DOSSIERS
Alle dossiers

Ex parte  

IEF 4307

Op vordering van

Rutger van Rompaey (Rasser): "Ex parte verbod ex. artikel 1019e Rv, onder verbeurte van dwangsommen?"

“Een interessante vraag doet zich voor: kunnen aan een bevel ex. artikel 1019e Rv dwangsommen worden verbonden?  Op het eerste gezicht lijkt artikel 611a Rv hieraan in de weg te staan, nu daarin is bepaald dat de rechter “op vordering van” een der partijen de wederpartij kan veroordelen tot betaling van een dwangsom, ingeval aan de hoofdveroordeling niet wordt voldaan. De woorden “op vordering van” doen vermoeden dat dwangsommen in een verzoekschriftprocedure, zoals ook een verzoek ex artikel 1019e Rv, niet aan de orde kunnen zijn.”

Lees het gehele artikel hier.

IEF 4126

Primus ex parte

Rechtbank ’s-Gravenhage, 7  juni 2007, beschikking in Paletti Collections B.V. tegen Verweerster. (met dank aan Dick van Engelen, Ventoux Advocaten).

Een primeur in Nederlandse IE-recht: Het eerste verleende ex parte bevel (1019e RV). Het verzoek tot het geven van een onmiddellijke voorziening bij voorraad houdende een bevel om dreigende inbreuk op de rechten van intellectuele eigendom van verzoekster Paletti te voorkomen, wordt  door de rechtbank Den Haag toegestaan als verzocht.

Paletti is licentieneemster van de woordmerken BENGH (wat ongetwijfeld niet refereert aan de gebruikelijke afkorting voor het Benelux Gerechtshof) en BENGH PER PRINCIPESSE. De merken worden gebruikt voor kinderkleding. Paletti stelt dat de geanonimiseerde verweerster inbreuk maakt op de genoemde merken en op de aan Paletti toekomende auteursrechten en niet-ingeschreven gemeenschapsmodelrechten met betrekking tot de onder de merken op de markt gebrachte kinderkleding.

Verweerster biedt haar producten aan via een zogenaamde ‘internethandel’, die zich kenmerkt door “een hoge omloopsnelheid”, een oncontroleerbare kwantiteit van ingekochte en verkochte producten en het lastig te traceren van afnemers. Door voornoemde handelswijze verspreiden de inbreukmakende producten zich als een olievlek over Nederland (en mogelijk zelfs wereldwijd).” Gelet op de aard en ernst van de (dreigende) inbreuk en de onherstelbare schade die door het voortduren van voornoemde inbreuk aan Paletti zou worden berokkend, stelt Paletti een spoedeisend belang te hebben.

De voorzieningenrecht staat het verzoek toe, heel kort en zonder nadere motivering, en beveelt verweerster de inbreuk, op straffe van een dwangsom, te staken en gestaakt te houden. De termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak (art. 1019i Rv) wordt bepaald op zes maandenna de datum van de beschikking.

Lees de beschikking hier.