Diversen  

IEF 14928

Digitale eengemaakte markt voor Europa: Commissie stelt zestien initiatieven voor

Internet en digitale technologieën veranderen onze wereld, in alle aspecten en in alle sectoren van het bedrijfsleven. Europa moet de digitale revolutie omarmen en zorgen dat mensen en bedrijven hun kans kunnen grijpen. Hoe moet dat gebeuren? Door de kracht van de eengemaakte markt van de EU te benutten. De Europese Commissie presenteert vandaag haar uitvoerige plannen om een digitale eengemaakte markt te creëren, een van haar topprioriteiten.
Pijler I: in heel Europa betere toegang tot digitale goederen en diensten voor consumenten en bedrijven
Pijler II: gunstige en gelijke voorwaarden scheppen voor digitale netwerken en innovatieve diensten
Pijler III: een maximaal groeipotentieel voor de digitale economie

De strategie voor een digitale eengemaakte markt omvat gerichte maatregelen die eind volgend jaar moeten zijn afgerond (zie de bijlage). De strategie bestaat uit drie pijlers: 1) in heel Europa betere toegang tot digitale goederen en diensten voor consumenten en bedrijven; 2) gunstige en gelijke voorwaarden voor digitale netwerken en innovatieve diensten; 3) een maximaal groeipotentieel voor de digitale economie.

Pijler I: in heel Europa betere toegang tot digitale goederen en diensten voor consumenten en bedrijven

 

De Commissie zal het volgende voorstellen:

1. Regels die grensoverschrijdende e-commerce gemakkelijker maken. Er moeten geharmoniseerde EU-regels komen voor contracten en bescherming van consumenten die via internet aankopen doen: materiële goederen zoals schoenen of meubels, maar ook digitale inhoud zoals e-books of apps. Consumenten krijgen een ruimere keuze uit rechten en aanbiedingen, terwijl bedrijven hun producten gemakkelijker in andere EU-landen kunnen verkopen. Dat schept meer vertrouwen in het kopen of verkopen over de grens heen (zie feiten en cijfers in het factsheet).

2. Snellere en consequentere handhaving van de regels voor consumentenbescherming, dankzij herziening van de verordening samenwerking consumentenbescherming.

3. Efficiëntere en betaalbaardere bezorging van pakjes. Volgens 62% van de bedrijven die online verkopen, zijn hoge bezorgkosten een probleem (zie de nieuwe Eurobarometer over e-commerce).

4. Een eind maken aan ongefundeerde geoblocking – een discriminerende praktijk die om commerciële redenen wordt toegepast, waardoor consumenten op basis van hun locatie geen toegang krijgen tot een website of worden doorgestuurd naar een lokale webwinkel met andere prijzen. Door deze blokkering kan het gebeuren dat een consument die een auto wil huren, meer geld kwijt is dan iemand uit een andere lidstaat voor dezelfde auto op dezelfde bestemming.

5. Identificatie van mogelijke concurrentieproblemen op de Europese e-commercemarkten. De Commissie start daarom vandaag een onderzoek naar de mededinging in de e-commercesector in de Europese Unie (persbericht).

6. Een modern, meer Europees auteursrecht: voor eind 2015 komen er wetgevingsvoorstellen om de verschillen tussen de nationale auteursrechtenregelingen te verkleinen en werken in de hele EU op bredere schaal online toegankelijk te maken, onder meer door verdere harmonisatie. Het is de bedoeling dat de toegang tot cultuur hierdoor wordt verbeterd (en zo de culturele diversiteit gesteund) en dat makers van inhoud en de bedrijfstak nieuwe mogelijkheden krijgen. Met name wil de Commissie dat gebruikers die in eigen land films, muziek of artikelen kopen, daar ook op reis door Europa gebruik van kunnen maken. De Commissie zal ook kijken naar de rol van onlinetussenpersonen bij auteursrechtelijk beschermde werken. Er zal strenger worden opgetreden als intellectuele-eigendomsrechten op commerciële schaal worden geschonden.

7. Herziening van de satelliet- en kabelrichtlijn om te beoordelen of online-uitzendingen van omroeporganisaties daar ook onder moeten vallen. Ook zal worden bekeken hoe de grensoverschrijdende toegang tot omroepdiensten in Europa kan worden verbeterd.

8. Voor bedrijven administratieve lasten terugdringen die het gevolg zijn van de verschillende btw-stelsels. Verkopers van materiële goederen kunnen dan gebruikmaken van één systeem voor elektronische registratie en betaling. De btw-drempel wordt overal gelijk, zodat kleinere start-ups gemakkelijker via internet kunnen verkopen.

