IEF 23774
21 september 2026
Artikel

Volg IE-Forum ook op LinkedIn

 
IEF 23881
1 oktober 2026
Artikel

De volgende stap voor de ervaren IE-jurist: Mr. S.K. Martens Academie 2026-2027

 
IEF 23954
22 oktober 2026
Uitspraak

HvJEU: CBO's mogen auteursrechtelijke vergoedingen niet gebruiken ten behoeve van niet-rechthebbenden

 
IEF 23954

HvJEU: CBO's mogen auteursrechtelijke vergoedingen niet gebruiken ten behoeve van niet-rechthebbenden

HvJ EU 22 okt 2026, IEF 23954; ECLI:EU:C:2026:892 (VG Wort tegen TL), https://ie-forum.nl/artikelen/hvjeu-cbo-s-mogen-auteursrechtelijke-vergoedingen-niet-gebruiken-ten-behoeve-van-niet-rechthebbenden

HvJ EU 22 oktober 2026, IEF 23954; IEFbe 4363; ECLI:EU:C:2026:892; C-840/24 (VG Wort/TL). Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat collectieve beheersorganisaties (CBO's) inkomsten uit auteursrechten mogen gebruiken voor de financiering van sociale, culturele en educatieve voorzieningen, mits deze uitsluitend ten goede komen aan rechthebbenden. Voor niet-verdeelbare bedragen geldt een uitzondering: deze mogen onder bepaalde voorwaarden ook worden ingezet ten behoeve van personen die geen rechthebbenden zijn. De zaak draait om de Duitse collectieve beheersorganisatie VG Wort, die een deel van de geïnde auteursrechtelijke vergoedingen, waaronder thuiskopie- en uitleenvergoedingen, gebruikte voor de financiering van het Förderungsfonds Wissenschaft (FFW). Dit fonds ondersteunt wetenschap en onderzoek, onder meer door bij te dragen aan de publicatie van wetenschappelijke werken. Twee auteurs maakten bezwaar tegen deze financiering, omdat de middelen ook ten goede konden komen aan personen die geen auteursrechthebbenden waren. Het Bundesgerichtshof stelde prejudiciële vragen over de verenigbaarheid van deze financiering met Richtlijn 2014/26/EU betreffende het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten.

Het Hof overweegt dat artikel 12 lid 4 van Richtlijn 2014/26/EU weliswaar toestaat dat CBO's inhoudingen op rechteninkomsten verrichten voor sociale, culturele en educatieve doeleinden, maar dat de daarmee gefinancierde voorzieningen uitsluitend aan rechthebbenden ten goede mogen komen. Een andere uitleg zou ertoe leiden dat rechthebbenden een deel van de inkomsten wordt onthouden waarop zij aanspraak hebben. Daarbij verwijst het Hof naar zijn eerdere rechtspraak over de thuiskopievergoeding en de vergoeding voor openbare uitlening, waaruit volgt dat deze vergoedingen volledig, rechtstreeks of indirect, aan rechthebbenden ten goede moeten komen. Voor zogenoemde *niet-verdeelbare bedragen* ligt dit anders. Dit zijn inkomsten die, ondanks de nodige inspanningen van de CBO om de rechthebbenden te identificeren en te lokaliseren, niet binnen drie jaar na afloop van het betreffende boekjaar kunnen worden verdeeld. Het Hof oordeelt dat deze bedragen ook mogen worden gebruikt voor voorzieningen ten behoeve van niet-rechthebbenden, mits de algemene ledenvergadering van de CBO hiermee heeft ingestemd en de betrokken lidstaat dit gebruik niet heeft beperkt. Tot slot verduidelijkt het Hof dat rechthebbenden geen actueel recht op vergoeding hoeven te hebben om voor de uit inhoudingen gefinancierde voorzieningen in aanmerking te komen. Evenmin is een rechtstreekse beheersovereenkomst met de CBO vereist, zolang het beheer van hun rechten direct of indirect binnen het werkterrein van de betrokken organisatie valt.

