Alle rechtspraak  

IEF 23794

Geen verwarringsgevaar tussen driedimensionaal RIVES-merk en 1890 ESPECIAL EXÓTICA GIN PREMIUM; geen kwade trouw

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 sep 2026,, IEF 23794; ECLI:EU:T:2026:507 (Jaime García Ávila tegen EUIPO en Rives Distillery, SA), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-driedimensionaal-rives-merk-en-1890-especial-exotica-gin-premium-geen-kwade-trouw

Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23794; ECLI:EU:T:2026:507 (Jaime García Ávila tegen EUIPO en Rives Distillery, SA). Jaime García Ávila verzoekt het Gerecht om vernietiging en wijziging van de beslissing van de Eerste kamer van beroep van het EUIPO, waarbij zijn verzoek tot nietigverklaring van een driedimensionaal Uniemerk van Rives Distillery is afgewezen. Het betwiste merk bestaat uit een blauwe fles met verschillende figuratieve en woordelementen, waaronder ‘rives’, ‘sweet spirit’, ‘exótica’ en ‘gin’, en is ingeschreven voor onder meer alcoholhoudende dranken, gedistilleerde dranken, gin, cocktails en preparaten voor het maken van alcoholhoudende dranken in klasse 33. García Ávila baseert zijn verzoek onder meer op het oudere Spaanse beeldmerk 1890 ESPECIAL EXÓTICA GIN PREMIUM en op artikel 60 lid 1 onder a, gelezen in samenhang met artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Het Gerecht bevestigt dat de betrokken waren deels identiek en deels soortgelijk zijn, maar dat de tekens slechts beperkt overeenstemmen. In het betwiste merk is ‘rives’ een dominant en normaal onderscheidend woordelement. ‘Exótica’ is daarentegen zwak onderscheidend, omdat het voor het Spaanse publiek verwijst naar bijzondere, ongebruikelijke of exotische ingrediënten of smaken. In het oudere merk zijn ‘1890’ en ‘exótica’, ondanks hun geringe onderscheidend vermogen, mededominant. De tekens stemmen visueel slechts in zeer geringe mate, fonetisch in geringe mate en begripsmatig in geringe tot zeer geringe mate overeen. De gemeenschappelijke elementen ‘exótica’ en ‘gin’ wegen daarbij beperkt, terwijl met name het onderscheidende en visueel prominente element ‘rives’ bijdraagt aan een verschillende totaalindruk.

IEF 23793

Verwarringsgevaar tussen NPhealthLABS+ en ondernemingsnaam Health Labs; EUIPO beoordeelt ‘health’ onjuist

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 sep 2026,, IEF 23793; ECLI:EU:T:2026:506 (Health Labs Care S.A. tegen EUIPO en NP Supplements Monoprosopi I.K.E.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-nphealthlabs-en-ondernemingsnaam-health-labs-euipo-beoordeelt-health-onjuist

Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23783; ECLI:EU:T:2026:506 (Health Labs Care S.A. tegen EUIPO en NP Supplements Monoprosopi I.K.E.). Health Labs Care verzoekt het Gerecht om vernietiging van de beslissing van de Tweede kamer van beroep van het EUIPO, waarbij haar oppositie tegen de aanvraag voor het figuratieve Uniemerk NPhealthLABS+ is afgewezen. De aanvraag ziet op onder meer voedingssupplementen en dieetpreparaten in klasse 5 en gezondheids-, hygiëne- en schoonheidsdiensten in klasse 44. De oppositie is gebaseerd op artikel 8 lid 4 UMVo en onder meer op de in Polen beschermde ondernemingsnaam Health Labs. Voor dit oudere teken is gebruik in het economisch verkeer van meer dan plaatselijke betekenis in Polen vastgesteld voor verschillende soorten supplementen. Voor de beoordeling of Health Labs Care op grond van het toepasselijke Poolse recht het gebruik van het jongere merk kan verbieden, worden de criteria voor verwarringsgevaar van artikel 8 lid 1 onder b UMVo overeenkomstig toegepast. Het Gerecht verwerpt het oordeel van de kamer van beroep dat het gehele relevante Poolse publiek het Engelse woord ‘health’ begrijpt en dat dit bestanddeel daarom slechts zwak onderscheidend is. Kennis van een Engels woord mag bij een niet-Engelstalig publiek niet zonder meer worden verondersteld. ‘Health’ behoort bovendien niet tot de Engelse basiswoordenschat waarvan mag worden aangenomen dat zij algemeen bekend is bij consumenten in de Unie, terwijl het Poolse equivalent ‘zdrowie’ visueel noch fonetisch overeenstemt met ‘health’. Voor een niet-verwaarloosbaar deel van het Poolse algemene publiek heeft ‘health’ daarom geen betekenis en beschikt dit bestanddeel over een gemiddeld onderscheidend vermogen. Gelet op hun centrale plaats en relatieve omvang kunnen ‘health’ en ‘labs’ voor dat deel van het publiek bovendien als medebepalend voor de totaalindruk van NPhealthLABS+ worden beschouwd.

