DOSSIERS
Alle dossiers

Software  

IEF 7791

Ergonomische software

Rechtbank Zwolle, 20 februari 2009, LJN: BH9291, Wellnomics Limited tegen Ergodirect B.V.

Eerst even voor jezelf lezen. Distributieovereenkomst en IE-rechten ergonomische software. Ontbinding, opschorting. Mededinging Overdracht domeinnamen, verbod verder gebruik software, documentatie en materialen, verbod suggestie wederverkoper te zijn. 

5.21.  In de artikelen 12.2 en 13.2 van de Overeenkomst is, kort gezegd, bepaald dat Ergodirect na het einde van de Overeenkomst de software van Wellnomics Ltd niet zal verkopen en geen vertrouwelijke informatie of intellectueel eigendomsrecht van Wellnomics Ltd zal gebruiken om computer software te ontwikkelen. Deze bepalingen kunnen niet gezien worden als een afspraak tussen Wellnomics Ltd en Ergodirect die de mededinging verhindert. Het enkele feit dat na het einde van de Overeenkomst de software van Wellnomics Ltd niet meer door Ergodirect mag worden gedistribueerd maar door Wellnomics Ltd zelf, althans door Wellnomics B.V., zal worden gedistribueerd, maakt niet dat de mededinging met betrekking tot ergonomische software op de Nederlandse markt wordt belemmerd, verhinderd of vervalst. Integendeel, van ‘Reseller’ van Wellnomics Ltd is Ergodirect potentiële concurrent van Wellnomics Ltd geworden. Het staat Ergodirect, en elke andere onderneming, immers in beginsel en binnen de rechtmatigheidsgrenzen die voortvloeien uit de omstandigheid dat Ergodirect Reseller is (geweest) van Wellnomics Ltd, vrij om zelf (andere) ergonomische software op de markt te brengen. Dat Wellnomics Ltd het intellectuele eigendomsrecht op de door haar ontwikkelde software middels deze bepalingen beschermt, betekent niet dat daaruit een beperking van de mededinging voortvloeit.

Lees het vonnis hier.

IEF 7618

Samenspannen met het doel haar uit te sluiten

Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam, 3 november 2008, LJN: BH0017. A Beheer B.V. tegen  ICTrack B.V. en B beheer  B.V.

Wanbeleid: onzakelijke handelwijze van bestuurder, bedreiging van de continuïteit van de vennootschappen. Complexe verwikkelingen rond een ontwikkelovereenkomst en het (complotterend) tegenwerken van de overdracht van de IE-rechten, waardoor de continuïteit van de opdrachtgever in gevaar komt. Software. Voor de liefhebber.

3.1 ICTrack is al geruime tijd virtueel failliet en wordt overeind gehouden met leningen van [B] en de bereidheid van [naam] genoegen te nemen met een oplopende vordering in plaats van betaling. Lizatec is met Euro 180.000 plus wat daar nog steeds dagelijks bij komt, verreweg de grootste crediteur. ICTrack heeft de vordering van Lizatec laten oplopen, zonder dat vooralsnog uitzicht bestaat dat ICTrack de vordering ooit zal kunnen voldoen. Het gevolg is dat ICTrack's lot, en daarmee het lot van SampleNavigator, volledig in handen van Lizatec is gelegd. Dit is voor ICTrack des te bedreigender omdat Lizatec zolang haar vordering op ICTrack niet geheel is betaald, de intellectuele eigendomsrechten op SampleNavigator behoudt. ICTrack verkeert derhalve inmiddels in een staat van totale afhankelijkheid van Lizatec. De continuïteit van de onderneming is daardoor in gevaar gebracht.

(…) 3.7 Nu voorts vaststaat dat ICTrack zowel de laatste termijn van 10% van de oorspronkelijke aanneemsom als het ter zake van het meerwerk verschuldigde bedrag niet aan Lizatec heeft betaald, dat zij deswege niet de intellectuele eigendomsrechten van SampleNavigator, zelfs niet die met betrekking tot het oorspronkelijke ontwerp, bezit en dat uitermate kwestieus is of zij ooit in staat zal zijn die eigendom voor zich te (her)winnen, nu Lizatec de contractuele relatie met ICTrack en Wireless heeft beëindigd, moet voorts worden geconcludeerd dat de continuïteit van (de ondernemingen van) de vennootschappen ernstig in gevaar is.

