IEF 22055
24 mei 2024
Uitspraak

Octrooi-inbreuk op zonnepanelen niet bewezen

 
IEF 22054
23 mei 2024
Uitspraak

Valse voorstelling van zaken gegeven over een uniek product

 
IEF 22053
22 mei 2024
Uitspraak

Goederen met t1-status niet in de handel gebracht

 
IEF 22055

Octrooi-inbreuk op zonnepanelen niet bewezen

Rechtbank Den Haag 16 mei 2024, IEF 22055; ECLI:NL:RBDHA:2024:7439 (Maxeon tegen AIKO c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/octrooi-inbreuk-op-zonnepanelen-niet-bewezen

Rechtbank Den Haag 16 mei 2024, IEF 22055, ECLI:NL:RDBHA:2024:7439 (Maxeon tegen AIKO c.s.) Maxeon maakt onderdeel uit van de Maxeon-groep1 en houdt zich bezig met het ontwikkelen, produceren en op de markt brengen van zonne-energie-technologie, waaronder zonnepanelen. Eironn is een Nederlandse dochtervennootschap van de Chinese zonnepanelenfabrikant Shanghai Aiko. Maxeon beschikt over een uitgebreide octrooiportefeuille op het gebied van zonne-energie-technologie en meent dat Aiko inbreuk maakt op EP 788. Maxeon vordert een inbreukverbod. Partijen twisten over de vraag of de Aiko-panelen en het fabricageproces van die panelen voldoen aan kenmerken en conclusies van EP 788, met name of onder de groef een ‘gediffundeerde passivatiezone’ aanwezig is die is gedoteerd met fosforatomen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Maxeon haar bij dagvaarding ingenomen stellingen ter zake, in het licht van de uitvoerig gemotiveerde betwisting door AIKO c.s., onvoldoende nader onderbouwd en daardoor niet aannemelijk gemaakt dat de Aiko-panelen beschikken over een gediffundeerde passivatiezone in het substraat onder de groef die is gedoteerd met een N-type doteringsmiddel, terwijl deze kortgedingprocedure zich niet leent voor bewijslevering op dit punt. Dat AIKO c.s. met de verhandeling van de Aiko-panelen letterlijk inbreuk maakt op EP 788, is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Dat sprake zou zijn van inbreuk bij wege van equivalentie, heeft Maxeon niet gesteld. De voorzieningenrechter laat die vraag verder onbeoordeeld.

IEF 22054

Valse voorstelling van zaken gegeven over een uniek product

7 mei 2024, IEF 22054; ECLI:NL:GHARL:2024:3281 (Techfront c.s. tegen geïntimeerde 1 en 2, Group A en geïntimeerden 4 t/m 8 en eGalaxy, geïntimeerde 10 en geïntimeerden 11), https://ie-forum.nl/artikelen/valse-voorstelling-van-zaken-gegeven-over-een-uniek-product

Hof Arnhem-Leeuwarden 7 mei 2024, IEF 22054; ECLI:NL:GHARL:2024:3281 (Techfront c.s. tegen geïntimeerde 1 en 2, Group A en geïntimeerden 4 t/m 8 en eGalaxy, geïntimeerde 10 en geïntimeerden 11). Techfront c.s. verwijten geïntimeerde 10 en geïntimeerden 11 dat zij Techfront c.s. hebben misleid tot het doen van investeringen in de onderneming van Degree-n, met als doel dit geld te eigen bate te onttrekken. Zij zouden Techfront c.s. hebben voorgehouden dat de onderneming van Degree-n een uniek verwarmingspaneel produceert (het D7-paneel), waarvan de geheime receptuur bij twee notarissen gedeponeerd was. Echter bleek dit geen uniek geheim recept te zijn, maar was er sprake van een kant en klaar product dat in Zuid-Korea werd ingekocht. Techfront c.s. houdt geïntimeerde 10 en geïntimeerden 11 aansprakelijk op grond van 6:162 BW, en de overige gedaagden op grond van artikel 6:166 BW. In dat kader heeft Techfront c.s. bij de rechtbank vorderingen ingesteld, die gedeeltelijk zijn toegewezen. In hoger beroep wijzigt zij haar eis en vordert een verklaring voor recht dat ook geïntimeerden sub 3 en sub 5 t/m 8, ieder voor zich, onrechtmatig hebben gehandeld jegens Techfront c.s.