IEF 23953

Uitlatingen lokale politicus over intenties pretparkeigenaar en fictieve omkoping onrechtmatig; geen SLAPP

Rechtbank Den Haag 20 okt 2026, IEF 23953; ECLI:NL:RBDHA:2026:30325 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/uitlatingen-lokale-politicus-over-intenties-pretparkeigenaar-en-fictieve-omkoping-onrechtmatig-geen-slapp

Rb. Den Haag 20 oktober 2026, IEF 23953; ECLI:NL:RBDHA:2026:30325 ([eiser] tegen [gedaagde]). In dit kort geding oordeelt de voorzieningenrechter over uitlatingen die een lokale politicus heeft gedaan over de ondernemer die een voormalige attractiepark heeft overgenomen. De politicus deed in een radio-interview (Rijnmond) en later een YouTube-interview (Pretparkuur) beschuldigingen dat de ondernemer een "spijkerharde speculant" zou zijn die het publiek misleidt en er puur op uit is om na de erfpachtperiode in 2030 peperdure woningen te bouwen, in plaats van het park voor kinderen te behouden. Daarnaast beschuldigde de politicus de ondernemer ervan dat hij twee lokale politieke partijen (Partij voor de Dieren en CDA) zou hebben omgekocht door elk een ton te doneren. De ondernemer vordert in kort geding rectificatie en een verbod. De politicus voert onder meer verweer dat de rechtbank onbevoegd zou zijn en dat sprake is van een SLAPP-vordering (Strategic Lawsuit Against Public Participation).

IEF 23952

Een enkele negatieve Google-review van oud-opdrachtnemer is onvoldoende voor onrechtmatige daad

5 okt 2026, IEF 23952; ECLI:NL:RBDHA:2026:30464 ([Partij A] tegen [Partij B]), https://ie-forum.nl/artikelen/een-enkele-negatieve-google-review-van-oud-opdrachtnemer-is-onvoldoende-voor-onrechtmatige-daad

Rb. Den Haag 5 oktober 2026, IEF 23952; ECLI:NL:RBDHA:2026:30464 ([Partij A] tegen [Partij B]). In deze zaak oordeelt de kantonrechter over een geschil tussen een tandarts ([partij A]) en een tandartsenpraktijk ([partij B]). Nadat de samenwerking abrupt werd beëindigd, vordert de tandarts betaling van openstaande declaraties na een gecorrigeerde herberekening. De praktijk betwist de vordering deels en stelt in reconventie een schadevergoeding van ruim € 44.000 te vorderen vanwege wanprestatie en onrechtmatig handelen.

IEF 23951

Geen inzage in concrete SVOD-tarieven Buma/Stemra, wel geanonimiseerde criteria via registeraccountant

Hof Amsterdam 13 okt 2026, IEF 23951; ECLI:NL:GHAMS:2026:3006 (Disney tegen Buma/Stemra), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-inzage-in-concrete-svod-tarieven-buma-stemra-wel-geanonimiseerde-criteria-via-registeraccountant

