OHIM: documenten die bestaan bewijzen tezamen
OHIM Board of Appeal 27 september 2012, R 991/2011-3 (BS Studio A/S tegen Naturkram Giot aps) (vloerkleed)Modellenrecht. Bewijs. BS Studio is houder van het Gemeenschapsmodellenrecht 819 313-0008 voor 'vloerkleden gemaakt van vilten bolletjes'. Naturkram Giot aps heeft met succes de nietigheid van het model verzocht op basis van artt. 4 - 9 CDR. Het bewijs zou onvoldoende zijn om van nieuwheidsschadelijke openbaarmaking te kunnen spreken, omdat de foto's ongedateerd zijn en het niet mogelijk is gelijkenis aan te tonen met het modellenrecht.
Artikel 28(1)(b)(v) CDIR vraagt slechts om bewijs bestaande uit 'documents proving the existence of those earlier designs'.
14. Likewise, there are no provisions as to any compulsory form of evidence that must be furnished the Office, but it is clear from its wording that this list is not exhaustive (‘shall include the following’).
Onder verwijzing naar Heinz flacon T-450/08, worden de afbeelding uit de Sharda-folder, foto's van een expositie en een rekening gedateerd vóór de registratie van het model tezamen als voldoende bewijs aangenomen voor nieuwsheidsschadelijke prior design.
De verschillen in de specifieke rangschikking van de vilten balletjes geeft weinig betekenis aan de overall impression. De geïnformeerde gebruiker zal zich ervan bewust zijn dat de rangschikking het resultaat is van de verschillen in vormen van het uiteindelijke kleed. De beslissing wordt niet vernietigd.
21 Considered in their entirety, D1, D2 and D4 together prove that a rectangular rug made of multicoloured felt balls was disclosed within the meaning of Article 7(1) CDR prior to the filing date of the RCD.
26 The contested RCD is registered for rugs. Therefore, the informed user to be taken into account is he whoever habitually purchases rugs, puts them to their intended use and informs himself about the rugs available on the market by visiting furniture stores and browsing the Internet and the relevant catalogues.
Overall impression produced on the informed user30 The contested RCD and the prior design both show a rug made from a multitude of small, coloured felt balls with a random distribution of the different colours. They differ in that in the RCD the balls are arranged concentrically and in the prior design they are arranged in rows.
31 Both designs coincide in that they show a vividly coloured rug made of hundreds of small coloured felt balls. Taking into account the almost unlimited freedom of the designer in relation to rugs, the difference in the specific arrangement of the balls has only a minor impact on the overall impression produced by the designs. Moreover, the informed user will be aware that the different arrangements are the result of the differences in shape; a rectangular shape can only be obtained by arranging the balls in rows whereas a concentric arrangement will always result in a circular shape. As rightly held by the contested decision, the contested design therefore lacks individual character within the meaning of Article 6 CDR.
Op andere blogs:
Meubelrecht.nl (Wanneer moet je een product als model registreren? En wat zijn de vereisten voor modelbescherming?)
OHIM: nieuwheidsschadelijke exposure op de Keulenmesse
OHIM Board of Appeal 7 september 2012, R 335/2011-3 (Neves & Filhos tegen PAL Decoração) (deurklink)Om u volledig te berichten (hoewel slechts in het Spaans beschikbaar): Gemeenschapsmodellenrecht 001008676-0001 van houdster wordt vernietigd vanwege nieuwheidsschadelijke exposure door het model dat is getoond tijdens de Keulenmesse.
Eigen vertaling (r.o. 16): Er is geen bewijs dat de openbaarmaking door de auteur of een opvolger op de Keulenmesse te ondersteunen. Evenmin kan met zekerheid worden geconcludeerd dat de aanvrager de tekening in Keulen heeft getoond nadat hij "informatie door de contractant" heeft ontvangen of na deze actie.
Er staat niets vast om contact aan te tonen tussen de partijen voorafgaand aan de datum van Koelnmesse. Bovendien is de houder is niet gerechtvaardigd geen prioriteit voor de inschrijving van het model, en heeft niet aangetoond dat de oprichting of het bestaan van het ontwerp voor de data van de Keulenmesse.