IEF 22053

Goederen met t1-status niet in de handel gebracht

Rechtbank Den Haag 15 mei 2024, IEF 22053; ECLI:NL:RBDHA:2024:7250 (Coty tegen Prestige), https://ie-forum.nl/artikelen/goederen-met-t1-status-niet-in-de-handel-gebracht

Rechtbank Den Haag 15 mei 2024, ECLI:NL:RDBHA:2024:7250 (Coty tegen Prestige) Coty verhandelt parfumflessen voorzien van bekende merken. Prestige is een Nederlandse onderneming die zich bezig houdt met de wereldwijde import en export van originele parfums, waaronder parfums van de Coty-merken. Prestige heeft een groot aantal flessen parfum voorzien van Coty-merken verkocht en geleverd aan Romscent, een in Roemenië gevestigde internationale groothandel in parfums en cosmetica. Coty meent dat Prestige inbreuk zou hebben gemaakt op de Coty-merken door parfumflessen te verkopen en te leveren aan Romscent terwijl deze parfumflessen niet door Coty voor het eerst in de EU op de markt zijn gebracht en dus niet zijn uitgeput en vordert onder meer de rechtbank voor recht te verklaren dat Prestige inbreuk maakt op de merken van Coty, waardoor Prestige schadeplichtig is. De rechtbank oordeelt dat Prestige met de door haar overgelegde final loading lists en begeleidingsdocumenten heeft aangetoond dat zij de parfumflessen op T1-status aan Romscent heeft verkocht en geleverd en dus voldoende gemotiveerd heeft betwist dat zij deze in de EU in de handel heeft gebracht. Daarbij impliceert het aanbieden, verkopen en leveren van de parfumflessen op T1-status niet noodzakelijkerwijs dat deze in de EU in de handel worden gebracht, zodat niet is voldaan aan het Class-criterium. Met betrekking tot de door Prestige aangeboden demonstratiemodellen die voorzien zijn van Coty-merken, oordeelt de rechtbank dat dit wel een inbreuk is op de merkenrechten van Coty. De aanbiedingenlijst die Prestige heeft verstuurd vormt namelijk een ongeclausuleerd aanbod dat mede is gericht op de verkoop.

IEF 22052

Overname handelsnaam onvoldoende bewezen

5 apr 2024, IEF 22052; ECLI:NL:RBDHA:2024:7363 (de VOF tegen gedaagde), https://ie-forum.nl/artikelen/overname-handelsnaam-onvoldoende-bewezen

Vzr. Rb. Den Haag 5 april 2024, IEF 22052; ECLI:NL:RBDHA:2024:7363 (de VOF tegen gedaagde). Kort geding. [naam 1] heeft op 1 juli 2018 de handelsnaam [handelsnaam 2] geregistreerd onder zijn eenmanszaak [bedrijfsnaam]. Ook heeft hij [website. 1] geregistreerd. Gedaagde heeft in april 2020 een onderneming overgenomen en gebruikt hiervoor sinds 2021 de naam [handelsnaam 1] en de website [website 2]. Sinds 2022 is de eenmanszaak van [naam 1] uitgeschreven en is deze onder dezelfde handelsnaam als VOF geregistreerd. Beide bedrijven houden zich bezig met het verkopen van voedsel. De VOF heeft in 2023 bij het BOIP een aanvraag ingediend voor een beeldmerk met woordelementen waarop 2 gekruiste vorken te zien zijn. Gedaagde gebruikt een afbeelding van een mes gekruist met een vork. In dit kort geding vordert de VOF een gebod tot staking van het gebruik van de handelsnaam en/of de naam, voor zover deze identiek of gelijkend zijn aan de handelsnamen van de VOF. Hieraan ten grondslag legt de VOF een inbreuk op grond van artikel 5 Hnw en haar allenrecht op het ingeschreven merk.

