Geen gebrek aan eigen karakter bij verpakkingsontwerp voor levensmiddelen
Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23220; ECLI:EU:T:2026:15 (Froneri Bulgaria EOOD tegen EUIPO en Daesef AD). Op 1 april 2021 diende Froneri Bulgaria EOOD een verzoek tot nietigverklaring in van een geregistreerd EU-model van Daesef AD. Het ontwerp betreft verpakkingen die vallen onder klasse 09.03 van de Overeenkomst van Locarno, waaronder dozen met deksels, verpakkingen voor levensmiddelen, flexibele openingscontainers en ijsdozen. Het verzoek was gebaseerd op het ontbreken van nieuwheid en eigen karakter in de zin van respectievelijk artikel 5, lid 1, onder b, en artikel 6, lid 1, onder b, van Verordening nr. 6/2002. De nietigheidsafdeling van het EUIPO wees dit verzoek af, waarna Froneri beroep instelde bij de Raad van Beroep en vervolgens bij het Gerecht. Wat betreft het beroep op het ontbreken van eigen karakter voerde Froneri twee hoofdargumenten aan. Ten eerste stelde zij dat de Raad van Beroep de productcategorie waarop het ontwerp betrekking heeft onjuist had vastgesteld. Volgens Froneri had de Raad de categorie nader moeten aanduiden door expliciet te verwijzen naar ijsdozen. Het bezwaar had derhalve niet betrekking op een uitsluiting van ijsdozen, maar op de wijze waarop de productcategorie was omschreven. Ten tweede stelde Froneri dat de Raad van Beroep de algemene indruk van het betwiste ontwerp onvoldoende onderscheidend had beoordeeld ten opzichte van eerdere ontwerpen. Het Gerecht verwerpt het eerste argument en oordeelde dat Froneri niet heeft aangetoond dat de Raad van Beroep een beoordelingsfout had gemaakt bij het bepalen van de toepasselijke productcategorie. Volgens het Gerecht heeft de Raad terecht geoordeeld dat het ontwerp bedoeld was voor dozen met deksels en verpakkingen voor levensmiddelen.
Raad voor Cultuur waarschuwt voor structurele druk op artistieke vrijheid
Het onderstaande betreft een beknopte weergave van het advies van de Raad voor Cultuur, Maken (z)onder druk. Artistieke vrijheid als democratisch fundament (Den Haag: Raad voor Cultuur, 2026).
Artistieke vrijheid als democratisch fundament onder druk
In het advies Maken (z)onder druk concludeert de Raad voor Cultuur dat de artistieke vrijheid in Nederland in toenemende mate onder druk staat en dat sprake is van een structureel patroon, niet slechts van losse incidenten. Kunstenaars en culturele instellingen worden steeds vaker geconfronteerd met maatschappelijke weerstand, intimidatie en pogingen om kunstuitingen te verhinderen of te beïnvloeden. Volgens de raad raakt deze ontwikkeling aan een wezenlijke functie van kunst binnen de democratische rechtsstaat. Kunst vormt, naast onder meer journalistiek, wetenschap en rechtspraak, een onderdeel van het zogeheten democratisch middenveld: een vrije publieke ruimte waarin uiteenlopende perspectieven naast elkaar kunnen bestaan en kunnen schuren. Wanneer die ruimte onder druk komt te staan, bestaat het risico van zelfcensuur en verschraling van het maatschappelijke debat.
Verticale en horizontale druk: overheid en samenleving
De raad analyseert de druk op artistieke vrijheid langs een verticale en een horizontale as. De verticale as ziet op de verhouding tussen kunst en overheid. Artistieke vrijheid is in Nederland juridisch beschermd via artikel 7 Grondwet en internationale mensenrechtenverdragen, maar de raad signaleert dat politici en bestuurders zich in toenemende mate inhoudelijk uitlaten over kunstuitingen of subsidierelaties ter discussie stellen. Dat kan op gespannen voet staan met het Thorbecke-adagium, dat voorschrijft dat de overheid geen inhoudelijk oordeel velt over kunst. De meeste druk manifesteert zich echter op de horizontale as: de relatie tussen kunst en samenleving. Kunstenaars en presentatie-instellingen krijgen te maken met protesten, online campagnes, intimidatie en bedreigingen, vaak rond maatschappelijk beladen thema’s zoals identiteit, religie en geopolitiek. Deze maatschappelijke druk, veelal niet strafbaar maar wel effectief, leidt volgens de raad in de praktijk tot terughoudendheid en zelfcensuur, met name in het onderwijs en bij instellingen met een publieke functie
Noodzaak van actieve ‘dijkbewaking’
De Raad voor Cultuur benadrukt dat juridische bescherming alleen onvoldoende is om artistieke vrijheid te waarborgen en pleit voor actieve ‘dijkbewaking’. Politiek en overheid moeten het publieke belang van kunst expliciet verdedigen en het Thorbecke-adagium wettelijk verankeren, bijvoorbeeld in de Wet op het specifiek cultuurbeleid. Daarnaast adviseert de raad terughoudendheid bij het stellen van aanvullende subsidie-eisen, versterking van de bescherming tegen maatschappelijke druk en een steviger inzet op kunstonderwijs in relatie tot burgerschapsvorming. Ook de culturele sector, het onderwijs en het publiek dragen verantwoordelijkheid voor het behoud van een vrije publieke ruimte voor kunst. Volgens de raad kan kunst haar democratische functie alleen vervullen wanneer makers en instellingen zonder druk of vrees voor repercussies kunnen werken en presenteren.
