Alle rechtspraak  

IEF 23836

Gerecht EU: ULTRAPURE mist onderscheidend vermogen voor voedingssupplementen, voedingsmiddelen en dranken

Gerecht EU (voorheen GvEA) 16 sep 2026, IEF 23836; ECLI:EU:T:2026:572 (ULTRAPURE), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-ultrapure-mist-onderscheidend-vermogen-voor-voedingssupplementen-voedingsmiddelen-en-dranken

Gerecht EU 16 september 2026, IEF 23836; IEFbe 4308; ECLI:EU:T:2026:572 (ULTRAPURE). Het Gerecht verwerpt het beroep van Fitmart GmbH & Co. KG tegen de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO over de internationale inschrijving van het beeldteken ULTRAPURE met aanwijzing van de Europese Unie. Het teken was bestemd voor onder meer voedingssupplementen, zuivelproducten, voedingsmiddelen en niet-alcoholische dranken in de klassen 5, 29, 30 en 32. De kamer van beroep had geoordeeld dat het teken ieder onderscheidend vermogen mist in de zin van artikel 7 lid 1 onder b, gelezen in samenhang met artikel 7 lid 2 UMVo. Volgens het Gerecht zal het relevante Engels- en Franstalige publiek “ultrapure” onmiddellijk begrijpen als de combinatie van “ultra” en “pure”, waarmee wordt uitgedrukt dat de betrokken producten extreem of buitengewoon zuiver zijn. In de sectoren gezondheid, welzijn, voedingsmiddelen en dranken hechten consumenten belang aan de zuiverheid van producten. De verschillende mogelijke betekenissen van “pure” nemen daarom niet weg dat het relevante publiek het teken in de context van de betrokken waren onmiddellijk als een positieve, lovende boodschap zal opvatten en niet als een aanduiding van commerciële herkomst. Ook de combinatie “ultrapure” heeft geen betekenis die verder gaat dan de som van de bestanddelen. Zij vereist geen bijzonder interpretatieproces en wordt door het relevante publiek als een gewone promotionele en lovende boodschap opgevat.

IEF 23835

Gerecht EU bevestigt nietigheid Remington SYNERGY WORLD wegens kwade trouw

Gerecht EU (voorheen GvEA) 16 sep 2026, IEF 23835; ECLI:EU:T:2026:571 (Remington SYNERGY WORLD), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-bevestigt-nietigheid-remington-synergy-world-wegens-kwade-trouw

Gerecht EU 16 september 2026, IEF 23835; IEFbe 4307; ECLI:EU:T:2026:571 (Remington SYNERGY WORLD). Het Gerecht verwerpt het beroep van Sudex OÜ tegen de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO waarbij het Uniemerk Remington SYNERGY WORLD nietig is verklaard wegens kwade trouw op grond van artikel 59 lid 1 onder b UMVo. Voor de vaststelling van kwade trouw moet op basis van alle relevante omstandigheden objectief worden beoordeeld of de aanvrager het merk niet heeft aangevraagd met het doel eerlijk aan het handelsverkeer deel te nemen, maar met de bedoeling de belangen van derden in strijd met eerlijke gebruiken te schaden of een uitsluitend recht te verkrijgen voor doeleinden die buiten de functies van een merk vallen. Het Gerecht onderschrijft het oordeel dat sprake is van nabijheid tussen de betrokken marktsectoren. De voor het betwiste merk ingeschreven waren in de klassen 18 en 25 omvatten categorieën die ook specifiek voor de jacht bestemde producten kunnen omvatten. Deze waren en de vuurwapens en munitie waarop het oudere REMINGTON-merk betrekking heeft, kunnen zich bovendien tot dezelfde consumenten, namelijk jagers, richten en in dezelfde winkels worden verkocht. Voor nietigverklaring wegens kwade trouw is daarbij niet vereist dat een ouder merk betrekking heeft op identieke of soortgelijke waren of diensten. Evenmin hoeft noodzakelijkerwijs verwarringsgevaar te worden vastgesteld.

IEF 23828

ICE Clear Netherlands geldt als Nederlandse vestiging van IEH; rechtbank bevoegd in Uniemerkzaak tegen Ice Labs

Rechtbank Den Haag 2 sep 2026, IEF 23828; ECLI:NL:RBDHA:2026:25186 (IEH tegen Ice Labs c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ice-clear-netherlands-geldt-als-nederlandse-vestiging-van-ieh-rechtbank-bevoegd-in-uniemerkzaak-tegen-ice-labs

Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23828; ECLI:NL:RBDHA:2026:25186 (IEH tegen Ice Labs c.s.). De rechtbank verklaart zich bevoegd kennis te nemen van de merkinbreukvorderingen van Intercontinental Exchange Holdings (IEH) tegen Ice Labs. IEH is houdster van het Uniewoordmerk ICE en stelt dat Ice Labs daarop inbreuk maakt door onder meer ICE-gerelateerde tekens te gebruiken voor haar blockchainnetwerk, cryptomunt, wallet en bijbehorende diensten. Ice Labs is gevestigd op de Britse Maagdeneilanden. Nadat IEH haar vorderingen tegen de tweede gedaagde had ingetrokken, lag in het bevoegdheidsincident alleen nog de vraag voor of de rechtbank bevoegd is ten aanzien van Ice Labs. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend op grond van de artikelen 123 lid 1, 124 onder a en 125 lid 2 UMVo. Ice Labs heeft geen vestiging in een lidstaat van de Europese Unie. Dat haar cryptomunt via Europese handelsplatformen wordt aangeboden, maakt die platforms nog niet tot een vestiging van Ice Labs: het gaat om zelfstandige en onafhankelijke partijen die zich niet als centrum van werkzaamheden of verlengstuk van Ice Labs naar buiten toe manifesteren.

IEF 23827

Herstelvonnis corrigeert verwijzingen in dwangsombepalingen Audi en Volkswagen

Rechtbank Den Haag 15 sep 2026, IEF 23827; ECLI:NL:RBDHA:2026:25190 (Audi c.s. en [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/herstelvonnis-corrigeert-verwijzingen-in-dwangsombepalingen-audi-en-volkswagen

Rb. Den Haag 20 augustus 2026, IEF 23827; ECLI:NL:RBDHA:2026:25190 (Audi c.s.tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter herstelt op verzoek van Audi en Volkswagen twee kennelijke fouten in het dictum van het kortgedingvonnis van 27 juli 2026. In dictumonderdeel 5.5 werd voor de aan Audi verbonden dwangsom verwezen naar de bevelen onder 5.1, 5.4 en 5.4, terwijl dit 5.1, 5.3 en 5.4 moest zijn. In dictumonderdeel 5.6 werd voor Volkswagen verwezen naar 5.2, 5.4 en 5.4, waar 5.2, 5.3 en 5.4 was bedoeld. Gedaagde kreeg gelegenheid zich over het herstelverzoek uit te laten en liet de beoordeling aan de rechtbank. De voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van kennelijke fouten in de zin van artikel 31 Rv die zich voor eenvoudig herstel lenen, mede omdat in rechtsoverweging 4.13 van het oorspronkelijke vonnis al was opgenomen dat de onder III gevorderde dwangsommen zouden worden toegewezen.

IEF 23825

Uitspraak ingezonden door Jan Jacobi en Margot Vergeest, BarentsKrans

Gluggle Jug visvaas niet beschermd door slaafse nabootsing en merkenrecht, merk ‘Gluggle Jug’ wel geldig

Rechtbank Den Haag 2 sep 2026, IEF 23825; ECLI:NL:RBDHA:2026:25453 (Gluggle Jug c.s. tegen ITA), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gluggle-jug-visvaas-niet-beschermd-door-slaafse-nabootsing-en-merkenrecht-merk-gluggle-jug-wel-geldig

Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23825; ECLI:NL:RBDHA:2026:25453 (Gluggle Jug c.s. tegen ITA). De rechtbank oordeelt dat het Uniewoordmerk GLUGGLE JUG geldig is, maar slechts een beperkt onderscheidend vermogen heeft. Jug is beschrijvend voor kannen en vazen en gluggle heeft geen zelfstandige betekenis in het Engels, maar is wel afgeleid van het klanknabootsende woord glug, dat verwijst naar het gorgelende geluid dat bij het schenken van vloeistof ontstaat. Het merk is daarom niet uitsluitend beschrijvend en kan de commerciële herkomst van de waren aanduiden. Ook is onvoldoende aangetoond dat gluggle jug door toedoen of nalaten van de merkhouder in de Europese Unie tot soortnaam voor visvazen is verworden, zodat zowel de vordering tot nietigverklaring als die tot vervallenverklaring van het Uniemerk wordt afgewezen. Het gebruik van The Bubble Jug/Bubble Jug voor visvazen levert geen merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder b UMVo op. Hoewel de tekens visueel en auditief in geringe mate overeenstemmen en voor identieke waren worden gebruikt, bestaat volgens de rechtbank geen verwarringsgevaar, mede gelet op het gemiddelde aandachtsniveau van het publiek en het geringe onderscheidend vermogen van GLUGGLE JUG. Het beroep van ITA op de neutralisatieleer wordt verworpen, omdat geen sprake is van een duidelijke en vaste begripsmatige betekenis die de visuele en auditieve overeenstemming neutraliseert. Wel levert het gebruik van #glugglejug voor visvazen merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder a UMVo op. Ook het gebruik van gluggle en van gluggling, glug en/of glugging in combinatie met jug levert wegens de grote mate van overeenstemming en het daardoor ontstane verwarringsgevaar merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder b UMVo op. Gebruik van gluggling, glug en glugging zonder jug levert daarentegen geen merkinbreuk op.