Pijler II: gunstige en gelijke voorwaarden scheppen voor digitale netwerken en innovatieve diensten

De Commissie neemt de volgende maatregelen:

9. Een ambitieuze herziening van de telecomregels van de EU, onder meer door doeltreffender coördinatie van het spectrum en EU-brede criteria voor de spectrumtoewijzing op nationaal niveau, stimuleringsmaatregelen voor investeringen in snel breedband, waardoor voor alle marktdeelnemers (traditionele en nieuwe) dezelfde voorwaarden gelden, en een doeltreffend institutioneel kader.

10. Herziening van de regelgeving voor audiovisuele media om die aan te passen aan de eenentwintigste eeuw. Het accent ligt daarbij op de rol die verschillende marktdeelnemers spelen bij de promotie van Europese werken: omroeporganisaties, aanbieders van audiovisuele diensten op aanvraag enz. De Commissie zal ook bekijken hoe de bestaande regels (de richtlijn audiovisuele mediadiensten) kunnen worden aangepast aan nieuwe bedrijfsmodellen voor de verspreiding van inhoud.

11. Een algehele analyse van de rol die onlineplatforms (zoekmachines, sociale media, appstores enz.) op de markt spelen. Aan de orde komen zaken als het gebrek aan transparantie van zoekresultaten en prijsbeleid, de wijze waarop platforms de verkregen informatie gebruiken, de betrekkingen tussen platforms en leveranciers en de bevoordeling van hun eigen diensten ten nadele van die van concurrenten – voor zover dit niet al onder het mededingingsrecht valt. Ook zal worden onderzocht hoe illegale inhoud op internet het best kan worden aangepakt.

12. Versterking van het vertrouwen in en de veiligheid van digitale diensten, vooral hoe met persoonsgegevens wordt omgegaan. Op basis van de nieuwe EU-regels voor gegevensbescherming, die eind 2015 moeten worden goedgekeurd, herziet de Commissie de richtlijn e-privacy.

13. Voorstellen voor een partnerschap met de internetbedrijfstak over cyberveiligheid: technologieën en oplossingen voor de netwerkveiligheid op internet.

Pijler III: een maximaal groeipotentieel voor de digitale economie

De Commissie neemt de volgende maatregelen:

14. Voorstel voor een Europees initiatief voor vrij verkeer van gegevens in de Europese Unie. Nieuwe vormen van dienstverlening worden soms gehinderd door beperkingen op de plaats waar gegevens worden opgeslagen of op de toegang tot die gegevens. Die beperkingen houden vaak geen verband met de bescherming van persoonsgegevens. Dit nieuwe initiatief pakt die beperkingen aan en stimuleert op die manier innovatie. De Commissie komt ook met een Europees cloudinitiatief voor het certificeren van clouddiensten, het overstappen naar een andere cloudaanbieder en een “onderzoekscloud”.

15. Prioriteiten voor normen en interoperabiliteit die cruciaal zijn voor deelgebieden van de digitale eengemaakte markt, zoals e-gezondheid, vervoersplanning en energie (slimme meters).

16. Steun voor een inclusieve digitale samenleving waarin burgers over de nodige vaardigheden beschikken om de mogelijkheden van internet te benutten en meer kans te maken op de arbeidsmarkt. Met een nieuw actieplan voor e-overheid worden handelsregisters in heel Europa onderling gekoppeld, zodat de verschillende nationale systemen kunnen samenwerken. Bedrijven en burgers hoeven dan maar éénmaal hun gegevens aan de overheid door te geven, zodat verschillende instanties niet steeds opnieuw om dezelfde gegevens hoeven te vragen. Dit initiatief bestrijdt bureaucratische rompslomp en kan vanaf 2017 zo’n 5 miljard euro per jaar besparen. De invoering van elektronische overheidsopdrachten en breed toepasbare elektronische handtekeningen wordt versneld.

Volgende stappen

Het projectteam voor de digitale eengemaakte markt verwezenlijkt deze maatregelen tegen eind 2016. Met de steun van het Europees Parlement en de Raad kan de digitale eengemaakte markt heel snel een feit zijn.

De digitale eengemaakte markt staat op de agenda van de bijeenkomst van de Europese Raad op 25-26 juni.

IEF 14927

“A fair internet for performers”

Europese performers trekken ten strijde voor eerlijke online vergoeding. Meer dan 500.000 muzikanten, acteurs, zangers en dansers in Europa maken zich hard voor een eerlijke vergoeding voor het gebruik van hun werken op internet. Zij zijn een petitie gestart om aandacht te vragen voor het feit dat zij geen vergoeding ontvangen voor online gebruik, succesvolle performers net zo min als minder succesvolle.

Op 6 mei jl. heeft de Europese Commissie haar strategie ten aanzien van de digitale interne markt uiteengezet. Daarin worden nog geen concrete voorstellen gedaan voor het verzekeren van een vergoeding voor (online) on demand gebruik. Dit is de reden waarom zij de campagne “Fair internet for performers” zijn gestart (www.fair-internet.eu).