3.8 Lettend op hetgeen hiervoor is overwogen en mede in aanmerking nemende de met [naam] getroffen werkrelatie, van welke het belang voor de vennootschappen als zodanig - eveneens - moet worden betwijfeld, heeft de Ondernemingskamer geen reden te twijfelen aan (de juistheid van) de overwegingen in het onderzoeksverslag dat "[A]  [B] en Lizatec (verdenkt) van samenspannen met het doel haar uit te sluiten van toekomstige door SampleNavigator te genereren revenuen en die revenuen ten goede te doen komen aan de combinatie Lizatec/[B]" en dat "[d]ie verdenking begrijpelijk (is)".

Lees het vonnis hier.

IEF 7603

De bewerkte broncode-bestanden

Vzr. Rechtbank Zutphen, 20 februari 2009, KG ZA 09-30, Dejoha B.V. tegen Digicontrol Benelux B.V. & GFR MbH. (met dank aan Martin Hemmer , AKD Prinsen Van Wijmen).

 Auteursrecht op bewerkte broncodebestanden. Software. Faillissement na eerdere samenwerking.

4.4. Op grond van het vorenstaande is voldoende aannemelijk geworden dat de curator de auteursrechten op de bewerkte broncode-bestanden rechtsgeldig heeft overgedragen aan Dejoha. Het verweer van Digicontrol dat Dejoha geen belangheeft bij deze procedure en misbruik van recht maakt aangezien Dejoha niets met de auteursrechten kan aanvangen op grond dat de door Wans Beheer tot stand gebrachte bestanden zonder de software van GFR van generlei waarde zijn slaagt niet, aangezien onweersproken is dat het belang van Dejoha erin gelegen is om de door Wans Beheer bewerkte broncodebestanden, waarin Costermregelstrategiën zijn opgenomen, te beschermen tegen onbevoegd gebruik door derden.

4.5. Digicontrol heeft erkend dat GFR al hetgeen zij onder zich had krachtens de samenwerking met Wans Beheer, aan Digicontrol ter beschikking heeft gesteld en dat zij dit op de Nederlandse markt beeft gebracht Onweersproken is dat Digicontrol de binnen Wans Beheer gewijzigde en tot stand gebrachte broncode-bestanden heeft gebruikt en dat de broncode-bestanden van het door Digicontrol gebruikte en geësxploitemde programma WebCad identiek zijn aan de broncode-bestanden van CAE2000. Dat Digiconbul inbreuk maakt op de auteursrechten van Dejohjaha, is hiermee voldoende aannemelijk geworden. Het door Dejoha onder 1. en 2. gevorderde is dan ook toewijsbaar.

Lees het vonnis hier.

IEF 7579

Double damages

Rechtbank Dordrecht, 22 oktober 2008, HA ZA 07-2227. Autodesk Inc. c.s. tegen Canes c.s. (met dank aan Hans Jansen, Vondst)

Auteursrecht. Inbreukmakende software. Interessant vonnis over de schatting van de schade die ontstaan is door illegaal kopiëren van software en bestaat uit factoren als buitengerechtelijke kosten ter bestrijding van de 'olievlekwerking', neerwaartse prijsdruk en aangetaste en uitgeholde exclusiviteit van het auteursrecht.

"Nu De Jong geen enkel verweer voert tegen de volledige proceskostenveroordeling en de opgegeven omvang is de vordering toewijsbaar. Dat geldt ook als de Indicatietarieven in IE-zaken in aanmerking zouden worden genomen."

Lees het vonnis hier.

IEF 7507

Zonder toestemming openbaar maakt of dreigt openbaar te maken

Rechtbank ’s-Gravenhage, Ex parte beschikking van 22 januari 2009, KG RK 09-132, Eredivisie N.V. & Eredivisie clubs tegen MYP2P B.V. (met dank aan Bastiaan van Ramshorst, Klos Morel Vos & Schaap).