Volg deLex op LinkedIn
Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.
Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.
Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.
Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.
Ingezonden door Reinier Wijnstra, UNION-IP.
UNION-IP Munich Roundtable
You are invited to join the UNION-IP Winter Roundtable in Munich on February 27, 2026, at the German Patent and Trade Mark Office (DPMA). We will have two panels analysing Strategic Timing and Late-Filed Submissions at the EPO and Courts, under the title “It’s all about timing”.
The first panel will concentrate on Strategic Timing at the EPO and Courts and feature the following speakers
- Addick Land, Judge at the Unified Patent Court
- Heli Pihlajamaa, Principal Director, European Patent Office
- Kristina Cornish, UK and European Patent Attorney
The second panel will deal with Late-Filed Submissions and feature the following speakers
- Philipp Lanz, Chair of a technical board (Mechanics), Boards of Appeal of the European Patent Office
- Ulrike Voß, Judge at the Unified Patent Court, Munich Section of the Central Division [TBC]
- Bryce Matthewson, UPC Representative and Patent litigator, Partner at Powell Gilbert
Ms. Eva Schewior, President of the German Patent and Trade Mark Office, and UNION-IP’s President, Mr. Reinier Wijnstra, will open the session.
Find the brochure attached, registrations are available through the following link or the brochure’s form.
https://www.union-ip.com/events/winter-round-table-patents/
We are looking forward to welcoming you in an enriching day in Munich!
Ingezonden door Reinier Wijnstra, UNION-IP.
UNION-IP 65 YEARS
Crossing legal and technical borders
Internationaal congres, 10 – 13 juni 2026, Amsterdam
65 jaar geleden hebben 21 nationale octrooigemachtigden een Europese vereniging opgericht. Deze gemachtigden kwamen uit diverse landen, waaronder Nederland, en beoogden de samenwerking binnen onze beroepsgroep te stimuleren. In de loop der jaren is het gebied dat deze vereniging bestrijkt uitgebreid en de naam van de vereniging aangepast naar ‘Union of European Practicioners in Intellectual Property’ (UNION-IP).
Om het 65-jarig jubileum te vieren, wordt een congres georganiseerd. De Nederlandse groep van UNION-IP is trots om op te mogen treden als gastheer voor een sterk inhoudelijk programma, dat door de verschillende technische commissies wordt gepresenteerd. In bijgaande brochure vindt u een overzicht van zowel het inhoudelijke, als het social program. We verwachten ruim 100 deelnemers uit heel Europa en dit is voor u een goede gelegenheid om dicht bij huis kennis met hun te kunnen maken. Het levert u bovendien ook nog 9 PE-punten op.
De locatie van het congres is het conferentiecentrum van het Hyatt Regency hotel te Amsterdam, dat exclusief voor ons beschikbaar is.
Een beknopt overzicht van het programma:
- Woensdag 10 juni welkom receptie in het congres hotel, gevolgd door een welkomst diner in Capital C (de voormalige diamantbeurs van Amsterdam)
- Donderdag 11 juni: key note speeches van onder andere João Negrão (Executive Director, EUIPO en Steven Rowan (Vice-President for the Patent Granting Process, EPO), alsmede twee plenaire sessies en twee parallelle workshops
- Vrijdag 12 juni, twee parallelle workshops en een plenaire sessie.
- Vrijdagavond 12 juni vindt een afsluitend gala evenement plaats in Breakers Beach House (bij Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk)
- Op alle dagen is er een social program voor partners en op zaterdag de 13e is er een excursie voor alle deelnemers.
Meer details over het programma vindt u in de bijgevoegde brochure en hier: www.union-ip.events.
Tot 8 februari geldt een aantrekkelijke ‘early bird’ korting, waarmee u honderden euro’s kunt besparen.
Bevoegdheid en voorlopige voorzieningen bij geschil over naburige rechten en reputatieschade
Rb. Amsterdam 10 december 2025, IEF 23219; ECLI:NL:RBAMS:2025:9856 (ME tegen [gedaagden]). In dit tussenvonnis in incidenten oordeelt de rechtbank over haar internationale bevoegdheid in een geschil tussen Modern Entertainment B.V. (ME) en twee in Noorwegen gevestigde gedaagden. ME stelt dat zij rechthebbende is op een muziekcatalogus en dat gedaagden inbreuk maken op haar naburige rechten door die catalogus bij digitale platforms te exploiteren en te laten verwijderen. Daarnaast verwijt ME gedaagden onrechtmatige uitlatingen die haar eer en goede naam schaden. Omdat gedaagden in Noorwegen zijn gevestigd, toetst de rechtbank haar rechtsmacht aan het Verdrag van Lugano. De rechtbank acht zich bevoegd voor de vorderingen wegens inbreuk op naburige rechten voor zover die zien op schade in Nederland, omdat de betreffende digitale platforms hier toegankelijk zijn. Die bevoegdheid is territoriaal beperkt tot Nederland. Voor verklaringen voor recht over wie rechthebbende is (art. 6 Wnr) verklaart de rechtbank zich onbevoegd; daarvoor is de Noorse rechter bevoegd. Ten aanzien van de gestelde onrechtmatige uitlatingen per e-mail is de rechtbank bevoegd om te oordelen over de in Nederland geleden schade, maar niet over schade daarbuiten.
