar-aard-en-functionaliteit-gelijkso

Rechtbank Den Haag 21 maart 2018, IEF 17595; IT 2527; ECLI:NL:RBDHA:2018:3285 (Mocreate tegen Samsung) Samenwerking. Mocreate heeft de Go App ontwikkeld en ge-rebrand tot Skoep APP. Zij heeft na staken van samenwerking met Samsung, in het nieuws vernomen dat de Upday App zou worden voorgeïnstalleerd op alle nieuwe Samsung toestellen. Uitleg licentieovereenkomst; is sprake van "gelijke" Apps? Er is Mocreate uitsluitend een licentie verleend voor specifiek deze Go App, en niet voor iedere app die naar aard en functionaliteit gelijksoortig is aan de Go App. De Rechtbank verklaart voor recht dat de licentieovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd. De vordering tot afgifte van de broncode in reconventie wordt afgewezen, omdat Mocreate inmiddels deze heeft verstrekt.

IEF 17443

Uitspraak ingezonden door Tobias Cohen Jehoram, Vivien Rörsch en Gertjan Harryvan, De Brauw Blackstone Westbroek.

Voorbereidend materiaal dat (al) van dien aard is dat het later kan resulteren in een computerprogramma, wordt door de Softwarerichtlijn beschermd

Hoge Raad 19 jan 2018, IEF 17443; ECLI:NL:HR:2018:56 (DCC c.s. tegen Forax), https://ie-forum.nl/artikelen/voorbereidend-materiaal-dat-al-van-dien-aard-is-dat-het-later-kan-resulteren-in-een-computerprogramm

HR 19 januari 2018, IEF 17443; IT 2467; ECLI:NL:HR:2018:56 (Diplomatic Card tegen Forax) Auteursrecht op software. Vereisten voor bescherming van ‘voorbereidend materiaal‘ als bedoeld in art. 1 lid 2 Softwarerichtlijn. Uit punt 7 van de considerans van de Softwarerichtlijn en het arrest SAS/WPL van het HvJEU blijkt dat uitsluitend voorbereidend materiaal dat (al) van dien aard is dat het later kan resulteren in een computerprogramma, door de Softwarerichtlijn wordt beschermd. Functionaliteit niet beschermd, dat zou neerkomen op het monopoliseren van ideeën. Het arrest (IEF 15663) wordt vernietigd en doorverwezen naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing omtrent de proceskostenveroordeling door het Hof.

IEF 17263

Beschikking ingezonden door Victor den Hollander, stichting BREIN.

Haarlemse handelaar Mediaspelers schikt met BREIN na ex-partebevel

Rechtbank Noord-Holland 1 nov 2017, IEF 17263; (Stichting Brein tegen Haarlem Mediaspelers), https://ie-forum.nl/artikelen/haarlemse-handelaar-mediaspelers-schikt-met-brein-na-ex-partebevel

Ex parte Vzr. Rechtbank Noord-Holland 1 november 2017, IEF 17262 (Stichting Brein tegen Haarlem Mediaspelers) Auteursrecht. Van de inzender: Vorige week is bij BREIN de overgebleven handelsvoorraad afgeleverd van de handelaar die via Marktplaats en zijn eigen website mediaspelers verkocht met vooraf geïnstalleerde software waarmee illegale films en TV-series bekeken konden worden. De afgifte van de handelsvoorraad was onderdeel van een schikking die is getroffen naar aanleiding van het exparte-bevel van de Rechtbank Noord-Holland (Haarlem) van 1 november. In dit bevel werd de handelaar bevolen dat hij op straffe van een dwangsom van 2.000 euro per mediaspeler moest stoppen met zijn illegale praktijken. Die dwangsom is in de door hem getekende onthoudingsverklaring in stand gebleven, en de inbreukmakende handelaar heeft voor een niet nader te noemen bedrag en de afgifte van zijn handelswaar, geschikt met Stichting BREIN. “Dit type handelaars worden allemaal vroeg of laat door BREIN aangesproken", aldus BREIN-directeur Tim Kuik.

IEF 16648

Uitspraak ingezonden door Luuk Jonker, Holla.

Auteursrecht op server-exemplaar van software is uitgeput

Rechtbank Amsterdam 10 mrt 2017, IEF 16648; (Formal Systems tegen Verum Software), https://ie-forum.nl/artikelen/auteursrecht-op-server-exemplaar-van-software-is-uitgeput

Vzr. Rechtbank Amsterdam 10 maart 2017, IEF 16648; IT 2246; ECLI:NL:RBAMS:2017:3638 (Formal Systems tegen Verum Software) Software. Auteursrecht. FSEL is een door computer wetenschappers van Oxford University opgerichte onderneming en heeft software Failures-Divergences Refinement (FDR) ontwikkeld; voor analyse en verbetering van nieuwe computerprogramma's. Verum heeft een licentie afgenomen voor FDR2. Via internet maakt haar software een koppeling met servers waarop FDR2 draait. Na faillissement van Verum (oud) zijn de IE-rechten door de curator aan Verum (nieuw) verkocht. Partijen hebben een (nieuwe) heads of agreement gesloten. De auteursrechten op het exemplaar van de FDR2 op de server van Verum zijn uitgeput [vgl. Usedsoft. Ranks]. Het eigen gebruik door Verum van FDR 2 op haar server maakt daarmee geen inbreuk op het auteursrecht. Er zijn aanwijzingen dat mogelijk wel FDR2 gebruikt ten behoeve van derden, maar vanwege de complexiteit van de zaak is terughoudendheid op zijn plaats. De voorzieningenrechter weigert de gevraagde voorzieningen in conventie en reconventie.

