Alle rechtspraak  

IEF 23875

Uitspraak ingezonden door Annelotte Boot en Robbert Sjoerdsma, Holla. 

EUIPO Board of Appeal: normaal gebruik WAHU-merk niet beperkt tot speelgoedballen en speelgoedfrisbees

EUIPO - OHIM 27 aug 2026, IEF 23875; R 1210/2025-5 (Goliath tegen Wahu), https://ie-forum.nl/artikelen/euipo-board-of-appeal-normaal-gebruik-wahu-merk-niet-beperkt-tot-speelgoedballen-en-speelgoedfrisbees

EUIPO Board of Appeal 27 augustus 2026, IEF 23875; IEFbe 4323; R 1210/2025-5 (Goliath tegen Wahu). Goliath IP Stichting verzocht om nietigverklaring van het Uniewoordmerk WAHU van Wahu GmbH, ingeschreven voor “sports equipment” in klasse 28, op grond van artikel 60 lid 1 onder a jo. artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Het verzoek was gebaseerd op een ouder internationaal beeldmerk met het woordelement Wahu, dat onder meer bescherming genoot voor “outdoor toys, games, playthings; balls, footballs, beach balls, frisbees; sporting goods in this class, namely balls”. De Cancellation Division had het verzoek afgewezen nadat zij normaal gebruik van het oudere merk slechts bewezen achtte voor onder meer de subcategorieën “toy balls” en “toy frisbees”, die zij niet soortgelijk achtte aan “sports equipment”. In beroep laat de Board aanvullend bewijs toe, omdat dit het eerder overgelegde bewijs aanvult en relevant is voor de beoordeling.

IEF 23870

Gerecht EU: geen verband tussen DEVATIS en NOVARTIS in de zin van artikel 8 lid 5 UMVo

Gerecht EU (voorheen GvEA) 23 sep 2026, IEF 23870; ECLI:EU:T:2026:587 (Devatis), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-geen-verband-tussen-devatis-en-novartis-in-de-zin-van-artikel-8-lid-5-umvo

Gerecht EU 23 september 2026, IEF 23870; IEFbe 4321; ECLI:EU:T:2026:587 (Devatis). Deva Holding verzocht om bescherming in de Europese Unie van het beeldmerk DEVATIS voor verschillende waren in klasse 5, waaronder farmaceutische, medische en veterinaire preparaten. Novartis stelde oppositie in op grond van artikel 8 lid 5 UMVo en beriep zich op haar oudere woordmerk NOVARTIS. De oppositieafdeling wees de oppositie af. De Kamer van Beroep vernietigde die beslissing, omdat zij van oordeel was dat tussen de tekens een verband kon worden gelegd en dat sprake was van een niet louter hypothetisch risico op ongerechtvaardigd voordeel. Zij verwees de zaak terug naar de oppositieafdeling voor onder meer een volledige beoordeling van het bewijs van normaal gebruik en van de gestelde bekendheid van NOVARTIS. Het Gerecht stelt voorop dat de voorwaarden van artikel 8 lid 5 UMVo cumulatief zijn en dat een verband in de perceptie van het relevante publiek een noodzakelijke voorwaarde voor toepassing van die bepaling vormt. Wat de waren betreft, corrigeert het Gerecht de Kamer van Beroep: babyvoeding, middelen ter bestrijding van ongedierte en fungiciden zijn slechts in geringe mate soortgelijk aan farmaceutische preparaten en stoffen, terwijl tandvulmiddelen, tandwas en herbiciden daarvan verschillen. Wat de bekendheid betreft, mocht de Kamer van Beroep voor haar beoordeling uitgaan van de voor Novartis gunstige aanname dat het oudere merk een solide of hoge reputatie genoot; het Gerecht stelt de bekendheid in deze procedure dus niet zelf feitelijk vast.

