Rechtspraak  

IEF 23421

Geen IE-bescherming voor verwarmde handschoenen; model vernietigd en eerder gelegd beslag deels opgeheven

Rechtbank Den Haag 11 feb 2026, IEF 23421; ECLI:NL:RBDHA:2026:6647 (Comfort Products tegen Heat Performance), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-ie-bescherming-voor-verwarmde-handschoenen-model-vernietigd-en-eerder-gelegd-beslag-deels-opgeheven

Rb. Den Haag 11 februari 2026, IEF 23421; ECLI:NL:RBDHA:2026:6647 (Comfort Products tegen Heat Performance). De rechtbank wijst alle vorderingen van Comfort Products af in haar geschil met Heat Performance over verwarmde handschoenen. Comfort Products beriep zich op een ingeschreven Gemeenschapsmodel voor haar Dual Heated Gloves Pro (DHG Pro), op auteursrecht, op haar Uniewoordmerk BERTSCHAT en subsidiair op slaafse nabootsing. Het model houdt echter geen stand. De rechtbank oordeelt dat Comfort Products de eerdere Single Heated Gloves Pro al op 24 oktober 2020 zonder voorbehoud op haar website aan het algemene publiek had aangeboden, dus vóór het begin van de twaalfmaands respijttermijn die terugrekent vanaf de depotdatum van 4 februari 2022. Die eerdere openbaarmaking is daarom nieuwheidsschadelijk. Dat oordeel wordt niet anders doordat de DHG Pro technisch is doorontwikkeld, omdat technische verschillen die niet zichtbaar zijn geen rol spelen bij de modelrechtelijke beoordeling. Uiterlijk verschilt de DHG Pro volgens de rechtbank alleen op een ondergeschikt punt van de oudere handschoen, namelijk de vormgeving van de aan/uitknop; daardoor wekken beide handschoenen bij de geïnformeerde gebruiker dezelfde algemene indruk. Het model wordt daarom in reconventie nietig verklaard. Ook het beroep op auteursrecht faalt: de DHG Pro is geen werk in de zin van art. 10 Aw, omdat de door Comfort Products aangewezen kenmerken, zoals stiksel, klittenbandsluiting, label, manchetlengte en knop, volgens de rechtbank banaal, triviaal of functioneel bepaald zijn, terwijl de interne verwarming volledig technisch bepaald en bovendien niet zichtbaar is. Het beroep op merkinbreuk strandt eveneens, omdat Comfort Products onvoldoende heeft onderbouwd dat Heat Performance het merk BERTSCHAT zelf als zoekterm in Google-advertenties gebruikte; Heat Performance had dat gemotiveerd betwist met een verklaring over keyword insertion en de invloed van zoekgeschiedenis. Ook de subsidiaire grondslag van slaafse nabootsing slaagt niet, omdat Comfort Products onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat de DHG Pro een eigen gezicht op de relevante markt heeft.

IEF 23396

Gerecht bevestigt afwijzing nietigheidsverzoek tegen Uniemodel voor verlichtingsarmatuur

Gerecht EU (voorheen GvEA) 10 dec 2025, IEF 23396; ECLI:EU:T:2025:1099 (LTV Leuchten & Lampen Vertriebs GmbH tegen EUIPO en XAL GmbH), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-afwijzing-nietigheidsverzoek-tegen-uniemodel-voor-verlichtingsarmatuur

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23396; IEFbe 4154; ECLI:EU:T:2025:1099 (LTV Leuchten & Lampen Vertriebs GmbH tegen EUIPO en XAL GmbH). In zaak T-82/25 stond een beroep centraal tegen een beslissing van de Derde Kamer van Beroep van het EUIPO inzake een verzoek tot nietigverklaring van een ingeschreven Uniemodel voor een verlichtingsarmatuur. LTV had de nietigheid ingeroepen op grond van artikel 25, lid 1, onder b, van Verordening nr. 6/2002, gelezen in samenhang met de artikelen 5 en 6, en stelde dat het model niet nieuw was en geen eigen karakter had in het licht van een aantal oudere modellen. De nietigheidsafdeling wees het verzoek af omdat LTV de openbaarmaking van die oudere modellen onvoldoende had aangetoond in de zin van artikel 7, lid 1, van Verordening nr. 6/2002. Ook wees zij de verzoeken af tot onderzoeksmaatregelen, waaronder het horen van getuigen, een deskundigenonderzoek en een mondelinge behandeling. In beroep bij het EUIPO diende LTV daarnaast nieuwe stukken in: bijlage AL werd meegenomen omdat die betrekking had op een al eerder ingeroepen ouder model, maar bijlagen AB tot en met AK bleven buiten beschouwing omdat zij oudere modellen bevatten die niet al in het oorspronkelijke nietigheidsverzoek waren aangevoerd.

