IEF 23784
1 september 2026
Artikel

BIE-scriptieprijs: inleverdeadline 1 oktober 2026

 
IEF 23783
1 september 2026
Uitspraak

Buma en Sena krijgen schadevergoeding en verbod wegens ongeoorloofd afspelen muziek in winkel

 
IEF 23782
1 september 2026
Artikel

Merk Meta door oog van de naald

 
IEF 23784

BIE-scriptieprijs: inleverdeadline 1 oktober 2026

De redactie van Berichten Industriële Eigendom organiseert ook in 2026 de jaarlijkse competitie voor de “BIE-Scriptieprijs”. 

Met de instelling van deze prijs beogen wij studenten te stimuleren zich te verdiepen in IE-vraagstukken en kennis te laten maken met het tijdschrift BIE. Onder IE verstaan wij hier het recht van de industriële eigendom (octrooi-, merken-, modellen-, handelsnaam-, databanken-en kwekersrecht plus het recht inzake geografische aanduidingen) alsmede het recht van de ongeoorloofde mededinging, inclusief de bescherming van bedrijfsgeheimen. Ook scripties over auteursrecht kunnen meedingen voor zover deze (mede) betrekking hebben op de hiervoor genoemde gebieden, zoals industriële vormgeving, technische excepties, cumulatie van beschermingsregimes, e.d.

De prijs voor de beste IE-scriptie bedraagt € 1500. Daarnaast vragen we de auteur om voor BIE een artikel te schrijven op basis van zijn of haar scriptie.  Eenieder kan goede scripties op het gebied van IE aanmelden en inzenden voor de BIE-Scriptieprijs. Docenten op het gebied van IE worden speciaal daartoe uitgenodigd. De inlevertermijn eindigt op 1 oktober 2026. De jury beslist in die maand. De fysieke uitreiking van de prijs vindt plaats tijdens de redactielunch op woensdag 11 november 2026

Scripties mogen zowel in het Nederlands als Engels worden geschreven. In niet voorziene gevallen beslist de jury. De mogelijkheid wordt voorbehouden dat de prijs niet wordt uitgereikt indien de jury, gelet op de kwaliteit van de ingezonden scripties, daartoe besluit. 

Scripties kunnen worden gemaild naar de uitgever van de BIE, Claudia Zuidema czuidema@delex.nl.

IEF 23783

Buma en Sena krijgen schadevergoeding en verbod wegens ongeoorloofd afspelen muziek in winkel

Rechtbank Midden-Nederland 29 jul 2026,, IEF 23783; ECLI:NL:RBMNE:2026:6005 (Buma en Sena tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/buma-en-sena-krijgen-schadevergoeding-en-verbod-wegens-ongeoorloofd-afspelen-muziek-in-winkel

Rb. Midden-Nederland 29 juli 2026, IEF 23783; ECLI:NL:RBMNE:2026:6005 (Buma en Sena tegen [gedaagde]). De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld tegenover Buma en Sena door zonder de vereiste licenties muziek openbaar te maken in haar winkel. Buma behartigt de belangen van aangesloten componisten, tekstdichters en muziekuitgevers met betrekking tot de openbaarmaking van hun muziekwerken, terwijl Sena op grond van de Wet op de naburige rechten is aangewezen voor het innen van billijke vergoedingen voor het voor commerciële doeleinden ten gehore brengen van muziek. Vaststaat dat [gedaagde] in de periode van 1 oktober 2024 tot en met 31 december 2025 zonder licentie en zonder betaling van een vergoeding muziek openbaar heeft gemaakt. Buma had onder meer op 27 november 2024 en meerdere momenten in 2025 vastgesteld dat muziek uit haar en Sena’s repertoire werd gedraaid; daarnaast stelde een deurwaarder op 24 juli 2025 vast dat in de winkel muziek openbaar werd gemaakt. De schade wordt begroot op de bedragen die Buma en Sena zouden hebben ontvangen wanneer [gedaagde] voor deze periode wel licenties had afgesloten. Omdat de hoogte daarvan niet is betwist, wordt € 416,52 aan Buma en € 219,46 aan Sena toegewezen. De gevorderde handelsrente wordt afgewezen omdat geen sprake is van een handelsovereenkomst; in plaats daarvan wordt de wettelijke rente van artikel 6:119 BW vanaf de vervaldata toegewezen. Ook de gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen, omdat de vordering uit onrechtmatige daad voortvloeit en niet is gesteld dat daarvoor meer werkzaamheden zijn verricht dan aanmaningen en andere eenvoudige correspondentie.

