Duc on a mission
Voorzieningenrechter Rechtbank ’s-Hertogenbosch (JHW Rullmann), 10 oktober 2006, KG ZA 06-554. Chick on a Mission tegen Christine Le Duc. (Met dank aan Silvie Wertwijn, Steinhauser Hoogenraad) .
De kledingfabrikant Chick on a Mission maakt bezwaar tegen het gebruik van een overeenstemmend merk door Christine Le Duc maar trekt aan het kortste eind. De voorzieningenrechter overweegt met betrekking tot de soortgelijkheid:
4.4 […] Kernactiviteit van Christine le Duc BV is de verkoop van erotica, waaronder ook uitdagende of prikkelende lingerie van een geheel andere uitstraling dan de onderkleding van Chick on a Mission.
4.5 De soortgelijkheid der waren is, behoudens deze verhoudingsgewijs weinig betekenisvolle overlap, dan ook gering. Concreet gezegd: het moet uigesloten worden geacht dat het winkelend publiek, staande voor een winkel van Christine Le Duc B.V. met een logo als afgebeeld, in ernst zou menen een winkel in luxe tassen en kleding binnen te stappen. Bij dit oordeel gaat de rechter voorbij aan de administratieve klasseindeling als zijnde van geen belang (artikel 13B BMW).
De rechter vond het dus allemaal onvoldoende soortgelijk, waarbij opvallend is dat er geen ander oordeel wordt gegeven voor zover er wel overlap bestaat tussen de klassenindelingen. De rechter vergelijkt de warenomschrijvingen in hun geheel en niet per beschreven waar. Overigens vond de rechter de vrouwenogen weinig onderscheidend omdat twee eerdere merkinschrijvers dat al als onderdeel van hun merk voeren.
De proceskosten worden volgens het gewone liquidatietarief berekend.
Lees het vonnis hier ( Chick on a Mission c.s. hebben inmiddels aangekondigd in hoger beroep te gaan).
La Mer
(werkelijk commercieel doel)
HvJ EG 27 januari 2004, zaak C-259/02, La Mer Technology/Laboratoires Goemar; la Mer.
Artikelen 10 lid 1 en 12 lid 1 Merkenrichtlijn
Wanneer het gebruik een werkelijk commercieel doel dient, kan zelfs een gering gebruik van het merk of een gebruik door slechts één importeur in de betrokken lidstaat volstaan voor het bewijs van een normaal gebruik.
La Mer riep het verval in van het merk Laboratoire de la mer van Goemar voor cosmetische producten op basis van algen omdat Goemar gedurende een periode van vijf jaar geen normaal gebruik zou hebben gemaakt van het merk.
Goemar behaalde gedurende de periode van vijf jaar in het Verenigd Koninkrijk slechts een zeer geringe omzet van enkele honderden Britse ponden, maar volgens de feitenrechter weerspiegelde deze situatie meer de commerciële mislukking van de houdster van het merk dan een gebruik enkel met het oog op het behoud van de gevolgen van de inschrijving. Anderzijds stelde de feitenrechter vast dat Goemar kort na deze periode een nieuwe vertegenwoordiger in het Verenigd Koninkrijk had aangeworven om de verkoop op te voeren.
Van een merk wordt normaal gebruik gemaakt ‘wanneer het, overeenkomstig zijn voornaamste functie, dat wil zeggen het waarborgen van de identiteit van de oorsprong van de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven, wordt gebruikt teneinde voor deze waren of diensten een afzet te vinden of te behouden, met uitsluiting van symbolisch gebruik dat enkel ertoe strekt, de aan het merk verbonden rechten te behouden.
Bij de beoordeling of van het merk een normaal gebruik is gemaakt, moet rekening worden gehouden met alle feiten en omstandigheden aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de commerciële exploitatie ervan in het zakenleven reëel is, in het bijzonder de vormen van gebruik die in de betrokken economische sector gerechtvaardigd worden geacht om voor de door het merk beschermde waren of diensten marktaandelen te behouden of te verkrijgen, de aard van deze waren of diensten, de kenmerken van de markt, de omvang en de frequentie van het gebruik van dit merk. Wanneer het gebruik een werkelijk commercieel doel dient in omstandigheden als voormeld, kan zelfs een gering gebruik van het merk of een gebruik door slechts één importeur in de betrokken lidstaat volstaan voor het bewijs van een normaal gebruik in de zin van de richtlijn.
