Alle rechtspraak  

IEF 23728

HvJ EU: fictief oprichtingsjaar kan luxemerk misleidend maken

HvJ EU 26 mrt 2026,, IEF 23728; ECLI:EU:C:2026:250 (Fauré Le Page Maroquinier en Fauré Le Page Paris tegen Goyard ST-Honor), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-fictief-oprichtingsjaar-kan-luxemerk-misleidend-maken

HvJ EU 26 maart 2026, IEF 23728; ECLI:EU:C:2026:250 (Fauré Le Page Maroquinier en Fauré Le Page Paris tegen Goyard ST-Honoré). In deze zaak beantwoordt het Hof van Justitie prejudiciële vragen over de uitleg van artikel 3, eerste lid, onder g, van Richtlijn 2008/95 en meer bepaald over de vraag of een merk misleidend kan zijn wanneer een daarin opgenomen jaartal bij het relevante publiek ten onrechte de indruk wekt van eeuwenoud vakmanschap en daardoor van een bijzondere kwaliteit en prestigieus imago van de betrokken waren. Maison Fauré Le Page handelde sinds 1716 in Parijs in onder meer wapens, munitie en lederaccessoires, maar werd in 1992 ontbonden. Fauré Le Page Paris werd in 2009 opgericht, verwierf datzelfde jaar het Franse woordmerk Fauré Le Page en vroeg in 2011 twee Franse merken met de aanduiding Fauré Le Page Paris 1717 aan voor onder meer lederwaren, koffers en handtassen. Concurrent Goyard vordert nietigverklaring van deze merken wegens hun misleidende karakter. Na verwijzing verklaart het cour d’appel de Paris de merken nietig, omdat de aanduiding Paris 1717 de indruk wekt dat de onderneming sinds 1717 onafgebroken actief is en het vakmanschap van de historische onderneming aan de huidige onderneming is overgedragen. Voor consumenten van luxe lederwaren zou dit een garantie voor kwaliteit en prestige vormen en hun aankoopbeslissing kunnen beïnvloeden. De Fauré Le Page-vennootschappen voeren in cassatie aan dat de vermeend onjuiste informatie slechts betrekking heeft op de merkhouder en niet op een kenmerk van de waren. De Cour de cassation legt daarop prejudiciële vragen voor aan het Hof. 

IEF 23726

Geen algemeen stakingsbevel, wel afgifte gegevens achter frauduleuze F1-ticketwebsites

Rechtbank Den Haag 30 jul 2026,, IEF 23726; ECLI:NL:RBDHA:2026:21021 (Formula 1 Companies tegen Metaregistrar en Mijndomein), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-algemeen-stakingsbevel-wel-afgifte-gegevens-achter-frauduleuze-f1-ticketwebsites

Rb. Den Haag 30 juli 2026, IEF 23726; IT 5397; ECLI:NL:RBDHA:2026:21021 (Formula 1 Companies tegen Metaregistrar en Mijndomein). In dit kort geding constateren de Formula 1 Companies dat via verschillende websites niet-bestaande tickets voor het FIA Formula One World Championship worden aangeboden en daarbij zonder toestemming gebruik wordt gemaakt van hun FORMULA 1- en F1-merken. Nadat een consument voor € 2.600 aan tickets voor de Grand Prix van Monza heeft betaald zonder deze te ontvangen, ontdekken de Formula 1 Companies meerdere vergelijkbare websites. De websites vertonen sterke overeenkomsten in vormgeving en contactgegevens en gebruiken onder meer gefingeerde namen. Mijndomein is hostingprovider van de betrokken websites en heeft bemiddeld bij de registratie van de domeinnamen, waarvoor Metaregistrar als registrar is ingeschakeld. Na verschillende notice-and-takedownverzoeken haalt Mijndomein de betrokken websites offline, maar weigeren gedaagden de identificerende gegevens van de domeinnaamhouders te verstrekken. De Formula 1 Companies vorderen in kort geding onder meer staking van de dienstverlening als tussenpersoon en verstrekking van de identificerende gegevens van de domeinnaamhouders.

