DOSSIERS
Alle dossiers

Rechtspraak  

IEF 23880

Uitspraak ingezonden door Laurens van den Nouweland, de Merkplaats.

Eindstation voor theorientexpress.nl: treinrestaurant moet domeinnaam overdragen aan ORIENT EXPRESS

WIPO 17 sep 2026, IEF 23880; DNL2026-0023 (Orient Express tegen Administratiekantoor Zen), https://ie-forum.nl/artikelen/eindstation-voor-theorientexpress-nl-treinrestaurant-moet-domeinnaam-overdragen-aan-orient-express

WIPO Geschillenbeslechter, 17 september 2026, IEF 23880; DNL2026-0023 (Orient Express tegen Administratiekantoor Zen). Dit geschil tussen Orient Express en Administratiekantoor Zen gaat om een klein restaurant in Nederland met twee kamers die zijn ingericht als restauratiecoupé. De website stond onder de domeinnaam theorientexpress.nl, en het restaurant heette eerst "The Oriënt Express Dining Experience". Orient Express is tegenwoordig onderdeel van de hotelgroep ACCOR en biedt nog altijd luxe treinreizen aan. De naam is als merk beschermd in de hele Europese Unie. Toen Orient Express de website ontdekte, stuurde zij de eigenaar een brief met het verzoek het gebruik van de naam te staken en de domeinnaam over te dragen. De restauranthouder paste de naam van zijn zaak aan naar "The Oriënt Dining Experience". De domeinnaam wilde hij echter houden, tenzij hij er iets voor terugkreeg: twee kaartjes voor de Venice-Simplon-Orient-Express van Amsterdam naar Wenen of Venetië. Orient Express ging er niet op in. De zaak kwam terecht bij de geschillenregeling van SIDN. Om een domeinnaam op deze manier over te laten dragen, moet de merkhouder aantonen dat aan drie eisen is voldaan: de domeinnaam is gelijk aan het merk of lijkt er zo op dat verwarring kan ontstaan, de huidige houder heeft zelf geen recht op of goede reden voor de domeinnaam en de domeinnaam is te kwader trouw geregistreerd of wordt te kwader trouw gebruikt. De eerste eis was snel afgehandeld. Het woordje "the" voor het merk en het ontbrekende koppelteken maken geen verschil: het merk ORIENT EXPRESS is in de domeinnaam herkenbaar. Bij de tweede eis voerde de restauranthouder zijn belangrijkste verweer. De Orient Express is volgens hem een historisch en cultureel begrip, dat al lang bestond voordat de huidige eigenaar het merk had. Bovendien bood hij een restaurant aan en geen treinreizen, dus niemand zou in verwarring raken.

IEF 23857

WIPO: geen kwade trouw bij registratie thescentstories.com

WIPO 18 aug 2026, IEF 23857; D2026-2697 (Red Matter Holdings Inc. (d/b/a MiN NEW YORK) tegen Anirudh Jhawar, The Scent Stories), https://ie-forum.nl/artikelen/wipo-geen-kwade-trouw-bij-registratie-thescentstories-com

WIPO 18 augustus 2026, IEF 23857; IEFbe 4317; D2026-2697 (Red Matter Holdings Inc. (d/b/a MiN NEW YORK) tegen Anirudh Jhawar, The Scent Stories). Red Matter Holdings, exploitant van het luxe parfumhuis MiN NEW YORK, verzoekt op grond van de Uniform Domain Name Dispute Resolution Policy (UDRP) om overdracht van de domeinnaam <thescentstories.com>. Red Matter gebruikt SCENT STORIES sinds 2013 voor een parfumcollectie en beschikt over een Amerikaanse merkregistratie voor SCENT STORIES uit 2014. De Indiase verweerder exploiteert onder de naam THE SCENT STORIES een multibrand parfumerie en registreerde de betwiste domeinnaam op 3 november 2025. Daarnaast beschikt hij sinds 10 oktober 2025 over een Indiase merkregistratie voor THE SCENT STORIES. Volgens Red Matter stemt de domeinnaam verwarringwekkend overeen met haar oudere merk en is deze te kwader trouw geregistreerd en gebruikt om internetgebruikers voor commercieel gewin naar een concurrerende parfumwinkel te leiden. Het WIPO-panel stelt vast dat SCENT STORIES volledig in de domeinnaam is opgenomen en dat de toevoeging van “the” niet verhindert dat sprake is van verwarringwekkende overeenstemming. Daarmee is aan het eerste vereiste van paragraaf 4(a) UDRP voldaan. Of verweerder rechten of legitieme belangen bij de domeinnaam heeft, laat het panel in het midden, omdat de klacht reeds op het vereiste van registratie en gebruik te kwader trouw strandt.