Hof Amsterdam 13 oktober 2026, IEF 23951; ECLI:NL:GHAMS:2026:3006 (Disney tegen [geïntimeerde 2] / [geïntimeerde 1]). In deze zaak beslist het hof op het verzoek van Disney om op grond van artikel 843a (oud) Rv inzage te krijgen in licentieovereenkomsten en tariefgegevens van Buma/Stemra. Disney heeft deze gegevens opgevraagd ten aanzien van andere aanbieders van *subscription video on demand* (SVOD) op de Nederlandse markt om te kunnen controleren of Buma/Stemra bij het bepalen van de licentietarieven voor muziekauteursrechten de gelijkebehandelingsplicht van artikel 21 van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties (WTCBO) heeft nageleefd. In eerdere tussenbeschikkingen had het hof al geoordeeld dat het verzoek van Disney voor een klein deel toewijsbaar is [IEF 23678]. Disney heeft namelijk een rechtmatig belang bij kennisname van de gehanteerde criteria, factoren en omstandigheden bij het bepalen van de tarieven, evenals de redenen voor eventuele kortingen of afslagen. Disney heeft echter geen recht op inzicht in concrete tarieven of de specifieke voorwaarden per individuele concurrent. In de onderhavige beschikking maakt het hof de groep vergelijkbare marktpartijen concreet en stelt het de exacte wijze van inzage vast. Disney stelde dat de inzage betrekking zou moeten hebben op zeventien SVOD-aanbieders. Het hof oordeelt echter dat de relevante groep aanbieders voldoende homogeen moet zijn. Partijen die SVOD-diensten uitsluitend aanbieden als onderdeel van een breder pakket (zoals in combinatie met lineaire televisie of shopping-diensten) zijn onvoldoende vergelijkbaar met zuivere SVOD-diensten zoals Disney+. Na uitsluiting van deze vijf zogeheten bundelaanbieders resteert een groep van elf relevante SVOD-aanbieders waarop het bevel betrekking heeft. Gegevens over lopende onderhandelingen en aanbieders die geen licentieovereenkomst hadden op of na 1 december 2018 vallen buiten de reikwijdte van de inzage.

IEF 23941

Publicatie De Telegraaf over strafzaak niet onrechtmatig

Rechtbank Amsterdam 20 okt 2025, IEF 23941; ECLI:NL:RBAMS:2025:11555 ([eiser] tegen De Telegraaf), https://ie-forum.nl/artikelen/publicatie-de-telegraaf-over-strafzaak-niet-onrechtmatig

Rb. Amsterdam 20 oktober 2025, IEF 23941; IT 5611; ECLI:NL:RBAMS:2025:11555 ([eiser] tegen De Telegraaf). De Telegraaf publiceert een artikel over een man waarin onder meer wordt gesteld dat hij langdurig een kat-en-muisspel met politie en justitie heeft gespeeld, over veel geld beschikt, slim en manipulatief is en contacten op hoog niveau heeft op Malta. De man stelt dat de publicatie meerdere feitelijke onjuistheden bevat, subjectief en suggestief is en in strijd is met de onschuldpresumptie. Volgens hem heeft het artikel bovendien mede geleid tot zijn plaatsing op een Afdeling Intensief Toezicht (AIT) en op de lijst van gedetineerden met een vlucht- of maatschappelijk risico (GVM-lijst), met de status 'hoog'. Hij vordert primair verwijdering van de publicatie en subsidiair rectificatie, op straffe van een dwangsom. Daarnaast vordert hij een verklaring voor recht dat De Telegraaf onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. De Telegraaf voert verweer en stelt onder meer dat zij zonder voorafgaande waarschuwing is gedagvaard.

IEF 23945

Christiaan Alberdingk Thijm bespreekt hoe de aansprakelijkheid van platforms zich ontwikkelt

Christiaan Alberdingk Thijm (bureau Brandeis) bespreekt hoe de aansprakelijkheid van platforms zich ontwikkelt tijdens het Benelux Merkencongres op donderdag 29 oktober. Daarbij komt in het bijzonder de auteursrechtelijke context aanbod.

Artikel 17 DSM-richtlijn heeft het traditionele systeem voor bepaalde platforms ingrijpend veranderd. Dit artikel roept een aansprakelijkheid voor aanbieders van een onlinedienst voor het delen van content, denk daarbij aan platforms als Youtube en Facebook. Ze kunnen aansprakelijk zijn bij schending van auteursrechten van hun gebruikers, ook wel uploaders van content. Welke verantwoordelijkheden rusten sindsdien op platforms en hoe gaat de industrie daar in de praktijk mee om? De bijdrage biedt een genuanceerde blik op deze ontwikkeling en op de verhouding tussen platformverantwoordelijkheid, auteursrecht en fundamentele rechten.