NORMA, de Nederlandse collectieve beheersorganisatie (cbo) voor acteurs en musici, pleit al jaren voor een verankering van een vergoedingsrecht in de wet voor on-demand gebruik op internet van films en muziek, dat rechtstreeks –via verplicht collectief beheer- bij on- demand aanbieders (zoals Spotify en Netflix) kan worden geïnd, zoals dat bij bijvoorbeeld radio-uitzendingen al jaren gebruikelijk is. Ten aanzien van Video On Demand (VOD) was het Nederlandse kabinet voornemens dit in de wet op te nemen, maar heeft dit voorstel uiteindelijk weer ingetrokken. Met on-demand aanbieders op de Nederlandse markt (verenigd in RODAP) is recentelijk een vergoedingsregeling overeengekomen voor VOD voor o.a. hoofdrolacteurs. Dat is een belangrijke eerste stap, maar NORMA blijft streven naar een wettelijke (Europese) verankering van een collectief vergoedingsrecht ten aanzien van on demand exploitatie voor alle performers.

Directeur Wisso Wissing zegt hierover:
“De huidige Europese richtlijn over dit onderwerp stamt uit begin deze eeuw –dus nog vóór de internetrevolutie. Dit is een historische kans om de weeffouten uit die richtlijn te herstellen en eerlijke vergoedingen voor performers wettelijk te waarborgen. Het is onacceptabel dat on demand aanbieders inkomsten verdienen in de online wereld, terwijl de Europese performers die de werken mogelijk maken er onvoldoende iets van terugzien.”

De actie is geïnitieerd door AEPO ARTIS (de Europese koepelorganisatie van cbo’s van performers), de internationale federaties van acteurs en muzikanten: FIA en FIM en IAO.

 

IEF 14900

Internetconsultatie Europees octrooipakket

Internetconsultatie 1-25 mei 2015
Op vrijdag 1 mei 2015 is de internetconsultatie gestart voor het conceptwetsvoorstel voor de wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995 in verband met de Overeenkomst betreffende een Eengemaakt octrooigerecht (Rechtspraakverdrag) en de komst van het Europees octrooi met eenheidswerking. De voorgestelde wetswijziging brengt de Rijksoctrooiwet 1995 in lijn met de materieelrechtelijke bepalingen uit het Rechtspraakverdrag, en bevat enige andere aanpassingen om een goede werking van het Europees octrooi met eenheidswerking en het Rechtspraakverdrag te verzekeren. Het Ministerie van EZ hecht grote waarde aan de betrokkenheid van belanghebbenden bij deze ontwikkelingen. We nodigen u uit om online te reageren op de voorgenomen wijzigingen.

Daarbij verzoeken we u indien mogelijk:
- concrete (tekst)suggesties te doen; en
- zo vroeg mogelijk in de looptijd van de consultatie te reageren.

Zodoende kan de impact van de internetconsultatie worden vergroot zonder dat dat tot vertraging in het wetgevingsproces hoeft te leiden. De sluitingsdatum van de consultatie is 25 mei 2015.

Concept regeling - Overeenkomst betreffende eengemaakt octrooigerecht - Te implementeren regeling - Memorie van toelichting (ontwerp)

IEF 14895

Ruim baan voor extended collective licensing

VOI©E bericht: Samen met de collega’s van V&J en EZ organiseerde het ministerie van OCW in eigen huis op 23 april een seminar over toegankelijk maken van gedigitaliseerd cultureel erfgoed. Voor het vijftigtal vertegenwoordigers van rechthebbenden en van de erfgoedsector was de conclusie duidelijk: ruim baan voor extended collective licensing. Het standpunt van het kabinet wordt voor de zomer verwacht.

