Rb. Den Haag: logistieke dienstverleners maken geen merkinbreuk door verwerking Temu- en AliExpress-pakketten
Rb. Den Haag 17 juni 2026, IEF 23652; ECLI:NL:RBDHA:2026:16647 (Puma tegen Shaoke NL en E-Com). In deze zaak tussen Puma en Shaoke Logistics B.V. en E-Com Global Logistics (samen Shaoke NL c.s.) staat de vraag centraal of een logistieke dienstverlener en een douaneverlener merkinbreuk plegen of onrechtmatig handelen door pakketjes met mogelijk inbreukmakende Puma-producten afkomstig van Chinese webshops te verwerken. Puma meent dat de ondernemingen een essentiële schakel vormen in de distributieketen van namaak- en parallel geïmporteerde goederen die via platforms als Temu en AliExpress rechtstreeks aan Nederlandse consumenten worden verkocht. De rechtbank wijst alle vorderingen af. Van merkinbreuk is geen sprake, omdat Shaoke NL c.s. de Puma-merken niet gebruiken in hun eigen commerciële communicatie. Evenmin handelen zij onrechtmatig door hun logistieke en douanediensten te verlenen. De rechtbank verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Puma is houdster van diverse Uniemerken voor sportkleding, schoenen en accessoires. Shaoke Logistics verwerkt in Nederland zogenoemde overpacks met pakketjes die afkomstig zijn van Chinese verkopers en maakt deze gereed voor bezorging door vervoerders als PostNL en DHL. E-Com verzorgt daarbij de douaneformaliteiten. Tijdens douanecontroles en door Puma gelegde beslagen zijn in sommige pakketten goederen aangetroffen die waren voorzien van Puma-merken. Volgens Puma had zij geen toestemming verleend voor invoer vanuit China, zodat iedere dergelijke zending inbreuk opleverde. Daarnaast stelde Puma dat Shaoke NL c.s. de handel in inbreukmakende producten faciliteerden door onder meer de inklaring te verzorgen, goederen tijdelijk op te slaan en als retouradres te fungeren. Zij vorderde onder meer een verbod, opgave van gegevens, vernietiging van de goederen (onder meer door DWZ op kosten van gedaagden te laten vernietigen), schadevergoeding en volledige proceskosten. De rechtbank stelt voorop dat voor merkinbreuk vereist is dat een derde het merk zelf gebruikt in het economische verkeer. Daarbij moet sprake zijn van een actieve gedraging en van rechtstreekse of indirecte controle over het gebruik van het merk, waarbij het merk bovendien wordt gebruikt in de eigen commerciële communicatie. Puma baseert haar merkinbreukgrondslag op gebruik in de zin van artikel 9 lid 2 van de Uniemerkenverordening. De rechtbank verwijst daarbij naar vaste rechtspraak van het Hof van Justitie, waaronder Daimler, Google France, Coty Germany en TOP Logistics.