IEF 23716

EU-wijd ex parte verbod tegen verhandeling van Volkswagen ID.6 wegens merkinbreuk

Rechtbank Den Haag 26 jun 2026,, IEF 23716; ECLI:NL:RBDHA:2026:19391 (verzoekster tegen gerekwestreerden), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/eu-wijd-ex-parte-verbod-tegen-verhandeling-van-volkswagen-id-6-wegens-merkinbreuk

Rb. Den Haag 26 juni 2026, IEF 23716; ECLI:NL:RBDHA:2026:19391 (verzoekster tegen gerekwestreerde). Volkswagen Aktiengesellschaft verzocht de voorzieningenrechter om een onmiddellijk verbod tegen een in Nederland gevestigde of woonachtige gerekwestreerde. Volgens Volkswagen maakte de gerekwestreerde met auto’s van het type Volkswagen ID.6 inbreuk op de in randnummer 8 van het verzoekschrift genoemde merken. Omdat de gerekwestreerde in Nederland was gevestigd of woonde, achtte de voorzieningenrechter zich bevoegd om over de gestelde inbreuk in de gehele Europese Unie te oordelen. Voorshands bestond geen reden om aan de geldigheid van de ingeroepen rechten te twijfelen en was de gestelde inbreuk voldoende aannemelijk gemaakt. Gelet op het spoedeisende belang en de mate van aannemelijkheid van de inbreuk bestond voldoende grond om het verbod toe te wijzen zonder de gerekwestreerde vooraf te horen.

IEF 23715

EU-wijd ex parte verbod wegens inbreuk op Uniemerken en Uniemodel van Philips

Rechtbank Den Haag 29 jun 2026,, IEF 23715; ECLI:NL:RBDHA:2026:19388 (verzoekster tegen gerekwestreerden), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/eu-wijd-ex-parte-verbod-wegens-inbreuk-op-uniemerken-en-uniemodel-van-philips

Rb. Den Haag 29 juni 2026, IEF 23715; ECLI:NL:RBDHA:2026:19388 (verzoekster tegen gerekwestreerden). Koninklijke Philips N.V. verzocht de voorzieningenrechter op grond van artikel 1019e Rv om een onmiddellijk verbod tegen een in Nederland woonachtige ondernemer en een Chinese vennootschap. Philips stelde dat de in het verzoekschrift omschreven producten inbreuk maakten op de in randnummer 5 genoemde Uniewoordmerken en het in randnummer 6 genoemde model. De voorzieningenrechter achtte zich bevoegd om voor de gehele Europese Unie over de gestelde inbreuk te oordelen. Voorshands bestond geen reden om aan de geldigheid van de ingeroepen rechten te twijfelen en had Philips de gestelde inbreuk voldoende aannemelijk gemaakt. Dit voorlopige oordeel kwam tot stand na een summier onderzoek waarbij alleen Philips was gehoord. Gelet op de aannemelijkheid van de inbreuk en het spoedeisende belang bestond voldoende grond om het verbod zonder voorafgaand verhoor van de gerekwestreerden toe te wijzen.

IEF 23706

Hof bevestigt verbod op gebruik van solcasino.io wegens merkinbreuk

Antilliaanse Gerechten 16 jun 2026,, IEF 23706; ECLI:NL:OGHACMB:2026:188 (XYZ Entertainment tegen Galaktika en Unionstar), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-bevestigt-verbod-op-gebruik-van-solcasino-io-wegens-merkinbreuk

Gemeenschappelijk Hof van Justitie 16 juni 2026, IEF xxx; ECLI:NL:OGHACMB:2026:188 (XYZ Entertainment tegen Galaktika en Unionstar). In dit kort geding verzetten Galaktika en Unionstar zich tegen het gebruik van de domeinnaam <solcasino.io> door XYZ Entertainment voor het aanbieden van online casinodiensten. Galaktika beschikt sinds 2020 in Curaçao over het woordmerk SOL en een beeldmerk met de woordelementen SOL CASINO. Unionstar beschikt over een bij het EUIPO geregistreerd beeldmerk en woordmerk SOL CASINO. De voorgangster van XYZ lanceert de domeinnaam <solcasino.io> in december 2021, waarna XYZ deze overneemt en gebruikt voor haar online casinodiensten. Nadat Galaktika c.s. XYZ sommeren het gebruik te staken, registreert Galaktika in december 2024 ook het woordmerk SOL CASINO in Curaçao. Het Gerecht beveelt XYZ iedere inbreuk op de rechten van Galaktika c.s. op het woord- en beeldmerk SOL CASINO, in het bijzonder door het gebruik van <solcasino.io>, te staken. Het wijst de reconventionele vorderingen van XYZ om Galaktika c.s. het gebruik van SOL CASINO en verzoeken aan Google tot verwijdering van solcasino.io te verbieden af.