IEF 23782

Merk Meta door oog van de naald

Bas Kist, 31 augustus 2026.

Mark Zuckerberg kan weer even opgelucht ademhalen. In augustus van dit jaar wees het Europese merkenbureau EUIPO de oppositie af die het Duitse bedrijf Thinkmeta Software GmbH had ingesteld tegen de registratie van het woord- en beeldmerk Meta. De registratieprocedure van de Meta-merken kan nu weer voortgezet worden. Toch moet Zuckerberg niet te vroeg juichen want er zijn meer kapers op de kust.

IEF 23672

deLex zoekt redactioneel stagiair

Ben jij rechtenstudent en nieuwsgierig naar de wereld van intellectueel eigendom? Van bekende merken, muziek, mode en social media tot AI, reclamecampagnes, design en grote sportevenementen: binnen het intellectuele eigendomsrecht, ICT-recht en privacyrecht komen voortdurend actuele en herkenbare onderwerpen voorbij. Bij deLex krijg je de kans om je hierin te verdiepen en mee te werken aan juridische nieuwsvoorziening voor professionals in deze specialistische rechtsgebieden.

Vanaf nu zoeken wij een redactioneel stagiair voor drie dagen per week. De exacte startdatum is in overleg. Als juridische uitgeverij bieden wij je de mogelijkheid om drie maanden lang mee te werken binnen een dynamische en gespecialiseerde praktijk. 

Tijdens je stage houd je je onder meer bezig met het beheren van online databases, het meewerken aan vakbladen en het bijwonen van congressen en opleidingen. Je ontwikkelt je in het verzamelen en analyseren van juridische bronnen, scherpt je redactionele vaardigheden aan en krijgt volop gelegenheid om je netwerk binnen het juridische werkveld uit te breiden.

Ben je in de afrondende fase van je bachelor of volg je een master Rechtsgeleerdheid, en heb je bijzondere interesse in IE-, ICT- en privacyrecht? Stuur dan je cv en motivatiebrief naar rdolman@delex.nl.

IEF 23781

Databankrecht na actualisering bestaande databank beperkt tot aangebrachte wijzigingen

Hof Den Haag 19 mei 2026,, IEF 23781; ECLI:NL:GHDHA:2026:2739 (JD Knowledge tegen Portbase), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/databankrecht-na-actualisering-bestaande-databank-beperkt-tot-aangebrachte-wijzigingen

Gerechtshof Den Haag 19 mei 2026, IEF 23781; ECLI:NL:GHDHA:2026:2739 (JD Knowledge tegen Portbase). In deze zaak staat centraal welke databankrechten JD Knowledge (JDK) heeft op digitale lijsten met informatie over het vervoer van gevaarlijke stoffen en of Havenbedrijf Rotterdam (HbR) en Portbase daarop inbreuk hebben gemaakt. De GDS-lijsten waren oorspronkelijk ontwikkeld en bijgehouden door GDS. Na het faillissement van GDS in 2016 zette JD Holding (JDH) de dienstverlening voort en sloot zij met HbR een overeenkomst voor de levering van geactualiseerde digitale informatie. De daaruit voortvloeiende contractuele en IE-rechten zijn later aan JDK overgedragen. Vaststaat echter dat de oorspronkelijke databankrechten van GDS niet uit de faillissementsboedel aan JDH en vervolgens JDK zijn overgedragen. JDK stelt dat HbR in strijd met de overeenkomst de GDS-lijsten aan Portbase beschikbaar heeft gesteld en dat Portbase databankinbreuk heeft gemaakt door gegevens via haar Port Community System aan derden beschikbaar te stellen. De rechtbank wees de vorderingen tegen HbR af, maar oordeelde dat Portbase wel inbreuk had gemaakt. 