OHIM: binnenkant van koekjes is niet beschermd
OHIM Board of Appeal 2 augustus 2012, R 914/2011-3 (Banketbakkerij Merba BV tegen Biscuits Poult Sas) (koekjes)Modellenrecht. Biscuits Poult SAS is houder van het Gemeenschapsmodellenrecht No 001114292-0001 voor ‘koekjes'.
Banketbakkerij Merba heeft om nietigheid van het model verzocht, maar niet gekregen, omdat het model niet nieuw zou zijn, het ontbreekt het individuele karakter en het gaat om een technische functie wanneer een koekje doorgesneden wordt gepresenteerd. Hiertoe worden prior design aangeboden. Het ontbreekt inderdaad aan een individueel karakter als de eerdere producten worden bekeken, de binnenkant van de koek moet zichtbaar zijn, maar in dit geval is dat slechts wanneer het product gebroken/opengemaakt wordt. De ruwe textuur, de kleur en de ronde vorm wijken niet af van de bekende oudere producten. Het model wordt vernietigd.
14 La titulaire a affirmé dans ses écrits que « la caractéristique principale du modèle [est] la couche de pâte à tartiner fondante étalée sur toute la longueur de l’intérieur du biscuit » et que le modèle de biscuit a été déposé brisé à moitié afin que ladite caractéristique soit « visible » (voir, notamment, la page 8 des observations annexées à la lettre du 28 avril 2010).
15 Ce faisant, la titulaire admet que la caractéristique principale de son modèle de biscuit n’est pas visible lors de l’usage normal puisque le produit doit être cassé pour que l’intérieur en soit révélé à la vue.
28 Si cet utilisateur est « averti », comme l’exige l’article 6 du RDC, c’est parce qu’il connaît ce type de produit pour en offrir ou en manger régulièrement. Il a donc acquis une certaine familiarité avec les produits et en connaît les caractéristiques.
29 Il ne fait guère de doute que le biscuit selon le modèle attaqué produit, sur un tel utilisateur, une impression générale qui ne diffère pas de celle que produirait chacune des antériorités envisagées. En effet, cette impression est largement dictée par la texture rugueuse du biscuit, sa couleur, les pépites et sa forme ronde. Ce sont des caractéristiques qui, on l’a vu précédemment, sont présentes aussi bien dans le modèle de biscuit attaqué que dans les antériorités.
OHIM: Salesman is geen geïnformeerde gebruiker
OHIM Board of Appeal 12 september 2012, R 172/2011-3 (The Automobile Association Ltd tegen Duncan Petersen Publishing Ltd) (folders)Modellenrecht. Bewijs door houder van modellenrecht. Salesman is geen geïnformeerde gebruiker. Wandelgids is een specius van folders. Duncan Petersen Publishing is de houder van het Gemeenschapsmodellenrecht No 1121404-001 voor ‘folders'. Bewijs: er is een witness statement ingediend van een salesmen, maar hij is geen geïnformeerde gebruiker (r.o. 30). De aangedragen prior design is een doos met combinatie van kaarten, waarvan een deel overeenstemd, maar er zijn verschillen. Het Gemeenschapsmerk bevat een één- en tweevoudig gevouwen kaart en een doorzichtig mapje en de prior design bevat meerdere eenvoudige kaarten (r.o. 34-35).
Het doorzichtige mapje dat kaarten gemakkelijk mee laat nemen en deze beschermd vallen door hun afwezigheid bij de prior design op en zullen niet over het hoofd gezien worden door de geïnformeerde gebruiker (36).
30 It follows that the ‘witness statements’ submitted by the design holder can have no bearing on the assessment of the overall impression produced on the informed user. Apart from the fact that Peter Clark as a salesman does not qualify as an informed user (see para. 25), the statements refer to walking guides only and hence to a category of products much narrower than that to which the contested RCD may be applied to.