IEF 23388

Rechtbank Den Haag: HP krijgt grotendeels gelijk in modelzaak over remanufactured cartridges

Rechtbank Den Haag 11 mrt 2026, IEF 23388; ECLI:NL:RBDHA:2026:5091 (HP tegen Digital Revolution), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-den-haag-hp-krijgt-grotendeels-gelijk-in-modelzaak-over-remanufactured-cartridges

Rb. Den Haag 11 maart 2026, IEF 23388; ECLI:NL:RBDHA:2026:5091 (HP tegen Digital Revolution). In deze bodemprocedure stonden Hewlett-Packard Development Company, L.P. en Digital Revolution B.V. tegenover elkaar over ingeschreven Uniemodellen voor printercartridges. HP stelde in conventie dat Digital Revolution met de verhandeling van remanufactured cartridges via haar webshop inbreuk maakte op die modellen en vorderde onder meer een EU-breed verbod, opgave en rekening en verantwoording, afgifte van voorraad, recall, schadevergoeding en nevenvoorzieningen. Digital Revolution vorderde in reconventie nietigverklaring van de modellen. De rechtbank oordeelt eerst dat cartridges, ook als zij zouden gelden als onderdelen van een samengesteld voortbrengsel, bij normaal gebruik zichtbaar blijven, omdat de eindgebruiker de cartridges zelf plaatst en vervangt. Het beroep op de techniekexceptie van artikel 8 lid 1 UModVo slaagt slechts gedeeltelijk: diverse kenmerken zijn uitsluitend technisch bepaald, maar de afgeronde hoek aan de voor-/bovenzijde niet. Dat kenmerk kan daarom bijdragen aan nieuwheid en eigen karakter. Op die basis acht de rechtbank Model 340 en de betrokken 422-modellen geldig, omdat Digital Revolution daarvoor geen relevant vormgevingserfgoed had aangevoerd. De 298-modellen worden daarentegen nietig verklaard op grond van artikel 86 lid 1 onder a jo. artikel 25 lid 1 onder b UModVo, omdat zij ten opzichte van de 422-modellen geen andere algemene indruk wekken en daarom niet nieuw zijn en geen eigen karakter hebben. Die nietigverklaring wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

IEF 23349

Rechtbank Den Haag wijst IE-vorderingen tegen fatbikeverkoper grotendeels toe wegens inbreuk op merken-, model- en auteursrechten

Rechtbank Den Haag 4 mrt 2026, IEF 23349; ECLI:NL:RBDHA:2026:4366 (La Souris c.s. tegen Gedaagden), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-den-haag-wijst-ie-vorderingen-tegen-fatbikeverkoper-grotendeels-toe-wegens-inbreuk-op-merken-model-en-auteursrechten

Rb. Den Haag 4 maart 2026, IEF 23349; ECLI:NL:RBDHA:2026:4366 (La Souris c.s. tegen Gedaagden). In dit vonnis staat een handhavingsgeschil op het gebied van het intellectuele-eigendomsrecht centraal tussen La Souris c.s. en Fatbike Discounter c.s. La Souris verkoopt onder meer fatbikes via een webshop en fysieke winkels in Nederland en België en is houdster van verschillende merkregistraties voor fietsen, waaronder de Uniemerken DON SOURIS, eFather, CROSSBOSS en DonTail, en het Beneluxmerk CAPO. De Chinese fabrikant Qingmai is houdster van het geregistreerde Uniemodel voor de V20-fatbike. La Souris is wederverkoper van Qingmai, licentiehouder van de model- en auteursrechten op de V20-fatbike en bevoegd om die rechten te handhaven. Gedaagden boden via hun website onder het teken UNDERBOSS drie fatbikes aan: de UNDERBOSS H9 PRO + GPS, de UNDERBOSS Z8 Pro + GPS en de UNDERBOSS V20 PRO + GPS. Op de H9-fatbike en de V20 Underboss Fatbike was het teken UNDERBOSS ook op de afneembare accu aangebracht. Nadat La Souris gedaagden bij brief van 15 juli 2025 had gesommeerd de verhandeling te staken, bleef een reactie uit. Gedaagden zijn wel in de procedure verschenen, maar hebben na onttrekking van hun advocaat geen verweer meer gevoerd. De rechtbank behandelt de zaak daarom als een vonnis op tegenspraak met verstektoets en acht de vorderingen, behoudens enkele onderdelen, niet onrechtmatig of ongegrond. Zij verklaart zich internationaal en relatief bevoegd voor de Uniemerk- en Uniemodelvorderingen met werking voor de gehele Europese Unie, en voor de auteursrechtelijke en Benelux-merkvorderingen voor Nederland op grond van verknochtheid.