Onderzoek
Op 16 december 2014 bood minister Bussemaker aan de Tweede Kamer het IViR-rapport aan met een rechtsvergelijkend onderzoek naar het wettelijke instrument van de ‘extended collective license’ ofwel de ‘verruimde’ collectieve licentieovereenkomst (hierna: ECL): Extended collective licensing: panacee voor massadigitalisering?
Dit onderzoek was uitgevoerd naar aanleiding van een gezamenlijk verzoek om onderzoek naar dit onderwerp van de Nederlandse erfgoedinstellingen en de Federatie Auteursrechtbelangen. Het seminar van 23 april was bedoeld voor een discussie met alle betrokkenen over nut en vraagpunten bij een dergelijke wettelijke maatregel.
Bij het digitaliseren en ontsluiten van cultureel erfgoed van auteursrechtelijk beschermde werken, met een beschermingsduur van 70 jaar na het jaar van overlijden van de maker, is er sprake van veel ‘verweesde’ werken. Zeker bij publicaties uit het verleden waarbij een groot aantal makers per werk zijn betrokken, met name bij filmwerken, dagbladen en tijdschriften, is het een arbeidsintensieve klus om alle rechthebbenden te achterhalen, als zij – of hun erfgenamen – nog te vinden zijn. De werken waarvan de rechthebbenden niet of heel moeilijk te vinden zijn, worden verweesde werken genoemd. De Europese Richtlijn verweesde werken die op 1 januari 2015 ook in Nederland is ingevoerd, biedt erfgoedinstellingen de mogelijkheid na een gedegen zoektocht een verweesd gebleven werk online beschikbaar te stellen nadat de beschikbare gegevens zijn geregistreerd in een Europese databank zodat de rechthebbende zich nog kan melden. Voor digitalisering van werken waarbij een groot aantal rechthebbenden is betrokken, is deze procedure voor erfgoedinstellingen tijdrovend en kostbaar. Collectieve regelingen met CBO’s kunnen dan een uitkomst zijn, maar dan moeten de CBO’s wel de aanspraken van de rechthebbenden op verweesde werken afdekken (veel CBO’s zijn pas de laatste veertig jaar ontstaan) en blijft het risico voor een aanspraak wegens auteursrechtinbreuk bij de erfgoedinstelling. Onderzocht is of ECL hierbij kan helpen.

Geen wondermiddel, wel belangrijk voor rechtszekerheid
Stef van Gompel, een van de onderzoekers van IViR, presenteerde de belangrijkste conclusies van het rechtsvergelijkend onderzoek naar landen die een dergelijk systeem van ‘algemeen verbindend verklaren’ van collectieve regelingen tussen erfgoedinstellingen en CBO’s reeds kennen – Noorwegen, Denemarken, Duitsland – afgezet tegen de Nederlandse praktijk.
Van Gompel gaf direct aan dat ECL zeker geen wondermiddel is voor massadigitalisering.
Het model kan enkel functioneren op terreinen waar collectief rechtenbeheer reeds een zeker draagvlak heeft of kan krijgen. Waar rechthebbenden er de voorkeur aan geven om hun rechten individueel uit te oefenen, is er geen CBO met voldoende representativiteit om overeenkomsten met ECL-effect af te sluiten. Evenmin kan het ECL-model een oplossing bieden voor de situatie dat contractspartijen om andere (strategische of financiële) redenen niet tot overeenstemming wensen te komen. Het ECL-model bouwt immers voort op door de partijen overeengekomen contractuele oplossingen.
Een algemeen verbindend verklaring is ook beperkt tot het Nederlands grondgebied en kan dus geen buitenlandse rechthebbenden binden voor zover deze niet gebonden zijn via de CBO die de collectieve overeenkomst is aangegaan.
Nederland loopt wereldwijd voorop met massadigitalisering en dat komt voor een belangrijk deel door collectieve overeenkomsten met CBO’s die een vrijwaring met beperkte aansprakelijkheid hebben verleend aan bijvoorbeeld de Koninklijke Bibliotheek (KB) en het Nationaal Archief. De Nederlandse praktijk kan hiermee dus tot op heden goed uit de voeten, maar van het probleem van de rechtsonzekerheid, het risico op claims, blijkt wel een chilling effect uit te gaan. ECL kan die rechtsonzekerheid voor de erfgoedinstellingen oplossen en dat kan een steun in de rug betekenen voor het treffen van meer collectieve afspraken over massadigitalisering.

Wetgever moet publieke taak faciliteren
Namens de erfgoedinstellingen onderschreven Paul Keller (Kennisland) en Annemarie Beunen (KB) het belang van ECL. De erfgoedinstellingen die het hebben geprobeerd met het zogenaamde ‘piepsysteem’, gewoon online zetten en wachten tot iemand bezwaar maakt en het dan alsnog regelen of er af halen, zijn van een koude kermis thuisgekomen. Er ontstaat een conflict met de rechthebbendensector met het risico op kostbare procedures en schadeclaims en een sfeer waarin het lastiger wordt om alsnog in goede harmonie een regeling te treffen. De rechter heeft hiermee al een paar keer korte metten gemaakt, mede gelet op de mogelijkheid om collectieve regelingen te treffen met CBO’s. Individuele licentiëring, waarbij de rechthebbenden worden gezocht en om toestemming wordt gevraagd, blijft altijd mogelijk. Maar als dat ondoenlijk is, is het enige alternatief om te proberen een collectieve regeling te treffen met CBO’s.
Maar discussies over de representativiteit van de CBO’s en het blijvend risico van claims werkt belemmerend, zeker nu de vrees bestaat dat door de betere vindbaarheid en verbeterde zoekfuncties het aantal claims kan stijgen. ECL zou die onzekerheid wegnemen en meer garantie voor continuïteit bieden. Zij zijn het van harte eens met de aanbeveling van IViR dat Nederland, waar digitalisering van erfgoedcollecties een kernpunt van het cultuur- en informatiebeleid is geworden, deze publieke taak faciliteert door het wettelijke kader voor collectief rechtenbeheer te optimaliseren.