IEF 16628

Complexiteit van applicatie maakt van verzuimsoftware een werk

Rechtbank Rotterdam 15 feb 2017, IEF 16628; ECLI:NL:RBROT:2017:1583 (Track Innovations tegen Vijverberg Medical Consultants), https://ie-forum.nl/artikelen/complexiteit-van-applicatie-maakt-van-verzuimsoftware-een-werk

Rechtbank Rotterdam 15 februari 2017, IEF 16628; IT 2237; ECLI:NL:RBROT:2017:1583 (Track Innovations tegen Vijverberg Medical Consultants) Rechtspraak.nl: Auteursrecht. Vastgestelde samenstelling en complexiteit maken dat verzuimsoftwareprogramma ‘Track Verzuim’ kwalificeert als werk. In aanzienlijk mate auteursrechtelijk beschermde elementen overgenomen in programma D-Care. Gebruik daarvan, na waarschuwing voor mogelijk illegale software, levert toerekenbare inbreuk op.

IEF 16519

Uitspraak mede ingezonden door Erik Jonkman, CMS.

Voormalig klant staat het vrij om verveelvoudigingshandelingen ex 45j Aw te verrichten

Rechtbank Midden-Nederland 28 dec 2016, IEF 16519; ECLI:NL:RBMNE:2016:6791 (Rainbow Solutions tegen Transport-Info en Besade), https://ie-forum.nl/artikelen/voormalig-klant-staat-het-vrij-om-verveelvoudigingshandelingen-ex-45j-aw-te-verrichten

Rechtbank Midden-Nederland 28 december 2016, IEF 16519; IT 2207; ECLI:NL:RBMNE:2016:6791 (Rainbow Solutions tegen Transport-Info en Besade) Auteursrecht op software. Rainbow is actief als ICT-dienstverlener en heeft zich gespecialiseerd in onder meer bedrijfssoftware voor de logistieke dienstverlener. Zij heeft de T(ransport)M(anagement)S(ysteem)-broncode uit de activa van gefailleerde Nachon overgenomen. Het auteursrecht is door de maker overgedragen. De beslagexceptie ex artikel 2, derde lid, Aw (oud) is niet van toepassing. Het auteursrecht blijft buiten het faillissement ex artikel 21 onder 1˚ Fw. De vraag is welke onderhoudswerkzaamheden op grond van artikel 45j Aw zijn toegestaan aan gebruiker en derden. Het is de rechtmatige verkrijger van TMS-software hoe dan ook is toegestaan om fouten in het programma te verbeteren en correcties aan te brengen. Een TMS-klant staat het vrij om na opzegging van de Raamovereenkomst verveelvoudigingshandelingen te verrichten die in artikel 45j Aw staan. Een TMS-gebruiker mag het toegestane onderhoud uitbesteden. Er hoeft niet gerectificeerd te worden.

IEF 16468

Beschikking ingezonden door Eva van Heeringen, Stichting BREIN.

Ex parte bevel tegen verkoper van ereaders met illegale ebooks via Marktplaats.nl

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 dec 2016, IEF 16468; (eReaders met illegale eBooks), https://ie-forum.nl/artikelen/ex-parte-bevel-tegen-verkoper-van-ereaders-met-illegale-ebooks-via-marktplaats-nl

Ex parte beschikking Vzr. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 december 2016, IEF 16468 (eReaders met illegale eBooks) Auteursrecht. Ex parte. Gerekwestreerde verhandelt via marktplaats eReaders die door hem gevuld zijn met duizenden Nederlandstalige illegale eBooks. Variërend per type vraagt hij hiervoor 65 tot 130 euro. BREIN stuitte bij dagelijkse werkzaamheden op 8 december op diverse advertenties, heeft een proefbestelling gedaan en stelt vast dat het gaat om boeken die tevens commercieel verkrijgbaar zijn en evident ongeautoriseerd gekopieerd zijn.

Van de inzender: "De aanbieder had deze zelf van illegale bronnen op het internet gehaald en had daarbij tevens zelf de foutieve titels en informatie handmatig aangepast voor optimaal gebruiksgemak. Op de dag van afgifte van de beschikking had de aanbieder diverse advertenties online staan. De aanbieder heeft met BREIN geschikt voor 3.000,- euro en afgifte van zijn voorraad. Daarbij is rekening gehouden met zijn financiële omstandigheden. Overeengekomen is voorts dat de aanbieder zich aan de beschikking van de rechter zal houden, op verbeurte van een dwangsom van 2.000,- euro. De man voorkomt hiermee een gang naar de rechter waarbij de volledige schade en proceskosten van hem gevorderd worden."