34 The contested RCD and the prior design show a box with a combination of cards and have the following features in common: − A rectangular box; − A rectangular lid to fit the box; − A single card; − A three-fold card.
35 The differences consist in the following features: − The RCD contains a one-fold card, a two-fold card and a transparent sleeve; − The prior design contains numerous single cards.
36 In the overall impression the differences in the one-fold card, the two-fold card and the transparent sleeve are noticeable and will attract the informed user’s attention. They are features that are absent from the prior design and will not be overlooked by the informed user. A transparent sleeve to protect the cards makes their transport convenient and protects them from deterioration. Moreover, the contested decision rightly held that the difference between information printed on several cards or printed on a single, a one-fold or a two-fold card will not go unnoticed because it means dealing with one card instead of several.
OHIM: applicant gaf geen voorrangsinstructie
OHIM Board of Appeal 7 september 2012, R 2596/2011-3(Dellice Holding Ltd. vs Indowoods S.A.) (traphekje)
Modellenrecht. Procesrecht. Niet tijdig betalen fees. Dellice Holding Ltd. is de houder van het Gemeenschapsmodellenrecht No 469150-0005 voor een ‘traphekje'. De inschrijving was ongeldig door het gebrek aan een individueel karakter van het Gemeenschapsmodel. Het beroep wordt afgewezen vanwege het niet-betalen van proceskosten, noch gaf de applicant een voorrangsinstructie bij meerdere beroepen in geval van een betalingstekort:
17. The appellant’s request that it should be left at its discretion which of its three appeals should be deemed not having been filed is to be rejected. Fees have to be paid separately for each and every appeal and each time the due date and the consequence of non-payment or late payment have to be addressed separately. The Regulation and the President’s Decision proceed from the principle that fees are duly paid and do not provide for a specific order to be maintained where several fees are due at the same time and the funds are insufficient. In the case of several appeals being filed at the same time, the fees are debited in the chronological order in which the appeals are forwarded by the Registry of the Boards of Appeals to the Register & Fees Service. Accordingly, the appellant’s current account was debited first with the appeal fees for appeals R 2594/2011-3 and R 2595/2011-3. Also the appellant itself did not give any instructions in the notices of appeal as to which appeal should be given priority in the case of a deficiency of payment. [red. cursivering]
18. To conclude, no payment of the appeal fee was made within the prescribed timelimit or even later and the present appeal is deemed not to have been filed.
Kabinetsformatie en de IE/IT-praktijk
Brief van de informateurs Wouter Bos en Henk Kamp in de Kabinetsformatie 2012, Kamerstukken II 2012-2013, nr. 15.
In de bijlage staan wat aardige bulletpoints:
- Het auteursrecht wordt zo gemoderniseerd dat recht wordt gedaan aan de bescherming van creatieve prestaties zonder dat de gebruiksmogelijkheden voor consumenten in het gedrang komen.
- Het verdrag ter bestrijding van namaak (ACTA) krijgt in de huidige vorm geen steun.
- We moderniseren het kansspelbeleid. Online kansspelen, sportweddenschappen en pokerevenementen worden strikt gereguleerd. Het illegale aanbod aan kansspelen dringen we daarmee terug. Op de naleving van de aan de vergunning verbonden voorwaarden wordt strikt toegezien. Het aanbieden van gokspelen is geen kerntaak van de overheid, daarom wordt Holland Casino onder voorwaarden verkocht.
- We gaan digitaal procederen in het bestuursrecht mogelijk maken.
- De Raad van State wordt gesplitst in een rechtsprekend deel en een adviserend deel. Het rechtsprekende gedeelte wordt samengevoegd met de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.
- De privacytoezichthouder, het College Bescherming Persoonsgegevens, krijgt meer bevoegdheden, waaronder de bevoegdheid meer boetes uit te delen. Bij de bouw van systemen en het aanleggen van databestanden is bescherming van persoonsgegevens uitgangspunt. Daar hoort een zogenaamd privacy impact assessment (PIA) standaard bij. Inbreuken door de overheid zijn voorzien van een horizonbepaling en worden geëvalueerd.