Niet iedere keer het wiel opnieuw uitvinden
Vincent van den Eijnde (Pictoright) gaf aan, namens de rechthebbenden die door de CBO’s worden vertegenwoordigd, het belangrijk te vinden dat de onzekerheid bij erfgoedinstellingen wordt weggenomen. Als collectieve regelingen van een dergelijke wettelijke status worden voorzien, verwacht hij ook dat niet iedere keer het wiel opnieuw moet worden uitgevonden en partijen elkaar sneller vinden. Hij wees de aanwezige erfgoedinstellingen er op dat individuele rechthebbenden heel verschillend denken over dit gebruik van hun werk en de voorwaarden die daaraan gesteld moeten worden. Er is een kleine groep die het helemaal niets uitmaakt en er is een kleine groep die bij voorkeur zelf regelingen willen treffen op basis van hun normale commerciële voorwaarden. De grootste groep geeft er echter de voorkeur aan dat hun eigen organisaties hun belangen bewaken en stellen een billijke vergoeding op prijs. Een CBO kan al die smaken in één regeling vatten. Een opt-out regeling voor rechthebbenden die niet willen dat hun werk door erfgoedinstellingen beschikbaar wordt gesteld, is van groot belang voor het draagvlak onder rechthebbenden. Ze moeten kunnen ingrijpen als zij er last van krijgen en niemand kan overzien wat er allemaal nog mogelijk is en met hun werk gaat gebeuren. Het moet echter niet zo zijn dat individuele rechthebbenden betere afspraken met erfgoedinstellingen kunnen maken. Dat zou de dood in de pot voor collectieve regelingen betekenen, waarschuwt Vincent van den Eijnde.

Vraagpunten
In de levendige discussie die daarop volgde werd een aantal vraagpunten besproken dat moet worden bekeken door de wetgever als een wettelijk ECL-systeem in Nederland zou worden ingevoerd:
representativiteit
Met betrekking tot de representativiteit van de CBO’s is het Deense voorbeeld interessant waarbij een CBO door de Minister van Cultuur wordt aangewezen als representatieve organisatie omdat een wezenlijk deel van de betrokken rechthebbenden wordt vertegenwoordigd. Daarbij wordt ook gekeken naar het draagvlak van de CBO in de achterban (de beroeps-, vak- of brancheorganisaties), die bij de huidige Nederlandse CBO’s doorgaans in het bestuur van de organisatie is vertegenwoordigd.
opt-out
De opt-out is in alle ECL-regelingen, ook in de huidige collectieve regelingen in Nederland, een randvoorwaarde. Het kan praktisch zijn deze opt-out in tijd te beperken, maar dat is riskant voor het draagvlak onder rechthebbenden. De rechthebbenden die na de openbaarmaking van hun werk door de erfgoedinstelling gebruik maken van de opt-out zouden hun financiële aanspraak op een vergoeding bij de CBO moeten behouden, maar die mag niet hoger zijn dan de vergoeding die de aangeslotenen ontvangen (gelijke gevallen moeten gelijk behandeld worden). Aan die financiële aanspraak moet wel een beperking in tijd worden verbonden, anders moeten gelden te lang gereserveerd blijven.
werkingssfeer
Is het denkbaar dat voor werken waarbij collectieve regelingen niet toereikend zijn omdat er geen CBO is die deze rechten vertegenwoordigt, zoals bijvoorbeeld bij film en televisie, een ECL-regeling een oplossing biedt? De rechtensituatie bij film is dermate complex dat dit aan de markt moet worden overgelaten. Daar zijn nu eenmaal veel partijen bij betrokken, maar het Instituut voor Beeld en Geluid en EYE Filmmuseum tonen aan dit niet onmogelijk is. Als duidelijk is welke CBO’s regelingen mogen treffen, is de praktijk inmiddels ook dat deze organisaties daarbij samenwerken. Mocht dat onvoldoende het geval zijn, kan het College van Toezicht daar ook op toezien.
aansprakelijkheid
Het grote voordeel voor erfgoedinstellingen bij ECL is dat zij niet meer aansprakelijk zijn voor inbreuk als zij een collectieve regeling hebben getroffen (en zich houden aan de daarin gestelde voorwaarden uiteraard). Die aansprakelijkheid verschuift niet als zodanig naar de CBO’s omdat zij met ECL gerechtigd zijn niet-aangeslotenen te binden. Maar de niet-aangeslotenen kunnen de CBO wel aansprakelijk gaan stellen voor onredelijke voorwaarden of onzorgvuldig handelen jegens niet aangeslotenen. Dit is wel een aandachtspunt voor de wetgever, want een wettelijke regeling moet ook weer niet de CBO’s gaan belemmeren dergelijke regelingen aan te gaan of dwingen tot hoge reserveringen voor claims, want dat zullen zij dan weer in rekening moeten gaan brengen van de erfgoedinstellingen.
de licentiepraktijk
Tot slot waren er natuurlijk verschillende wensen en uitgangspunten als het gaat over de licentievoorwaarden, waaronder met name de hoogte van de vergoeding. Dat is echter een zaak die de overheid aan partijen moet overlaten. Het wettelijk toezicht op CBO’s biedt preventief toezicht op CBO’s die eenzijdig tarieven zouden willen verhogen boven de index en beide partijen kunnen naar de onafhankelijke Geschillencommissie als er een geschil is, bijvoorbeeld over de billijkheid van de vergoeding.
Bij zo’n discussie over de vergoeding komt altijd het dilemma boven dat de erfgoedinstellingen geen commercieel oogmerk hebben en hun bezoekers alleen maar willen bedienen met materiaal voor hun eigen studie of gebruik, maar dat dit gebruik en deze doelgroep nu eenmaal niet kan worden afgeschermd in geval van onbeperkte online toegang, dat ook een uitgangspunt is. Die onbeperkte online toegang kan marktverstorend werken voor de rechthebbenden die deze toegang tot hun werken ook tegen marktvoorwaarden aanbieden en die werken zijn nu eenmaal niet met overheidsgeld tot stand gebracht.
ECL gaat dat allemaal niet oplossen, maar kan eenmaal getroffen collectieve regelingen de door erfgoedinstellingen en rechthebbenden gewenste ondersteuning bieden en daar bleek aan het eind van de middag eigenlijk niemand meer iets op tegen te hebben.

