IEF 23780
31 augustus 2026
Uitspraak

Kennelijke schrijffout in dictum van arrest over Excel-rekenmodellen hersteld

 
IEF 23779
31 augustus 2026
Uitspraak

KPC maakt auteursrechtinbreuk op negen Excel-rekenmodellen van Esset

 
IEF 23778
31 augustus 2026
Uitspraak

SuperLink-kettingen maken inbreuk op Uniemodellen Avient; techniekexceptie faalt

 
IEF 23780

Kennelijke schrijffout in dictum van arrest over Excel-rekenmodellen hersteld

Hof Arnhem-Leeuwarden 31 aug 2026,, IEF 23780; ECLI:NL:GHARL:2026:1648 (KPC tegen Esset), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kennelijke-schrijffout-in-dictum-van-arrest-over-excel-rekenmodellen-hersteld

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 maart 2026, IEF 23780; ECLI:NL:GHARL:2026:1648 (KPC tegen Esset). In dit herstelvonnis beslist het hof op een verzoek van Esset tot verbetering van het arrest van 20 januari 2026 [IEF 23779]. In dat arrest oordeelde het hof dat KPC auteursrechtinbreuk maakt op negen Excel-rekenmodellen van Esset. Esset verzoekt op grond van art. 31 Rv om een kennelijke schrijffout in onderdeel 4.3 van het dictum te herstellen. In de zevende regel daarvan staat ten onrechte de naam van [geïntimeerde], terwijl daar [appellante] en [appellant] had moeten staan. KPC is in de gelegenheid gesteld op het verzoek te reageren, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

IEF 23779

KPC maakt auteursrechtinbreuk op negen Excel-rekenmodellen van Esset

Hof Arnhem-Leeuwarden 20 jan 2026,, IEF 23779; ECLI:NL:GHARL:2026:314 (KPC tegen Esset), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kpc-maakt-auteursrechtinbreuk-op-negen-excel-rekenmodellen-van-esset

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2026, IEF 23779; ECLI:NL:GHARL:2026:314 (KPC tegen Esset). In deze zaak staat centraal of Excel-rekenmodellen van Esset Financial Services (Esset) auteursrechtelijk beschermde werken zijn en of KPC daarop inbreuk maakt. Esset biedt via internet financiële Excel-rekenmodellen aan kleine ondernemingen aan. KPC biedt via haar eigen website eveneens Excel-rekenmodellen aan. [de partner] van [de ondernemer] achter KPC kocht in 2013 bij Esset een boekhoudpakket met verschillende rekenmodellen. Nadat Esset overeenkomsten tussen zijn modellen en die van KPC constateerde, vorderde hij onder meer een inbreukverbod, rekening en verantwoording en schadevergoeding. De rechtbank beperkte haar beoordeling tot vier concreet toegelichte rekenmodellen en stelde bij drie daarvan auteursrechtinbreuk op de teksten vast. In hoger beroep licht Esset nog vijf rekenmodellen concreet toe, zodat het hof negen modellen beoordeelt.

IEF 23778

SuperLink-kettingen maken inbreuk op Uniemodellen Avient; techniekexceptie faalt

Rechtbank Den Haag 28 aug 2026,, IEF 23778; ECLI:NL:RBDHA:2026:24327 (Avient tegen Port Star), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/superlink-kettingen-maken-inbreuk-op-uniemodellen-avient-techniekexceptie-faalt

