DOSSIERS
Alle dossiers

Contracten  

IEF 23545

Kantonrechter: blokkade domeinnamen gerechtvaardigd wegens onbetaalde hostingfacturen

Rechtbank Midden-Nederland 22 apr 2026, IEF 23545; ECLI:RBMNE:2026:2141 (([eiser] tegen [gedaagde])), https://ie-forum.nl/artikelen/kantonrechter-blokkade-domeinnamen-gerechtvaardigd-wegens-onbetaalde-hostingfacturen

Rb. Midden-Nederland 22 april 2026, IEF23545; IT5268; ECLI:RBMNE:2026:2141 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak staat een geschil centraal tussen een webhosting- en onderhoudsbedrijf ([eiser]) en een ondernemer ([gedaagde]) over onbetaalde facturen voor technisch websiteonderhoud, webhosting, domeinregistratie en e-mailhosting. Tussen partijen bestond een overeenkomst op grond waarvan [eiser] technisch onderhoud verrichtte aan de websites van [gedaagde] en daarnaast zorgde voor webhosting, domeinregistratie en e-mailhosting. Volgens [eiser] waren drie facturen – na een gedeeltelijke betaling op één daarvan – onbetaald gebleven, voor een totaalbedrag van € 373,97. Later vermeerderde [eiser] haar eis met een vierde factuur voor domeinregistratie na de datum waarop de overeenkomst was ontbonden. [gedaagde] erkende een deel van de facturen verschuldigd te zijn, maar voerde onder meer aan dat een abonnement al in februari 2024 zou zijn opgezegd en dat sommige facturen hem nooit hadden bereikt. De rechtbank oordeelt dat niet is komen vast te staan dat de vermeende opzeggingsbrief [eiser] daadwerkelijk heeft bereikt. Daarbij verwijst de kantonrechter naar artikel 3:37 lid 3 BW, waarin is bepaald dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring pas werking heeft zodra deze de geadresseerde heeft bereikt. Omdat [gedaagde] niet kon aantonen dat de opzegging was verzonden of ontvangen, liep de overeenkomst door en bleef hij de abonnementskosten verschuldigd. Ook het verweer dat facturen niet zouden zijn ontvangen slaagt niet, nu de facturen later alsnog per e-mail zijn toegestuurd en ontvangst daarvan niet werd betwist. De kantonrechter oordeelt vervolgens dat [gedaagde] na het verstrijken van de in de aanmaningen en ingebrekestellingen genoemde termijnen in verzuim is geraakt, zodat wettelijke handelsrente verschuldigd is. Verder stond vast dat [gedaagde] ondanks herhaalde aanmaningen en ingebrekestellingen een betalingsachterstand had laten ontstaan. De kantonrechter acht die tekortkoming ernstig genoeg om ontbinding van de overeenkomst te rechtvaardigen. Daarbij weegt mee dat [eiser] al sinds 2016 correspondeerde over onbetaalde facturen en dat ook na juridisch advies geen volledige betaling volgde.

IEF 23542

Rb. Amsterdam: geen geldige overdracht van Puri Safe-merken voorafgaand aan faillesement

Rechtbank Amsterdam 29 apr 2026, IEF 23542; ECLI:NL:RBAMS:2026:3937 ((Indsun tegen de curator en TransHeroes)), https://ie-forum.nl/artikelen/rb-amsterdam-geen-geldige-overdracht-van-puri-safe-merken-voorafgaand-aan-faillesement

Rb. Amsterdam 29 april 2026, IEF23542; ECLI:NL:RBAMS:2026:3937 (Indsun tegen de curator en TransHeroes). In deze zaak staat de vraag centraal of twee Benelux-beeldmerken van het failliete bedrijf Puri Safe Pharmaceuticals rechtsgeldig vóór het faillissement waren overgedragen aan gelieerde vennootschap Indsun Holdings B.V. De Rechtbank Amsterdam oordeelt dat daarvan geen sprake is. Volgens de rechtbank ontbrak een geldige titel voor de overdracht van de merken, waardoor deze onderdeel zijn gebleven van de faillissementsboedel en rechtsgeldig door de curator konden worden verkocht aan TransHeroes. Aan het geschil lag een interne transactie binnen de groep ten grondslag. Indsun stelde dat de merken al vóór het faillissement aan haar waren overgedragen op basis van een lening van € 250.000 van aandeelhouders aan Puri Safe Pharmaceuticals, gecombineerd met een koopovereenkomst voor de IE-rechten van 17 januari 2024. Volgens Indsun zou € 60.000 van die lening zijn verrekend met de koopprijs van de merken. De curator en TransHeroes betwistten dat die overeenkomsten daadwerkelijk bestonden op het moment van de overdracht. De curator vernietigde bovendien buitengerechtelijk de gestelde overdracht op grond van de faillissementspauliana (art. 42 Fw, subsidiair art. 47 Fw). De rechtbank onderzoekt eerst of de overdracht van de merken überhaupt geldig tot stand is gekomen. Daarbij kent zij groot gewicht toe aan de administratie van Puri Safe Pharmaceuticals. In de boekhouding ontbreekt ieder spoor van de gestelde lening van € 250.000, van een terugbetalingsverplichting of van de verrekening van € 60.000 als koopprijs voor de merken. Dat gebrek aan administratieve verwerking acht de rechtbank reeds doorslaggevend. Daarnaast constateert de rechtbank onduidelijkheden over de datum waarop de leningsovereenkomst daadwerkelijk tot stand is gekomen en inconsistenties tussen de feitelijke gang van zaken en de tekst van de koopovereenkomst. Op basis daarvan concludeert de rechtbank dat de koopovereenkomst ten tijde van de levering nog niet bestond. Daardoor ontbrak een geldige titel als bedoeld in artikel 3:84 BW en is de overdracht van de merken niet rechtsgeldig tot stand gekomen. Puri Safe Pharmaceuticals bleef daarom rechthebbende van de merken, zodat deze in de faillissementsboedel vielen.