Volgens de [Merkenrichtlijn] mag voor de kwalificatie van normaal gebruik van het merk weliswaar slechts rekening worden gehouden met omstandigheden die zich tijdens de relevante periode voordoen en zijn gelegen vóór de instelling van de vordering tot vervallenverklaring, maar zij zich er niet tegen dat bij de beoordeling of gebruik in de relevante periode normaal is geweest, in voorkomend geval rekening wordt gehouden met omstandigheden die zich na instelling van die vordering hebben voorgedaan. Het is de taak van de nationale rechter te beoordelen of dergelijke omstandigheden bevestigen dat het gebruik van het merk gedurende de relevante periode normaal is geweest, dan wel integendeel aantonen dat de merkhouder deze vordering heeft willen verijdelen.’ (Dictum).
Ansul/Ajax
(reële commerciële expoitatie)
HvJ EG 11 maart 2003, zaak C-40/01, Ansul/Ajax; Minimax
Artikel 12 lid 1 Merkenrichtlijn
Normaal gebruik is gebruik om een reële commerciële afzet voor de waren of diensten te vinden of te behouden, met uitsluiting van symbolisch gebruik.
Brandblusapparatenfabrikant Ajax vroeg vervallenverklaring van het merk Minimax voor brandblusapparaten van concurrent Ansul wegens niet normaal gebruik. Ansul gebruikte het merk niet meer voor (de verkoop van) nieuwe brandblussers, maar nog wel voor verkoop van onderdelen en blusmiddelen, voor reparatie en onderhoud en op stickers met de tekst ‘Gebruiksklaar Minimax’.
NJ 2004/339, m.nt. JHS
BIE 2003/90
IER 2003/31
‘Artikel 12 lid 1 [Merkenrichtlijn] moet aldus worden uitgelegd dat van een merk een normaal gebruik wordt gemaakt wanneer het, overeenkomstig zijn voornaamste functie, dat wil zeggen het waarborgen van de identiteit van de oorsprong van de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven, wordt gebruikt teneinde voor die waren of diensten een afzet te vinden of te behouden, met uitsluiting van symbolisch gebruik dat enkel ertoe strekt, de aan het merk verbonden rechten te behouden.
Bij de beoordeling of van het merk een normaal gebruik is gemaakt, moet rekening worden gehouden met alle feiten en omstandigheden aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de commerciële exploitatie ervan reëel is, inzonderheid de gebruiken die in de betrokken economische sector gerechtvaardigd worden geacht om voor de door het merk beschermde waren of diensten marktaandelen te behouden of te verkrijgen, de aard van die waren of diensten, de kenmerken van de markt en de omvang en de frequentie van het gebruik van het merk.
De omstandigheid dat het gebruik van het merk geen betrekking heeft op waren die voor de eerste keer op de markt worden gebracht, maar op waren die zich reeds op de markt bevonden, neemt niet weg dat sprake is van normaal gebruik, mits het merk door de merkhouder werkelijk wordt gebruikt voor onderdelen die moeten worden gerekend tot de samenstelling of de structuur van die waren of voor waren of diensten die rechtstreeks verband houden met de reeds op de markt gebrachte waren en die bestemd zijn om aan de behoeften van de afnemers daarvan te voldoen.’ (Dictum).
Paranova
(ompakken)
HvJ EG 11 juli 1996, zaken C-427/93, C-429/93 en C-436/93, Bristol-Myers Squibb en Boehringer/Paranova
Artikel 7 lid 2 Merkenrichtlijn
Ompakken van medicijnen voor parallelimport mag als het noodzakelijk is, het product en de reputatie niet worden aangetast en de merkhouder op de hoogte is gesteld.
Paranova parallelimporteerde medicijnen uit Europese landen waar de prijzen laag zijn (o.a. Griekenland) en verkocht ze met winst in Denemarken. Daarbij werden de medicijnen voorzien van andere buitenverpakkingen en/of stickers.
