Vacature: advocaat-medewerker octrooirecht bij Taylor Wessing
Taylor Wessing is voor de vestiging in Amsterdam of Eindhoven op zoek naar een advocaat-medewerker octrooirecht om het groeiende team te versterken. De praktijkgroep IP bestaat uit 14 specialisten werkzaam in de Amsterdamse, Eindhovense en Brusselse vestigingen. Binnen de praktijkgroep concentreren zij zich op vraagstukken op het gebied van octrooi-, merken-, modellen-, auteurs- en handelsnaamrecht.
De specialisten binnen deze sectie beschikken niet alleen over alle noodzakelijke juridische kennis op deze terreinen, maar hebben ook een bijzondere belangstelling voor innovatie, (bio)technologie en nieuwe media. Het sterk groeiende en goed aangeschreven octrooiteam houdt zich fulltime bezig met zaken op onder meer het gebied van life sciences, elektronica en mechanica.
Lees verder.
Vordering tot schadvergoeding afgewezen
Hof Amsterdam 4 mei 2021, IEF 19967, LS&R 1953; ECLI:NL:GHAMS:2021:1279 (NGen tegen All Capital) NGen beschikte over een octrooi op een technologie voor medische toepassingen. All Capital heeft krediet en een garantie aan NGen verstrekt voor de financiering van onderzoek naar nieuwe toepassingen voor die technologie. In de hoofdzaak die aan deze schadestaatprocedure is voorafgegaan, heeft de rechtbank geoordeeld dat All Capital jegens NGen toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen. In deze schadestaatprocedure heeft de rechtbank de vordering van NGen tot schadevergoeding afgewezen. De rechtbank heeft onder meer geoordeeld dat NGen onvoldoende heeft gesteld over het causaal verband tussen de vastgestelde tekortkomingen en de gestelde schade. In dit hoger beroep is opnieuw de vraag aan de orde of de vastgestelde tekortkomingen de gestelde schade hebben veroorzaakt en zo ja, tot welk bedrag. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.
Uitspraak ingezonden door Marcel de Zwaan en Corstiaan Kan, Bremer & De Zwaan.
Gebrek aan leemte in overeenkomst leidt niet tot een hogere royaltyvergoeding
Rechtbank Midden-Nederland 19 mei 2021, IEF 19965; ECLI:NL:RBMNE:2021:2233 (Eiseres tegen Unieboek) Eiseres heeft een Engelstalig boek naar het Nederlands vertaald en hier een vergoeding voor gekregen. Vanwege het succes van het boek is eiseres echter van mening dat de vergoeding niet in verhouding staat tot de opbrengsten van het boek. De rechter gaat mee in het argument van Unieboek (gedaagde), dat het succes voorzienbaar was en er dus geen sprake is van onvoorziene omstandigheden. Er is volgens de rechtbank geen sprake van een leemte in de overeenkomst en de destijds afgesproken vergoeding was marktconform. Het beroep van eiseres slaagt niet.
Uitspraak ingezonden door Eva van Heeringen, Stichting BREIN.
Forum met auteursrechtelijk beschermde werken moet inbreuk staken
Rechtbank Den Haag 18 februari 2021, IEF 19964; KG RK 21-192 (Brein tegen gerekwestreerden) BREIN heeft een stakingsverzoek ingediend bij de rechtbank. BREIN verzoekt de voorzieningsrechter om de staking van onrechtmatige inbreuk door gerekwestreerden te bevelen. Gerekwestreerden exploiteren een website waar zonder toestemming van de rechthebbenden auteursrechtelijk beschermde films, muziek en boeken te verkrijgen zijn. Volgens de voorzieningsrechter heeft BREIN een voldoende spoedeisend belang en ze wijst het ex-parte verbod toe op straffe van een dwangsom.
Inhoudsopgave Auteursrecht 2021-1
Inhoudsopgave Auteursrecht aflevering 1, 2021.
Editorial
1 Auteursrecht nieuwe stijl − Stef van Gompel en Marcel de Zwaan
Artikelen
3 ‘Non, non, rien n’a changé’: Over vergoedingsaanspraken voor makers uit hoofde van exploitatiecontracten − Stef van Gompel
10 De Richtlijn online omroepdiensten: een brug te kort − Heijo Ruijsenaars
20 Juridisch touwtrekken om een interface: bescherming van API’s in het licht van de zaak Google/Oracle − Arnoud Engelfriet
24 Elektronisch voldoen aan het aktevereiste van artikel 2 Aw − Noa Naaman
Uitspraak ingezonden door Tobias Cohen Jehoram, De Brauw Blackstone Westbroek.
Merk 'Impossible Burger' niet nietig verklaard door EUIPO
EUIPO 5 mei 2021, IEF 19962, IEFbe 3221; C 33 961 (Nestlé tegen Impossible Foods) Vervolg op [IEF 19227]. In juli 2018 heeft het Amerikaanse bedrijf Impossible Foods de 'Impossible Burger' op de markt gebracht. Dit is een plantaardige vervanger voor een hamburger. Later is Nestlé haar eigen vleesvervanger gaan uitbrengen, onder de naam 'Incredible Burger'. Impossible Foods vorderde van Nestlé dat zij deze vermeende merkinbreuk op haar Impossible Burger zou staken. De rechtbank stelde Impossible Foods hierbij in het gelijk. Als reactie hierop vordert Nestlé van het EUIPO dat het merk Impossible Burger nietig verklaard moet worden, omdat volgens haar er een publiek belang is bij het vrijhouden van deze termen voor gebruik. Het EUIPO is het hier echter niet mee eens en wijst de vordering van Nestlé af.