IEF 14875

NUtech podcast: Het downloadverbod na één jaar zonder gevolgen

Podcast (mp3 13Mb): Het downloadverbod werd in april 2014 ingesteld omdat de thuiskopieheffing (een extra bedrag dat wordt gerekend bij de aankoop van tablets, smartphones, mp3-spelers en lege cd's ter compensatie van illegaal downloaden) niet voldoende werd geacht door het Europees Hof. Download is nu dus twaalf maanden illegaal. Maar in het afgelopen jaar zijn er geen boetes uitgedeeld, geen waarschuwingen gegeven en is er niemand in de cel gegooid. Waarom niet en gaat dat wel gebeuren?
Lees verder

IEF 14822

Het nieuwe IE-Forum.nl blijft ook na 1 april gratis toegankelijk

Amsterdam, 1 april 2015. Vanaf vandaag, u zag het al, staat de nieuwe versie van IE-Forum.nl online. Met de aangepaste vormgeving komt de juridische inhoud beter tot zijn recht. Met de verbeterde zoekfunctie zoekt u meteen op dossierniveau.

Vanzelfsprekend blijft IE-Forum ook na deze vernieuwingen neutraal, onafhankelijk en voor iedereen gratis dankzij onze sponsors. Het scherm voor betaald inloggen was natuurlijk niet meer dan een 1-aprilgrap. We hopen dat u die kunt waarderen.

Wilt u meer weten? Kijk bij de zoektips of bel ons even: 020 345 22 12.

En laat weten wat u ervan vindt redactie@ie-forum.nl.

Wij zien u graag vaker terug op www.IE-Forum.nl.

IEF 14815

Vereniging voor IE ProcesAdvocaten VIEPA - inspraak en suggesties

Een ieder wordt uitgenodigd binnen twee weken na deze publicatie commentaar te leveren en suggesties te doen door deze toe te sturen aan de secretaris van het voorlopig bestuur Mr Carreen Shannon (Carreen.Shannon@deterink.com)

Het voorlopige bestuur van de VIEPA bestaat uit de navolgende leden:
Prof. mr Willem Hoyng, voorzitter
Mr Carreen Shannon, secretaris
Mr Thera Adam-van Straaten, penningmeester
Prof. mr Dirk Visser, opleidingen /examen / PAO
Mr Wouter Pors, tevens bestuurslid VIE

