Stellantis-dealers en reparateurs kwalificeren volgens de A-G niet als franchisenemers
Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2026, IEF 23585; ECLI:NL:PHR:2026:506 (VODN c.s. tegen Stellantis). In deze conclusie gaat het om de vraag of oude dealer- en reparateurovereenkomsten met Stellantis franchiseovereenkomsten zijn. VODN en VGPCN treden op voor voormalige Opel-, Peugeot-, Citroën- en DS-dealers en reparateurs. Zij willen dat wordt vastgesteld dat deze contracten onder de Wet franchise vallen. De rechtbank wees dat af. Volgens de rechtbank was niet duidelijk dat de betalingen of voordelen voor Stellantis een vergoeding waren voor het recht om een franchiseformule te gebruiken. Het hof wees de vordering ook af, maar om een andere reden. Volgens het hof was niet genoeg gesteld om aan te nemen dat alle betrokken dealers en reparateurs een Stellantis-formule moesten exploiteren. Voor franchise is meer nodig dan het verkopen of repareren van producten van een bepaald merk. Er moet sprake zijn van een formule die bepalend is voor een uniforme identiteit en uitstraling van de ondernemingen. Ook moet de formule onder meer bestaan uit een merk, handelsnaam, huisstijl of tekening én uit geheime, wezenlijke en geïdentificeerde knowhow. De A-G sluit daarbij aan. Voor de kwalificatie is niet de naam van het contract beslissend, maar de inhoud van de rechtsverhouding.