NJ 1997/129, m.nt. DWFV,
TVVS 1996, p. 291, m.nt. Mok
De merkhouder kan zich op grond van artikel 7 lid 2 [Merkenrichtlijn] verzetten tegen de ompakking van een farmaceutisch produkt, tenzij:
1 | Dit leidt tot kunstmatige afscherming van markten. Met name wanneer de merkhouder in verschillende Lid-Staten een identiek farmaceutisch produkt in verschillende verpakkingen verkoopt en de ompakking door de importeur enerzijds noodzakelijk is voor de verhandeling van het produkt in de Lid-Staat van invoer, en anderzijds is geschied onder zodanige omstandigheden dat de oorspronkelijke toestand van het produkt niet kan worden aangetast. |
2 | Wordt aangetoond, dat de ompakking de toestand van het produkt niet kan aantasten. Met name wanneer er alleen een nieuwe buitenverpakking omheen wordt gedaan of er een sticker op wordt geplakt. |
3 | Op de nieuwe verpakking duidelijk wordt vermeld wie het produkt heeft omgepakt, alsook de naam van de fabrikant, met dien verstande dat deze vermeldingen zodanig moeten zijn afgedrukt dat zij kunnen worden begrepen door iemand met een normaal gezichtsvermogen en normale oplettendheid. |
4 | De presentatie van het omgepakte produkt de reputatie van het merk en van de merkhouder niet kan schaden. Zo mag de verpakking niet defect, van slechte kwaliteit of slordig zijn. |
5 | De importeur de merkhouder tevoren ervan in kennis stelt, dat het omgepakte produkt op de markt wordt gebracht, en hem desgevraagd een exemplaar van het omgepakte produkt levert. (Verkorte versie dictum). |
Auteursrecht op normen
Dagvaarding, persbericht en petitie op Knooble.nl, in aansluiting op dit eerdere bericht over auteursrecht op (verwezen NEN-) normen.
"Op dit moment worden normalisatienormen in Nederland niet conform de bekendmakingsregels gepubliceerd plus er wordt auteursrecht geclaimd. Dit heeft tot gevolg dat de normen tegen relatief hoge bedragen worden verkocht. De verkoper handelt hierbij volgens het profijtbeginsel (de gebruiker betaalt). Deze situatie werpt een drempel op en is, volgens Knooble, niet conform de wet."
"Battle on the use of information.
Zijn normalisatienormen waarnaar wordt verwezen in wetten Publiekrechtelijk gezien bindend en zo ja waarom worden ze dan niet gewoon gepubliceerd om vrij beschikbaar te zijn voor eenieder? Knooble spant een zaak aan tegen de staat om helderheid te krijgen over deze vragen.
De juridische status van 'verwezen' normalisatienormen in regelgeving is momenteel onduidelijk. Er is een belang dit helder te krijgen. De onduidelijkheid richt zich hierbij op het al dan niet bindende karakter ervan plus, hieraan gekoppeld, de publicatie van normen en de toepasselijkheid van het auteursrecht. Anders gezegd: "Zijn ze bindend en zo ja waarom worden ze dan niet vrijgegeven voor publicatie?"
Normen zouden vrij van auteursrecht moeten zijn
Op dit moment worden normalisatienormen in Nederland niet conform de bekendmakingsregels gepubliceerd plus er wordt auteursrecht geclaimd. Dit heeft tot gevolg dat de normen tegen relatief hoge bedragen worden verkocht. De verkoper handelt hierbij volgens het profijtbeginsel (de gebruiker betaalt). Deze situatie werpt een drempel op en is, volgens Knooble, niet conform de wet. Het huidige systeem van verwijzing naar normalisatienormen impliceert dat deze de status van algemeen verbindende voorschriften hebben/krijgen. Hiermee dienen de normen conform de bekendmakingsregels te worden vrijgegeven. Ook geldt alsdan dat de normen onder artikel 11 van de Auteurswet vallen. In dit artikel wordt bepaald dat wetten en besluiten van auteursrecht zijn uitgesloten. Hiermee zou de tekst van de normen vrij van auteursrecht moeten zijn en kunnen ze gratis op Internet worden geplaatst.