Rb. Den Haag, 28 augustus 2026, IEF 23778; ECLI:NL:RBDHA:2026:24327 (Avient tegen Port Star). In deze zaak vordert Avient in kort geding een verbod op de verhandeling van de SuperLink-kettingen van Port Star wegens inbreuk op twee ingeschreven Uniemodellen voor haar kunststofkettingen, het Kettingmodel en het Schalmmodel. Avient brengt onder het merk Dyneema kunststofkettingen op de markt voor onder meer de scheepvaart. Port Star was distributeur van de Dyneema-ketting en produceert en verkoopt inmiddels eigen kunststofkettingen onder de naam SuperLink. Zij biedt deze aan op de Europese markt en presenteerde de kettingen in juni 2026 op de beurs Breakbulk Europe in Rotterdam. Volgens Avient heeft Port Star de vormgevingskenmerken van haar modellen vrijwel volledig overgenomen. Port Star betwist de geldigheid van de modelrechten en beroept zich op de techniekexceptie van art. 9 lid 1 UModVo. Volgens haar worden de beschermde uiterlijke kenmerken uitsluitend bepaald door de technische functie van de ketting. Subsidiair baseert Avient haar vorderingen op slaafse nabootsing. 

IEF 23777

Uitspraak ingezoden door Hidde Koenraad, Boekx Advocaten.

BoA EUIPO: "TABERNA ASTORIA 1872" geweigerd vanwege reputatie "WALDORF ASTORIA"

EUIPO - OHIM 25 aug 2026,, IEF 23777; R 2526/2025-5 (Hilton tegen Servicios Productivos Malagueños), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/boa-euipo-taberna-astoria-1872-geweigerd-vanwege-reputatie-waldorf-astoria

EUIPO Board of Appeal 25 augustus 2026, IEF 23777; IEFbe 4286; R 2526/2025-5 (Hilton tegen Servicios Productivos Malagueños). In deze zaak tussen Servicios Productivos Malagueños en Hilton Worldwide Manage staat de aanvraag van het beeldmerk "TABERNA astoria 1872" centraal. De aanvraag ziet onder meer op reclame- en promotiediensten in klasse 35 en horeca- en drankdiensten in klasse 43. Hilton maakte bezwaar op basis van verschillende oudere "WALDORF ASTORIA"-merken. De Opposition Division wees de aanvraag volledig af op grond van artikel 8 lid 5 UMVo [IEF 23099]. De Kamer van Beroep bevestigt dat het oudere Uniemerk "WALDORF ASTORIA" langdurig en intensief is gebruikt en in Nederland een gemiddelde reputatie geniet voor hotel- en moteldiensten. Voor de beoordeling wordt daarom met name uitgegaan van het Nederlandstalige relevante publiek.

IEF 23776

Uitspraak ingezonden door Paul Trapman, Ploum.

Europerfumery verboden Coty-merken te gebruiken bij aanbod imitatieparfums

Rechtbank Den Haag 21 aug 2026,, IEF 23776; ECLI:NL:RBDHA:2026:24110 (Coty c.s. tegen Europerfumery c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/europerfumery-verboden-coty-merken-te-gebruiken-bij-aanbod-imitatieparfums

Rb. Den Haag 21 augustus 2026, IEF 23776; RB 4121; ECLI:NL:RBDHA:2026:24110 (Coty c.s. tegen Europerfumery c.s.). In deze zaak tussen Coty c.s. en Europerfumery c.s. staat het gebruik van verschillende Unie- en Beneluxmerken van Coty bij het online aanbieden van imitatieparfums centraal. Volgens Coty biedt Europerfumery op haar websites imitatieparfums aan met gebruik van haar merken. De merknamen worden daarnaast gebruikt in zoekfilters, waarmee consumenten kunnen zoeken naar parfums waarvoor Europerfumery een imitatievariant aanbiedt, en in de metadata van de websites. Europerfumery verschijnt niet in de procedure. De voorzieningenrechter verleent verstek. Hoewel niet kon worden vastgesteld dat de dagvaardingen in persoon waren betekend, is volgens de rechtbank voldoende aannemelijk dat Europerfumery daarvan tijdig kennis heeft kunnen nemen. Daarbij is onder meer van belang dat de dagvaardingen zijn verzonden naar de op de websites van Europerfumery vermelde e-mailadressen. De rechtbank beoordeelt vervolgens ambtshalve haar internationale bevoegdheid. Voor de vorderingen van Coty B.V. tegen de in Londen gevestigde Europerfumery kan de rechtbank ten aanzien van de ingeroepen Uniemerken een verbod voor de gehele Europese Unie opleggen. Voor de overige Uniemerkvorderingen is de bevoegdheid beperkt tot inbreuken in Nederland. Voor de ingeroepen Beneluxmerken strekt de bevoegdheid zich uit tot de gehele Benelux.