IEF 23307

Uitspraak ingezonden door Daan Breuking en Annelotte Boot, Holla.

Secrid vs Pularys: slechts twee van de vijf betwiste Pularys‑wallets leveren modelinbreuk op, geen auteursrechtinbreuk of slaafse nabootsing

Hof Den Haag 20 feb 2026, IEF 23307; 200.345.513/01 (Tomasz Chwilowicz, (voorheen) h.o.d.n. Jaguar Tomasz Chwilowicz, Jaguar en Pularys tegen Secrid B.V.), https://ie-forum.nl/artikelen/secrid-vs-pularys-slechts-twee-van-de-vijf-betwiste-pularys-wallets-leveren-modelinbreuk-op-geen-auteursrechtinbreuk-of-slaafse-nabootsing

Hof Den Haag 20 februari 2026, IEF 23307; 200.345.513/01 (Tomasz Chwilowicz, (voorheen) h.o.d.n. Jaguar Tomasz Chwilowicz, Jaguar en Pularys tegen Secrid B.V.). In deze zaak staat Secrid, producent van de Miniwallet en Slimwallet met ingeschreven Benelux-modellen, tegenover de Poolse ondernemer Chwilowicz, die onder de naam Pularys verschillende kaarthouder-portemonnees (Viking, Nordic, Vegan, Yoga en later Hugo) online aanbiedt. Secrid vorderde in kort geding primair een Benelux-breed verbod wegens inbreuk op haar twee geregistreerde kaarthoudermodellen en subsidiair een Nederlands verbod wegens auteursrechtinbreuk en slaafse nabootsing, plus opgave- en nevenvorderingen, alles versterkt met dwangsommen en een volledige proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag oordeelde dat alle vijf Pularys-modellen inbreuk maakten op de modelrechten van Secrid en wees de vorderingen toe, met veroordeling van Chwilowicz in de proceskosten (IEF 22147). In hoger beroep komt Chwilowicz op met veertien grieven: tegen de feitenvaststelling, tegen de modelrechtelijke beoordeling, tegen de subsidiaire auteursrechtelijke en slaafse‑nabootsingsgronden, tegen de proceskosten en tegen de ruime formulering van het verbod. Het hof vernietigt het vonnis grotendeels. Waar de voorzieningenrechter nog vijf producten als inbreukmakend aanmerkte, oordeelt het hof dat slechts twee portemonnees, Viking en Vegan, inbreuk opleveren. Ten aanzien van de Nordic, Hugo en Yoga worden de vorderingen afgewezen. Het hof benadrukt daarbij dat bij de beoordeling van de algemene indruk niet alleen de buitenzijde, maar ook de binnenzijde moet worden betrokken, nu het modeldepot beide zijden omvat en de binnenzijde bij normaal gebruik zichtbaar is. Juist omdat de cardprotector en diverse kenmerken daarvan technisch bepaald zijn en reeds tot het vormgevingserfgoed behoren, is de ontwerpvrijheid binnen deze productcategorie beperkt en kan de buitenzijde op zichzelf, gelet op dat erfgoed, waarschijnlijk geen sterk onderscheidend karakter dragen. Het hof aanvaardt bovendien expliciet dat bij de afbakening van de beschermingsomvang, anders dan bij de geldigheidsbeoordeling, rekening mag worden gehouden met bekende elementen uit het vormgevingserfgoed (het zogenoemde ‘mozaïeken’).

