Doorlinken gevelbeheer.nl is geen handelsnaamgebruik
Hof Arnhem-Leeuwarden 26 mei 2015, IEF 14978; ECLI:NL:GHARL:2015:3735 (Gevelbeheer tegen Kozijnbeheer)
Uitspraak ingezonden door Douglas Mensink Henk Bethlehem, Micta. Gevelbeheer vordert staking van gebruik van sinds 2000 door Kozijnbeheer geregistreerde domeinnaam en emailadressen die eindigen op gevelbeheer.nl. Deze domeinnaam wordt gebruikt om door te linken naar kozijnbeheer.nl en de website bevat niet de term gevelbeheer, er is dus geen sprake van handelsnaamgebruik. Nu Kozijn Beheer zich ook daadwerkelijk bezig houdt met werkzaamheden aan gevels, heeft Kozijnbeheer een rechtens te respecteren belang bij het gebruik. De vorderingen worden afgewezen.
3.6 Centraal in dit hoger beroep staat de vraag of het gebruik van de domeinnaam gevelbeheer.nl onrechtmatig jegens Gevelbeheer is. De rechtmatigheid van de registratie van de domeinnaam gevelbeheer.nl is geen onderwerp van debat. Vaststaat dat de domeinnaam door Kozijn Beheer rechtsgeldig is geregistreerd. onduidelijk is, gelet op hetgeen Gevelbeheer onder grief VI aanvoert, of zij ter onderbouwing van haar vorderingen zich tevens op haar handelsnaamrechten beroept. Artikel 5 van de Handelsnaamwet (Hnw) verbied! kort gezegd, het voeren van een handelsnaam die reeds door een ander rechtmatig wordt gevoerd indien daardoor, in verband met de aard van de ondernemingen en hun vestigingsplaats, bij het publiek verwarring tussen beide ondernemingen te duchten is.
Vaststaat dat Gevelbeheer haar naam als handelsnaam voert. Kozijn Beheer bestrijdt dat zij de naam "gevelbeheer" als handelsnaam voert. Volgens Kozijn Beheer kan het doorlinken van de domeinnaam gevelbeheer.nl naar kozijnbeheer.nl niet als het voeren van een handelsnaam worden gekwalificeerd.
3.8 ln dit geval staat vast dat Kozijn Beheer uitsluitend onder die naam naar buiten treedt. Verder staat vast dat Kozijn Beheer de domeinnaam gevelbeheer.nl slechts gebruikt om een potentiële klant naar haar website kozijnbeheer.nl te leiden. Ook staat vast dat op de website van Kozijn Beheer de term "gevelbeheer" niet wordt gebruikt. Het hof is van oordeel dat onder deze omstandigheden geen sprake is van handelsnaamgebruik. Hierop stuiten de vorderingen, voor zover gegrond op de Handelsnaamwet, af.
3.12 Het hof overweegt als volgt. Het betoog van Gevelbeheer valt of staat met het door haar gestelde feit dat Kozijn Beheer de domeinnaam gevelbeheer.nl is gaan gebruiken op het moment dat Gevelbeheer bij het relevante publiek een zekere bekendheid had verworven. Dit door Kozijn Beheer weersproken feit wordt door Gevelbeheer niet nader onderbouwd, terwijl dit ingevolge artikel 150 Rv. op haar weg ligt. Gevelbeheer heeft van deze stelling ook geen bewijs aangeboden. Alleen al om die reden faalt haar betoog.
3.13 Ook de stelling van Gevelbeheer dat Kozijn Beheer door het gebruik van de domeinnaam gevelbeheer.nl de (potentiële) klanten van Gevelbeheer opzettelijk in de waan brengt met haar van te doen hebben, hetgeen naar het oordeel van het hof onrechtrnatig zou kunnen zijn, is door haar, gelet op de onderbouwde betwisting daarvan door Kozijn Beheer en het vaststaande feit dat Kozijn Beheer op haar website de naam "gevelbeheer" niet gebruikt, onvoldoende onderbouwd. Ook aan deze stelling gaat het hof dus voorbij.
3.14 Voor zover Gevelbeheer in het kader van artikel 6:162 BW zich nog op een algemene belangenafweging heeft willen beroepen, valt zonder nadere toelichting – die ontbreekt - niet in te zien dat haar belang bij het staken van de domeinnaam gevelbeheer.nl door Kozijn Beheer dient te prevaleren boven het belang van het gebruik van die domeinnaam door Kozijn Beheer. Het hof verwerpt in dit verband het betoog van Gevelbeheer dat Kozijn Beheer geen rechtens te respecteren belang heeft bij het gebruik van de domeinnaam gevelbeheer.nl, nu Kozijn Beheer zich ook daadwerkelijk bezig houdt met werkzaamheden aan gevels. De omstandigheid dat het woord "gevelbeheer" in het normale spraakgebruik en het Van Dale woordenboek niet voorkomt, acht het hof niet relevant omdat de samenstelling door de beschrijvende bestanddelen door het relevante publiek, zoals door Kozijn Beheer onweersproken is aangevoerd, zal worden opgevat als een omschrijving van de door Kozijn Beheer aangeboden werkzaamheden.