- Bij nieuwe wetgeving wordt netneutraliteit strikt gehandhaafd.
Negen openbare reacties op internetconsultatie Richtlijn collectief beheer
Uit de VOI©Email nieuwsbrief: De internetconsultatie over de Richtlijn collectieve beheersorganisaties is op 19 oktober jl. gesloten. De reacties zijn inmiddels gepubliceerd. Doel van de internetconsultatie was de standpunten van Nederlandse belanghebbenden over bepaalde onderwerpen in deze richtlijn te inventariseren en zicht te krijgen op de verwachte effecten van de richtlijn voor de praktijk. De inventarisatie zal gebruikt worden om het Nederlandse standpunt voor de onderhandelingen in Brussel nader te bepalen.
De reacties, voor zover ze openbaar zijn, kunt u hieronder nalezen.
Deze standpunten zullen worden gebruikt om de Nederlandse positie voor de onderhandelingen in Brussel nader te bepalen.
Film Producenten Nederland,
RoDAP,
ABMD,
Buma/Stemra,
Platform Makers,
Consumentenbond,
FOBID Netherlands Library Forum,
NLkabel,
Kobalt Neighbouring Rights Ltd.
AIPPI World Congres Seoul Resoluties en bijzondere resolutie Unified Patent Court
Een bijdrage van Koen Bijvank, Voorzitter Nederlandse Groep van AIPPI.
Van 20 - 23 oktober vond het 43e World Congress van AIPPI plaats in Seoul. Ruim 25 leden van de Vereniging voor Intellectuele Eigendom (VIE), de Nederlandse groep van AIPPI, reisden daarvoor af naar Zuid-Korea.
De Nederlandse groep van AIPPI heeft in Seoul geprobeerd om het 47e Congres, dat in 2020 gehouden zal worden, naar Amsterdam te krijgen. Alle lobbypogingen van onze leden in Seoul ten spijt is dat niet gelukt. Het Congres in 2020 zal in Hangzhou in China plaatsvinden. Het bestuur dankt alle Korea-gangers voor hun steun voorafgaand en tijdens de stemming.
Tijdens het Congres zijn er vier nieuwe resoluties aangenomen naar aanleiding van de zgn. working questions:
Q229: The use of prosecution history in post-grant patent proceedings
Q230: Infringement of trademarks by goods in transit
Q231: The interplay between design and copyright protection for industrial product
Q232: The relevance of traditional knowledge to intellectual property law.
De teksten van deze resoluties zijn tot stand gekomen op basis van de rapporten die door de diverse nationale groepen zijn opgesteld en op basis van de debatten die in Seoul hebben plaatsgevonden.
Verder is er in Seoul een bijzondere resolutie aangenomen in verband met de vergaande ontwikkelingen naar een Unified Patent Court in Europa. AIPPI wil hiermee graag haar steentje aan de discussie bijdragen en proberen ervoor te zorgen dat het Europees Parlement zal meewerken aan een oplossing waarbij artikelen 6-8 uit de Verordening zullen blijven. Een en ander sluit mooi aan bij de discussiebijeenkomst die op 21 september jl. door de leden van de VIE is gevoerd bij OCNL.
In 2013 zal er weer een ExCo/FORUM zijn. Dit zal plaatsvinden in Helsinki van 5 – 11 september. Daar zullen wederom delegates van alle nationale groepen discussiëren over vier nieuwe vragen met de bedoeling daarvoor resoluties aan te nemen. De vragen die in Helsinki aan de orde zullen komen zijn:
Q233: Grace period for patents
Q234: Relevant public for determining the degree of recognition of famous marks, well-known marks and marks with reputation
Q235: Term of copyright protection
Q236: Relief in IP proceedings other than injunctions or damages
Leden van de VIE kunnen zich nu vast bij het secretariaat aanmelden voor deelname aan een werkgroep voor één of meer van de vragen. Zodra de working guidelines door het Bureau van AIPPI in Zwitserland zijn opgesteld, zullen de werkgroepen aan het werk kunnen.