IEF 23296

Geen IE-bescherming voor ‘brandblusser’-waterfles

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 jan 2026, IEF 23296; ECLI:NL:RBZWB:2026:521 (BHV-Specialist tegen 101BHV), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-ie-bescherming-voor-brandblusser-waterfles

Rb. Zeeland-West-Brabant 7 januari 2026, IEF 23296; ECLI:NL:RBZWB:2026:521 (BHV-Specialist tegen 101BHV). In dit kort geding stond de vraag centraal of BHV-Specialist model- en auteursrechtelijke bescherming toekwam voor haar rood uitgevoerde RVS-waterfles met brandblusser-look en of 101BHV daarop inbreuk maakte, dan wel zich schuldig maakte aan slaafse nabootsing. De voorzieningenrechter oordeelt dat het ingeschreven Beneluxmodel geen nieuwheid en geen eigen karakter heeft in de zin van art. 3.1 BVIE. De cilindervormige dubbelwandige RVS-fles, de rode kleur en de brandblusser-uitstraling behoren tot het vormgevingserfgoed. Ook de grafische en tekstuele opdruk (vlam-icoon, stappenplan en woordspelingen als “Thirst Aid”) mist voldoende onderscheidend vermogen; het betreft een uitwerking van een onbeschermde stijl, waarbij eenvoudige teksten en gangbare pictogrammen geen andere algemene indruk wekken bij de geïnformeerde gebruiker dan reeds bestaande vormgeving.

IEF 23244

Geen inbreuk op Uniemodel Longchamp-tas: technisch bepaalde kenmerken en voldoende eigen karakter

Belgische gerechten 13 jan 2026, IEF 23244; (Cassegrain tegen Vadigran NV), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-inbreuk-op-uniemodel-longchamp-tas-technisch-bepaalde-kenmerken-en-voldoende-eigen-karakter

Hof van beroep Brussel 13 januari 2026, IEF 23244; IEFbe 4094; 2018/AR/957 (Cassegrain tegen Vadigran NV). Het Hof van beroep Brussel oordeelt dat Vadirgan NV met haar hondenpoepzakhouders geen inbreuk maakt op het Uniemodel van Jean Cassegrain SAS (Longchamp) voor de bekende Le Pliage-tas. Het hof bevestigt zijn internationale bevoegdheid op grond van de Uniemodelverordening en verklaart zowel het principaal als het incidenteel hoger beroep ontvankelijk. Bij de beoordeling van de vermeende inbreuk stelt het hof voorop dat op grond van art. 8 lid 1 UMV geen bescherming toekomt aan kenmerken die uitsluitend door hun technische functie worden bepaald. De door Cassegrain aangevoerde overeenkomsten – waaronder de flap met drukknop, de globale vorm en de wijze van afsluiting – zijn volgens het hof functioneel noodzakelijk voor het betrokken product en daardoor uitgesloten van modelrechtelijke bescherming. Voor zover sprake is van niet-technische elementen, oordeelt het hof dat deze bij de geïnformeerde gebruiker geen overeenstemmende algemene indruk wekken, mede gelet op verschillen in formaat, verhoudingen, context van gebruik en marktpositionering. Van modelinbreuk is daarom geen sprake.

IEF 23234

Uitspraak ingezonden door Hidde Koenraad, Boekx Advocaten.

Opheffingskortgeding over beslag op BMW-voertuigen na brand op de Fremantle Highway

Hof Den Haag 20 jan 2026, IEF 23234; ECLI:NL:GHDHA:2026:55 ([appellant ] c.s. tegen BMW), https://ie-forum.nl/artikelen/opheffingskortgeding-over-beslag-op-bmw-voertuigen-na-brand-op-de-fremantle-highway

Hof Den Haag 20 januari 2026, IEF 23234; ECLI:NL:GHDHA:2026:55 ([appellant ] c.s. tegen BMW). Het hof beslist in hoger beroep in een opheffingskortgeding dat het door BMW gelegde conservatoire beslag tot afgifte op BMW-voertuigen afkomstig van de Fremantle Highway niet wordt opgeheven. De appellanten hadden 260 voertuigen gekocht; BMW had beslag gelegd op 253 voertuigen (246 bij Womy en 7 bij 3B Exclusief). Het hof stelt voorop dat in kort geding moet worden afgestemd op een bodemuitspraak over hetzelfde geschilpunt tussen dezelfde partijen, behoudens kennelijke misslag of zodanig gewijzigde omstandigheden dat de bodemrechter anders zou hebben beslist. Dat afstemmen is hier leidend, omdat de rechtbank in de bodemprocedure op 30 juli 2025 [IEF 22842] reeds (samengevat) voor recht heeft verklaard dat (de meeste) appellanten inbreuk maakten op BMW’s Unie-merken en -modellen door het aanbieden/verhandelen/voorraad houden/in- of uitvoeren van de voertuigen, met een inbreukverbod, opgave, recall en een bevel tot afgifte ter vernietiging (niet uitvoerbaar bij voorraad), terwijl één vennootschap ([appellant 3]) van die bevelen werd uitgezonderd omdat zij niet betrokken werd geacht. Tegen deze achtergrond bekrachtigt het hof in de kern het eerdere kortgedingvonnis van 15 juli 2024 [IEF 22134] waarin de vorderingen tot opheffing van het beslag waren afgewezen en in reconventie een verbod/opgave/recall was toegewezen.