IEF 23869

Gerecht EU: artikel 8 lid 5 UMVo niet van toepassing wegens ontbreken van verband tussen DEVATIS en NOVARTIS

Gerecht EU (voorheen GvEA) 23 sep 2026, IEF 23869; ECLI:EU:T:2026:588 (Devatis), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-artikel-8-lid-5-umvo-niet-van-toepassing-wegens-ontbreken-van-verband-tussen-devatis-en-novartis

Gerecht EU 23 september 2026, IEF 23869; IEFbe 4320; ECLI:EU:T:2026:588 (Devatis). Deva Holding verzocht om bescherming in de Europese Unie van het beeldmerk DEVATIS voor verschillende waren in klasse 5, waaronder farmaceutische, medische en veterinaire preparaten. Novartis stelde oppositie in op grond van artikel 8 lid 5 UMVo en beriep zich onder meer op haar oudere woordmerk NOVARTIS. De oppositieafdeling wees de oppositie af, maar de Kamer van Beroep kwam tot het tegenovergestelde oordeel en achtte de cumulatieve voorwaarden van artikel 8 lid 5 UMVo vervuld. Het Gerecht bevestigt dat NOVARTIS een hoge mate van bekendheid geniet in Duitsland en Frankrijk voor farmaceutische preparaten en stoffen. Ook onderschrijft het Gerecht dat DEVATIS en NOVARTIS visueel en fonetisch in geringe mate overeenstemmen en dat de begripsmatige vergelijking neutraal is. De Kamer van Beroep heeft de nabijheid van de betrokken waren echter te ruim beoordeeld. Babyvoeding, middelen ter bestrijding van ongedierte en fungiciden zijn slechts in geringe mate soortgelijk aan farmaceutische preparaten en stoffen, terwijl tandvulmiddelen, tandwas en herbiciden daarvan verschillen.

IEF 23865

Uitspraak ingezonden door Paul Trapman, Ploum.

Erik Fruit aansprakelijk voor inbreuk op 'Labubu'-merken van Pop Mart

Rechtbank Rotterdam 28 sep 2026, IEF 23865; C/09/696283 (Popmart tegen Erik Fruit), https://ie-forum.nl/artikelen/erik-fruit-aansprakelijk-voor-inbreuk-op-labubu-merken-van-pop-mart

Rb. Den Haag 23 september 2026, IEF 23865; C/09/696283 (Popmart tegen Erik Fruit). In deze zaak tussen Pop Mart en Erik Fruit heeft de rechtbank geoordeeld dat groothandel Erik Fruit B.V. inbreuk heeft gemaakt op de Uniemerken van Pop Mart (bekend van het figuur 'Labubu'). Erik Fruit had ruim 7.000 namaakproducten van de populaire vinylknuffels geleverd aan diverse filialen van supermarktketen Jumbo. Pop Mart vorderde een inbreukverbod, opgave van feiten en cijfers, en schadevergoeding op te maken bij staat. Erik Fruit verweerde zich onder meer met de stelling dat de inkopers van Jumbo expliciet om koplopers/kopieën hadden gevraagd omdat de originele Labubu's niet verkrijgbaar waren, waardoor er bij de professionele afnemer geen verwarring kon ontstaan. Ook voerde Erik Fruit aan dat 'lafufu' een soortnaam zou zijn geworden en dat zij slechts op verzoek handelde.

IEF 23864

Gerecht EU: verwarringsgevaar tussen ANTMINER en ANTCHAIN ondanks hoog aandachtsniveau

Gerecht EU (voorheen GvEA) 23 sep 2026, IEF 23864; ECLI:EU:T:2026:586 (ANTMINER), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-verwarringsgevaar-tussen-antminer-en-antchain-ondanks-hoog-aandachtsniveau