Koen Bijvank
voorzitter
Secretariaat AIPPI Nederland
Over tweets, privacy en auteursrecht
Een bijdrage van Raymond Snijders, Linkedln
Een paar maanden geleden vroeg een Bekende Nederlander (dat moet je met hoofdletters schrijven zodat duidelijk wordt dat het wel wat meer gewicht in de schaal legt natuurlijk) via twitter zich af of het zo maar kon dat een krant enkele van zijn tweets overnam. Had hij geen auteursrecht op zijn tweets en moest die krant eigenlijk niet toestemming vragen voordat deze overging tot het zo maar overnemen ervan in een artikel?
Ook als ik de beginselen van de Auteurswet uitleg aan de hand van artikel 1, dan is het iedereen wel duidelijk dat zelf geschreven boeken of artikelen onder de definitie van een auteursrechtelijk beschermd werk vallen maar krijg ik wel af en toe de vraag hoe dat zit met zelf geschreven content op sociale netwerken of blogs. Voor blogs en de meeste sociale netwerken geldt dat het meestal gewoon onder de bescherming van de Auteurswet zal vallen maar dat, specifiek bij sociale netwerken zoals Facebook, de algemene voorwaarden waarschijnlijk al een brede licentie omvatten zodat Facebook jouw content mag hergebruiken. Zij hebben dan weliswaar niet het auteursrecht op jouw content -dat kun je alleen maar met een akte of overeenkomst overdragen- maar ze kunnen het wel hergebruiken voor eigen doeleinden, zoals reclame en promotie. Altijd die voorwaarden lezen dus.
Auteursrechtelijk beschermde tweets?
Tweets vallen in beginsel ook hieronder -en in de voorwaarden van twitter vind je bepalingen die een brede gebruikslicentie voor bepaalde doeleinden opeist- maar hebben wel last van het feit dat ze extreem kort zijn, namelijk maximaal 140 tekens. Om iets als (auteursrechtelijk beschermd) werk te kwalificeren is het criterium is dat het werk oorspronkelijk is (dus niet overgenomen of geretweet van een ander) en het stempel van de maker draagt (HR 4 januari 1991, NJ 1991, 608, Van Dale/Romme). Dat is bijzonder lastig om in 140 tekens te doen. Zakelijke en feitelijke tweets als ‘ik ga nu #bzv kijken’ of ‘ik moet echt aan de gang met die presentatie van volgende week’ vallen definitief niet onder het auteursrecht.
Citeren
Maar ja, ook al zou je al je creativiteit uit de kast halen en super originele tweets produceren aan de lopende band, dan nog zouden ze zonder problemen hergebruikt mogen worden onder het citaatrecht. Artikel 15a van de Auteurswet regelt dat een relevant deel van een werk overgenomen mag worden en voor een korte tekst als een tweet van max. 140 tekens betekent het gewoon dat de volledige tweet als citaat gebruikt mag worden. Zolang je dat met de vereiste bronvermelding doet natuurlijk.
Privacy
Heb je dan geen privacy met je tweets dan? Ja en nee. Hoewel tweets absoluut persoonsgegevens zijn en onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens vallen (ze zeggen namelijk wat over jou en dan wordt er geen onderscheid gemaakt tussen feitelijke gegevens zoals je naam en de meningen die je er op nahoudt zoals je tweets), gaat die bescherming van die wet echt niet op als je zelf die gegevens publiceert. Iedereen kan een twitteraccount nemen en jou volgen waarmee je zelf dus al je tweets openbaar maakt. Bescherming van je privacy hoef je van de wet in ieder geval dan niet te verwachten en hergebruik van je tweets is dan ook geen enkel probleem.
