Ingestemd met de ontworteling
Gerecht EU, 13 september 2010, zaak T-135/08, Schniga GmbH tegen Communautair Bureau voor plantenrassen (CBP) / Elaris SNC en Brookfield New Zealand Ltd.
Kwekersrecht. Het gerecht vernietigt de beslissing van de kamer van beroep van het CBP tot om geen communautair kwekersrecht te verlenen voor het appelras Gala Schnitzer. De kamer van beroep heeft geen rekening gehouden met de omvang van de beoordelingsbevoegdheid van CBP.
Indien het CPB dit noodzakelijk acht, mag het de voorwaarden preciseren die het voor het onderzoek van een aanvraag voor een communautair kwekersrecht stelt, mits de termijn waarbinnen de aanvrager van dat recht gevolg moet geven aan het hem toegezonden individuele verzoek niet is verstreken. In casu had het CBP de vrijheid om een eigen “onnauwkeurigheid te verhelpen”, nu het meende dat eerdere instructies uitdrukkelijk hadden moeten vermelden dat het over te leggen materiaal virusvrij diende te zijn en meende dat de aanvragers van communautaire kwekersrechten zijn instructies niet hoefden uit te leggen.
78. De kamer van beroep moest dan ook beoordelen of KSB gevolg had gegeven aan het individuele verzoek in de e-mail van het CBP van 13 juni 2001, die tot doel had de onnauwkeurigheid te verhelpen van de individuele verzoeken in de brieven van het CBP van 26 januari en 25 maart 1999.
79. Gelet op het voorgaande moet worden geconcludeerd dat de kamer van beroep blijk heeft gegeven van een onjuiste opvatting van het recht door te oordelen dat aangezien KSB het door het CBP in zijn brieven van 26 januari en 25 maart 1999 gevraagde fytosanitaire certificaat niet had verstrekt, het geen gevolg had gegeven aan de individuele verzoeken in die brieven. Door te concluderen dat het CBP artikel 61, lid 1, sub b, van verordening nr. 2100/94 had geschonden door KSB toe te staan nieuw materiaal over te leggen, terwijl het volgens die bepaling de door KSB ingediende aanvraag onmiddellijk diende af te wijzen omdat KSB geen gevolg had gegeven aan een individueel verzoek, heeft de kamer van beroep derhalve geen rekening gehouden met de omvang van de beoordelingsbevoegdheid die artikel 55, lid 4, van verordening nr. 2100/94 het CBP verleent.
Lees het arrest hier.
Handelingen Tweede Kamer, 2009-2010, 94 dossier, pag. 7844 (dossier 27428). Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 30 juni 2010 over toekomst plantenveredeling, ontwikkelingen in octrooi- en kwekersrecht.
Rechtbank ’s-Gravenhage, 7 juli 2010, HA ZA 10-729, Better3fruit N.V. tegen V.O.F. Fruit/boomkwekerij De Appelaar
Rechtbank ’s-Gravenhage (Kamer voor het Kwekersrecht) , 7 juli 2010, HA ZA 08-2008, Danziger Dan Flower Farm tegen Biological Industries Plant Propagation Ltd c.s. (met dank aan Thijs van Aerde,
Gerechtshof ’s-Gravenhage, 18 mei 2010, KG ZA 09-1645, Architectenweb B.V. tegen SDU Uitgevers (met dank aan Lars Bakers,
Rechtbank ’s-Gravenhage, 21 april 2010, HA ZA 09-3260, HZPC Holland B.V. tegen gedaagden (met dank aan Paul Mazel,
Kwekersrecht, octrooirecht. ‘Veredelde zaken’, rapport ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en Economische Zaken over de toekomst van de plantenveredeling in het licht van de ontwikkelingen in het octrooirecht en het kwekersrecht. Het rapport is uitgebracht door het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN). Onder andere:
HvJ EU, 15 april 2010, zaak C-38/09 P, Ralf Schräder tegen Communautair Bureau voor plantenrassen (CBP)
Rechtbank ’s-Gravenhage, 31 maart 2010, ha za 07-3952, Van der Deijl Roses B.V. c.s. tegen Piet Schreurs Holding B.V.
Rechtbank ’s-Gravenhage, 10 maart 2010 en 24 maart 2010, HA ZA 09-2520/2503, Van Kleef Roses B.V. tegen resp. Flowerexpress/Sher en Ethiopean Meadows.