Auteursrecht. Merkenrecht. Interessante beschikking van de Rechtbank Den Haag in een zaak over livestreams van Eredivisiewedstrijden. Het op een website ter beschikking stellen van (bittorrent-achtige)  links waarmee illegale streams kunnen worden gedownload (die met eerder gedownloade sopcast-software bekeken kunnen worden, maar dus niet op de litigieuze website zelf staan) is aan te merken als een openbaarmakingshandeling, vergelijkbaar met het doorgeven van een signaal door middel van televisietoestellen door een hotel aan de gasten die in zijn kamers verblijven (HvJ EG, Hoteles).

Uit het verzoekschrift: “Myp2p verricht zelfstandig openbaarmakingshandelingen.  (…) Het begrip openbaarmaken in de zin van artikel 12 Aw. dient te worden uitgelegd aan de hand van artikel 3 lid 1 van Richtlijn 2001/29 (Richtlijn auteursrecht in de informatiemaatschappij).

 (…) Het HvJEG heeft in zijn Hoteles-arrest (HvJEG 7 december 2006(C-306/05)) dit begrip nader uitgelegd. In die zaak ging het om de vraag of de distributie van een signaal door middel van televisietoestellen aan klanten die in hotelkamers logeren, een mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 vormt, en of de installatie van televisietoestellen in de kamers van een dergelijke zaak op zich een handeling van dien aard vormt.

 (…) Het Hof (…) oordeelde vervolgens dat op de eerste en de derde vraag [moet] worden geantwoord dat, ook al vormt de loutere beschikbaarstelling van fysieke installaties als zodanig geen mededeling in de zin van richtlijn 2001/29, het doorgeven van een signaal door middel van televisietoestellen door een hotel aan de gasten die in zijn kamers verblijven, ongeacht de gebruikte techniek van doorgifte van het signaal, een mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van deze richtlijn vormt (r.o. 46-47).

Myp2p verricht vergelijkbare handelingen als het hotel in bovengenoemd arrest. Immers: Myp2p is een andere organisatie van wederdoorgifte dan de oorspronkelijke. Zij verricht haar handelingen ten behoeve van een ander, nieuw publiek. Het nieuwe publiek bestaat uit mensen die niet aan een van de officiële partners van Verzoeksters betaald hebben voor het zien van de wedstrijden. (…)”

De voorzieningenrecht oordeelt, heel kort, het is tenslotte een ex parte,  dat er inderdaad sprake is van openbaarmaken:

“2.2. De voorzieningenrechter constateert dat de op de website van gerekwestreerden aangebrachte tekens (vergelijk productie 2) gelijk zijn aan dan wel overeenstemmen met de aan verzoeksters sub 1 tot en met sub 17 en sub 19 toebehorende Gemeenschap- en/of  Beneluxmerkrechten en daarenboven in het economische verkeer worden gebruikt voor dezelfde of soortgelijke waren of dienste, waardoor bij het publiek verwarring omtrent de herkomst van de door gerekwestreerden aangeboden streams kan ontstaan. Daarenboven constateert de voorzieningenrechter dat gerekwestreerden live uitzendingen van Eredivisievoetbalwedstrijden van verzoeksters sub 2 tot en met sub 19 zonder toestemming openbaar maakt of dreigt openbaar te maken. Gelet op hetgeen in het verzoekschrift is aangevoerd is voldoende aannemelijk dar uitstel onherstelbare schade voor verzoeksters zal veroorzaken. Het verzoek zal bijgevolg worden toegewezen op de wijze zoals hierna is verwoord, met dien verstande dat het op het merkenrecht gebaseerde verzoek van verzoekster sub 18 bij gebreke van een overgelegde merkinschrijving zal worden geweigerd.”

Lees de beschikking hier.

IEF 7251

Voor vrijheid en democratie

Rechtbank Rotterdam, 15 oktober 2008, LJN: BG2551,Volkspartij Voor Vrijheid En Democratie  Perfect Direct Mail B.V.

Automatiseringsgeschil met onbevredigend en onuitgewerkt auteursrecht-componentje. Geldige contractsovername? Wie is de wederpartij van de VVD m.b.t. het VVD.net project? Schadevergoeding m.b.t. (auteurs)rechten op software?

