Hof bevestigt onrechtmatig handelen door ex-partner ondernemer via lasterlijke e-mails
Hof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2025, IEF 23054; ECLI:NL:GHARL:2025:6528 ([appellante], MaMoMo c.s. tegen [geïntimeerde]). [geïntimeerde] en [partner appellante] hadden in het verleden een zakelijke en affectieve relatie. [partner appellante] is inmiddels gehuwd met [appellante]. Sinds 2019 zijn er meer dan dertig gerechtelijke procedures gevoerd tussen [geïntimeerde] enerzijds en [partner appellante], zijn bedrijven en later ook [appellante] anderzijds, grotendeels naar aanleiding van beschuldigingen aan het adres van [geïntimeerde]. De onderhavige zaak draait om de vraag of [appellante] en haar vennootschappen MaMoMo c.s. onrechtmatig hebben gehandeld jegens [geïntimeerde]. De rechtbank Overijssel oordeelde van wel en legde [appellante] en MaMoMo c.s. een uitingsverbod op, onder dwangsom (ECLI:NL:RBOVE:2023:2423). [appellante] stelt in hoger beroep dat het vonnis vernietigd moet worden; [geïntimeerde] vordert in incidenteel appel juist een ruimer uitingsverbod.