IEF 23704

WIPO wijst klacht over nexperia-semi.com af wegens complex concernconflict

WIPO 24 jun 2026,, IEF 23704; (Nexperia B.V. tegen Nexperia (Shanghai) Ltd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/wipo-wijst-klacht-over-nexperia-semi-com-af-wegens-complex-concernconflict

WIPO 24 juni 2026, IEF 23704; D2026-1518 (Nexperia B.V. tegen Nexperia (Shanghai) Ltd). Nexperia B.V. is een Nederlandse producent van halfgeleiders en houder van verschillende merkregistraties voor NEXPERIA en het NEXPERIA-logo. Nexperia (Shanghai) Ltd is haar volledige Chinese dochtervennootschap. Nadat Amerikaanse en Chinese exportbeperkingen worden ingevoerd en de Nederlandse overheid en de Ondernemingskamer maatregelen treffen ten aanzien van het bestuur en de zeggenschap binnen de Nexperia-groep, ontstaat een conflict tussen Nexperia B.V. en haar Chinese groepsvennootschappen. Nexperia (Shanghai) Ltd registreert op 24 oktober 2025 de domeinnaam <nexperia-semi.com>. De domeinnaam verwijst niet naar een actieve website, maar wordt gebruikt voor e-mailadressen en als contactadres op de aan Nexperia China verbonden webshop <nexperiastore.cn>. Nexperia B.V. verzoekt op grond van de Uniform Domain Name Dispute Resolution Policy (UDRP) om overdracht van de domeinnaam. Zij stelt dat de domeinnaam verwarringwekkend overeenstemt met haar NEXPERIA-merken, dat Nexperia (Shanghai) Ltd geen rechten of legitieme belangen bij de domeinnaam heeft en dat de domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd en wordt gebruikt om zich als Nexperia B.V. voor te doen en klanten voor commercieel gewin af te leiden. Nexperia (Shanghai) Ltd voert aan dat sprake is van een intern concernconflict en niet van een gebruikelijk geval van cybersquatting. Volgens haar vloeit het gebruik van NEXPERIA voort uit bestaande afspraken binnen de groep en is de domeinnaam nodig om haar bedrijfsactiviteiten na het uitbreken van het concernconflict voort te zetten, mede omdat zij geen toegang meer heeft tot bepaalde bedrijfssystemen. Zij stelt dat zij zichzelf in haar communicatie voldoende kenbaar maakt en niet de bedoeling heeft het publiek te misleiden.

IEF 23701

Gerecht: te late onderbouwing verzoek tot nietigverklaring TEAM blijft buiten beschouwing

Gerecht EU (voorheen GvEA) 16 jul 2026,, IEF 23701; ECLI:EU:T:2026:477 (Team Beverage tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-te-late-onderbouwing-verzoek-tot-nietigverklaring-team-blijft-buiten-beschouwing

Gerecht EU 16 juli 2026, IEF 23701; IEFbe 4264; ECLI:EU:T:2026:477 (Team Beverage tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung). Team Beverage verzoekt het EUIPO om nietigverklaring van het Uniewoordmerk TEAM, dat is ingeschreven voor verzekeringsdiensten in klasse 36. Zij beroept zich op artikel 59 lid 1 onder a, gelezen in samenhang met artikel 7 lid 1 onder b en c, UMVo, maar vermeldt bij de indiening dat de onderbouwing nog zal volgen. Het verzoek is ontvankelijk, omdat de feiten, argumenten en bewijzen niet noodzakelijk al bij de indiening hoeven te worden overgelegd. Het EUIPO informeert Team Beverage echter dat de merkhouder tot 15 juli 2024 opmerkingen kan indienen en dat bij het uitblijven daarvan de contradictoire fase wordt gesloten en op basis van de beschikbare stukken wordt beslist. Nadat de merkhouder niet reageert, sluit het EUIPO die fase op 22 juli 2024. De pas op 16 augustus 2024 ingediende memorie met argumenten en bijlagen wordt daarom niet in aanmerking genomen. De nietigheidsafdeling wijst het verzoek vervolgens als ongegrond af wegens het ontbreken van tijdig ingediende feiten, argumenten en bewijzen. De Kamer van Beroep bevestigt deze beslissing.

IEF 23698

Disosa toont niet aan dat zij op eigen naam mag procederen over Louis Vuitton-merken

Antilliaanse Gerechten 14 jul 2026,, IEF 23698; ECLI:NL:OGEAM:2026:90 (Disosa tegen Vegas), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/disosa-toont-niet-aan-dat-zij-op-eigen-naam-mag-procederen-over-louis-vuitton-merken

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 14 juli 2026, IEF 23689; ECLI:NL:OGEAM:2026:90 (Disosa tegen Vegas). Corlac Games exploiteert onder de naam Vegas een casino op Sint Maarten. In het casino waren op muren en wanddecoraties tekens aangebracht die gelijk waren aan verschillende op Sint Maarten geregistreerde beeldmerken en woord-beeldmerken van Louis Vuitton. Ook droeg het personeel bedrijfskleding waarop Louis Vuitton-tekens zichtbaar waren. Louis Vuitton had voor dit gebruik geen toestemming verleend. Disosa stelde dat sprake was van merkinbreuk en vorderde in kort geding onder meer staking van het gebruik, verwijdering of vernietiging van de betrokken materialen, plaatsing van een rectificatie, verstrekking van informatie over de herkomst van de wanddecoratie en oplegging van dwangsommen. Het Gerecht nam een spoedeisend belang aan, omdat de vorderingen waren gericht op het beëindigen van een gestelde merkinbreuk waaruit schade kon voortvloeien.

