Alle rechtspraak  

IEF 23260

Geen verwarringsgevaar tussen woordmerk ‘EF’ en beeldmerk ‘EF’

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 jan 2026, IEF 23260; ECLI:EU:T:2026:32 (Casa Ermelinda Freitas, S.A. tegen EUIPO en Eggers & Franke Holding GmbH), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-woordmerk-ef-en-beeldmerk-ef

Gerecht EU 21 januari 2026, IEF 23260; ECLI:EU:T:2026:32 (Casa Ermelinda Freitas, S.A. tegen EUIPO en Eggers & Franke Holding GmbH). Op 9 juli 2018 heeft Eggers & Franke Holding GmbH een aanvraag ingediend voor de registratie van een figuratief beeldmerk “EF” voor goederen in klasse 32, waaronder bier, wijn en andere dranken. Hiertegen heeft Casa Ermelinda Freitas, S.A. oppositie ingesteld op basis van haar eerdere EU-woordmerk “EF”. De oppositieprocedure leidde tot een weigering van de merkaanvraag. Tegen deze beslissing werd beroep ingesteld bij de Kamer van Beroep van het EUIPO. De Kamer van Beroep oordeelde dat, ondanks de (gedeeltelijke) overeenstemming van de waren, geen sprake was van verwarringsgevaar in de zin van artikel 8, lid 1, onder b, van Verordening 2017/1001. Daarbij overwoog zij onder meer dat het element “EF” in het aangevraagde figuratieve merk een beperkt onderscheidend vermogen heeft en dat de tekens als geheel voldoende van elkaar verschillen.

IEF 23259

Verwarringsgevaar tussen TELOTRÓN en TRON in de farmaceutische sector

Gerecht EU (voorheen GvEA) 28 jan 2026, IEF 23259; ECLI:EU:T:2026:50 (Montepelayo, SLU tegen EUIPO en TRON – Translationale Onkologie an der Universitätsmedizin der Johannes Gutenberg-Universität Mainz gemeinnützige GmbH), https://ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-telotron-en-tron-in-de-farmaceutische-sector

Gerecht EU 28 januari 2026, IEF 23259; ECLI:EU:T:2026:50 (Montepelayo, SLU tegen EUIPO en TRON – Translationale Onkologie an der Universitätsmedizin der Johannes Gutenberg-Universität Mainz gemeinnützige GmbH). In deze zaak had Montepelayo een aanvraag ingediend voor registratie van het woordteken “TELOTRÓN” voor goederen en diensten in de klassen 5, 9 en 44 van de Overeenkomst van Nice. TRON ging hiertegen in verzet, omdat het EU-woordmerk “TRON” al was geregistreerd voor klassen 42 en 44. Het verzet was gebaseerd op art. 8, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2017/1001. De oppositieafdeling verwierp het bezwaar, maar de kamer van beroep vernietigde die beslissing. Montepelayo stelde daarop beroep in bij het Gerecht van de EU en verzocht om nietigverklaring van de beslissing van de kamer van beroep, onder meer met het betoog dat de kamer van beroep de tekens onjuist had vergeleken, het relevante publiek een zodanig hoog aandachtsniveau heeft dat elk verwarringsgevaar wordt uitgesloten, de oudere merken slechts een beperkt onderscheidend vermogen hebben en er sprake zou zijn van vreedzame co-existentie, onderbouwd met het grote aantal merken waarin het element “tron” voorkomt.

IEF 23257

Beschrijvend karakter PAYKIT: Gerecht bevestigt weigering inschrijving Uniewoordmerk door EUIPO

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 jan 2026, IEF 23257; ECLI:EU:T:2026:37 (Synonym Software, SA de CV tegen EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/beschrijvend-karakter-paykit-gerecht-bevestigt-weigering-inschrijving-uniewoordmerk-door-euipo