IEF 23220

Geen gebrek aan eigen karakter bij verpakkingsontwerp voor levensmiddelen

Gerecht EU (voorheen GvEA) 14 jan 2026, IEF 23220; ECLI:EU:T:2026:15 (Froneri Bulgaria EOOD tegen EUIPO en Daesef AD), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-gebrek-aan-eigen-karakter-bij-verpakkingsontwerp-voor-levensmiddelen

Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23220; ECLI:EU:T:2026:15 (Froneri Bulgaria EOOD tegen EUIPO en Daesef AD). Op 1 april 2021 diende Froneri Bulgaria EOOD een verzoek tot nietigverklaring in van een geregistreerd EU-model van Daesef AD. Het ontwerp betreft verpakkingen die vallen onder klasse 09.03 van de Overeenkomst van Locarno, waaronder dozen met deksels, verpakkingen voor levensmiddelen, flexibele openingscontainers en ijsdozen. Het verzoek was gebaseerd op het ontbreken van nieuwheid en eigen karakter in de zin van respectievelijk artikel 5, lid 1, onder b, en artikel 6, lid 1, onder b, van Verordening nr. 6/2002. De nietigheidsafdeling van het EUIPO wees dit verzoek af, waarna Froneri beroep instelde bij de Raad van Beroep en vervolgens bij het Gerecht. Wat betreft het beroep op het ontbreken van eigen karakter voerde Froneri twee hoofdargumenten aan. Ten eerste stelde zij dat de Raad van Beroep de productcategorie waarop het ontwerp betrekking heeft onjuist had vastgesteld. Volgens Froneri had de Raad de categorie nader moeten aanduiden door expliciet te verwijzen naar ijsdozen. Het bezwaar had derhalve niet betrekking op een uitsluiting van ijsdozen, maar op de wijze waarop de productcategorie was omschreven. Ten tweede stelde Froneri dat de Raad van Beroep de algemene indruk van het betwiste ontwerp onvoldoende onderscheidend had beoordeeld ten opzichte van eerdere ontwerpen. Het Gerecht verwerpt het eerste argument en oordeelde dat Froneri niet heeft aangetoond dat de Raad van Beroep een beoordelingsfout had gemaakt bij het bepalen van de toepasselijke productcategorie. Volgens het Gerecht heeft de Raad terecht geoordeeld dat het ontwerp bedoeld was voor dozen met deksels en verpakkingen voor levensmiddelen.

IEF 23200

Geen minimum aan creatieve activiteit vereist voor gemeenschapsmodellen

HvJ EU 18 dec 2025, IEF 23200; ECLI:EU:C:2025:983 (Deity Shoes, S.L. tegen Mundorama Confort, S.L., Stay Design, S.L.,), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-minimum-aan-creatieve-activiteit-vereist-voor-gemeenschapsmodellen

Hof van Justitie EU 18 december 2025, IEF23200; IEFbe 4079; ECLI:EU:C:2025:983 (Deity Shoes tegen Mundorama Confort, S.L., Stay Design, S.L.). In dit modelrechtelijke geschil heeft Deity Shoes een vordering ingesteld tegen Mondurama Confort en Stay Design wegens vermeende inbreuk op ingeschreven en niet-ingeschreven gemeenschapsmodellen voor schoenmodellen. Mondurama Confort en Stay Design hebben hiertegen een reconventionele vordering in tot nietigverklaring ingesteld. Zij stellen dat de modellen van Deity Shoes niet voldoen aan de voorwaarden inzake nieuwheid en eigen karakter, omdat Deity Shoes zich slechts zou beperken tot de verkoop van producten die worden aangeboden door Chinese leveranciers. De Juzgado de lo Mercantil nr. 1 te Alicante heeft het Hof van Justitie verzocht om uitleg van de artikelen 4 tot en met 6 en 14 van Verordening (EG) nr. 6/2002, in het bijzonder over de voorwaarden voor modelrechtelijke bescherming.