Partijen: “t.a.v. schade door het ontbreken van auteursrechten: Perfect Database zou de auteursrechten hebben verkregen indien T-Systems het project VVD.net naar behoren had afgerond. Nu dit niet is gebeurd, loopt Perfect Database de opbrengsten mis die zij hiermee had kunnen realiseren. Zij begroot deze op  E30.000,--“

“i)  Perfect Database haalt know how en intellectuele eigendomsrechten door elkaar. De know how van het project zit bij de werknemers van Perfect Database die het project hebben uitgevoerd, zodat Perfect Database dit niet is misgelopen.
(ii)  T-Systems betwist de hoogte van de schade en doet een beroep op eigen schuld.”

Rechtbank: “ De vordering tot vergoeding van niet verkregen auteursrechten en de vordering tot vergoeding van reputatieschade zal worden afgewezen, nu deze schadeposten onvoldoende feitelijk zijn onderbouwd.”

Lees het vonnis hier.

IEF 7222

Koetjes en kalfjesoftware

Vzr. Rechtbank Utrecht, 31 oktober 2008, KG ZA 08-1310, Cincom Systems Inc.  tegen Electronic Data Systems International B.V. (met dank aan Sophie van Loon, Kennedy Van der Laan).

In het kort: Haviltexen in auteursrechtelijk geschil over softwarelicentie. 250 gebruikers per klant of 250  klanten? EDS maakt geen inbreuk op het auteursrecht van Cincom ten aanzien van haar Smalltalk-software. Cincom had (onder andere) een verbod geëist omdat EDS de software voor meer klanten (named users) zou hebben gebruikt dan haar op grond van de door Cincom verstrekte licentie zou zijn toegestaan. De Voorzieningrechter oordeelt echter dat het gebruik van EDS en haar klanten altijd binnen de door de licentie gestelde grenzen is gebleven, en wijst alle vorderingen van Cincom af. Cincom wordt op basis van artikel 1019h Rv veroordeeld in de proceskosten, €16.758,90.

4.14. Uit de inhoud van de door EDS als productie 1 overgelegde licentieovereenkomst van 13 april 2000, blijk ondubbelzinnig dat de licentie, na inventarisatie, is verleend voor niet alleen NS en haar dochterondernemingen, maar ook voor FDF en RWS en dat direct daarna wordt vermeld dat het totaal aantal users 250 named users voor Cincom Smalltalk applicaties is. Voorts is in die overeenkomst aangegeven dat alleen indien het aantal "named users" van Cincom Smalltalk boven de limiet van 250 komt een aanpassing van het contract dient te volgen. Uit die overeenkomt blijk echter niet dat daarbij een restrictie is opgelegd in die zin dat dit per klant van EDS zou hebben te gelden.

Uit de nadien gesloten overeenkomsten blijkt bovendien niet dat op enigerlei wijze een wijziging heeft plaatsgevonden met betrekking tot het aantal "named users" en/of dat dit slechts per klant van EDS gelding zou hebben gekregen. Juist bezien in samenhang met de afzonderlijke door EDS met Cincom gesloten licentieovereenkomsten met betrekking tot de ‘Servers License’ en de 'Development License’ en bezien in samenhang met de expliciete bepalingen over de 'named users’ in  de overeenkomsten van 2000 en 2003 waarop ook geen essentiële veranderingen zijn aangebracht in de nadien gesloten overeenkomsten met betrekking tot de 'named users', moet vooralsnog worden aangenomen dat de eindgebruikerslicentie beoogde aan EDS een licentie te verlenen voor al haar klanten tot een totaal aantal van 250  named users’ voor het (indirect) gebruik van de software. Een redelijke uitleg van het bepaalde met betrekking  tot het maximaal aantal 'named users" brengt dan ook mee, dat daaronder moet worden begrepen het totaal aantal ‘named users’ van alle klanten van EDS.”

Lees het vonnis hier.
 

IEF 6519

Niet onrechtmatig

Rechtbank Amsterdam 23 juli 2008, HA ZA 07-3125. Autodesk Inc. tegen Niebeek Milieumanagement B.V. (Met dank aan Tjeerd Overdijk en Hans Jansen, Vondst Advocaten)

Beslag op inbreukmakende software. Nakoming van vaststellingsovereenkomst. Volledige proceskostenveroordeling bij een geschil over een vaststellingsovereenkomst nu de kern van de overeenkomst bestaat uit de bescherming van de intellectuele eigendomsrechten van Autodesk.