Gerecht EU 21 januari 2026, IEF 23257;ECLI:EU:T:2026:37 (Synonym Software, SA de CV tegen EUIPO). In deze zaak heeft Synonym Software, SA de CV beroep ingesteld tegen een beslissing van de Vierde Kamer van Beroep van het EUIPO over de weigering van de woordmerkaanvraag PAYKIT. Het teken PAYKIT was aangevraagd voor waren en diensten op het gebied van software en digitale betalings‑ of financiële oplossingen, in verschillende klassen, waaronder met name software, betalingsdiensten en daarmee samenhangende diensten. Het EUIPO had de inschrijving gedeeltelijk geweigerd op grond van artikel 7, lid 1, onder c, van Verordening 2017/1001, omdat PAYKIT voor een deel van die waren en diensten beschrijvend is. “Pay” en “kit” zou door het relevantie publiek onmiddellijk en zonder verder nadenken worden opgevat als een verwijzing naar een toolkit om financiële transacties mogelijk te maken en te optimaliseren. De verzoeker voert drie middelen aan: het eerste betreft een schending van artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening 2017/1001, het tweede een schending van artikel 7, lid 1, onder b), van die verordening, en het derde een schending van de algemene beginselen van gelijke behandeling en goed bestuur. De verzoeker betoogt dat de kamer van beroep een fout heeft gemaakt bij de beoordeling door zich te baseren op een onjuiste definitie van het woord “pay” en de combinatie PAYKIT als geheel.

IEF 23255

Uitspraak ingezonden door Hugo Brautigam en Alexander van Laaren, Dentons

Verwarringsgevaar tussen MARROW en ARROW CLASSIC ROCK CAFÉ bij identieke entertainmentdiensten

EUIPO - OHIM 29 jan 2026, IEF 23255; B 3 215 537 (CRN Management B.V. tegen Spotify AB), https://ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-marrow-en-arrow-classic-rock-cafe-bij-identieke-entertainmentdiensten

EUIPO 29 januari 2026, IEF 23255; B 3 215 537 (CRN Management B.V. tegen Spotify AB). In deze oppositiebeslissing wijst de EUIPO‑oppositieafdeling de Uniemerkaanvraag „MARROW” van Spotify volledig af wegens verwarringsgevaar met het oudere Benelux‑woordmerk „ARROW CLASSIC ROCK CAFÉ” van CRN Management B.V. voor entertainmentdiensten in klasse 41. Op 12 april 2024 had CRN Management oppositie ingesteld tegen alle aangevraagde diensten van het woordmerk MARROW, omdat het volgens hen verwarringsgevaar zou opleveren met “ARROW CLASSIC ROCK CAFÉ”, welke in de Benelux staat ingeschreven. De oppositieafdeling stelt vast dat de door MARROW aangevraagde diensten volledig vallen binnen de ruime categorie “entertainment” waarvoor het oudere merk is ingeschreven. Daardoor zijn de diensten juridisch identiek. Het relevante publiek is het algemene publiek in de Benelux. Bij de vergelijking van de tekens oordeelt de oppositieafdeling dat voor een aanzienlijk Franstalige deel van het Benelux‑publiek “ARROW” en “MARROW” geen betekenis hebben, omdat de Franse equivalenten (“flèche” en “moelle”) niet op elkaar lijken en “arrow” en “marrow” bovendien geen basisbegrippen zijn die in het Engels algemeen worden begrepen. Hierdoor hebben de woorden een gemiddeld onderscheidend vermogen, zonder dat zij conceptueel van elkaar verschillen. Het element “CLASSIC ROCK CAFÉ” in het oudere merk wordt daarentegen wel begrepen en beschrijft in wezen het thema van de entertainmentdiensten, en heeft zeer gering onderscheidend vermogen. Visueel en auditief vertonen de tekens slechts een ondergemiddelde mate van overeenstemming in de letterreeks, omdat het verschil zit in de beginletter “M” en het extra beschrijvende deel van het oudere merk. Conceptueel is er wel een verschil, maar dat verschil weegt beperkt omdat het beschrijvende deel zwak onderscheidend is. De globale onderscheidingskracht van het oudere merk als geheel werd als normaal beschouwd.

IEF 23252

Weigering van het Uniewoordmerk ‘EcoGuard’ wegens beschrijvend karakter

Gerecht EU (voorheen GvEA) 28 jan 2026, IEF 23252; ECLI:EU:T:2026:47 (ABB Asea Brown Boveri Ltd tegen EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/weigering-van-het-uniewoordmerk-ecoguard-wegens-beschrijvend-karakter

Gerecht EU 28 januari 2026, IEF 23252; ECLI:EU:T:2026:47 (ABB Asea Brown Boveri Ltd tegen EUIPO). Het bedrijf ABB Asea Brown Boveri Ltd had een aanvraag ingediend voor de inschrijving van een woordmerk “EcoGuard”. Deze werd geweigerd door de kamer van beroep, omdat het een beschrijvend karakter heeft en onderscheidend vermogen mist. ABB ging hiertegen in beroep bij het Gerecht. ABB verzocht het Gerecht de bestreden beslissing van het EUIPO te vernietigen en het Bureau te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. In haar vorderingen betoogde zij dat het EUIPO door onjuiste interpretatie van artikel 7(1)(b) en artikel 7(1)(c) van Verordening (EU) 2017/1001 de merknaam “EcoGuard” ten onrechte als beschrijvend had aangemerkt. Zij voerde daarnaast aan dat de kamer van beroep de beginselen van gelijke behandeling en behoorlijk bestuur niet had nageleefd.