Gerecht EU 23 september 2026, IEF 23864; IEFbe 4318; ECLI:EU:T:2026:586 (ANTMINER). Bitmain Technologies heeft registratie aangevraagd van het Uniewoordmerk ANTMINER voor onder meer hardware en software voor cryptomining in klasse 9. Advanced New Technologies heeft hiertegen oppositie ingesteld op basis van verschillende oudere Uniemerken, waaronder ANT en ANTCHAIN. De oppositieafdeling wees de oppositie toe op grond van het oudere merk ANT. Nadat Bitmain een procedure tot vervallenverklaring van ANT had ingesteld, verzocht zij om schorsing van de beroepsprocedure. De kamer van beroep wees dit verzoek af en handhaafde de weigering van ANTMINER, ditmaal op grond van verwarringsgevaar met het oudere merk ANTCHAIN. Het Gerecht oordeelt dat de kamer van beroep de procedure niet hoefde te schorsen. Op grond van art. 71 lid 1 onder b van Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/625 beschikt de kamer van beroep over een ruime beoordelingsvrijheid. Omdat de oppositie ook kon slagen op basis van ANTCHAIN, waarvan de geldigheid niet werd betwist, vormde de parallelle procedure over ANT op zichzelf onvoldoende grond om de weigering tot schorsing als een kennelijke beoordelingsfout aan te merken. Ook de gestelde schending van de beginselen van gelijkheid en onpartijdigheid was onvoldoende onderbouwd.

IEF 23861

Rb. Amsterdam: vervalste merkartikelen wegen mee bij sluiting tweedehandswinkel

Rechtbank Amsterdam 11 sep 2026, IEF 23861; ECLI:NL:RBAMS:2026:9159 (verzoekster tegen de burgemeester), https://ie-forum.nl/artikelen/rb-amsterdam-vervalste-merkartikelen-wegen-mee-bij-sluiting-tweedehandswinkel

Rb. Amsterdam 11 september 2026, IEF 23861; ECLI:NL:RBAMS:2026:9159 (verzoekster tegen de burgemeester). De burgemeester van Aalsmeer heeft het voor publiek toegankelijke pand waarin verzoekster een tweedehandswinkel exploiteert voor drie maanden gesloten op grond van art. 2:49a lid 1 onder d en e APV Aalsmeer 2026. Tijdens een integrale controle waren in het magazijn onder meer stroomstootwapens, stiletten, pepperspray, dolken, een katapult, op vuurwapens gelijkende voorwerpen en munitie aangetroffen. Daarnaast werden goederen gevonden die volgens de politie verband hielden met beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt. In het winkelgedeelte en een afzonderlijke ruimte werden verder artikelen van onder meer Hugo Boss, Lacoste, Louis Vuitton, Rolex en TAG Heuer aangetroffen die door deskundigen van React als vervalst zijn aangemerkt. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester vanwege de aangetroffen verboden wapens in beginsel bevoegd was het pand te sluiten op grond van art. 2:49a lid 1 onder d APV. Ook kon de burgemeester zich op grond van onderdeel e op het standpunt stellen dat het geopend blijven van het bedrijf een ernstig gevaar voor de openbare orde opleverde. Daarbij weegt de voorzieningenrechter onder meer mee dat eerder verboden goederen waren aangetroffen en dat verzoekster onvoldoende kon toelichten welke maatregelen waren getroffen om te voorkomen dat verboden goederen in handen van klanten zouden komen. Dat niet aannemelijk is geworden dat verzoekster bewust in verboden goederen handelde, neemt die bevoegdheid niet weg.

IEF 23857

WIPO: geen kwade trouw bij registratie thescentstories.com

WIPO 18 aug 2026, IEF 23857; D2026-2697 (Red Matter Holdings Inc. (d/b/a MiN NEW YORK) tegen Anirudh Jhawar, The Scent Stories), https://ie-forum.nl/artikelen/wipo-geen-kwade-trouw-bij-registratie-thescentstories-com