IEF 23529

Dropshipping via Bol.com: betaling terecht opgeschort na verkoop van mogelijke namaakproducten

Rechtbank Midden-Nederland 15 apr 2026, IEF 23529; ECLI:NL:RBMNE:2026:1895 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/dropshipping-via-bol-com-betaling-terecht-opgeschort-na-verkoop-van-mogelijke-namaakproducten

Rb. Midden-Nederland 15 april 2026, IEF 23529; RB 4006; ECLI:NL:RBMNE:2026:1895 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak oordeelt de kantonrechter over een geschil tussen partijen die samen via een Bol.com-account producten verkochten op basis van een dropshipping-constructie. Partijen waren overeengekomen dat 20% van de winst aan de accounthouder ([gedaagde]) toekwam en 80% aan [eiseres]. [eiseres] vordert uitbetaling van haar winstdeel van ruim €6.000. De kantonrechter wijst de vordering af. Hoewel [gedaagde] erkent dat hij in beginsel een deel van de opbrengst moet afdragen, mocht hij de betaling opschorten.

IEF 23525

Licentieovereenkomst over ‘Draculatanden’ niet rechtsgeldig opgezegd: overeenkomst loopt door

Hof Amsterdam 31 mrt 2026, IEF 23525; ECLI:NL:GHAMS:2026:905 (CSB tegen Copar), https://ie-forum.nl/artikelen/licentieovereenkomst-over-draculatanden-niet-rechtsgeldig-opgezegd-overeenkomst-loopt-door

Hof Amsterdam 31 maart 2026, IEF 23525; ECLI:NL:GHAMS:2026:905 (CBS tegen Copar). In deze zaak oordeelt het Hof Amsterdam over de opzegging van een licentieovereenkomst tussen Continental Sweets Belgium (CSB) en Copar met betrekking tot de merken voor het snoepgoed “Draculatanden”. CSB had de licentie in 2023 opgezegd, onder meer vanwege een wijziging van zeggenschap bij Copar en gestelde gewijzigde marktomstandigheden. Het hof bekrachtigt het oordeel van de rechtbank [IEF 22515] dat de opzegging geen rechtsgevolg heeft gehad. De door CSB ingeroepen contractuele opzeggingsgrond, gebaseerd op een “change of control”-bepaling, slaagt niet. Hoewel sprake was van een wijziging in de aandeelhoudersstructuur van Copar, is niet voldaan aan de aanvullende eis dat de zeggenschap is overgegaan naar een directe concurrent. Investeringsmaatschappijen en gelieerde vennootschappen die zelf niet actief zijn in de zoetwarenmarkt kwalificeren niet als zodanig.

IEF 23471

Samenwerking eventtechbedrijven: Amplify geen product van de samenwerking dus geen onrechtmatige toe-eigening of onrechtmatige concurrentie

Rechtbank Amsterdam 1 apr 2026, IEF 23471; ECLI:NL:RBAMS:2026:3311 (Howler tegen Woov), https://ie-forum.nl/artikelen/samenwerking-eventtechbedrijven-amplify-geen-product-van-de-samenwerking-dus-geen-onrechtmatige-toe-eigening-of-onrechtmatige-concurrentie