IEF 23849

Uitspraak is ingezonden door Mustafa Kahya, BG.legal.

Merkinbreuk door gebruik ‘The Future Looks Bright’ naast woordmerk BRIGHT voorshands niet aannemelijk

Rechtbank Noord-Holland 18 sep 2026, IEF 23849; C/15/381964 / KG ZA 26-519 (PXR en Bright [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/merkinbreuk-door-gebruik-the-future-looks-bright-naast-woordmerk-bright-voorshands-niet-aannemelijk

Rb. Noord-Holland 18 september 2026, IEF 23849; C/15/381964 (PXR en Bright tegen [gedaagde]). PXR is houder van het Benelux-woordmerk BRIGHT, dat onder meer is ingeschreven voor het organiseren van beurzen en congressen, en Bright gebruikt dit merk met toestemming van PXR. Gedaagde gebruikt sinds 2024 de aanduiding ‘The Future Looks Bright’ voor door hem georganiseerde evenementen en heeft die aanduiding tevens als handelsnaam en domeinnaam geregistreerd. PXR en Bright vorderen in kort geding staking van dit gebruik wegens merkinbreuk. De voorzieningenrechter verwerpt eerst het verweer dat het merk wegens niet-gebruik vervalbaar is. PXR en Bright hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat BRIGHT in de afgelopen vijf jaar voor onder meer beurzen en evenementen is gebruikt, zodat onvoldoende aannemelijk is dat het BBIE de ingestelde vervalvordering wegens non-usus integraal zal toewijzen. Bij de beoordeling van art. 2.20 lid 2 onder b BVIE stelt de voorzieningenrechter vast dat BRIGHT en ‘The Future Looks Bright’ gedeeltelijk visueel, auditief en begripsmatig overeenstemmen, dat het teken in het economisch verkeer wordt gebruikt en dat sprake is van voldoende overeenstemmende diensten. Beide partijen gebruiken hun teken respectievelijk merk immers voor het organiseren van beurzen en evenementen die mede verband houden met de energiesector en energietransitie. Toch acht de voorzieningenrechter voorshands onvoldoende aannemelijk dat een bodemrechter verwarringsgevaar zal aannemen. BRIGHT bestaat uit één gangbaar Engels woord, terwijl ‘The Future Looks Bright’ een volledige en gangbare Engelse zin vormt. Het merk BRIGHT heeft wel onderscheidend vermogen voor de betrokken diensten, maar het gebruik van een bestaand woord brengt volgens de voorzieningenrechter een beperktere beschermingsomvang mee dan bij een fantasienaam. Daarbij komt dat PXR en Bright hun evenementen met name aanduiden met benamingen waarin BRIGHT vooraan staat, zoals BrightLive, Bright Night en Bright Energy Party, terwijl het gemeenschappelijke bestanddeel in ‘The Future Looks Bright’ juist aan het einde van de zin staat. Ook is tot dan toe geen concrete verwarring gebleken, terwijl merk en teken al enige tijd naast elkaar worden gebruikt. De primaire grondslag van art. 2.20 lid 2 onder b BVIE slaagt daarom niet.

IEF 23747

Werkelijke advocaatkosten toegewezen na overdracht domeinnaam tijdens kort geding

Rechtbank Limburg 14 jul 2026, IEF 23747; ECLI:NL:RBLIM:2026:6960 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/werkelijke-advocaatkosten-toegewezen-na-overdracht-domeinnaam-tijdens-kort-geding