Tijdens het Benelux Merkencongres spreken ook Tobias Cohen Jehoram, Martin Senftleben, Luminita Olteanu, Marjolein Bronneman, Jorn Torenbosch en Henry Robben. Er zijn nog enkele plekken beschikbaar, dus wacht niet te lang met uw aanmelding. 

IEF 23940

Facebookbericht met herleidbare beschuldiging van seksueel misbruik terecht verwijderd

Rechtbank Midden-Nederland 30 sep 2026, IEF 23940; ECLI:NL:RBMNE:2026:6971 ([eiser] tegen [gedaagden]), https://ie-forum.nl/artikelen/facebookbericht-met-herleidbare-beschuldiging-van-seksueel-misbruik-terecht-verwijderd

Rb. Midden-Nederland 30 september 2026, IEF 23940; IT 5610; ECLI:NL:RBMNE:2026:6971 ([eiser] tegen [gedaagden]). Twee personen plaatsen op 12 juni 2025 een bericht op Facebook waarin zij een man beschuldigen van het herhaaldelijk verkrachten van een destijds negenjarig meisje. Het bericht wordt geplaatst op een persoonlijke Facebookpagina en in een openbare Facebookgroep. Hoewel de man niet bij naam wordt genoemd, is de beschuldiging door de specifieke combinatie van genoemde verenigingen tot hem herleidbaar. De man ontkent de beschuldiging en stelt dat het bericht zijn eer en goede naam aantast. In juli 2026 volgen twee nieuwe publicaties: een Facebookbericht over de aangifte van de dochter van gedaagden wegens seksueel misbruik in haar jeugd en een gedicht op een persoonlijke website. De man vordert verwijdering van de berichten, rectificatie, een verbod op toekomstige soortgelijke uitlatingen en een voorschot van € 3.000 op immateriële schadevergoeding. Ongeveer een week voor de mondelinge behandeling verwijderen gedaagden het oorspronkelijke Facebookbericht en plaatsen zij een rectificatie op de persoonlijke Facebookpagina van een van hen.

IEF 23944

Luminita Olteanu van Universiteit Warwick spreekt op Benelux Merkencongres

Luminita Olteanu (Universiteit Warwick) spreekt op het Benelux Merkencongres op donderdag 29 oktober. Daar gaat ze in op het arrest IKEA / Vlaams Belang en bespreekt ze de vrijheid van meningsuiting vs de geldige reden. 

Tijdens het Benelux Merkencongres spreken ook Tobias Cohen Jehoram, Martin Senftleben, Marjolein Bronneman, Jorn Torenbosch, Christiaan Alberdingk Thijm en Henry Robben. Er zijn nog enkele plekken beschikbaar, dus wacht niet te lang met uw aanmelding. 

IEF 23943

Uitspraak ingezonden door Dirk Visser en Paul Kreijger, Visser Schaap & Kreijger. 

Hof Amsterdam: HowardsHome maakt met nieuwssignaleringsdienst inbreuk op auteursrecht en persuitgeversrecht

Hof Amsterdam 20 okt 2026, IEF 23943; 200.350.773/01 (de Uitgevers tegen HowardsHome), https://ie-forum.nl/artikelen/hof-amsterdam-howardshome-maakt-met-nieuwssignaleringsdienst-inbreuk-op-auteursrecht-en-persuitgeversrecht