IEF 23792

ROYAL mist zowel intrinsiek als door gebruik verkregen onderscheidend vermogen

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 sep 2026,, IEF 23792; ECLI:EU:T:2026:505 (Royal tegen EUIPO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/royal-mist-zowel-intrinsiek-als-door-gebruik-verkregen-onderscheidend-vermogen

Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23792; ECLI:EU:T:2026:505 (Royal tegen EUIPO). Royal verzoekt het Gerecht om vernietiging van de beslissing van de Vierde kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de aanvraag voor het figuratieve Uniemerk ROYAL wordt geweigerd voor waren en diensten in de klassen 29, 31 en 35, waaronder bevroren fruit, verse groenten, zaden en andere landbouw-, tuinbouw- en bosbouwproducten en daarmee verband houdende reclame-, import-, export-, groot- en detailhandelsdiensten. De kamer van beroep gaat uit van het Engelstalige relevante publiek van de Unie, met name het publiek in Ierland en Malta, en oordeelt dat dit publiek het woord ‘royal’ onmiddellijk zal begrijpen als een lovende aanduiding die verwijst naar een bovengemiddelde of superieure kwaliteit. Het Gerecht bevestigt dit oordeel. Dat ‘royal’ geen concrete eigenschap van de betrokken waren en diensten beschrijft, verhindert niet dat het teken een uitsluitend promotionele betekenis heeft: een teken kan ook laudatief zijn doordat het abstracte kwaliteiten van waren of diensten aanprijst. Het relevante publiek zal ‘royal’ daarom opvatten als een aanprijzing van vermeend superieure kwaliteit, en niet als een aanduiding van commerciële herkomst. Ook de figuratieve vormgeving verleent het teken geen onderscheidend vermogen. Het gouden lettertype, de grotere beginletter ‘R’ en de overige grafische elementen zijn onvoldoende om de aandacht af te leiden van de promotionele betekenis van het woordelement; de gouden kleur versterkt volgens het Gerecht juist de associatie met koninklijkheid en hoge kwaliteit.

IEF 23791

EUIPO schendt recht om te worden gehoord door niet alle vertalingen van bewijsstukken door te sturen

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 sep 2026,, IEF 23791; ECLI:EU:T:2026:525 (Stratio Big Data Inc. tegen EUIPO en Stra, SA), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/euipo-schendt-recht-om-te-worden-gehoord-door-niet-alle-vertalingen-van-bewijsstukken-door-te-sturen

Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23791; ECLI:EU:T:2026:525 (Stratio Big Data Inc. tegen EUIPO en Stra, SA). Stratio Big Data Inc. verzoekt om vernietiging van de beslissing van de Vierde kamer van beroep van het EUIPO in een procedure tot vervallenverklaring van het Uniewoordmerk STRATIO van Stra SA. De vordering tot vervallenverklaring is gebaseerd op artikel 58 lid 1 onder a UMVo wegens het ontbreken van normaal gebruik gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar. De nietigheidsafdeling verklaart het merk vervallen voor het merendeel van de betrokken diensten, maar handhaaft de inschrijving voor bepaalde diensten in klasse 42, waaronder diensten voor het ontwerpen van computers en software en IT-diensten. Stratio Big Data voert in beroep onder meer aan dat zij niet alle Spaanse vertalingen heeft ontvangen van de bewijsstukken waarop het gestelde normale gebruik is gebaseerd. Door een technisch probleem in het IT-systeem van het EUIPO zijn bepaalde door Stra SA ingediende vertalingen niet aan Stratio Big Data doorgestuurd. De kamer van beroep baseert haar beslissing niettemin mede op die bewijsstukken.