Autodesk is een onderneming die zich bezig houdt met de ontwikkeling van computerprogrammatuur voor uiteenlopende doeleinden, in het bijzonder voor assistentie bij ontwerpprocessen. Autodesk heeft een aantal computerprogramma’s, waaronder AutoCAD, ontwikkeld die elk afzonderlijk een duidelijk eigen en persoonlijk karakter dragen, waardoor de computerprogrammatuur kan worden aangemerkt als een werk in de zin van artikel 10 lid 1 onder 12 Aw.

Autodesk heeft conservatoir beslag tot afgifte doen leggen onder Niebeek. Tijdens dit beslag heeft Autodesk geconstateerd dat Niebeek gebruik maakt van computers waarop in totaal 20 illegale exemplaren van de computerprogramma’s van Autodesk zijn aangetroffen.

Partijen hebben hun geschil ter zake de inbreuk op het auteursrecht onderling geregeld en vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst.

Autodesk heeft geconstateerd dat Niebeek niet voldoet aan de vaststellingsovereenkomst door in plaats van de overeengekomen 6 gebruikerslicenties er slechts 2 af te nemen en vordert nakoming en een vertragingsvergoeding.

Niebeek stelt dat de vaststellingsovereenkomst onder wilsgebreken tot stand is gekomen en verzoekt in reconventie de nietigheid van de overeenkomst. Voorts stelt zij dat de beslaglegging niet is verlopen zoals door de advocaat van Autodesk was aangekondigd, waardoor het niet redelijk zou zijn om Niebeek aan de volledige nakoming van de vaststellingsovereenkomst te houden.

Autodesk wordt volledig in het gelijk gesteld door de rechtbank.

 

 

 

“4.2 (…) De feiten en omstandigheden zoals gesteld door Niebeek c.s. leiden, zelfs indien bewezen, hooguit tot onderbouwing van de stelling dat er bij een beslaglegging meer rekening zou kunnen worden gehouden met de onbekendheid van de betreffende partij met de procedure en het overrompelende effect ervan. Dit doet echter niet af aan het feit dat de beslaglegging niet onrechtmatig was.".

Ook het beroep op de redelijkheid en billijkheid wordt afgewezen. “4.3 (…) Niebeek c.s. hebben er zelf voor gekozen om, in plaats van een hogere schadevergoeding, zwaardere en daarmee duurdere netwerklicenties aan te schaffen dan zij voor de bedrijfsvoering nodig hebben. Niebeek c.s. hebben derhalve gekozen voor een netwerklicentie AutoCAD 2008 voor 6 gebruikers. In dit licht is het onredelijk noch onaanvaardbaar Niebeek c.s. te houden aan de overeengekomen afnameverplichting.”

Nu de verweren van Niebeek worden verworpen wijst de rechtbank ook de gevorderde vertragingsvergoeding toe. De eis in reconventie van Niebeek c.s. wordt afgewezen.

Tot slot een interessante overweging over de proceskostenveroordeling bij geschillen over vaststellingsovereenkomsten met als kern de bescherming van IE:

"4.7 De vordering van de proceskosten op basis van artikel 1019h zal worden toegewezen, aangezien hier sprake is van een inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van Autodesk. Aan het verweer van Niebeek c.s. dat het hier een andersoortig geschil betreft, te weten een geschil over een vaststellingsovereenkomst, wordt voorbijgegaan aangezien de kern van de overeenkomst bestaat uit bescherming van de intellectuele eigendomsrechten van Autodesk."

Lees het vonnis hier.

IEF 6425

Ondertussen in Tonga

tonga-it.gifRechtbank ’s-Hertogenbosch, 8 juli 2008, KG ZA 08-261, Stichting BREIN tegen Euroaccess Enterprises Ltd. (met dank aan Rob Zimmermann, Höcker).

Auteursrecht. BREIN-zaak. Gerichtheid van buitenlandse website. Aansprakelijkheid provider voor doorgeven website. Verplichting om NAW-gegevens aan eiser door te geven (Lycos/Pessers). Werkelijke-proceskostenveroordeling van provider.