IEF 23775

Accreditatievoorwaarden Persrichtlijn 2025 onverbindend wegens strijd met artikel 10 EVRM

Rechtbank Den Haag 13 mei 2026,, IEF 23775; ECLI:NL:RBDHA:2026:11505 (de VVJ c.s. tegen de de Staat), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/accreditatievoorwaarden-persrichtlijn-2025-onverbindend-wegens-strijd-met-artikel-10-evrm

Rb. Den Haag 13 mei 2026, IEF 23775; IT 5472; ECLI:NL:RBDHA:2026:11505 (de VVJ c.s. tegen de Staat). De Rechtbank Den Haag oordeelt dat de accreditatievoorwaarden van artikel 2.1 van de Persrichtlijn 2025 onrechtmatig en onverbindend zijn wegens strijd met artikel 10 EVRM. Sinds 1 juni 2025 is voor toegang tot de bijzondere persfaciliteiten van de gerechten vereist dat iemand beschikt over een NVJ-perskaart, IFJ-perskaart of politieperskaart, dan wel lid is van de Buitenlandse Persvereniging (BPV). Tot die faciliteiten behoren onder meer het maken van beeld- en geluidsopnamen en foto's en het live verslag doen vanuit de zittingszaal. Volgens de rechtbank vormen deze voorwaarden een inmenging in de door artikel 10 EVRM beschermde vrijheid van nieuwsgaring. De inmenging heeft een grondslag in het nationale recht en dient legitieme doelen, waaronder de bescherming van de privacy en veiligheid van procesdeelnemers en hun recht op een eerlijk proces. De Staat heeft echter onvoldoende aangetoond dat het gekozen accreditatiesysteem noodzakelijk en proportioneel is. Voor journalisten die niet voor buitenlandse media werken, bepaalt in feite de NVJ wie voor accreditatie in aanmerking komt, terwijl onvoldoende inzichtelijk is gemaakt waarom voor deze constructie is gekozen, welke afspraken daarover met de NVJ bestaan en op welke wijze uitzonderingen op de voorwaarden worden toegepast. De andere accreditatiemogelijkheden bieden bovendien niet voor iedereen een redelijk en werkbaar alternatief.

IEF 23773

Deze UPC-rechters en -experts zijn aanwezig tijdens het BIE-symposium op 30 september

Woensdag 30 september organiseren we samen met het tijdschrift Berichten Industriële Eigendom (BIE) het BIE-symposium 2026. Tijdens dit symposium bespreken we de recente ontwikkelingen van het Unified Patent Court (UPC). Het symposium vindt plaats in het Auditorium van De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam en staat onder leiding van de voorzitter van de redactie van de BIE, Prof.mr. C.J.J.C. (Constant) van Nispen.

Tijdens het symposium introduceren verschillende sprekers actuele onderwerpen rond het UPC, waarna UPC-rechters en andere deskundigen vanuit hun eigen praktijk en ervaring op deze onderwerpen reageren. Tijdens het symposium zijn namelijk Rian Kalden, Margot Kokke, Peter Blok, Robert van Peursem, Bart van den Broek, Edger Brinkman én Willem Hoyng aanwezig om commentaar te leveren vanuit UPC perspectief. 

IEF 23774

Volg IE-Forum ook op LinkedIn

Wil je naast de website ook via LinkedIn op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van intellectuele eigendom? Volg dan IE-Forum op LinkedIn.

Daar delen we onder meer recente jurisprudentie, actualiteiten, evenementen en andere ontwikkelingen binnen het IE-recht.

Zo blijf je ook via LinkedIn eenvoudig op de hoogte van wat er speelt.