Verwijzing naar NEN-normen in regelgeving
De NEN in Delft, voorheen het NNI, stelt NEN-normen (NEN staat voor Nederlandse norm) vast en regelt de publicatie ervan. De NEN beheert momenteel circa 633.000 normen. De NEN-normen zijn in beginsel gebaseerd op vrijwillige afspraken tussen diverse belanghebbenden zoals producenten en leveranciers. In de normen zijn de eisen waaraan bijvoorbeeld producten, processen, meet- en keuringsmethoden moeten voldoen vastgelegd. Niet alleen in het Bouwbesluit (wet) wordt gebruik gemaakt van het systeem van verwijzing naar normalisatienormen, ook voor andere wetten geldt dit systeem. De normen zijn via zelfregulering opgesteld. Door het huidige systeem van de verwijzing is er sprake van een koppeling tussen zelfregulering en wetgeving. Dit is feitelijk het koppelen van privaatrecht met publiekrecht. Onduidelijkheid over de status van 'verwezen' normen en de wijze waarop deze beschikbaar zijn raakt nagenoeg ieder bedrijf. Het is dan ook zaak dat hier duidelijkheid over komt.
De rol van de overheid
Volgens de huidige opvattingen acht de overheid de Bekendmakingswet niet van toepassing op 'verwezen' NEN-nomen. Er zijn eerder Kamervragen over gesteld maar dit heeft geen duidelijkheid opgeleverd. Daarentegen verwacht de overheid dat eenieder de wet dient te kennen. Om je aan de wet te kunnen houden moet de overheid de burger in de gelegenheid stellen kennis te kunnen nemen van de wet. Het uitgangspunt hierbij is dan ook dat dergelijke informatie wordt gepubliceerd en dat er geen auteursrecht op wetgeving rust. Het ligt hiermee op de weg van de overheid onduidelijkheid over 'verwezen' normen weg te nemen en de voorwaarden te creëren om de informatie vrij toegankelijk te maken.
De kern van de zaak
De Grondwet kent drie categorieën van bindende voorschiften: wetten, algemene maatregelen van bestuur en algemeen verbindende voorschriften. Indien normalisatienormen (zoals de NEN-normen) worden geacht bindend te zijn dan is er, gebaseerd op de Grondwet slechts één mogelijkheid: NEN-normen dienen te worden gekwalificeerd als algemeen verbindende voorschriften. Dit betekent dat de bekendmaking van deze 'verwezen' normen overeenkomstig de wet dient plaats te vinden en dat er geen auteursrecht van toepassing is. Hiermee zouden de normen beschikbaar komen voor iedereen.
Wat is de situatie indien de overheid bij nader inzien normen niet de status van bindende voorschriften geeft?
Indien 'verwezen' normen om welke reden dan ook niet als bindende voorschrift kunnen worden aangemerkt zijn de normen, tenzij partijen hier privaatrechtelijk andere afspraken over maken, niet bindend. Eenieder die handelt of heeft gehandeld gebaseerd op het gerechtvaardige vertrouwen dat dergelijke normen een onderdeel van de wet zijn, heeft voor de naleving hiervan waarschijnlijk kosten gemaakt die hij of zij zonder deze 'verplichting' niet zou hebben gemaakt. Het laat zich raden wat de status 'niet bindend' teweeg zou brengen. Dit zou de weg openen om de kosten die hiervoor ten onrechte zijn gemaakt te verhalen op de veroorzaker(s) van de onduidelijkheid. Dit is waarschijnlijk niet de bedoeling van de wetgever.
Waarom wil Knooble normen vrij beschikbaar maken?