Slotje, of bezint eer gij begint
Wil je maximale controle over je privacy en je tweets, dan heb je bij twitter de optie om een slotje te zetten op je account en je tweets af te schermen. Tweets verschijnen dan niet meer in de publieke timeline en goedgekeurde volgers zullen dan je privacy (moeten) respecteren en niet zo maar je tweets herpubliceren. Gebeurt dat echter alsnog dan heb je nog steeds weinig middelen bij de hand om hier wat aan te doen. Schending van de privacy is dan wel onrechtmatig maar het is geen strafbaar feit waardoor je zelf naar de rechter moet gaan om aan te tonen dat je schade hebt geleden. Die je wilt verhalen op diegene die je tweets geherpubliceerd heeft. Tenzij je echt hele gevoelige informatie gedeeld hebt zal dat extreem moeilijk blijken.
En daar zit nou net de grens en het criterium van het gezond verstand want als je je zorgen maakt over je privacy en je rechten op je tweets, dan kun je je beter afvragen wat je op twitter te zoeken hebt. Deel geen informatie op twitter en doe daar geen uitspraken die je ook niet tijdens een familiefeestje zou doen. Als je iets vertrouwelijks wilt houden, zet die informatie dan niet op een sociaal netwerk. Doe net alsof de hele wereld mee kan lezen met wat je op zo’n sociaal netwerk zet want dat is precies wat er kan gebeuren.
Achteraf discussiëren over privacy of auteursrecht heeft weinig zin, daar kun je zelf beter vooraf aan denken.
@ foto: mecredis via photopin cc
Verder lezen: Auteursrechtelijk beschermde Twitterberichten (Arnoud Engelfriet) // Werken en het auteursrecht erop (Iusmentis.com)
Handeling in België, inbreuk op Duits merk en/of octrooi?
Prejudiciële vragen aan HvJ EU 31 juli 2012, in zaak C-360/12 (Coty Prestige Lancaster Group/First Note Perfumes NV)
Prejudiciële vragen gesteld door het Duitse Bundesgerichtshof, Duitsland.
IPR. EEX. Merkenrechtvariant: Als resultaat van een handeling in België, kan dat als een inbreuk op een merk in Duitsland gelden?
1. Dient artikel 93, lid 5, van verordening (EG) nr. 40/942 aldus te worden uitgelegd dat in een lidstaat (lidstaat A) een inbreuk is gepleegd in de zin van artikel 93, lid 5, van verordening (EG) nr. 40/94 wanneer door een handeling in een andere lidstaat (lidstaat B) is deelgenomen aan de in eerstgenoemde lidstaat (lidstaat A) gepleegde inbreuk?
2. Dient artikel 5, lid 3, van verordening (EG) nr. 44/2001 aldus te worden uitgelegd dat het schadebrengende feit zich in een lidstaat (lidstaat A) heeft voorgedaan wanneer de onrechtmatige daad waarop de procedure betrekking heeft of waarop aanspraken worden gebaseerd in een andere lidstaat (lidstaat B) is verricht en in de deelneming aan de in eerstgenoemde lidstaat (lidstaat A) gepleegde onrechtmatige daad (basisdelict) bestaat?
Vraag aan HvJ EU 15 augustus 2012, in zaak C-387/12 (Hi Hotel HCF SARL tegen Uwe Spoering)
BGH 28 juni 2012, I ZR 35/11 (Hi Hotel HCF SARL tegen Spoering)
Prejudiciële vraag gesteld door het Duitse Bundesgerichtshof, Duitsland.
IPR. EEX. Onrechtmatige daad/Octrooirechtvariant: Als resultaat van een handeling in België, kan dat als een inbreuk op een octrooi in Duitsland gelden? Ook op PatLit, 1709blog.
Dient artikel 5, lid 3, van verordening (EG) nr. 44/2001 aldus te worden uitgelegd dat het schadebrengende feit zich in een lidstaat (lidstaat A) heeft voorgedaan wanneer de onrechtmatige daad waarop de procedure betrekking heeft of waarop aanspraken worden gebaseerd, in een andere lidstaat (lidstaat B) is gesteld en in de deelneming aan de in eerstgenoemde lidstaat (lidstaat A) gepleegde onrechtmatige daad (basisdelict) bestaat?