“4.3. Vervolgens rijst de vraag welk recht op onderhavige kwestie van toepassing is. Die vraag dient te worden beantwoord aan de hand van de Wet conflictenrecht onrechtmatige daad. Immers, de inbreuk op een auteurs- of naburig recht is een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6: 162 BW. In het eerste lid van artikel 3 van de Wet conflictenrecht onrechtmatige daad is bepaald dat verbintenissen uit onrechtmatige daad worden beheerst door het recht van de Staat op welks grondgebied de daad plaatsvindt. Nu doet zich in het onderhavige geval de situatie voor dat de website www.torrent.to wereldwijd kan worden geraadpleegd, dat onduidelijk is in welk land de aanbieder van die website is gevestigd en dat de site kennelijk via verschillende servers in diverse landen, waaronder Nederland, wordt gehost. Uit de door Stichting BREIN overgelegde uitdraaien van de website www.torrent.to blijkt dat de site voornamelijk In de Duitse taal is opgesteld, maar zich ook specifiek richt op Nederlandse bezoekers, gelet op de aangeboden (Nederlandstalige) werken van Nederlandse artiesten en de reclameboodschappen in de Nederlandse taal. Ter zitting is voorts komen vast .te staan dat de servers van waaruit de hostuig plaatsvindt, in Amsterdam staan. Onder die omstandigheden kan het Nederlandse recht worden toegepast. 

4.4. (…) Dat op www.torrent.to bestanden worden aangeboden die als Auteursrechtelijke en/of nabuurrechtelijk beschermde werken in de zin van het BC, de UAC en het TRIPS-Verdrag moeten worden aangemerkt en dat Stichting BREIN bevoegd is namens die rechthebbenden (de makers) in rechte op te treden tegen inbreuken daarop, is voldoende aannemelijk. In dat kader wijst de rechter erop dat bij de Berner Conventie thans bijvoorbeeld maar liefst 184 landen zijn aangesloten (…) ook zelfs Tonga, het eiland in de Stille Oceaan waarnaar de afkorting "-to" in het internetadres van de www.torrent.to verwijst. Dat torrent.to ook door het aanbieden van ter downloading van die "buiten1andse"bestanden jegens Stichting BREIN onrechtmatig handelt, is daarmee voldoende aannemelijk. 

(…) 4.5. Euroaccess biedt door haar rol als webhost de gelegenheid tot het verrichten van onrechtmatige activiteiten in de vorm van structurele inbreuken op de intellectuele eigendomsrechten van anderen via het internet. Daarmee handelt ook Euroaccess onrechtmatig tegen de auteurs- en nabuurrechthebbenden en dus jegens Stichting BREIN. Daartoe overweegt de rechter dat het onrechtmatige karakter van de activiteiten op www.torrent.to evident is en ook voor Euroaccess volstrekt duidelijk moet zijn. Immers, iedereen weet dat het aanbieden van muziek- film- en softwarebestanden zonder toestemming van de rechthebbenden illegaal is. Dit geldt nog sterker voor een professionele partij die zich toelegt op het hosten van websites die bovendien door Stichting BREIN ook nog eens is gewezen op het onrechtmatige karakter van de activiteiten op www.torrent.to.(…)

4.6. Gelet op het vorenstaande is voldoende aannemelijk dat Euroaccess onrechtmatig handelt jegens Stichting BREIN door de website www.torrent.to toegang te verschaffen tot het internet. De onder 1. gevorderde afsluiting zal derhalve worden toegewezen. 

4.10. Gelet op het grootschalige karakter van de op www.torrent.to gepleegde inbreuken m de evidente onrechtmatigheid daarvan, alsmede het feit dat Euroaccess na verzoeken van Stichting BREIN daartoe niet is overgegaan tot afsluiting van de website en door Euroaccess geen verweer is gevoerd tegen de door Stichting BREIN als (vervangende) productie 20 overgelegde opgave van de gemaakte advocaatkosten, zal de rechter Euroaccess ais de in het ongelijk gestelde partij onder toepassing van artikel 1019h Rv veroordelen in de werkelijke proceskosten, waarvan een bedrag van EUR 1 6.490,55 aan advocaatkosten.”

Lees het vonnis hier.

IEF 6337

Formaliteitenverbod

bernc.gifRechtbank 's-Hertogenbosch, 11 juni 2008, LJN: BD3658, Adobe Systems Inc. & Microsoft Corp. tegen Patch Marketing B.V.