Volg IE-Forum op LinkedIn en mis geen updates.

IEF 23718

Entertainment & Recht op woensdag 9 september 2026

Na de zomervakantie praten we u tijdens Entertainment & Recht in één middag bij over de belangrijkste juridische ontwikkelingen in de entertainmentsector. Het seminar vindt plaats op woensdag 9 september in Amsterdam en staat onder leiding van dagvoorzitters Marijn Kingma (Höcker) en Michiel Odink (Leeway).

Traditiegetrouw openen Marijn Kingma en Michiel Odink de middag met de Entertainment Top 10. Zij bespreken de belangrijkste ontwikkelingen en leukste actualiteiten van het afgelopen jaar.

Vervolgens geeft Peter Marx (MVVP) een update over Sync. Hij bespreekt het koppelen van muziek aan beeld, bijvoorbeeld in films, series, reclames of videogames. Daarbij gaat hij in op de juridische aspecten van Sync en brengt hij helderheid in het soms complexe juridische landschap.

Daarnaast staat tijdens het seminar Entertainment & Recht het thema Film en AI centraal. Merel Teunissen (Liaise Advocaten) bespreekt hoe AI in de praktijk wordt ingezet en welke juridische vraagstukken daarbij spelen. Ook praat ze u bij over de recente ontwikkelingen in het filmrecht.

Janneke Popma (Höcker) bespreekt samen met Vera Nederpelt (Dikhoff Van Dongen) exploitatiecontracten. Na deze inleiding zoomen we tijdens het panel in op muziekcontracten. We bespreken hoe er in de praktijk wordt omgegaan met de ontwikkelingen op dat gebied, zoals het auteurscontractenrecht en recente uitspraken over onder meer beëindiging en billijke vergoeding. Wie deelnemen in het panel maken we binnenkort bekend.

We sluiten de middag af met een borrel, bij mooi weer in de zon.

IEF 23772

Voorlopig getuigenverhoor toegewezen in geschil over vermeende namaakvijlen; inzage beperkt tot schikkingsstukken

Rechtbank Den Haag 28 jul 2026,, IEF 23772; ECLI:NL:RBDHA:2026:21478 (Dentsply c.s. tegen Hofmeester), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/voorlopig-getuigenverhoor-toegewezen-in-geschil-over-vermeende-namaakvijlen-inzage-beperkt-tot-schikkingsstukken

Rb. Den Haag 28 juli 2026, IEF 23772; ECLI:NL:RBDHA:2026:21478 (Dentsply c.s. tegen Hofmeester). In deze zaak verzoekt Dentsply c.s. op grond van art. 196 Rv om twee voorlopige bewijsverrichtingen vanwege de eventuele betrokkenheid van Hofmeester bij inbreuk op haar merken: een voorlopig getuigenverhoor en inzage in gegevens en documenten. Maillefer en VDW zijn dochterondernemingen van Dentsply. Maillefer is rechthebbende op de merken ProTaper NEXT en WaveONE en VDW op het merk RECIPROC. Hofmeester is distributeur van Dentsply en kocht in 2021 via Orthosmart tandheelkundige vijlen in die afkomstig waren van CDT op Curaçao. CDT is geen door Dentsply geautoriseerde verkoper. Nadat afnemers klaagden over de kwaliteit van de vijlen, concludeerde Dentsply c.s. na onderzoek dat het vermoedelijk om inbreukmakende vijlen ging, in die zin dat sprake zou zijn van namaak. Met de bewijsverrichtingen wil Dentsply c.s. onder meer achterhalen welke rol Hofmeester bij de vermeende merkinbreuk speelde, wat de precieze aard en omvang daarvan was, wie haar leveranciers en professionele afnemers waren en of Hofmeester wist dat het om vermeend inbreukmakende vijlen ging. Volgens Dentsply c.s. is die informatie onder meer van belang voor een mogelijke bodemprocedure en een eventuele vordering tot winstafdracht.