Uitspraak ingezonden door Maga Verwoert & Max van Oostrum, Leeway.
Hof ’s-Hertogenbosch bekrachtigt executievonnis: executie door Stokke onrechtmatig
Hof ’s-Hertogenbosch 26 mei 2026, IEF 23600; 200.361.497/01 (Stokke c.s. tegen Cybex c.s.). Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft het executievonnis (IEF 23045) tussen Stokke c.s. en Cybex c.s. bekrachtigd. Volgens het hof heeft Cybex geen dwangsommen verbeurd wegens overtreding van het eerder opgelegde verbod met betrekking tot de Iris Chair. De door Stokke ingestelde executiemaatregelen waren daarom onrechtmatig. Aan het geschil ligt een eerder kortgedingvonnis ten grondslag waarin Cybex was verboden de Iris Chair binnen de Europese Unie te verhandelen wegens een aangenomen auteursrechtinbreuk op de Tripp Trapp-stoel van Stokke . Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft dat verbod later vernietigd voor de lidstaten buiten Nederland (IEF 23486). Daardoor resteerde in het onderhavige executiegeschil uitsluitend nog de vraag of Cybex binnen Nederland het verbod had overtreden en daardoor dwangsommen had verbeurd. Stokke stelde dat Cybex het verbod had geschonden doordat promotievideo's van de Iris Chair na betekening van het vonnis nog zichtbaar waren op de global social-media-accounts van Cybex Retail op Facebook, Instagram, YouTube en LinkedIn. Ook werd aanvankelijk gewezen op een brief aan afnemers en een vermeend aanbod van de stoel via een website, maar die verwijten werden tijdens de procedure ingetrokken. Het hof stelt voorop dat bij de beoordeling van een gestelde overtreding niet alleen naar de letterlijke tekst van het dictum moet worden gekeken, maar ook naar de overwegingen waarop de veroordeling berust. Uit het oorspronkelijke kortgedingvonnis volgt volgens het hof dat sprake was van een terughoudend geformuleerd verbod. De voorzieningenrechter had uitdrukkelijk overwogen dat de maatregel uitsluitend was bedoeld als een "standstill" om verdere marktintroductie van de Iris Chair te voorkomen totdat in een bodemprocedure duidelijkheid zou bestaan over de auteursrechtelijke beoordeling. Tegen die achtergrond moet het verbod volgens het hof beperkt worden uitgelegd. Het verbod zag op nieuwe handelingen gericht op verkoop, verhandeling of verdere marktintroductie van de Iris Chair.