Rb. Limburg 14 juli 2026, IEF 23747; IT 5434; ECLI:NL:RBLIM:2026:6960 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak oordeelt de voorzieningenrechter over de proceskosten nadat [eiseres] haar oorspronkelijke inhoudelijke vorderingen heeft ingetrokken. [gedaagde] is de voormalige partner van [eiseres] en heeft in het verleden werkzaamheden verricht ten behoeve van de onderneming van [eiseres], waaronder het bouwen en beheren van haar website. [gedaagde] heeft op enig moment de feitelijke controle over de domeinnaam, website, hostingomgeving en zakelijke e-mailomgeving van [eiseres] naar zich toe getrokken, [eiseres] de toegang daartoe ontzegd en vervolgens haar website offline gehaald. [eiseres] vordert oorspronkelijk, naast vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten, onder meer dat [gedaagde] wordt bevolen de controle over en toegang tot de domeinnaam, website, hostingomgeving en zakelijke e-mailomgeving aan haar terug te geven en de daarvoor noodzakelijke medewerking te verlenen, op straffe van een dwangsom. Nadat de procedure aanhangig is gemaakt, herstelt [gedaagde] op 28 juni 2026 de toegang tot de zakelijke mailbox en zet hij de website weer online. Op 29 juni 2026 draagt hij ook de domeinnaam aan [eiseres] over. [eiseres] trekt daarop haar inhoudelijke vorderingen in, zodat uitsluitend haar vordering tot vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten resteert. [gedaagde] verschijnt niet in de procedure.

IEF 23744

CWO en HISWA maken onrechtmatig gebruik van software en databank door KNWV onvoldoende aannemelijk

Rechtbank Midden-Nederland 30 jun 2026, IEF 23744; ECLI:NL:RBMNE:2026:4185 (CWO en Hiswa tegen KNWV en [handelsnaam]), https://ie-forum.nl/artikelen/cwo-en-hiswa-maken-onrechtmatig-gebruik-van-software-en-databank-door-knwv-onvoldoende-aannemelijk

Rb. Midden-Nederland 30 juni 2026, IEF 23744; IT 5430; ECLI:NL:RBMNE:2026:4185 (CWO en Hiswa tegen KNWV en [handelsnaam]). CWO, HISWA en KNWV werkten jarenlang samen aan een uniform systeem voor watersportopleidingen en -diploma’s. Nadat binnen CWO een impasse was ontstaan, beëindigde KNWV in 2025 de samenwerking en bracht zij haar opleidingen onder bij de Watersport Academy, waarbij gebruik werd gemaakt van de door NWD ontwikkelde diplomalijn. CWO en HISWA stelden dat KNWV en de ontwikkelaar [handelsnaam] daarbij onrechtmatig handelden, onder meer door gebruik te maken van het voor CWO ontwikkelde softwareprogramma en de CWO-database. Zij beriepen zich op een exclusief gebruiksrecht en een non-concurrentiebeding uit overeenkomsten met [handelsnaam]. De voorzieningenrechter acht echter onvoldoende aannemelijk dat die bedingen daadwerkelijk tussen partijen zijn overeengekomen. De overgelegde overeenkomsten waren concepten, waren niet ondertekend en uit latere correspondentie bleek dat partijen daarover nog onderhandelden. CWO en HISWA kunnen nakoming daarvan daarom niet afdwingen. Ook het beroep op het databankenrecht leidt niet tot een verbod. KNWV betwistte niet dat zij de CWO-database eenmalig had gekopieerd, maar voor een verboden opvraging of hergebruik is volgens de voorzieningenrechter van belang of daardoor schade kan ontstaan aan de investering van de producent in de databank. CWO en HISWA maakten onvoldoende aannemelijk dat deze eenmalige kopie hun financiële terugverdiencapaciteit aantastte. Daardoor kan in het midden blijven of sprake is van een beschermde databank en of KNWV, gelet op haar investering van € 150.000, daarvan mogelijk medeproducent is.