IEF 22051

Uitspraak ingezonden door Arnout Groen, AC&R, en Thijs van Aerde, Houthoff.

Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over 'offline streaming copy'

Hoge Raad 17 mei 2024, IEF 22051; ECLI:NL:HR:2024:712 (SONT tegen HP c.s. en Stichting De Thuiskopie tegen HP c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/hoge-raad-stelt-prejudiciele-vragen-over-offline-streaming-copy

HR 17 mei 2024, IEF 22051; ECLI:NL:HR:2024:712 (SONT tegen HP c.s. en Stichting De Thuiskopie tegen HP c.s.). In deze zaken is aan de orde of het maken van een offline streaming copy (ook wel tethered download genoemd) van een auteursrechtelijk beschermd werk moet worden aangemerkt als het maken van een zogenoemde thuiskopie als omschreven in art. 16c lid 1 Auteurswet. Dit betreft het reproduceren van een werk ‘zonder direct of indirect commercieel oogmerk’ en uitsluitend dienend ‘tot eigen oefening, studie of gebruik van de natuurlijke persoon die de reproductie vervaardigt’. Indien een offline streaming copy een auteursrechtelijk beschermd werk is, zijn fabrikanten en importeurs van apparatuur waarmee de kopie kan worden weergegeven een vergoeding verschuldigd. Gezien er over de uitleg van de Auteursrechtrichtlijn twijfel kan bestaan, heeft de Hoge Raad het voornemen om hierover prejudiciële vragen te stellen. In dit tussenarrest hebben alle partijen de gelegenheid om zich uit te laten over het stellen van prejudiciële vragen.

IEF 22049

Uitspraak ingezonden door Rutger Kleemans, Ruben Laddé, Auke-Frank Tadema en Allard van Duijn, Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep Pharmathen Global tegen Novartis

Hoge Raad 17 mei 2024, IEF 22049; Zaak nr. 23/00091 (Pharmathen Global tegen Novartis), https://ie-forum.nl/artikelen/hoge-raad-verwerpt-cassatieberoep-pharmathen-global-tegen-novartis

In een recente uitspraak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van Pharmathen Global B.V. tegen Novartis A.G. verworpen. Deze zaak draaide om octrooi-inbreuk en de vraag of feitelijk leidinggeven aan inbreukmakende handelingen als een voorbehouden handeling geldt. Novartis A.G. is een wereldwijd opererend farmaceutisch concern dat zich bezighoudt met de ontwikkeling, productie en verkoop van geneesmiddelen. Novartis is houdster van Europees octrooi EP 2 377 519 B1, dat betrekking heeft op de samenstelling van octreotide micropartikels. In 2022 stelde Novartis dat Pharmathen inbreuk maakte op dit octrooi door het produceren van haar octreotide LAR-producten [zie IEF 21102]. Het gerechtshof Den Haag oordeelde uiteindelijk dat Pharmathen Global schuldig was aan octrooi-inbreuk en dat Pharmathen Global inbreuk maakte door leiding te geven aan de inbreukmakende handelingen van haar Griekse dochteronderneming, Pharmathen Griekenland.