Op andere blogs:
DomJur
Uitspraak en samenvatting ingezonden door Katelijn van Voorst,
Websiteblocking. Rechtspraak.nl In deze zaak, waarin het gaat over website-blocking: een rechterlijk bevel tegen Ziggo en XS4ALL tot blokkade van toegang van haar abonnees tot in dit geval een BitTorrent indexsite, The Pirate Bay (TPB), concludeert de A-G in het principale cassatieberoep vragen van uitleg te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) over de vraag of TPB zelfstandig openbaar maakt en de reikwijdte van art. 26d Aw. De klachten over de door het Haagse hof aangelegde evenredigheids- en effectiviteitstoets van de gevraagde blokkademaatregel slagen. Dat geldt volgens de A-G ook voor de klacht over de subsidiaire onrechtmatigedaadsgrondslag. De klachten in het principale beroep over de bewijslastverdeling van art. 26d en het gebrek aan rekenschap door het hof van rechterlijke uitspraken in andere lidstaten van de EU die blokkering van TPB wel toestaan zijn tevergeefs voorgesteld. De klachten van de voorwaardelijk incidentele beroepen over de vraag of art. 26d Aw als rechtsgrondslag kan dienen voor de blokkade kunnen afhankelijk van het antwoord van het HvJEU op de gestelde vragen slagen. De klachten over de effectiviteit van die blokkade en de bezwaarlijkheid van de gevorderde maatregelen, waaronder grondrechtenafweging, kunnen niet tot cassatie leiden. Aan de beantwoording van de klacht van XS4ALL over de weigering door het hof van de te late IE-proceskostenspecificatietoepassing, wordt door de A-G in dit stadium nog niet toegekomen.
Kort geding tot teruggave van in beslag genomen en in bewaring gestelde goederen en tot aanpassing van de handelsnaam. Vorderingen gedeeltelijk toegewezen. verbod tot ondernemersactiviteiten binnen Groningen en Drenthe onder de genoemde handelsnaam met lettercombinatie "hout". Appellante klaagt dat de rechtbank niet heeft toegewezen haar primaire eis dat geïntimeerde geen naam mag voeren met daarin de lettercombinatie “[naam]”. Gesteld noch gebleken is voorts dat geïntimeerde een handelsnaam gebruikt. De lettercombinatie is voldoende onderscheidend ten opzichte van appellante en de belangen zijn vooralsnog voldoende veilig gesteld.
De gerenommeerde advocatenkantoren HOYNG MONEGIER en REIMANN OSTERRIETH KÖHLER HAFT (ROKH), beide gespecialiseerd in intellectuele eigendom, bundelen hun krachten en worden HOYNG ROKH MONEGIER. Dit is het resultaat van een bewezen, langdurige en gewaardeerde werkrelatie tussen de twee kantoren. We zullen in de loop van 2015 operationeel zijn.
AMI 2015-mei/juni

IER 2015
Als randvermelding. Wet op het financieel toezicht. Rectificatie. AFM heeft aan appellante een boete opgelegd wegens overtreding van de Wft. Appellante voert in hoger beroep met succes aan dat de overtreding niet door haar is begaan, en eist een rectificatie van de publicatie van het boetebesluit. Daar de Wft noch de Awb een grondslag biedt voor rectificatie van (onrechtmatige) publicatiebeslissingen kan het College niet ingaan op het verzoek om AFM te verplichten haar publicatie te rectificeren. Nu het primaire besluit zal worden herroepen is AFM op grond van artikel 8:80 Awb gehouden tot publicatie van deze uitspraak op overeenkomstige wijze als waarop zij het boetebesluit heeft gepubliceerd.
Auteursrecht. Beide partijen exploiteren een technisch projectenbureau welke zich richten op het aannemen van hooggekwalificeerde technische projecten. Clafis maakt bezwaar tegen diverse beweerdelijk misleidende reclame-uitingen; die wijst de voorzieningenrechter af. Enkel de mededelingen "wij hebben gekwalificeerde technici in dienst" en "ORANGE engineering is een onderdeel van de ORANGE Group" moeten van de website worden verwijderd . De auteursrechtelijke vordering wordt afgewezen. Een deel* van een vacaturetekst is overgenomen, maar dat voldoet niet aan het auteursrechtelijke oorspronkelijkheidsvereiste.