IEF 23690

Concurrent moet gebruik van sterk overeenstemmende handelsnaam voor elektrische tweewielers staken

Rechtbank Den Haag 19 jun 2026, IEF 23690; ECLI:NL:RBDHA:2026:17794 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/concurrent-moet-gebruik-van-sterk-overeenstemmende-handelsnaam-voor-elektrische-tweewielers-staken

Rb. Den Haag 19 juni 2026, IEF 23690; ECLI:NL:RBDHA:2026:17794 ([eiser] tegen [gedaagde]). Een ondernemer die elektrische fietsen, scooters en steppen verkoopt, vorderde in kort geding dat een later opgerichte concurrent het gebruik van een sterk overeenstemmende handelsnaam en domeinnaam zou staken. De concurrent voerde aan dat niet zij, maar een zustervennootschap de onderneming onder de bestreden naam dreef. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer. De domeinnaam stond geregistreerd op naam van de gedaagde en via de bijbehorende website werden onder de bestreden naam fatbikes aangeboden. Mede gelet op de groepsstructuur, de gemeenschappelijke indirect bestuurder en een wijziging van de domeinnaamregistratie kort na de oprichting van de gedaagde, acht de voorzieningenrechter voorshands voldoende aannemelijk dat zij onder die naam aan het handelsverkeer deelnam. Ook acht hij voldoende aannemelijk dat de eiser zijn handelsnaam al vóór de start van de concurrerende onderneming voerde. De oudere handelsnaam is volgens de voorzieningenrechter niet zuiver beschrijvend, omdat uit de naam niet direct of indirect blijkt welke producten of diensten worden aangeboden, en heeft daarom onderscheidend vermogen.

IEF 23574

Geen merkinbreuk, wel onrechtmatige domeinregistraie: 123led-domeinen moeten worden overgedragen

Rechtbank Den Haag 6 mei 2026, IEF 23574; ECLI:NL:RBDHA:2026:11031 ((Digital Revolution c.s. tegen Ledstores c.s.) ), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-merkinbreuk-wel-onrechtmatige-domeinregistraie-123led-domeinen-moeten-worden-overgedragen

Rb. Den Haag 6 mei 2026, IEF 23574: ECLI:NL:RBDHA:2026:11031 (Digital Revolution c.s. tegen Ledstores c.s.). In deze zaak tussen Digital Revolution c.s. (afzonderlijk: Digital Revolution en 123Led) en Ledstores Europe B.V. c.s. staat de registratie van een reeks domeinnamen met de aanduiding “123led” centraal. Digital Revolution exploiteert sinds 2014 de webwinkel 123led.nl en is houder van het Uniemerk 123LED. Ledstores c.s., die hun activiteiten onder meer via led24-webshops ontplooien, hebben eind 2023 in één keer achttien domeinnamen geregistreerd met daarin de aanduiding “123led”, waaronder verschillende landextensies. Een deel van deze domeinnamen werd gebruikt voor doorverwijzing naar eigen webshops, terwijl andere domeinnamen te koop werden aangeboden. Digital Revolution stelt dat sprake is van domeinnaamkaping en misbruik van bevoegdheid. De rechtbank volgt dat standpunt en oordeelt dat het in de gegeven omstandigheden maatschappelijk onbetamelijk is om op deze schaal domeinnamen te registreren die overeenstemmen met de naam van een directe concurrent die al jarenlang actief is op de markt. Daarbij weegt mee dat geen plausibele verklaring is gegeven voor de registratie en dat de handelwijze van Ledstores c.s. Digital Revolution belemmert in haar online aanwezigheid. De rechtbank kwalificeert de registratie van de domeinnamen als onrechtmatig.

IEF 23552

Rb. Midden-Nederland: Mijndomein niet aansprakelijk voor hogere kosten ‘premium’ domeinnaam

Rechtbank Midden-Nederland 15 apr 2026, IEF 23552; ECLI:NL:RBMNE:2026:1893 ([eiser] tegen Mijndomein), https://ie-forum.nl/artikelen/rb-midden-nederland-mijndomein-niet-aansprakelijk-voor-hogere-kosten-premium-domeinnaam

Rb. Midden-Nederland 15 april 2026, IEF 23552; ECLI:NL:RBMNE:2026:1893 ([eiser] tegen Mijndomein). De kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft de vorderingen afgewezen van een domeinnaamhouder die stelde dat Mijndomein B.V. een overeenkomst was aangegaan om de verhuizing en instandhouding van zijn domeinnaam voor €110,96 per jaar te verzorgen. Nadat eiser via de website van Mijndomein een verhuizing van de domeinnaam had aangevraagd, ontving hij bericht dat sprake was van een “premium” domeinnaam waarvoor jaarlijkse registratiekosten van €2.299 golden. Eiser vorderde aanvankelijk levering van de domeinnaam tegen het basistarief en wijzigde later zijn eis in een verklaring voor recht dat de bindende jaarprijs €110,96 bedroeg. De kantonrechter liet verschillende laat ingediende stukken en een omvangrijke eiswijziging buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde, onder meer vanwege de omvang, ongeordendheid en het te late moment van indiening. Omdat de domeinnaam inmiddels al aan eiser was geleverd, ontbrak bovendien belang bij de oorspronkelijke leveringsvordering.