IEF 23780

Kennelijke schrijffout in dictum van arrest over Excel-rekenmodellen hersteld

Hof Arnhem-Leeuwarden 31 aug 2026,, IEF 23780; ECLI:NL:GHARL:2026:1648 (KPC tegen Esset), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kennelijke-schrijffout-in-dictum-van-arrest-over-excel-rekenmodellen-hersteld

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 maart 2026, IEF 23780; ECLI:NL:GHARL:2026:1648 (KPC tegen Esset). In dit herstelvonnis beslist het hof op een verzoek van Esset tot verbetering van het arrest van 20 januari 2026 [IEF 23779]. In dat arrest oordeelde het hof dat KPC auteursrechtinbreuk maakt op negen Excel-rekenmodellen van Esset. Esset verzoekt op grond van art. 31 Rv om een kennelijke schrijffout in onderdeel 4.3 van het dictum te herstellen. In de zevende regel daarvan staat ten onrechte de naam van [geïntimeerde], terwijl daar [appellante] en [appellant] had moeten staan. KPC is in de gelegenheid gesteld op het verzoek te reageren, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

IEF 23779

KPC maakt auteursrechtinbreuk op negen Excel-rekenmodellen van Esset

Hof Arnhem-Leeuwarden 20 jan 2026,, IEF 23779; ECLI:NL:GHARL:2026:314 (KPC tegen Esset), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kpc-maakt-auteursrechtinbreuk-op-negen-excel-rekenmodellen-van-esset

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2026, IEF 23779; ECLI:NL:GHARL:2026:314 (KPC tegen Esset). In deze zaak staat centraal of Excel-rekenmodellen van Esset Financial Services (Esset) auteursrechtelijk beschermde werken zijn en of KPC daarop inbreuk maakt. Esset biedt via internet financiële Excel-rekenmodellen aan kleine ondernemingen aan. KPC biedt via haar eigen website eveneens Excel-rekenmodellen aan. [de partner] van [de ondernemer] achter KPC kocht in 2013 bij Esset een boekhoudpakket met verschillende rekenmodellen. Nadat Esset overeenkomsten tussen zijn modellen en die van KPC constateerde, vorderde hij onder meer een inbreukverbod, rekening en verantwoording en schadevergoeding. De rechtbank beperkte haar beoordeling tot vier concreet toegelichte rekenmodellen en stelde bij drie daarvan auteursrechtinbreuk op de teksten vast. In hoger beroep licht Esset nog vijf rekenmodellen concreet toe, zodat het hof negen modellen beoordeelt.

IEF 23778

SuperLink-kettingen maken inbreuk op Uniemodellen Avient; techniekexceptie faalt

Rechtbank Den Haag 28 aug 2026,, IEF 23778; ECLI:NL:RBDHA:2026:24327 (Avient tegen Port Star), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/superlink-kettingen-maken-inbreuk-op-uniemodellen-avient-techniekexceptie-faalt

Rb. Den Haag, 28 augustus 2026, IEF 23778; ECLI:NL:RBDHA:2026:24327 (Avient tegen Port Star). In deze zaak vordert Avient in kort geding een verbod op de verhandeling van de SuperLink-kettingen van Port Star wegens inbreuk op twee ingeschreven Uniemodellen voor haar kunststofkettingen, het Kettingmodel en het Schalmmodel. Avient brengt onder het merk Dyneema kunststofkettingen op de markt voor onder meer de scheepvaart. Port Star was distributeur van de Dyneema-ketting en produceert en verkoopt inmiddels eigen kunststofkettingen onder de naam SuperLink. Zij biedt deze aan op de Europese markt en presenteerde de kettingen in juni 2026 op de beurs Breakbulk Europe in Rotterdam. Volgens Avient heeft Port Star de vormgevingskenmerken van haar modellen vrijwel volledig overgenomen. Port Star betwist de geldigheid van de modelrechten en beroept zich op de techniekexceptie van art. 9 lid 1 UModVo. Volgens haar worden de beschermde uiterlijke kenmerken uitsluitend bepaald door de technische functie van de ketting. Subsidiair baseert Avient haar vorderingen op slaafse nabootsing. 