Hof Amsterdam 20 oktober 2026, IEF 23943; zaaknr. 200.350.773/01 (de Uitgevers tegen HowardsHome). DPG Media, Mediahuis Nederland en Mediahuis NRC (hierna: de uitgevers) hebben hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de Rechtbank Amsterdam [IEF 22332], waarin hun vorderingen wegens inbreuk op het auteursrecht, databankenrecht en persuitgeversrecht waren afgewezen. De zaak betreft de commerciële nieuwssignaleringsdienst van Knowledge Exchange B.V., handelend onder de naam HowardsHome. Deze dienst verzamelde informatie uit onder meer openbaar beschikbare RSS-feeds van de uitgevers en bood klanten tegen betaling signaleringen aan met hyperlinks, nieuwskoppen, tekstfragmenten en, indien beschikbaar, verkleinde afbeeldingen (thumbnails). Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat het overgrote merendeel van de gebruikte perspublicaties auteursrechtelijk beschermd is en dat de uitgevers gerechtigd zijn de daarop rustende auteursrechten uit te oefenen of in te roepen. Door beschermde teksten en afbeeldingen te verveelvoudigen en openbaar te maken, heeft HowardsHome inbreuk gemaakt op het auteursrecht. Het beroep op de uitzondering voor tijdelijke reproducties (artikel 13a Aw) slaagt niet, omdat de reproducties zelfstandige economische waarde hadden en de kern van de commerciële dienstverlening vormden. Ook de beroepen op de nieuwsexceptie (artikel 15 Aw), de rapportage-exceptie (artikel 16a Aw) en het citaatrecht (artikel 15a Aw) worden verworpen. Voor een geslaagd beroep op het citaatrecht is onder meer vereist dat een rechtstreeks en nauw verband bestaat tussen het geciteerde werk en de eigen beschouwingen van de gebruiker. HowardsHome voegde echter geen eigen beschouwingen toe en gebruikte de fragmenten als onderdeel van haar commerciële product. Bovendien werd niet voldaan aan de eis dat het citeren naar billijkheid geschiedt en door het bijzondere doel wordt gerechtvaardigd. Ook de tekst- en dataminingexceptie (artikel 15o Aw) biedt geen bescherming, omdat deze uitsluitend betrekking heeft op reproducties en niet op openbaarmakingen. Daarnaast kwalificeren de werkzaamheden van HowardsHome volgens het hof niet als tekst- en datamining in de zin van artikel 25a lid 3 Aw.

IEF 23942

Uitspraak ingezonden door Bertil van Kaam en Pascal Steijvers, Van Kaam Advocaten.

Rechtbank gebiedt gemeenteraadslid PRO beschuldigingen jegens speelparkeigenaar te rectificeren

Rechtbank Den Haag 20 okt 2026, IEF 23942; ECLI:NL:RBDHA:2026:30325 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-gebiedt-gemeenteraadslid-pro-beschuldigingen-jegens-speelparkeigenaar-te-rectificeren

Rb. Den Haag 20 oktober 2026, IEF 23942; ECLI:NL:RBDHA:2026:30325 ([eiser] tegen [gedaagde]). Eiser in deze zaak is een ondernemer en eigenaar van een speelpark. Hij heeft dit speelpark op 21 april 2026 op een executieveiling gekocht en heeft het park op 21 juli 2026 geopend voor het publiek. Gedaagde is een gemeenteraadslid in de gemeente waar het speelpark gelegen is en houdt zich bezig met woningbouw. Het gemeenteraadslid heeft zich via diverse (sociale media)kanalen herhaaldelijk negatief uitgelaten over de speelparkeigenaar. In een radio-interview met Rijnmond op 22 april 2026 kwalificeert hij hem onder meer als "een spijkerharde speculant" die "de Samaritaan speelt", dat het hem "puur om het geld gaat" en dat hij later op het terrein van het speelpark "peperdure woningen" wil bouwen terwijl "hij net doet of hij het voor de kinderen in de wijk doet" (uitlating 1). Uitlating 1 is in diverse media overgenomen. Op 21 augustus 2026 beschuldigt het gemeenteraadslid de speelparkeigenaar er in een interview op YouTube daarnaast van de lokale Amsterdamse fracties van de Partij voor de Deuren en het CDA te hebben omgekocht door hen elk € 100.000,00 te doneren om hun stemgedrag te beïnvloeden (uitlating 2). Het gemeenteraadslid weigert voornoemde beschuldigingen te rectificeren, waarna de speelparkeigenaar een procedure bij de voorzieningenrechter in Den Haag start. Het gemeenteraadslid stelt dat sprake zou zijn van een SLAPP.