IEF 23545

Kantonrechter: blokkade domeinnamen gerechtvaardigd wegens onbetaalde hostingfacturen

Rechtbank Midden-Nederland 22 apr 2026, IEF 23545; ECLI:RBMNE:2026:2141 (([eiser] tegen [gedaagde])), https://ie-forum.nl/artikelen/kantonrechter-blokkade-domeinnamen-gerechtvaardigd-wegens-onbetaalde-hostingfacturen

Rb. Midden-Nederland 22 april 2026, IEF23545; IT5268; ECLI:RBMNE:2026:2141 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak staat een geschil centraal tussen een webhosting- en onderhoudsbedrijf ([eiser]) en een ondernemer ([gedaagde]) over onbetaalde facturen voor technisch websiteonderhoud, webhosting, domeinregistratie en e-mailhosting. Tussen partijen bestond een overeenkomst op grond waarvan [eiser] technisch onderhoud verrichtte aan de websites van [gedaagde] en daarnaast zorgde voor webhosting, domeinregistratie en e-mailhosting. Volgens [eiser] waren drie facturen – na een gedeeltelijke betaling op één daarvan – onbetaald gebleven, voor een totaalbedrag van € 373,97. Later vermeerderde [eiser] haar eis met een vierde factuur voor domeinregistratie na de datum waarop de overeenkomst was ontbonden. [gedaagde] erkende een deel van de facturen verschuldigd te zijn, maar voerde onder meer aan dat een abonnement al in februari 2024 zou zijn opgezegd en dat sommige facturen hem nooit hadden bereikt. De rechtbank oordeelt dat niet is komen vast te staan dat de vermeende opzeggingsbrief [eiser] daadwerkelijk heeft bereikt. Daarbij verwijst de kantonrechter naar artikel 3:37 lid 3 BW, waarin is bepaald dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring pas werking heeft zodra deze de geadresseerde heeft bereikt. Omdat [gedaagde] niet kon aantonen dat de opzegging was verzonden of ontvangen, liep de overeenkomst door en bleef hij de abonnementskosten verschuldigd. Ook het verweer dat facturen niet zouden zijn ontvangen slaagt niet, nu de facturen later alsnog per e-mail zijn toegestuurd en ontvangst daarvan niet werd betwist. De kantonrechter oordeelt vervolgens dat [gedaagde] na het verstrijken van de in de aanmaningen en ingebrekestellingen genoemde termijnen in verzuim is geraakt, zodat wettelijke handelsrente verschuldigd is. Verder stond vast dat [gedaagde] ondanks herhaalde aanmaningen en ingebrekestellingen een betalingsachterstand had laten ontstaan. De kantonrechter acht die tekortkoming ernstig genoeg om ontbinding van de overeenkomst te rechtvaardigen. Daarbij weegt mee dat [eiser] al sinds 2016 correspondeerde over onbetaalde facturen en dat ook na juridisch advies geen volledige betaling volgde.

IEF 23517

BREIN dwingt blokkade af van illegaal gameplatform

Rechtbank Rotterdam 4 feb 2026, IEF 23517; ECLI:NL:RBROT:2026:3464 (BREIN tegen DFN), https://ie-forum.nl/artikelen/brein-dwingt-blokkade-af-van-illegaal-gameplatform

Rb. Rotterdam 4 februari 2026, IEF 23517; ECLI:NL:RBROT:2026:3464 (BREIN tegen DFN). In dit kort geding vordert Stichting BREIN dat internetprovider Delta Fiber Nederland de toegang blokkeert tot een website die op grote schaal illegale Nintendo Switch-games aanbiedt via downloadlinks. Het platform bevat een omvangrijke catalogus en maakt auteursrechtelijk beschermde werken gratis toegankelijk voor gebruikers.