Geldige exclusieve licentie doorslaggevend bij handelsnaam- en merkrechtgeschil
Rb. Gelderland 19 december 2025, IEF 23221; ECLI:NL:RBGEL:2025:11550 ([eisers] tegen [gedaagde]). In dit kort geding beoordeelt de rechtbank een geschil over het gebruik van een handelsnaam, merkrechten en een octrooi voor een isolatieproduct. Eisers stellen dat zij op grond van een in juni 2025 gesloten licentieovereenkomst (LO2) exclusieve rechten hebben verkregen en dat gedaagde inbreuk maakt door het gebruik van dezelfde handelsnaam en merken. Gedaagde verweert zich met de stelling dat zij al eerder, op 12 februari 2025, op grond van een andere licentieovereenkomst (LO1) een exclusieve licentie heeft verkregen op het octrooi, de handelsnaam en de bijbehorende merken. De voorzieningenrechter stelt voorop dat sprake is van spoedeisend belang, maar beoordeelt vervolgens of de vorderingen in een bodemprocedure een reële kans van slagen hebben.
SAVE THE DATE – Jong IE-pubquiz donderdag 26 februari 2026
Ha mede Jong IE’ers,
Jullie vragen je natuurlijk allemaal af waar die uitnodiging voor de Jong IE-pubquiz blijft. Hier is ‘ie dan! Zet donderdag 26 februari groot in jullie agenda. Wij nodigen jullie uit om samen met ons te komen strijden voor die felbegeerde eerste plek bij de legendarische Jong IE-pubquiz bij het oude vertrouwde Café Lust.
Er is ook weer een nieuwe lading advocaat-stagiairs gestart, dus stuur deze save the date vooral door aan al jouw jonge kantoorgenoten. Als zij deze berichten zelf in hun inbox willen ontvangen, kunnen ze een mail sturen met hun gegevens naar Ploon Meijer (ploon.meijer@hoogenhaak.nl).
Meer informatie volgt. Wij hebben er in ieder geval al veel zin in. Tot over een maand!
Yiyi Song, Bram Bogaerts, Nathalie Rodriguez en Luna Snellenberg
Het oudere recht op de naam ‘Leone’: afbakening tussen artikel 60 lid 2 onder a en artikel 60 lid 1 onder c UMVo
Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23215; ECLI:EU:T:2026:10 (Lisa Leone, Giorgio Leone, Leone & Leone OG tegen EUIPO en Incom). Verzoekers (Lisa Leone, Giorgio Leone, Leone & Leone OG) verzochten in 2022 bij de Cancellation Division van het EUIPO om nietigverklaring van het Uniemerk ‘Leone’, ingeschreven voor roomijs en diverse ijsproducten. Volgens de verzoekers hadden zij een bestaand recht volgens Nationaal Oostenrijks recht. De verzoekers stelden dat zij volgens het Oostenrijkse recht eerder rechten hadden op de naam Leone, omdat het hun familienaam is, die zij gebruiken in hun bedrijfsactiviteiten, en omdat de naam Leone op hun ijssalons en producten wordt gebruikt. De vordering tot nietigverklaring werd ingediend op grond van artikel 60, lid 2, onder a) van verordening (EU) 2017/1001, in combinatie met Oostenrijkse wettelijke regelingen, namelijk § 43 van het Allgemeine bürgerliche Gesetzbuch, § 9 van het Gesetz gegen den unlauteren Wettbewerb en § 12 van het Markenschutzgesetz. De Cancellation Division wees op 9 maart 2023 de vordering tot nietigverklaring af, waarna de kamer van beroep bij beslissing van 27 november 2024 die afwijzing bevestigde. De kamer van beroep oordeelde dat de door verzoekers aangevoerde rechten niet onder het in artikel 60, lid 2, onder a), genoemde “recht op de naam” vielen, maar eerder onder artikel 60, lid 1, onder c), dat ziet op niet‑ingeschreven merken en andere tekens die in het economische verkeer worden gebruikt om waren of diensten aan te duiden en de commerciële herkomst te waarborgen. Volgens de kamer van beroep maakten verzoekers met name aanspraak op bescherming tegen misleiding van het relevante publiek omtrent de commerciële herkomst, zodat de naam “Leone” in hun gebruik fungeerde als commercieel identificatiemiddel en niet als naam ter identificatie van een persoon. Verzoekers hebben tegen deze beslissing beroep ingesteld het gerecht van de EU.