Rb. Amsterdam 1 april 2026, IEF 23471; IT 5204; ECLI:NL:RBAMS:2026:3311 (Howler tegen Woov). De Rechtbank Amsterdam wijst alle vorderingen van Howler af in haar geschil met Woov over de najaar 2022 gestarte samenwerking, die zag op de integratie van Howlers ticketing- en cashlessdiensten in de bestaande Woov-app en op het toewerken naar een mogelijke fusie. Volgens Howler had Woov het huidige product Amplify onrechtmatig aan de samenwerking onttrokken, omdat dit product door en voor de samenwerking zou zijn ontwikkeld en daarom als gezamenlijke corporate opportunity moest worden beschouwd. De rechtbank volgt dat niet. Zij oordeelt dat uit de Partnership Agreement niet blijkt dat partijen waren overeengekomen om naast de integratie van bestaande diensten ook een geheel nieuw product te ontwikkelen. Verder heeft Woov volgens de rechtbank voldoende onderbouwd dat zij Amplify zelfstandig buiten de samenwerking om heeft ontwikkeld. Daarbij acht de rechtbank van belang dat Woov Amplify in juni 2023 als nieuwe propositie aan Howler presenteerde, dat partijen contractueel hadden vastgelegd dat intellectuele eigendom toekomt aan de partij die het desbetreffende product ontwikkelt, en dat in de EPA Term Sheet 2023 uitdrukkelijk is opgenomen dat alle IP op Amplify en Woov-diensten bij Woov ligt. Ook de door Howler betaalde exclusiviteitsvergoeding bewijst volgens de rechtbank niet dat Howler aan de ontwikkeling van Amplify heeft meebetaald, omdat die vergoeding zag op de afgesproken samenwerkingsdiensten, met name de integratie, en niet op de ontwikkeling van een nieuw product. De rechtbank oordeelt bovendien dat Amplify wezenlijk verschilt van de geïntegreerde Woov-app: Amplify is een AI-gedreven enterprise product, technologisch anders ingericht, agnostisch ten aanzien van ticketing- en cashlessaanbieders en alleen op de zakelijke markt gericht. Dat Amplify tijdens de samenwerking en in het kader van de fusiebesprekingen aan klanten en aandeelhouders is gepresenteerd, maakt het nog niet tot een product van de samenwerking, nu de rechtbank nadrukkelijk onderscheid maakt tussen de contractuele samenwerking en het parallelle fusietraject. Daarom is geen sprake van onrechtmatige toe-eigening.

IEF 23221

Geldige exclusieve licentie doorslaggevend bij handelsnaam- en merkrechtgeschil

Rechtbank Gelderland 19 dec 2025, IEF 23221; ECLI:NL:RBGEL:2025:11550 ([eisers] tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/geldige-exclusieve-licentie-doorslaggevend-bij-handelsnaam-en-merkrechtgeschil

Rb. Gelderland 19 december 2025, IEF 23221; ECLI:NL:RBGEL:2025:11550 ([eisers] tegen [gedaagde]). In dit kort geding beoordeelt de rechtbank een geschil over het gebruik van een handelsnaam, merkrechten en een octrooi voor een isolatieproduct. Eisers stellen dat zij op grond van een in juni 2025 gesloten licentieovereenkomst (LO2) exclusieve rechten hebben verkregen en dat gedaagde inbreuk maakt door het gebruik van dezelfde handelsnaam en merken. Gedaagde verweert zich met de stelling dat zij al eerder, op 12 februari 2025, op grond van een andere licentieovereenkomst (LO1) een exclusieve licentie heeft verkregen op het octrooi, de handelsnaam en de bijbehorende merken. De voorzieningenrechter stelt voorop dat sprake is van spoedeisend belang, maar beoordeelt vervolgens of de vorderingen in een bodemprocedure een reële kans van slagen hebben.

IEF 23208

Overdracht IT-werk en redelijk loon bij voortijdig einde opdracht

Rechtbank Rotterdam 10 nov 2025, IEF 23208; ECLI:NL:RBROT:2025:15253 (De Veiligheidsgroup tegen [eiser]), https://ie-forum.nl/artikelen/overdracht-it-werk-en-redelijk-loon-bij-voortijdig-einde-opdracht

Rb. Rotterdam 10 november 2025, IEF 23208; IT 5072; ECLI:NL:RBROT:2025:15253 (De Veiligheidsgroup tegen [eiser]). De voorzieningenrechter oordeelt in kort geding dat tussen De Veiligheidsgroup B.V. en [eiser] een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen als bedoeld in artikel 7:400 BW. [eiser] had zich verbonden tot het (mede) ontwikkelen van een IT-werkproces en -infrastructuur, waaronder een website en digitale leeromgeving, tegen een vergoeding met een totale waarde van € 37.390. De overeenkomst is geëindigd voordat de opdracht was voltooid. Vaststaat dat [eiser] de werkzaamheden niet heeft afgerond en dat De Veiligheidsgroup de vergoeding nog niet had betaald. In de procedure vordert De Veiligheidsgroup onder meer overdracht van het technisch fundament van de website, terwijl [eiser] betaling van het volledige bedrag vordert.