Incident zekerheidstelling proceskosten. Het vereiste van 224 Rv is geen formaliteit als bedoeld in artikel 5 lid 2 Berner Conventie. De schadevergoeding waar artikel 224 lid 1 Rv op doelt betreft de schade die een rechtstreeks gevolg is van het in rechte opkomen van gedaagde. Het gaat niet om de schadevergoeding die eventueel in reconventie gevorderd zou kunnen worden. Vordering toegewezen. 

Adobe c.s. hebben - kort gezegd - Patch in de hoofdzaak gedagvaard vanwege het zonder toestemming gebruik maken van en verveelvoudigen van hun auteursrechtelijk beschermde computerprogramma’s. Patch vordert bij deze incidentele conclusie dat Adobe c.s., als in de V.S. gevestigde rechtspersonen, op grond van artikel 224 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) worden veroordeeld om zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding, tot betaling waarvan Adobe c.s. in de hoofdzaak veroordeeld zouden kunnen worden. Adobe c.s. stellen zich primair op het standpunt dat de uitzondering van artikel 224, lid 2, sub a Rv aan de orde is.

Volgens hen verzet in het onderhavige geval artikel 5 van de Berner Conventie zich tegen het opleggen van een verplichting tot het stellen van zekerheid. Aan een Amerikaanse procespartij zouden, in een Nederlandse procedure over auteursrechten tegen een Nederlandse procespartij, geen eisen mogen worden gesteld die niet ook aan de Nederlandse procespartij worden gesteld. Met het stellen van zekerheid zou bovendien een door de BC niet toegestane formaliteit aan de uitoefening van het auteursrecht worden gesteld. De rechtbank volgt het standpunt van Adobe c.s. niet.

Bij het eerste lid van artikel 5 BC gaat het erom dat die buitenlandse auteur, waar het zijn auteursrecht betreft, in Nederland dezelfde bescherming geniet als een Nederlandse auteur. Het Nederlands recht maakt op dat punt geen onderscheid naar de nationaliteit van de auteur of het land van oorsprong van het betreffende werk. De verplichting tot zekerheidstelling in het kader van een gerechtelijke procedure doet aan die bescherming niet af.

Daarnaast is het doel van formaliteitenverbod van het tweede lid van artikel 5 BC te voorkomen dat aan het auteursrecht afbreuk wordt gedaan doordat niet aan bepaalde formaliteiten is voldaan. De verplichting tot zekerheidstelling is naar het oordeel van de rechtbank niet een dergelijke formaliteit. Immers, er veronderstellenderwijs van uitgaande dat Adobe c.s. in Nederland auteursrechtelijke bescherming genieten, verandert het vereiste van zekerheidstelling daar niets aan. Het auteursrecht vervalt niet, noch wordt het anderszins beperkt wanneer geen zekerheid wordt gesteld.

Adobe c.s. hebben zich subsidiair op het standpunt gesteld dat er, naast de zekerheid voor de proceskosten, geen sprake kan zijn van een veroordeling tot zekerheidstelling voor de eventuele schadevergoeding, waar Adobe c.s. tot veroordeeld zouden kunnen worden. Patch heeft daartoe immers geen eis van reconventie ingesteld. Dit verweer faalt. De schadevergoeding waar artikel 224 lid 1 Rv op doelt, betreft de schade die een rechtstreeks gevolg is van het in rechte opkomen van Patch. Het betreft dus niet de schadevergoeding die eventueel in reconventie gevorderd zou kunnen worden.

De rechtbank wijst de incidentele vordering tot zekerheidsstelling toe. De rechtbank acht daarbij het door Patch gestelde bedrag van EUR 15.300,-- aan werkelijk te maken proceskosten vooralsnog niet onredelijk hoog, gelet op de stand waarin de procedure zich bevindt,  in de beginfase,  en de door advocaten gebruikelijk te hanteren uurtarieven. Dit laat uiteraard onverlet dat de rechtbank, indien Adobe c.s. in de hoofdzaak in het ongelijk zouden worden gesteld, de door Patch daadwerkelijk gemaakte kosten van rechtsbijstand aan de hiervoor bedoelde toets van artikel 1019h Rv dient te onderwerpen. Adobe c.s.worden, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten van het incident veroordeeld (€452,00).

Lees het vonnis hier.