IEF 23796

A-G: Uniemerkinbreukprocedure moet in beginsel worden geschorst bij later ingestelde nietigheidsprocedure bij EUIPO

HvJ EU 3 sep 2026,, IEF 23796; ECLI:EU:C:2026:699 (Bodegas Sanviver, SL tegen Bodegas Vega Sicilia, SA), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/a-g-uniemerkinbreukprocedure-moet-in-beginsel-worden-geschorst-bij-later-ingestelde-nietigheidsprocedure-bij-euipo

HvJ EU 3 september 2026, IEF 23796; IEFbe 4289; ECLI:EU:C:2026:699 (Bodegas Sanviver, SL tegen Bodegas Vega Sicilia, SA). Bodegas Vega Sicilia is houdster van het Uniewoordmerk UNICO voor wijnen en stelt in Spanje een inbreukprocedure in tegen Bodegas Sanviver wegens het gebruik van het teken ÚNICO voor vermout. Nadat de inbreukprocedure is gestart, dient Sanviver bij het EUIPO een vordering tot nietigverklaring van het merk in, zonder bij de nationale rechter een reconventionele nietigheidsvordering in te stellen. Het EUIPO verklaart het merk vervolgens nietig op absolute nietigheidsgronden, maar die beslissing is nog niet definitief. De Spaanse Tribunal Supremo oordeelt dat Sanviver de geldigheid van het merk via een procedure bij het EUIPO mocht betwisten en dat de inbreukprocedure na het instellen daarvan in beginsel had moeten worden geschorst. De Audiencia Provincial de Alicante twijfelt aan die uitleg en vraagt het Hof van Justitie onder meer of een verweerder na aanvang van een Uniemerkinbreukprocedure nog een nietigheids- of vervallenverklaringsprocedure bij het EUIPO kan starten en welke gevolgen dat heeft voor de lopende gerechtelijke procedure.

IEF 23790

Verwarringsgevaar tussen NEWBLUE en JETBLUE/BYBLUE; gemeenschappelijk bestanddeel ‘BLUE’ weegt zwaar

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 sep 2026,, IEF 23790; ECLI:EU:T:2026:504 (World 2 Meet Travel, SL tegen EUIPO en JetBlue Airways Corp.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-newblue-en-jetblue-byblue-gemeenschappelijk-bestanddeel-blue-weegt-zwaar

Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23790; ECLI:EU:T:2026:504 (World 2 Meet Travel, SL tegen EUIPO en JetBlue Airways Corp.). World 2 Meet Travel verzocht het Gerecht om nietigverklaring van de beslissing van de Vierde kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de weigering van haar aanvraag voor het figuratieve Uniemerk NEWBLUE was gehandhaafd. JetBlue Airways had oppositie ingesteld op grond van artikel 8 lid 1 onder b UMVo, onder meer op basis van de oudere Uniewoordmerken JETBLUE en BYBLUE. De aanvraag zag op waren en diensten in de klassen 16, 35, 39, 41 en 43. De kamer van beroep had vastgesteld dat de betrokken waren en diensten identiek of soortgelijk waren aan die waarvoor de oudere merken bescherming genoten; World 2 Meet Travel bestreed die beoordeling niet. Voor het verwarringsgevaar mocht worden uitgegaan van het Engelstalige deel van het relevante publiek, dat bestaat uit zowel het algemene publiek als professionele afnemers en, afhankelijk van de betrokken waren en diensten, een gemiddeld tot hoog aandachtsniveau heeft.

IEF 23789

Verwarringsgevaar tussen PHI GROUP en PHIACADEMY; Gerecht bevestigt weigering Uniemerkaanvraag

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 sep 2026,, IEF 23789; ECLI:EU:T:2026:518 (RGCC Holdings AG tegen EUIPO en Phiacademy Doo Beograd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-phi-group-en-phiacademy-gerecht-bevestigt-weigering-uniemerkaanvraag

Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23789; ECLI:EU:T:2026:518 (RGCC Holdings AG tegen EUIPO en Phiacademy Doo Beograd). RGCC Holdings AG verzocht het Gerecht om nietigverklaring en wijziging van de beslissing van de Eerste kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de weigering van haar aanvraag voor het figuratieve Uniemerk PHI GROUP was gehandhaafd. De aanvraag zag onder meer op ‘software’ in klasse 9 en ‘education’ in klasse 41. Phiacademy Doo Beograd had oppositie ingesteld op grond van artikel 8 lid 1 onder b UMVo, onder meer op basis van het oudere figuratieve merk PHIACADEMY, dat onder meer in Ierland bescherming genoot voor ‘providing electronic publications, non-downloadable, on a global computer network’ en ‘distance learning courses’ in klasse 41. Het Gerecht bevestigt dat ‘education’ en ‘distance learning courses’ identiek zijn en dat ‘software’ in geringe mate soortgelijk is aan het online aanbieden van niet-downloadbare elektronische publicaties. Dat oordeel berust met name op de gedeeltelijk overeenstemmende bestemming van de waren en diensten en de mogelijke overlap wat betreft eindgebruikers en commerciële herkomst. Het verschil in aard tussen software en diensten voor elektronische publicaties is onvoldoende om iedere soortgelijkheid uit te sluiten.

IEF 23787

Ex parte verbod tegen Meeuw Group wegens merkinbreuk door verhandeling van parfums

Rechtbank Den Haag 4 aug 2026,, IEF 23787; ECLI:NL:RBDHA:2026:23168 (verzoekster tegen gerekwestreerde), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ex-parte-verbod-tegen-meeuw-group-wegens-merkinbreuk-door-verhandeling-van-parfums

Rb. Den Haag 4 augustus 2026, IEF 23787; ECLI:NL:RBDHA:2026:23168 (verzoekster tegen gerekwestreerde). Coty Beauty Germany GmbH heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag verzocht om zonder voorafgaand verhoor maatregelen te treffen tegen Meeuw Group B.V. wegens gestelde inbreuk op haar intellectuele-eigendomsrechten. De voorzieningenrechter oordeelt voorshands dat geen reden bestaat om aan de geldigheid van de door Coty ingeroepen rechten te twijfelen en dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat Meeuw Group daarop inbreuk maakt. Ook acht de rechter het spoedeisend belang voldoende aannemelijk om een bevel zonder voorafgaand verhoor van Meeuw Group te rechtvaardigen. Voor zover het geschil betrekking heeft op de ingeroepen Uniemerken, kan de bevoegdheid van de rechtbank zich tot de gehele Europese Unie uitstrekken.

IEF 23786

Rechtbank Gelderland bevoegd in reconventie in geschil over Thomassen-merken en handelsnamen

Rechtbank Gelderland 12 aug 2026,, IEF 23786; ECLI:NL:RBGEL:2026:6429 ([de eiser] tegen Thomassen Energy), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-gelderland-bevoegd-in-reconventie-in-geschil-over-thomassen-merken-en-handelsnamen

Rb. Gelderland 12 augustus 2026, IEF 23786; ECLI:NL:RBGEL:2026:6429 ([de eiser] tegen Thomassen Energy). De rechtbank oordeelt in een bevoegdheidsincident dat zij internationaal bevoegd is om kennis te nemen van de reconventionele vorderingen van Thomassen Energy. De hoofdzaak betreft een geschil over de Thomassen-merken en -handelsnamen. Thomassen Energy stelt dat zij de rechten daarop heeft en dat haar voormalig werknemer deze zonder haar toestemming gebruikt. De voormalig werknemer betwist dit en verwijt Thomassen Energy onder meer dat zij tegenover derden heeft gecommuniceerd dat hij de merken en handelsnamen zonder de vereiste toestemming gebruikte. Hij vordert in conventie onder meer een verklaring voor recht dat Thomassen Energy onrechtmatig heeft gehandeld en schadevergoeding. Thomassen Energy vordert in reconventie onder meer een verklaring voor recht dat de voormalig werknemer door het gebruik van de merken en handelsnamen is tekortgeschoten in zijn verplichtingen dan wel onrechtmatig heeft gehandeld, eveneens met schadevergoeding.

IEF 23782

Merk Meta door oog van de naald

Bas Kist, 31 augustus 2026.

Mark Zuckerberg kan weer even opgelucht ademhalen. In augustus van dit jaar wees het Europese merkenbureau EUIPO de oppositie af die het Duitse bedrijf Thinkmeta Software GmbH had ingesteld tegen de registratie van het woord- en beeldmerk Meta. De registratieprocedure van de Meta-merken kan nu weer voortgezet worden. Toch moet Zuckerberg niet te vroeg juichen want er zijn meer kapers op de kust.