WIPO 18 augustus 2026, IEF 23857; IEFbe 4317; D2026-2697 (Red Matter Holdings Inc. (d/b/a MiN NEW YORK) tegen Anirudh Jhawar, The Scent Stories). Red Matter Holdings, exploitant van het luxe parfumhuis MiN NEW YORK, verzoekt op grond van de Uniform Domain Name Dispute Resolution Policy (UDRP) om overdracht van de domeinnaam <thescentstories.com>. Red Matter gebruikt SCENT STORIES sinds 2013 voor een parfumcollectie en beschikt over een Amerikaanse merkregistratie voor SCENT STORIES uit 2014. De Indiase verweerder exploiteert onder de naam THE SCENT STORIES een multibrand parfumerie en registreerde de betwiste domeinnaam op 3 november 2025. Daarnaast beschikt hij sinds 10 oktober 2025 over een Indiase merkregistratie voor THE SCENT STORIES. Volgens Red Matter stemt de domeinnaam verwarringwekkend overeen met haar oudere merk en is deze te kwader trouw geregistreerd en gebruikt om internetgebruikers voor commercieel gewin naar een concurrerende parfumwinkel te leiden. Het WIPO-panel stelt vast dat SCENT STORIES volledig in de domeinnaam is opgenomen en dat de toevoeging van “the” niet verhindert dat sprake is van verwarringwekkende overeenstemming. Daarmee is aan het eerste vereiste van paragraaf 4(a) UDRP voldaan. Of verweerder rechten of legitieme belangen bij de domeinnaam heeft, laat het panel in het midden, omdat de klacht reeds op het vereiste van registratie en gebruik te kwader trouw strandt.

IEF 23849

Uitspraak is ingezonden door Mustafa Kahya, BG.legal.

Merkinbreuk door gebruik ‘The Future Looks Bright’ naast woordmerk BRIGHT voorshands niet aannemelijk

Rechtbank Noord-Holland 18 sep 2026, IEF 23849; C/15/381964 / KG ZA 26-519 (PXR en Bright [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/merkinbreuk-door-gebruik-the-future-looks-bright-naast-woordmerk-bright-voorshands-niet-aannemelijk

Rb. Noord-Holland 18 september 2026, IEF 23849; C/15/381964 (PXR en Bright tegen [gedaagde]). PXR is houder van het Benelux-woordmerk BRIGHT, dat onder meer is ingeschreven voor het organiseren van beurzen en congressen, en Bright gebruikt dit merk met toestemming van PXR. Gedaagde gebruikt sinds 2024 de aanduiding ‘The Future Looks Bright’ voor door hem georganiseerde evenementen en heeft die aanduiding tevens als handelsnaam en domeinnaam geregistreerd. PXR en Bright vorderen in kort geding staking van dit gebruik wegens merkinbreuk. De voorzieningenrechter verwerpt eerst het verweer dat het merk wegens niet-gebruik vervalbaar is. PXR en Bright hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat BRIGHT in de afgelopen vijf jaar voor onder meer beurzen en evenementen is gebruikt, zodat onvoldoende aannemelijk is dat het BBIE de ingestelde vervalvordering wegens non-usus integraal zal toewijzen. Bij de beoordeling van art. 2.20 lid 2 onder b BVIE stelt de voorzieningenrechter vast dat BRIGHT en ‘The Future Looks Bright’ gedeeltelijk visueel, auditief en begripsmatig overeenstemmen, dat het teken in het economisch verkeer wordt gebruikt en dat sprake is van voldoende overeenstemmende diensten. Beide partijen gebruiken hun teken respectievelijk merk immers voor het organiseren van beurzen en evenementen die mede verband houden met de energiesector en energietransitie. Toch acht de voorzieningenrechter voorshands onvoldoende aannemelijk dat een bodemrechter verwarringsgevaar zal aannemen. BRIGHT bestaat uit één gangbaar Engels woord, terwijl ‘The Future Looks Bright’ een volledige en gangbare Engelse zin vormt. Het merk BRIGHT heeft wel onderscheidend vermogen voor de betrokken diensten, maar het gebruik van een bestaand woord brengt volgens de voorzieningenrechter een beperktere beschermingsomvang mee dan bij een fantasienaam. Daarbij komt dat PXR en Bright hun evenementen met name aanduiden met benamingen waarin BRIGHT vooraan staat, zoals BrightLive, Bright Night en Bright Energy Party, terwijl het gemeenschappelijke bestanddeel in ‘The Future Looks Bright’ juist aan het einde van de zin staat. Ook is tot dan toe geen concrete verwarring gebleken, terwijl merk en teken al enige tijd naast elkaar worden gebruikt. De primaire grondslag van art. 2.20 lid 2 onder b BVIE slaagt daarom niet.