De missie van Knooble is 'het wereldwijd toegankelijk en bruikbaar maken van informatie over en ten behoeve van bouwprojecten'. Een belangrijk onderdeel hiervan is informatie over wetten, regels, voorschiften enzovoorts. Indien het mogelijk is normen beter of volledig te ontsluiten, als het even kan gratis, dan doet Knooble in haar ogen iets goeds. De wijze waarop normen op dit moment beschikbaar zijn en kunnen worden gebruikt is voor velen frustrerend. Er moet fors voor worden betaald plus er zijn, gebaseerd op het auteursrecht, diverse regels voor het gebruik. In de ideale situatie zijn de normen voor eenieder vrij toegankelijk. Knooble wil haar best doen dit, binnen de mogelijkheden van de wet, te bewerkstelligen.
Wat kunt u doen?
Door de petitie te 'tekenen' draagt u uw steentje bij aan het streven de situatie te verbeteren.
Eenieder heeft er baat bij
Alhoewel veel partijen zich keer op keer afvragen waarom (NEN) normen zoveel geld kosten, heeft niemand tot op heden het systeem echt onder de loep genomen. Wat zou er niet mooier zijn dan dat iedereen gewoon even op Internet kan kijken naar de norm voor het te leveren werk! Zo moet informatie beschikbaar zijn. De juridische aspecten van deze zaak zijn complex, de inzet is echter helder: eenieder in het bedrijfsleven zal er baat bij hebben als er duidelijk is over de toepasselijkheid van normen, de juridische status en … eenieder heeft er baat bij als normen vrij beschikbaar komen via internet.
Wij rekenen op uw steun!
Lees hier meer.
Vergelijkbare babyvoeding
Persbureau Novum bericht dat Kruidvat een kort geding heeft aangespannen tegen Nutricia. De reclame van Numico voor haar (prebiotische) babyvoeding zou misleidend zijn.
“Volgens Kruidvat stelt Nutricia in commercials ten onrechte dat de Europese Commissie toestemming heeft gegeven voor het gebruik van een zogenoemde prebiotische mix . "De Europese Commissie heeft zich steeds onthouden van het geven van enigerlei vorm van goedkeuring", meldt Kruidvat. Nutricia, onderdeel van Numico, zou daardoor oneerlijk concurreren. Kruidvat maakt vergelijkbare babyvoeding.
De uitspraak in het hoger beroep in deze lopende octrooi-inbreukzaak is uitgesteld, tot waarschijnlijk 16 november. Een woordvoerder van Kruidvat laat weten dat de zaken niets met elkaar te maken hebben.”
Lees hier meer
Verantwoorden voor het gebruik
Radiofreak bericht dat De VARA zich op 18 oktober voor de Rechtbank Amsterdam moet verantwoorden voor het gebruik (in het 3FM-programma Claudia d'r op) van geluidsfragmenten uit een interview met de band Coldplay van de website Toazted.nl.
"De interviews zijn uitgezonden in het radioprogramma alsof de omroep de maker was'', zegt directeur Frank Helmink van Toasted Media. Hij vindt dat de omroep inbreuk maakte op het auteursrecht en wil dat de naam van zijn bedrijf wordt genoemd. (…) “Volgens de VARA zijn de interviews voor iedereen vrij te gebruiken op grond van de voorwaarden van de website'', zegt Helmink.”
Lees hier meer.
Graantje mee pikken
(Pers)bericht, van zo te lezen de Merkplaats, op Emea Nieuws Netwerk: “Het is oorlog in dating-land. Easy Contact pleegt door middel van het zgn. page cloaking inbreuk op de merkrechten van Relatieplanet. Op deze onsportieve wijze probeert Easy Contact een graantje mee te pikken van de successen van Relatieplanet. (…) Easy Contact gebruikt het keyword relatieplanet. in haar webpagina’s. Dit zorgt ervoor dat zoekmachine’s, mensen ongewild naar de concurrent leiden. Hetgeen leidt tot aanzienlijke schade bij Relatieplanet.
Met het toepassen van deze werkwijze pleegt Easy Contact inbreuk op de bij de Merkplaats te Amsterdam neergelegde. merkrechten van Relatieplanet. Mr Ellens, advocaat bij Teurlings & Ellens Advocaten te Amsterdam, is inmiddels ingeschakeld om via een kort geding een einde te maken aan deze onoorbare praktijken.”
Lees hier meer.