IEF 22048

Uitspraak ingezonden door Rutger Kleemans, Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

Geen meldingsplicht voor Teva over parallel lopende zaak in kort geding tegen Novartis

Rechtbanken 7 jul 2021, IEF 22048; C/ 15/3 16187 / KG ZA 21-240 (Novartis c.s. tegen Teva), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-meldingsplicht-voor-teva-over-parallel-lopende-zaak-in-kort-geding-tegen-novartis

Vzr. Rb. Noord-Holland 7 juli 2021, IEF 22048, LS&R 2239; Zaak nr. C/ 15/3 16187 / KG ZA 21-240 (Novartis c.s. tegen Teva) Novartis c.s., een farmaceutisch bedrijf, is houder van het Europese octrooi EP246. Teva, een bedrijf dat generieke geneesmiddelen verkoopt, heeft aangekondigd EP246 in Nederland niet te respecteren, wat leidde tot een inbreukprocedure door Novartis c.s. In een eerdere kortgedingprocedure heeft het hof Den Haag het octrooi geldig bevonden en Teva een verbod opgelegd om inbreuk te maken op EP246.

IEF 22047

Save the Date: ALV en Studiemiddag VvA 7 juni 2024

SAVE THE DATE - ALV en STUDIEMIDDAG van de Vereniging voor Auteursrecht op vrijdag 7 juni 2024 om 13:30 uur
Geachte leden,

Graag informeer ik u dat de eerstvolgende ALV en studiemiddag van de VvA plaats zullen vinden op vrijdag 7 juni a.s. om 13.30 uur bij de Tolhuistuin in Amsterdam.
De middag zal geheel in het teken staan van de uitgebreide wetenschappelijke nalatenschap van Antoon Quaedvlieg, bestuurslid van de Vereniging van Auteursrecht, die op 28 februari dit jaar overleed.
Diverse sprekers zullen reflecteren op het werk van Antoon, waarbij aandacht zal worden besteed aan enkele van zijn favoriete onderwerpen, zoals het werkbegrip, techniekuitsluiting, makerschap en morele rechten. Daarnaast zal de betekenis van het oeuvre van Antoon voor de toekomst worden beschouwd, met name voor het tijdperk van Artificial Intelligence.
U kunt zich aanmelden via email: secretariaat@verenigingvoorauteursrecht.nl
De uitnodiging voor de ALV en Studiemiddag met het volledige programma volgt binnenkort.
 
Met vriendelijke groet,

Jochem Donker, secretaris
 
Deelname (aanmelding verplicht)
Aan deelname door VvA-leden en studentleden zijn geen kosten verbonden. De kosten voor deelname door niet-leden is € 50. De betaallink volgt in de definitieve uitnodiging.
Voor deze bijeenkomst kunt u VSO/PO punten behalen.

IEF 22046

Novartis heeft geen belang meer bij schadevergoedingsvordering

Rechtbanken 24 apr 2024, IEF 22046; ECLI:NL:RBDHA:2024:7198 (Novartis tegen Teva), https://ie-forum.nl/artikelen/novartis-heeft-geen-belang-meer-bij-schadevergoedingsvordering

Rb. Den Haag 24 april 2024, IEF 22046; ECLI:NL:RBDHA:2024:7198 (Novartis tegen Teva). Novartis, een farmaceutisch bedrijf, heeft verschillende octrooiaanvragen ingediend, waaronder EP 246 en EP 603. Teva bezit in Nederland marktvergunningen voor een generieke versie van everolimus genaamd Everolimus Teva. Novartis heeft Teva herhaaldelijk aangeschreven voor mogelijke inbreuken op hun octrooien, waarbij zij verwezen naar EP 603 en de aanvraag voor EP 246. In een kort geding van 27 mei 2019 eiste Novartis dat Teva werd verboden inbreuk te maken op EP 246 en EP 603, maar deze vorderingen werden afgewezen [zie IEF 18615]. Het hof vernietigde dit vonnis [zie IEF 18737]. Nu eist Novartis schadevergoeding van Teva voor inbreuk op EP 246. Volgens de wet worden echter na herroeping van een Europees octrooi de rechten ervan geacht nooit te hebben bestaan. Daarom moeten de vorderingen van Novartis in conventie worden afgewezen. De reconventionele vordering van Teva tot vernietiging van EP 246 wordt ook afgewezen, omdat zij geen belang meer heeft.