IEF 23253

Geen verwarringsgevaar tussen Puma‑strepen en aangevraagd streepbeeldmerk

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 jan 2026, IEF 23253; ECLI:EU:T:2026:31 (Puma SE tegen Ningbo Gongfang Commercial Management Co. Ltd en EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-puma-strepen-en-aangevraagd-streepbeeldmerk

Gerecht EU 21 januari 2026, IEF 23253; ECLI:EU:T:2026:31 (Puma SE tegen Ningbo Gongfang Commercial Management Co. Ltd en EUIPO). Deze zaak betreft een beroep van Puma SE tegen de beslissing van de Kamer van Beroep van EUIPO in een oppositieprocedure tegen een Uniemerkaanvraag van het Chinese bedrijf Ningbo Gongfang Commercial Management. Dit bedrijf vroeg om een beeldmerk bestaande uit een zwart rechthoekig of vierkant vlak met daarop twee gebogen, witte vormen voor onder meer kleding en schoenen in klasse 25. Puma SE doet een beroep op artikel 8 lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2017/1001. De kamer van beroep oordeelde dat de tekens geheel visueel verschillend waren vanwege de aanwezigheid van een zwarte achtergrond in het aangevraagde teken en de respectievelijke geometrische vormen van de betreffende tekens.

IEF 23248

Merkinbreuk door verkoop van ByLima-sjaals buiten de privésfeer

Rechtbank Amsterdam 21 jan 2026, IEF 23248; ECLI:NL:RBAMS:2026:293 ([eiseres] c.s. tegen [gedaagde 1] c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/merkinbreuk-door-verkoop-van-bylima-sjaals-buiten-de-privesfeer

Rb. Amsterdam 21 januari 2026, IEF 23248; ECLI:NL:RBAMS:2026:293 ([eiseres] c.s. tegen [gedaagde 1] c.s.). De rechtbank oordeelt dat twee particulieren inbreuk hebben gemaakt op de Benelux-beeldmerken van ByLima door sjaals met een identiek teken ter verkoop aan te bieden. Op basis van videobeelden van een ontmoeting met pseudokopers staat vast dat op 28 mei 2024 meerdere nieuwe, in cellofaan verpakte sjaals werden aangeboden tegen prijzen die aanzienlijk lager lagen dan de reguliere winkelprijzen, met mededelingen over beschikbare voorraad, kortingen bij afname van meerdere stuks en snelle levering. Dit gedrag kwalificeert als gebruik van het merk in het economisch verkeer in de zin van artikel 2.20 lid 2 sub a BVIE en valt niet binnen de particuliere sfeer. Voor het aannemen van merkinbreuk is niet vereist dat vaststaat dat het om namaakproducten gaat; het aanbieden van dezelfde waren onder een gelijk teken is voldoende. De rechtbank verklaart daarom voor recht dat sprake is van merkinbreuk en onrechtmatig handelen.

IEF 23246

Het Gerecht bevestigt verwarringsgevaar tussen ELON en ELTON

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 jan 2026, IEF 23246; ECLI:EU:T:2026:30 (Universal Brand Group Pty Ltd tegen Elon Group AB en EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/het-gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-tussen-elon-en-elton

Gerecht EU 21 januari 2026, IEF 23246; ECLI:EU:T:2026:30 (Universal Brand Group Pty Ltd tegen Elon Group AB en EUIPO). In deze zaak gaat het om een Uniemerkaanvraag van Universal Brand Group Pty Ltd voor een figuratief teken “Elton” voor onder meer waren in de klassen 9 en 11 (elektronica, software en apparatuur voor verwarming en verlichting), waartegen Elon Group AB oppositie heeft ingesteld op basis van haar oudere Zweedse woordmerk “ELON”, ook geregistreerd voor onder meer klasse 9 en 11. Zij betoogt dat er sprake is gevaar voor verwarring bij het publiek op basis van artikel 8 (1)(b) van Verordening 2017/1001. De oppositieafdeling en vervolgens de kamer van beroep gaven Elon Group in essentie gelijk en weigerden de inschrijving van het aangevraagde merk. Universal Brand Group stelde een beroep in bij het Gerecht.