IEF 23693

Gerecht bevestigt verwarringsgevaar tussen beeldmerk go VEGE en woordmerk végé’

Gerecht EU (voorheen GvEA) 15 jul 2026,, IEF 23693; ECLI:EU:T:2026:469 (Desimo, Lda. tegen EUIPO en Topas GmbH), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-tussen-beeldmerk-go-vege-en-woordmerk-vege

Gerecht 15 juli 2026, IEF 23693; IEFbe 4262; ECLI:EU:T:2026:469 (Desimo, Lda. tegen EUIPO en Topas GmbH). Het Gerecht verwerpt het beroep van Desimo tegen de beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de inschrijving van het beeldmerk go VEGE gedeeltelijk is geweigerd wegens verwarringsgevaar met het oudere Uniewoordmerk végé’ van Topas. De betrokken waren en diensten bestaan onder meer uit vegetarische en plantaardige voedingsmiddelen in de klassen 29 en 30 en detailhandelsdiensten voor voedingsmiddelen in klasse 35. Desimo betwistte niet dat het relevante publiek bestaat uit het algemene en professionele publiek in de Europese Unie, met een laag tot gemiddeld aandachtsniveau, dat de betrokken waren en diensten deels identiek en deels, ten minste in geringe mate, soortgelijk zijn en dat het oudere merk een zwak onderscheidend vermogen heeft. Volgens het Gerecht mocht de kamer van beroep oordelen dat het woordelement ‘VEGE’ het dominante bestanddeel van het aangevraagde merk vormt. Dit element trekt door zijn centrale positie en omvang in de eerste plaats de aandacht van de consument. Het kleinere woord ‘go’ heeft voor het Engelstalige publiek een zwak onderscheidend karakter, omdat het kan worden opgevat als een aansporing om een vegetarische levensstijl aan te nemen. De groene cirkel en de tak met bladeren zijn hoofdzakelijk decoratief en verwijzen in de context van de betrokken waren en diensten naar een ecologisch of milieuvriendelijk karakter. Een element met een zwak onderscheidend vermogen kan niettemin dominant zijn wanneer het door zijn positie of omvang de totaalindruk van het merk bepaalt.

IEF 23692

Gerecht bevestigt gedeeltelijke weigering van het teken OPENAI wegens beschrijvend karakter

Gerecht EU (voorheen GvEA) 15 jul 2026,, IEF 23692; ECLI:EU:T:2026:472 (OpenAI tegen EUIPO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-gedeeltelijke-weigering-van-het-teken-openai-wegens-beschrijvend-karakter

Gerecht EU 15 juli 2026, IEF 23692; IEFbe 4261; ECLI:EU:T:2026:472 (OpenAI tegen EUIPO). Het Gerecht verwerpt het beroep van OpenAI, Inc. tegen de beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO om het woordteken OPENAI niet in te schrijven voor bepaalde waren en diensten in de klassen 9, 42 en 45. Het relevante publiek bestaat uit het Engelstalige algemene en professionele publiek in de Europese Unie, met een aandachtsniveau dat varieert van gemiddeld tot hoog. Volgens het Gerecht zal dit publiek het teken gemakkelijk herkennen als een combinatie van ‘open’ en ‘AI’, waarbij ‘AI’ algemeen wordt begrepen als de afkorting van artificial intelligence en ‘open’ in de technologische context onder meer kan verwijzen naar toegankelijke, onbeperkte, transparante of vrij beschikbare kunstmatige intelligentie. Voor toepassing van artikel 7 lid 1 onder c UMVo is voldoende dat ten minste één mogelijke betekenis van een teken een kenmerk van de betrokken waren of diensten beschrijft. De combinatie OPENAI volgt bovendien de gewone Engelse grammaticale structuur en creëert geen indruk die voldoende afwijkt van de som van haar bestanddelen. Dat de woorden zonder spatie zijn samengevoegd en dat de combinatie niet als vaste uitdrukking in een woordenboek voorkomt, neemt het beschrijvende karakter daarom niet weg.