IEF 23836

Gerecht EU: ULTRAPURE mist onderscheidend vermogen voor voedingssupplementen, voedingsmiddelen en dranken

Gerecht EU (voorheen GvEA) 16 sep 2026, IEF 23836; ECLI:EU:T:2026:572 (ULTRAPURE), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-ultrapure-mist-onderscheidend-vermogen-voor-voedingssupplementen-voedingsmiddelen-en-dranken

Gerecht EU 16 september 2026, IEF 23836; IEFbe 4308; ECLI:EU:T:2026:572 (ULTRAPURE). Het Gerecht verwerpt het beroep van Fitmart GmbH & Co. KG tegen de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO over de internationale inschrijving van het beeldteken ULTRAPURE met aanwijzing van de Europese Unie. Het teken was bestemd voor onder meer voedingssupplementen, zuivelproducten, voedingsmiddelen en niet-alcoholische dranken in de klassen 5, 29, 30 en 32. De kamer van beroep had geoordeeld dat het teken ieder onderscheidend vermogen mist in de zin van artikel 7 lid 1 onder b, gelezen in samenhang met artikel 7 lid 2 UMVo. Volgens het Gerecht zal het relevante Engels- en Franstalige publiek “ultrapure” onmiddellijk begrijpen als de combinatie van “ultra” en “pure”, waarmee wordt uitgedrukt dat de betrokken producten extreem of buitengewoon zuiver zijn. In de sectoren gezondheid, welzijn, voedingsmiddelen en dranken hechten consumenten belang aan de zuiverheid van producten. De verschillende mogelijke betekenissen van “pure” nemen daarom niet weg dat het relevante publiek het teken in de context van de betrokken waren onmiddellijk als een positieve, lovende boodschap zal opvatten en niet als een aanduiding van commerciële herkomst. Ook de combinatie “ultrapure” heeft geen betekenis die verder gaat dan de som van de bestanddelen. Zij vereist geen bijzonder interpretatieproces en wordt door het relevante publiek als een gewone promotionele en lovende boodschap opgevat.

IEF 23835

Gerecht EU bevestigt nietigheid Remington SYNERGY WORLD wegens kwade trouw

Gerecht EU (voorheen GvEA) 16 sep 2026, IEF 23835; ECLI:EU:T:2026:571 (Remington SYNERGY WORLD), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-bevestigt-nietigheid-remington-synergy-world-wegens-kwade-trouw

Gerecht EU 16 september 2026, IEF 23835; IEFbe 4307; ECLI:EU:T:2026:571 (Remington SYNERGY WORLD). Het Gerecht verwerpt het beroep van Sudex OÜ tegen de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO waarbij het Uniemerk Remington SYNERGY WORLD nietig is verklaard wegens kwade trouw op grond van artikel 59 lid 1 onder b UMVo. Voor de vaststelling van kwade trouw moet op basis van alle relevante omstandigheden objectief worden beoordeeld of de aanvrager het merk niet heeft aangevraagd met het doel eerlijk aan het handelsverkeer deel te nemen, maar met de bedoeling de belangen van derden in strijd met eerlijke gebruiken te schaden of een uitsluitend recht te verkrijgen voor doeleinden die buiten de functies van een merk vallen. Het Gerecht onderschrijft het oordeel dat sprake is van nabijheid tussen de betrokken marktsectoren. De voor het betwiste merk ingeschreven waren in de klassen 18 en 25 omvatten categorieën die ook specifiek voor de jacht bestemde producten kunnen omvatten. Deze waren en de vuurwapens en munitie waarop het oudere REMINGTON-merk betrekking heeft, kunnen zich bovendien tot dezelfde consumenten, namelijk jagers, richten en in dezelfde winkels worden verkocht. Voor nietigverklaring wegens kwade trouw is daarbij niet vereist dat een ouder merk betrekking heeft op identieke of soortgelijke waren of diensten. Evenmin hoeft noodzakelijkerwijs verwarringsgevaar te worden vastgesteld.