Landgericht Berlin: geen merkinbreuk door AI-gegenereerde zoekresultaten over parfumdupes
Landgericht Berlin 1 juni 2026, IEF 23642; IT 5322; 52 O 62/26 9 ([Antragstellerin] tegen [Antragsgegnerin]). In deze zaak tussen een parfum- en cosmeticaconcern en de exploitant van een bekende zoekmachine staat de vraag centraal of AI-gegenereerde zoekresultaten waarin bekende parfums worden gekoppeld aan zogenoemde Duftzwillinge of parfumdupes een merkinbreuk opleveren. Het Landgericht Berlin oordeelt dat daarvan geen sprake is. Volgens de rechtbank gebruikt de zoekmachine de betrokken merken niet zelf in de zin van de Uniemerkenverordening, maar schept zij slechts de technische voorwaarden voor het weergeven en ordenen van informatie van derden in een nieuw zoekresultaten format. De verzoekende partij maakt deel uit van een internationaal parfum- en cosmeticaconcern en brengt verschillende bekende parfums op de markt die zijn beschermd door Uniemerken. De wederpartij exploiteert vanuit Ierland een zoekmachine die recent twee AI-functies heeft toegevoegd: een automatisch gegenereerd overzicht van zoekresultaten (Übersicht mit KI) en een interactieve AI-modus waarin gebruikers vragen kunnen stellen en vervolgvragen kunnen stellen. Beide functies genereren antwoordteksten op basis van informatie die afkomstig is van websites van derden. Daarbij worden de geraadpleegde websites door middel van links, snippets en voorbeeldafbeeldingen weergegeven. Op elke zoekopdracht worden de overzichts- en antwoordteksten opnieuw gegenereerd, zodat de uitkomsten niet vast en herhaalbaar zijn. De zaak draait om zoekopdrachten naar parfumdupes. Wanneer gebruikers bijvoorbeeld zoeken naar "duftzwillinge" of naar een bekend parfum in combinatie met de vraag naar alternatieven, verschijnen in de AI-overzichten en AI-antwoorden lijsten met vergelijkbare parfums van andere aanbieders. Daarbij worden ook websites van deze aanbieders getoond en in sommige gevallen verschijnen boven de AI-samenvatting gesponsorde advertenties voor zowel het originele parfum als de alternatieve geuren. Volgens de parfumproducent maakt de zoekmachine hiermee ongeoorloofd gebruik van haar merken en worden consumenten actief naar aanbieders van imitatieparfums geleid. De vordering is daarbij toegesneden op het verbieden van de merknamen in de KI-overzichten en KI-antwoorden zelf, niet op het verbieden van specifieke gelinkte zoekresultaten of concrete URL’s van derdewebsites. Voordat de rechtbank toekomt aan de inhoudelijke beoordeling, behandelt zij de internationale bevoegdheid. Omdat de exploitant van de zoekmachine in Ierland is gevestigd, kan de bevoegdheid niet worden gebaseerd op de hoofdregel van artikel 125 lid 1 UMVo. Wel is het Landgericht Berlin bevoegd op grond van artikel 125 lid 5 UMVo, omdat de gewraakte AI-resultaten in het Duits zijn opgesteld en zich richten tot gebruikers in Duitsland. De bevoegdheid strekt zich echter uitsluitend uit tot handelingen die in Duitsland plaatsvinden of dreigen plaats te vinden, gelet op artikel 126 lid 2 UMVo. Een Uniewijd verbod kan de rechtbank daarom niet uitspreken. De rechtbank verwerpt eerst het verweer dat de vorderingen te onbepaald zouden zijn. Zij acht de onder het motto "wenn dies geschieht wie folgt" geformuleerde verzoeken voldoende concreet, omdat daarmee wordt aangesloten bij de specifieke wijze waarop de merktekens in de KI-overzichten en KI-antwoorden verschijnen. Nu de eiseres niet de verwerking van bepaalde zoekresultaten of specifieke derde-URL’s wil verbieden, maar de merknamen in de KI-teksten als zodanig, acht de rechtbank het voorwerp van het gevorderde verbod voldoende scherp omlijnd. De rechtbank verwerpt vervolgens het beroep op het merkenrecht. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie vereist een merkinbreuk dat sprake is van een eigen gebruik van het teken in het economisch verkeer. Daarvoor is nodig dat de aangesproken partij een actieve rol speelt, invloed uitoefent op het gebruik van het teken en het teken gebruikt in haar eigen commerciële communicatie. De rechtbank verwijst in dit verband onder meer naar de rechtspraak over zoekwoorden advertenties en online marktplaatsen. De vraag of een normaal geïnformeerde en redelijk oplettende gebruiker een verband legt tussen het tekengebruik en de commerciële communicatie van de platform exploitant zelf is daarbij doorslaggevend.