Pictoright en Appropriation Art
Onlangs heeft Pictoright een richtlijn over Appropriation Art gelanceerd. Pictoright neemt hierin het standpunt in dat ontleningskunst onder bepaalde voorwaarden moet kunnen, ook al kan gezegd worden dat dat dit strikt gezien niet altijd met de letter van de wet strookt. In de eerste Pictoright online special wordt de richtlijn vanuit verschillende invalshoeken belicht door o.a. interviews met Bart Rutten, Stef van Gompel en Ilvy Njiokiktjien
Mag het nou wel of niet, werk van anderen gebruiken voor een eigen kunstwerk? Andy Warhol deed het, Jeff Koons doet het nog steeds – en met hem vele anderen. Dat leidt regelmatig tot hoogoplopende geschillen, die tot in de rechtbank worden uitgevochten.
Uitspraak ingezonden door Gert-Jan van den Bergh en Auke van Hoek, Bergh Stoop & Sanders, en Berber Brouwer, Walden Grene.
HvJ EU verklaart Tinnus Enterprises niet-ontvankelijk
HvJ EU 5 mei 2021, IEF 19961, IEFbe 3220; ECLI:EU:C:2021:357 (Tinnus Entreprises tegen EUIPO en Koopman International) Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft Tinnus Enterprises niet-ontvankelijk verklaard in haar appel tegen de uitspraak van het Gerecht van de Europese Unie van 18 november 2020 [IEF 19589], waarin werd geoordeeld dat zowel de Invalidity Division als de Boards of Appeal van het EUIPO terecht de ongeldigheid hebben uitgesproken van de modelregistratie van Tinnus voor een waterballonvuller (fluid distribution equipment), omdat alle kenmerken van het model uitsluitend door de technische functie zijn bepaald. Tinnus heeft naar het inzicht van het Hof onvoldoende aangetoond dat in de hogere voorziening een vraag aan de orde is die van belang is voor de eenheid, de samenhang of de ontwikkeling van het recht van de Unie.
Vastgesteld wordt dat Tinnus zelf heeft erkend dat de vier afzonderlijke elementen van de ballonvuller – die waren beoordeeld als volledig technisch bepaald - wel degelijk de kenmerken van het uiterlijk vormden. Een verder nieuwheidsonderzoek was dus niet nodig. Voor zover werd gesteld dat de criteria van het arrest van 8 maart 2018, DOCERAM [IEF 17542] onjuist zouden zijn toegepast, heeft Tinnus nagelaten aan te geven welke criteria volgens haar onjuist zijn toegepast. Bovendien is niet door Tinnus aangegeven of er überhaupt een vraagstuk speelt dat van belang is voor de eenheid, de samenhang of de ontwikkeling van het recht van de Unie. Het verzoek om verdere behandeling wordt daarom afgewezen.
Lotte van Schuylenburch stapt over naar Boekx Advocaten
Per 1 mei heeft Lotte van Schuylenburch zich als advocaat aangesloten bij Boekx Advocaten. Lotte zal vooral de IE-praktijk van Boekx komen versterken. Daarnaast zal zij zich bezighouden met advisering over privacy en mediarecht.
Voordat Lotte bij Boekx in dienst trad was zij als advocaat verbonden aan de internationale kantoren DLA Piper en Simmons & Simmons. In die periode heeft Lotte ruime ervaring opgedaan met het adviseren en procederen in zaken over smaad en laster, merkinbreuken en privacybescherming.
Vier vragen aan Polo van der Putt
In een serie interviews stellen we graag een aantal vrouwen en mannen achter de deLex-platforms aan jullie voor. Als eerste: Polo van der Putt. Partner bij Vondst en vanaf het eerste uur betrokken bij IT en Recht. Hoog tijd voor een paar vragen.
U bent in 1996 begonnen in de advocatuur. Was u toen al direct actief binnen de IT-sector of is deze interesse pas later tot uiting gekomen?
Ja, ik ben meteen binnen de IT-praktijk gaan werken, maar het had ook net zo goed iets anders kunnen zijn. Ik werd wel direct gegrepen en heb de IT-praktijk nooit meer verlaten. Het leuke vind ik nog steeds de opwinding bij trajecten dat het allemaal beter gaat worden (al mislukt er natuurlijk wel heel erg veel). Tijdens mijn studie had ik overigens al IT-vakken gevolgd. Het inleidende vak was in feite een cursus Word en Excel. Bij het verdiepingsvak hebben we geprogrammeerd in een hogere programmeertaal. Doel was om een programma te schrijven dat een rechtsvraag kon oplossen. Dat was leuk. De docent vertelde vol trots dat, met de nodige subsidie, door de universiteit software was ontwikkeld om wetten te toetsen. Belangrijkste wapenfeit was dat die software een fout in de Wegenverkeerswet had gevonden. Als je die letterlijk las, mochten trams op de stoep rijden. Een blunder van jewelste, aldus de docent. Dat ik ondanks dit succesverhaal toch nog open stond voor de IT-praktijk mag eigenlijk een wonder heten.
Wat is de meest spraakmakende zaak die u heeft meegemaakt?