VIEPA (inspraak en suggesties?)
1. De VIEPA (de Vereniging voor IE ProcesAdvocaten) wordt een (door de Orde van Advocaten) erkende specialisatievereniging.
2. Het voorlopige bestuur denkt aan de navolgende toelatingseisen:
Grandfather clause
a. 7 jaar ingeschreven als advocaat
b. Aantoonbaar werkzaam op het gebied van de IE in de vijf jaren voorafgaand aan het verzoek om inschrijving. Aantoonbaar werkzaam op het gebied van IE betekent dat minimaal 400 uur per jaar in IE-zaken moet zijn gewerkt.
c. Gedurende de laatste 3 jaar ieder jaar 3 zelfstandig gevoerde en gepubliceerde IE-procedures of vergelijkbare ervaring op het gebied van het IE procesrecht ter beoordeling van de Adviescommissie.
Aspirant Lid
a. Afgeronde advocatenstage
b. Aantoonbaar werkzaam op het gebied van IE gedurende het jaar voorafgaand aan het verzoek tot toelating als aspirant lid. Aantoonbaar werkzaam op het gebied van de IE betekent dat minimaal 300 uur in IE-zaken moet zijn gewerkt.
Lid
a. 5 jaar ingeschreven als advocaat
b. Aantoonbaar werkzaam op het gebied van de IE in de twee jaren voorafgaand aan het verzoek om inschrijving. Aantoonbaar werkzaam op het gebied van IE betekent dat minimaal 400 uur per jaar in IE-zaken moet zijn gewerkt.
c. Gedurende het jaar voorafgaande aan het verzoek tot inschrijving drie zelfstandig gevoerde en gepubliceerde IE- procedures of vergelijkbare ervaring op het gebied van het IE-procesrecht ter beoordeling van de Adviescommissie.
d. Geslaagd voor het examen IE-procesadvocaat.
Lid blijven
a. Het behalen van 8 PAO punten door het volgen van externe cursussen/deelnemen aan congressen etc. welke door de Adviescommissie zijn goedgekeurd.
b. Het minimaal jaarlijks 400 uur besteden aan IE-zaken.
c. Het jaarlijks zelfstandig voeren van drie gepubliceerde IE-procedures of vergelijkbare ervaring op het gebied van IE-procesrecht ter beoordeling van de Adviescommissie.
Buitengewone leden
Benoeming door het bestuur na goedkeuring door de Adviescommissie.

Aantekening octrooirecht
Leden die zijn toegelaten tot EPLAW hebben het recht “specialisatie octrooirecht” te vermelden.

Het examen
Het examen wordt vastgesteld en beoordeeld door de Adviescommissie. Het examen wordt tweemaal per jaar afgenomen.

Exameneisen
Het examen is een schriftelijk of mondeling (open) boek examen (afhankelijk van het aantal deelnemers ter keuze van de Adviescommissie). De kandidaat moet in staat zijn binnen een beperkte tijd een casus op het gebied van het IE-recht (m.u.v. het octrooirecht) te behandelen waarbij de kandidaat voldoende dient aan te tonen in een IE-procedure de juiste argumenten voor partijen te kunnen aanvoeren en op hun waarde weet te schatten en blijk geeft van een goed inzicht in en kennis van het nationale IE-recht en het IE-procesrecht.

Er is geen verplichte opleiding tot het examen maar de Vereniging bevordert het bestaan van een of meer van dergelijke opleidingen.

3. Jaarlijkse contributie
Aspirant lid: € 30,00 Lid: € 50,00

4. De Adviescommissie
De Adviescommissie bestaat uit (minimaal drie maximaal vijf) ervaren oud IE-advocaten en/of (in minderheid) ervaren of oud full time docenten en/of ervaren IE-rechters. De Adviescommissie beslist in hoogste instantie t.a.v. geschillen met betrekking tot toelating en royement.

5. Verhouding met VIE
Het is de bedoeling dat de Vereniging eigen rechtspersoonlijkheid krijgt maar gelieerd is met de VIE doordat de statuten zullen bepalen dat minimaal een van leden van het bestuur ook bestuurslid van de VIE dient te zijn.

6. Website
De Vereniging zal een eigen tweetalige website krijgen met (onder meer ) als inhoud:
1. Een “consumenten pagina” waarin uitgelegd wordt wat IE is en wat het betekent als iemand lid van de Vereniging is
2. De statuten van de Vereniging
3. De lidmaatschapseisen
4. Een ledenlijst
5. De erkende PAO cursussen
6. Een actualiteiten pagina: aankondigingen ledenvergadering etc.

7. Het voorlopige bestuur
Het voorlopige bestuur bestaat uit de navolgende leden:
- Prof.mr Willem Hoyng, voorzitter
- Mr Carreen Shannon, secretaris
- Mr Thera Adam-van Straaten, penningmeester
- Prof. mr Dirk Visser, opleidingen /examen / PAO
- Mr Wouter Pors, tevens bestuurslid VIE

Een ieder wordt uitgenodigd binnen twee weken na deze publicatie commentaar te leveren en suggesties te doen door deze toe te sturen aan de secretaris van het voorlopig bestuur Mr Carreen Shannon (Carreen.Shannon@deterink.com)

IEF 14768

Geluidsopnames Zeist 2015 AIPPI-Symposium

Luister hieronder streaming naar de bewerkte opnames van het VIE / AIPPI-Symposium van 11 maart 2015. Met dank aan het Eggens Instituut en de VIE / AIPPI. (Apple-apparaten ondersteunen geen flash, wij adviseren u de geluidsopnames via de pc te beluisteren)