IEF 23179

Erkenning van buitenlands verbodsvonnis aangehouden wegens onzekerheid over inhoud bedrijfsgeheimen

Rechtbank Amsterdam 2 jul 2025, IEF 23179; ECLI:NL:RBAMS:2025:6445 (Marquee tegen 5SKYE), https://ie-forum.nl/artikelen/erkenning-van-buitenlands-verbodsvonnis-aangehouden-wegens-onzekerheid-over-inhoud-bedrijfsgeheimen

Rb. Amsterdam 2 juli 2025, IEF 23179; IT 5049; ECLI:NL:RBAMS:2025:6445 (Marquee tegen 5SKYE). Marquee, een in 2016 opgerichte onderneming actief op het gebied van smart city-oplossingen, heeft het SMARTCELL-platform ontwikkeld: een multifunctionele toren met geïntegreerde technologieën zoals edge computing, reclame, mobiele netwerken en verlichting. Tijdens onderhandelingen met investeerder IKAR heeft Marquee vertrouwelijke informatie gedeeld onder een NDA. Na beëindiging van die onderhandelingen is NEXX5 opgericht, gevolgd door de oprichting van 5SKYE in 2022 door voormalige betrokkenen bij NEXX5. 5SKYE ontwikkelde kort daarna een vergelijkbare toren, de Intelli-FarEdge.Marquee stelt dat 5SKYE hierbij gebruik heeft gemaakt van haar bedrijfsgeheimen. In de Verenigde Staten heeft zij daarom een verbodsvonnis verkregen tegen onder andere 5SKYE en vordert in deze procedure erkenning van dat vonnis in Nederland. De rechtbank toetst dit aan de vier voorwaarden uit het Gazprombank-arrest voor erkenning van buitenlandse rechterlijke uitspraken. 

IEF 23175

Kort geding over licentie en merkregistratie voor game "Spider Tanks"

Rechtbank Amsterdam 30 jul 2025, IEF 23175; ECLI:NL:RBAMS:2025:7867 (Gamedia tegen Gala Games), https://ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-over-licentie-en-merkregistratie-voor-game-spider-tanks

Rb. Amsterdam 30 juli 2025, IEF 23175; ECLI:NL:RBAMS:2025:7867 (Gamedia tegen Gala Games). Gamedia en Gala Games zijn een samenwerking aangegaan voor de ontwikkeling en publicatie van het spel ‘Spider Tanks’. Gamedia heeft het spel ontwikkeld en het spel is op het platform van Gala Games (via blockchain infrastructuur) gepubliceerd. Partijen hebben vanwege hun samenwerking een overeenkomst gesloten waarin is bepaald dat Gamedia Gala Games een licentie geeft voor drie jaar voor de exploitatie van het spel. Partijen zijn het niet eens over de ingangsdatum van de licentie en dus ook niet over de vraag wanneer de licentie afloopt. Gamedia stelt dat de licentie al is verlopen en Gala Games nu dus al inbreuk maakt op haar intellectuele eigendomsrechten. Gala Games stelt dat de licentie nog niet is verlopen en vraagt daarom ook dat Gamedia de samenwerking moet voortzetten. Daarnaast speelt ook dat Gala Games merkenrechten heeft aangevraagd, waarvan Gamedia stelt dat die aan haar toebehoren. Gamedia vordert in conventie staking van de gestelde inbreuken, overdracht van de merkregistraties en rectificatie. Gala Games vordert in reconventie onder meer nakoming van de overeenkomst, de terbeschikkingstelling van de broncode en hervatting van de spelontwikkeling. 

IEF 23097

Uitgever heeft door twee (druk)fouten de zorgplicht niet geschonden

Rechtbank Midden-Nederland 11 nov 2025, IEF 23097; ECLI:NL:RBMNE:2025:6071 ([eisende partij] tegen [gedaagde partij]), https://ie-forum.nl/artikelen/uitgever-heeft-door-twee-druk-fouten-de-zorgplicht-niet-geschonden

Vzr. Rb. Midden-Nederland 11 november 2025, IEF 23097; ECLI:NL:RBMNE:2025:6071 ([eisende partij] tegen [gedaagde partij]). Partijen sloten op 23 december 2024 een uitgeefovereenkomst. [gedaagde partij] heeft daarna het kinderboek uitgegeven. In het boek staan twee fouten: een tikfout ("persten" had "pesten" moeten zijn) en een fout in de ondertitel. Volgens [eisende partij] is [gedaagde partij] daardoor tekortgeschoten in de zorgplicht als uitgever en zijn haar auteursrechten en morele rechten geschonden. [eisende partij] heeft om die reden de uitgeefovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en wil dat de niet verkochte boeken worden vernietigd. [gedaagde partij] is het niet eens met de ontbinding van de uitgeefovereenkomst en wil ook de boeken niet vernietigen.