Drie deskundigen benoemd in filmgeschil over credit als coregisseur en billijke vergoeding
Rb. Amsterdam 20 mei 2026, IEF 23619; ECLI:NL:RBAMS:2026:5771 ([eiser] tegen [gedaagden]). In dit tussenvonnis benoemt de Rechtbank Amsterdam drie deskundigen in een geschil tussen twee filmmakers over de bijdrage van [eiser] aan de film [film]. [eiser] vordert in de hoofdzaak onder meer de credit ‘coregisseur’ en een aanvullende vergoeding van € 48.400,-, althans € 34.400,-, plus 5% van de netto-opbrengst van de film. De rechtbank beslist daarover echter nog niet inhoudelijk. Zij laat de beoordeling van die punten afhangen van het deskundigenonderzoek. De rechtbank benoemt Dirk Visser als juridisch deskundige en voorzitter, Mardou Jacobs als deskundige met productie-ervaring en Paul Ruven als deskundige met regie-ervaring. [eiser] had bezwaar tegen de benoeming van Visser, omdat hij als advocaat verbonden is aan een kantoor dat onder meer filmproducenten, uitgevers en platenmaatschappijen bijstaat. De rechtbank verwerpt dat bezwaar, omdat zij geen reden ziet om aan zijn deskundigheid of onpartijdigheid te twijfelen en wijst daarbij op zijn positie als hoogleraar intellectueel eigendomsrecht en zijn publicaties over filmauteursrecht, exploitatiecontracten en vergoedingen.