IEF 23777

Uitspraak ingezoden door Hidde Koenraad, Boekx Advocaten.

BoA EUIPO: "TABERNA ASTORIA 1872" geweigerd vanwege reputatie "WALDORF ASTORIA"

EUIPO - OHIM 25 aug 2026,, IEF 23777; R 2526/2025-5 (Hilton tegen Servicios Productivos Malagueños), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/boa-euipo-taberna-astoria-1872-geweigerd-vanwege-reputatie-waldorf-astoria

EUIPO Board of Appeal 25 augustus 2026, IEF 23777; IEFbe 4286; R 2526/2025-5 (Hilton tegen Servicios Productivos Malagueños). In deze zaak tussen Servicios Productivos Malagueños en Hilton Worldwide Manage staat de aanvraag van het beeldmerk "TABERNA astoria 1872" centraal. De aanvraag ziet onder meer op reclame- en promotiediensten in klasse 35 en horeca- en drankdiensten in klasse 43. Hilton maakte bezwaar op basis van verschillende oudere "WALDORF ASTORIA"-merken. De Opposition Division wees de aanvraag volledig af op grond van artikel 8 lid 5 UMVo [IEF 23099]. De Kamer van Beroep bevestigt dat het oudere Uniemerk "WALDORF ASTORIA" langdurig en intensief is gebruikt en in Nederland een gemiddelde reputatie geniet voor hotel- en moteldiensten. Voor de beoordeling wordt daarom met name uitgegaan van het Nederlandstalige relevante publiek.

IEF 23776

Uitspraak ingezonden door Paul Trapman, Ploum.

Europerfumery verboden Coty-merken te gebruiken bij aanbod imitatieparfums

Rechtbank Den Haag 21 aug 2026,, IEF 23776; ECLI:NL:RBDHA:2026:24110 (Coty c.s. tegen Europerfumery c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/europerfumery-verboden-coty-merken-te-gebruiken-bij-aanbod-imitatieparfums

Rb. Den Haag 21 augustus 2026, IEF 23776; RB 4121; ECLI:NL:RBDHA:2026:24110 (Coty c.s. tegen Europerfumery c.s.). In deze zaak tussen Coty c.s. en Europerfumery c.s. staat het gebruik van verschillende Unie- en Beneluxmerken van Coty bij het online aanbieden van imitatieparfums centraal. Volgens Coty biedt Europerfumery op haar websites imitatieparfums aan met gebruik van haar merken. De merknamen worden daarnaast gebruikt in zoekfilters, waarmee consumenten kunnen zoeken naar parfums waarvoor Europerfumery een imitatievariant aanbiedt, en in de metadata van de websites. Europerfumery verschijnt niet in de procedure. De voorzieningenrechter verleent verstek. Hoewel niet kon worden vastgesteld dat de dagvaardingen in persoon waren betekend, is volgens de rechtbank voldoende aannemelijk dat Europerfumery daarvan tijdig kennis heeft kunnen nemen. Daarbij is onder meer van belang dat de dagvaardingen zijn verzonden naar de op de websites van Europerfumery vermelde e-mailadressen. De rechtbank beoordeelt vervolgens ambtshalve haar internationale bevoegdheid. Voor de vorderingen van Coty B.V. tegen de in Londen gevestigde Europerfumery kan de rechtbank ten aanzien van de ingeroepen Uniemerken een verbod voor de gehele Europese Unie opleggen. Voor de overige Uniemerkvorderingen is de bevoegdheid beperkt tot inbreuken in Nederland. Voor de ingeroepen Beneluxmerken strekt de bevoegdheid zich uit tot de gehele Benelux.