Mogelijkheden om in te grijpen
In aansluiting op deze berichte, meldt o.a. nu.nl dat er voorlopig toch geen heffing op mp3-spelers komt. “Als de voorzitter van de Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding (SONT) wel al snel met zo'n heffing zou willen komen, zal het kabinet ingrijpen. "Ik heb me inmiddels georiënteerd op mogelijkheden om in te grijpen", zei minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie) dinsdag in de Tweede Kamer.
(…) Hirsch Ballin wees erop dat de onderhandelingen met de branche nog gaande zijn en er helemaal nog geen besluit is genomen. Met zijn aanpak te wachten op een standpunt van de Europese commissie sluit hij overigens aan bij die van zijn onlangs afgetreden voorganger Piet Hein Donner.”
Lees hier meer.
Deal met China
Het FD van vandaag bericht: “Deal met China over intellectueel eigendom. Nederland en China gaan nauwer samenwerken om de bescherming van intellectuele eigendomsrechten en de bewustwording hierover te verbeteren. Dat heeft minister van Economische Zaken, Karien van Gennip , dinsdag gezegd voorafgaand aan een seminar over intellectueel eigendom in Sjanghai.”
Ministerie van Economische Zaken
Persbericht
10 oktober 2006
Nauwere samenwerking Nederland en China bij handhaving intellectueel eigendom
Chinese en Nederlandse deskundigen op het gebied van intellectueel eigendom gaan
nauwer samenwerken om ervoor te zorgen dat de handhaving van intellectuele eigendomsrechten
in China verder verbetert en de bewustwording hierover toeneemt. Een goede IPR
(Intellectual Property Rights)-strategie en de invoering daarvan binnen Chinese
bedrijven kan China helpen een land van innovatie te worden. Dit hebben staatssecretaris
Karien van Gennip van Economische Zaken, Ruud Peters van Philips en de heer Chen
Zhixing, directeur van het Shanghai Intellectual Property Rights Agency (SIPA)
vandaag gezegd tijdens een persconferentie voorafgaand aan het seminar `Corporate
IPR Management´. Dit seminar, georganiseerd door deze drie partijen, vindt morgen
plaats in Shanghai.
China is in de afgelopen jaren overgegaan tot verregaande implementatie van wetgeving
op het gebied van intellectueel eigendom (IE). Bij economische vooruitgang speelt
innovatie van producten en diensten een belangrijke rol. Een goed intellectueel
eigendoms systeem is daarbij essentieel aangezien het bedrijven in staat stelt
hun investeringen in onderzoek en ontwikkeling terug te verdienen, bijvoorbeeld
door het verlenen van licenties aan andere bedrijven. Daarnaast zijn octrooien
openbaar waardoor anderen weer kunnen voortborduren op de gepubliceerde kennis.
Buitenlandse bedrijven zullen sneller investeren in China als zij er zeker van
zijn dat er een goed intellectueel eigendoms systeem aanwezig is. Hierbij is
van groot belang dat iedereen zich houdt aan de regels (`playing by the rules).
Bescherming en vooral handhaving van intellectuele eigendomsrechten zijn voorwaarden
voor innovatie. Een goed IPR-systeem is noodzakelijk om een gelijk speelveld voor
vrije wereldhandel te realiseren en een klimaat van vertrouwen en creativiteit
te laten ontstaan.
Nederland, dat al bijna een eeuw een solide intellectueel eigendomssysteem heeft,
ziet voor zichzelf een rol weggelegd om China te ondersteunen bij de invoering
van een IE-strategie binnen Chinese bedrijven. Tijdens het seminar zal het dan
ook vooral gaan om uitwisseling van kennis en ervaring met Chinese lokale bedrijven
en overheidsbeambten. Onderwerpen die op de agenda staan zijn: het internationale
IE speelveld, strategisch IE management binnen bedrijven en IE bescherming en
handhaving in China en Europa. Op het seminar zullen naast Chinese deskundigen
ook IE experts spreken van het Ministerie van EZ, de Europese Commissie, Philips
en DSM.
De staatssecretaris nodigde tevens een Chinese delegatie van SIPA uit naar Nederland
te komen om te laten zien hoe Nederland omgaat met intellectuele eigendomsrechten