Programma
9.30 Ontvangst
10.00 Opening door de voorzitter
Drs Koen Bijvank, V.O.
10.05-10.45 Internet en het auteursrecht
Prof. dr. Marie-Christine Janssens, Katholieke Universiteit Leuven
10.45-11.30 Het alternatieve probleem en het bonus-effect in de beoordeling van inventiviteit
Dr. René van Duijvenbode, NLO en Ir. Peter Dorna, AOMB
11.30-11.50 Koffiepauze
11.50-12.35 Grondrechten en Intellectuele Eigendom
Mr. Christiaan Alberdingk Thijm, Bureau Brandeis
12.35-12.45 Uitreiking van de VIE prijs door de jury voorgezeten door Mr. Xandra Kiers-Becking, Hof Den Haag
12.45-14.00 Aperitief en lunch

14.00-15.45
Debat I: Verbod or not? – Het recht op een verbod bij octrooi-inbreuk
Voorzitter: Mr. Robert van Peursem, Hoge Raad
Debater I: Mr. Daan de Lange, Brinkhof
Debater II Mr. Jaap Bremer, BarentsKrans
Debat II: Is het vormmerk dood?
Voorzitter: Mr. Freyke Bus, Rechtbank Den Haag
Debater I: Mr. Maarten Haak, Hoogenraad & Haak
Debater II: Mr. Laura Fresco, Hoyng Monégier LLP
Debat III: Het spoedeisend belang
Voorzitter: Mr. Manon Rieger-Jansen, Bird & Bird
Debater I: Mr. Jacqueline Schaap, Klos Morel Vos & Schaap
Debater II: Mr. Bas Berghuis van Woortman, Simmons & Simmons LLP
15.45-16.15 Koffiepauze
16.15-17.00 Plenaire samenvatting van de debatten door de voorzitters
17.00 Sluiting door de voorzitter en aansluitend borrel

Voor in uw agenda: In 2016 zal de 32e editie van het VIE / AIPPI-symposium te Zeist plaatsvinden 16 maart 2016.

IEF 14749

Winnaar VIE-prijs 2015

De VIE-prijs 2015 is uitgereikt aan Reindert van der Zaal voor zijn bijdrage in Berichten IE maart 2014 getiteld 'De nieuwe Anti-Piraterijverordening: krachtiger geschut tegen namaak en piraterij dan zijn voorganger? '.

Jaarlijks wordt in Zeist tijdens het Symposium van de Vereniging voor Intellectuele Eigendom (AIPPI) de VIE-prijs toegekend voor de beste publicatie op het gebied van de intellectuele eigendom of het ongeoorloofde mededingingsrecht. De deelnemende juryleden zijn: mr. Xandra Kiers-Becking (Gerechtshof Den Haag, juryvoorzitter), prof. mr. Tobias Cohen-Jehoram (De Brauw Blackstone Westbroek & Erasmus Universiteit Rotterdam) en dr. Jeroen den Hartog (Hoyng Monegier) Antoon Quaedvlieg (RU Nijmegen/Klos Morel Vos & Reeskamp), Ralph Thomas (DSM).

IEF 14740

Keuzevak IE Reclamerecht zoekt praktijkjuristen

De sectie IE in Leiden is op zoek naar een aantal ervaren praktijkjuristen die één of twee studenten willen begeleiden bij het schrijven van een kort schriftelijk stuk op het gebied van het reclamerecht (in ruime zin), over een onderwerp naar keuze van de praktijkjurist. In Leiden wordt vanaf 24 maart 2015 voor het eerst het bachelor keuzevak IE Reclamerecht aangeboden. Het keuzevak wordt aangeboden in samenwerking met de Vereniging voor Reclamerecht.

De student-deelnemers aan het Keuzevak doen schriftelijk tentamen (dat telt voor 50% voor het cijfer) en schrijven een praktisch juridisch advies in antwoord op een vraag op het gebied van het reclamerecht (in ruime zin) (de andere 50% van het cijfer). Het schrijven van het advies wordt begeleid door praktijkjuristen met ervaring op het gebied van het reclamerecht. Deze begeleiding bestaat uit het voeren van twee korte gesprekken met de student, het becommentariëren van het concept en het doorgeven van een korte indicatie van de kwaliteit aan de docenten.

Er komt een lijst met praktische vragen op het gebied van het reclamerecht. Bij elke vraag staat de naam van een ervaren praktijkjurist die bereid is op basis van die vraag te begeleiden.

Als u bereid bent een student te begeleiden bij dit keuzevak kunt u zich vóór 24 maart 2015 aanmelden bij Dirk Visser (d.j.g.visser@law.leidenuniv.nl, tel. 06-51 55 32 85), bij voorkeur met vermelding van één of meer praktische rechtsvragen op het gebied van het reclamerecht.