IEF 23241

Kort geding: nakoming aandelenoverdracht en teruglevering woordmerk afgedwongen

Rechtbank Amsterdam 25 nov 2025, IEF 23241; ECLI:NL:RBAMS:2025:10092 ([eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] tegen OKA en [gedaagde 2]), https://ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-nakoming-aandelenoverdracht-en-teruglevering-woordmerk-afgedwongen

Rb. Amsterdam 25 november 2025, IEF 23241; ECLI:NL:RBAMS:2025:10092 ([eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] tegen OKA en [gedaagde 2]). In dit kort geding bij de rechtbank Amsterdam stond een geschil centraal tussen aandeelhouders/bestuurders van een vennootschap die een cafetaria en broodjeszaak exploiteert. Partijen hadden in een tussenovereenkomst afgesproken dat een derde partij voor 1/3 aandeelhouder zou worden, tegen betaling van € 25.000, met levering via de notaris. Hoewel de oorspronkelijk beoogde leveringsdatum werd overschreden, bleek uit latere correspondentie dat partijen de overeenkomst feitelijk bleven uitvoeren en de termijn stilzwijgend verlengden. Het verweer van gedaagden dat de overeenkomst was beëindigd wegens het verstrijken van de datum werd daarom verworpen. De voorzieningenrechter achtte voldoende aannemelijk dat de bodemrechter nakoming zou toewijzen en gelastte levering van 20 aandelen aan eiser, onder oplegging van een dwangsom.

IEF 23239

Uitspraak ingezonden door Britt Beumer en mr. L.J. Gravendeel, Fruytier Lawyers in Business

Hostingprovider aansprakelijk voor merkinbreuk en afgifte NAW‑gegevens

Rechtbanken 23 jan 2026, IEF 23239; Zaaknummer: C/09/696323 / KG ZA 25-1249 (TER HELL & CO. GMBH en TER CHEMICALS GMBH & CO. KG tegen YOUR HOSTING B.V.), https://ie-forum.nl/artikelen/hostingprovider-aansprakelijk-voor-merkinbreuk-en-afgifte-naw-gegevens

Rb. Den Haag 23 januari 2026, IEF 23239; Zaaknummer: C/09/696323 / KG ZA 25-1249 (TER HELL & CO. GMBH en TER CHEMICALS GMBH & CO. KG tegen YOUR HOSTING B.V.). TER Hell en TER Chemicals maken deel uit van de TER Group, een internationale distributeur van chemische producten die de handelsnamen TER, TER Chemicals en TER Hell voert en houdster is van het woordmerk TER. In het najaar van 2025 ontdekt TER c.s. dat de website terchemie.com, gehost door Neostrada, zonder toestemming de tekens TER Chemie en een overeenkomstig logo gebruikt voor een chemische distributeur. TER c.s. stuurt Neostrada een notice‑and‑takedown verzoek en sommaties om de inbreukmakende pagina’s te verwijderen of te blokkeren en de NAW‑ en overige identificerende gegevens van de websitehouder te verstrekken, maar Neostrada beperkt zich tot een tijdelijke schorsing. In kort geding vordert TER c.s. primair dat Neostrada wordt bevolen de specifieke pagina’s met TER Chemie blijvend te verwijderen of te blokkeren en de volledige NAW‑gegevens van de websitehouder, plus klant‑, account‑, betalings‑ en loggegevens, af te geven; subsidiair dat de gehele website offline wordt gehaald en offline blijft. Daarnaast vordert TER c.s. een dwangsom van 10.000 euro per dag voor iedere dag dat Neostrada de bevelen niet naleeft, vergoeding van de volledige IE‑proceskosten ex artikel 1019h Rv en bepaling van een termijn voor de hoofdzaak op grond van artikel 1019i Rv. Als grondslag voert zij aan dat sprake is van merkinbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 sub b UMVo, handelsnaaminbreuk op grond van artikel 5, 5a en 5b Hnw, aansprakelijkheid van Neostrada onder artikel 6 lid 1 DSA doordat de inbreukmakende content niet blijvend is verwijderd, en onrechtmatig handelen ex artikel 6:162 BW wegens weigering om NAW‑gegevens te verstrekken.