IEF 23819

Gerecht: geen verwarringsgevaar tussen MOOVA AlmavivA Group en MOOVIT voor software en IT-diensten

Gerecht EU (voorheen GvEA) 9 sep 2026, IEF 23819; ECLI:EU:T:2026:547 (MOOVA AlmavivA Group), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-geen-verwarringsgevaar-tussen-moova-almaviva-group-en-moovit-voor-software-en-it-diensten

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23819; IEFbe 4302; ECLI:EU:T:2026:547 (MOOVA AlmavivA Group). Het Gerecht vernietigt de beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO voor zover daarin verwarringsgevaar was aangenomen tussen het Uniebeeldmerk MOOVA AlmavivA Group en het oudere Uniewoordmerk MOOVIT voor de nog betrokken waren en diensten in de klassen 9 en 42. De waren in klasse 9 zijn deels identiek en deels in hoge mate soortgelijk; de diensten in klasse 42 zijn deels identiek en deels in gemiddelde mate soortgelijk. De kamer van beroep mocht haar beoordeling richten op het Frans- en Spaanstalige publiek van de Unie. Voor de waren in klasse 9 bestaat dat publiek uit zowel professionele gebruikers met een bovengemiddeld aandachtsniveau als, in mindere mate, het algemene publiek met een gemiddeld aandachtsniveau; voor de diensten in klasse 42 gaat het om professionals met een bovengemiddeld aandachtsniveau. Bij de tekenvergelijking oordeelt het Gerecht dat ‘moov(i)a’ weliswaar het visueel dominante element van het aangevallen merk is, maar dat ‘almaviva group’ niet verwaarloosbaar is, omdat dit element de commerciële herkomst van de waren en diensten aanduidt en daarom in de vergelijking moet worden betrokken. Anders dan de kamer van beroep meende, zal het relevante publiek bovendien MOOVIT ontleden in ‘moov’ en ‘it’ en begrijpen als de Engelse aansporing ‘move it’, waarmee het begrip beweging wordt opgeroepen. Omdat de betrokken waren en diensten verband houden met mobiliteit, is dit betekenisaspect beschrijvend of evocatief en heeft het oudere merk slechts een zwak intrinsiek onderscheidend vermogen. Dat er andere merken met het bestanddeel ‘moov’ in registers voorkomen, maakt dat niet anders, nu Almaviva de daadwerkelijke aanwezigheid van dat bestanddeel op de relevante markt niet had aangetoond.

IEF 23815

Gerecht: oppositie tegen WALLAPOP raakt zonder voorwerp nadat oudere Spaanse merken tijdens procedure verstrijken

Gerecht EU (voorheen GvEA) 9 sep 2026, IEF 23815; ECLI:EU:T:2026:550 (wallapop), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-oppositie-tegen-wallapop-raakt-zonder-voorwerp-nadat-oudere-spaanse-merken-tijdens-procedure-verstrijken

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23815; IEFbe 4301; ECLI:EU:T:2026:550 (wallapop). Het Gerecht verwerpt het beroep van Unipreus tegen de beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO in de oppositieprocedure tegen het aangevraagde Uniebeeldmerk WALLAPOP. Unipreus had haar oppositie voor bepaalde diensten in klasse 35 gebaseerd op drie oudere Spaanse beeldmerken. In een eerder arrest uit 2018 had het Gerecht de toenmalige beslissing van de kamer van beroep gedeeltelijk vernietigd, omdat die ten onrechte had geoordeeld dat de betrokken diensten verschillend waren; het Gerecht stelde vast dat zij ten minste in geringe mate soortgelijk waren. Daarmee stond echter nog niet vast dat sprake was van verwarringsgevaar, omdat overeenstemming van de tekens en identiteit of soortgelijkheid van de waren of diensten cumulatieve voorwaarden zijn en de kamer van beroep destijds nog geen volledige beoordeling van het verwarringsgevaar had verricht. Nadat dat arrest definitief was geworden, moest de kamer van beroep opnieuw beslissen en daarbij zowel het eerdere arrest als relevante nieuwe omstandigheden meenemen. Tijdens die vervolgprocedure bleek dat de inschrijvingen van de oudere Spaanse merken wegens niet-vernieuwing waren verstreken; dit verlies van geldigheid was uiteindelijk bevestigd door definitieve nationale rechterlijke beslissingen van 25 oktober 2023 en 7 maart 2024.

IEF 23818

Gerecht Curaçao: Kortijn moet onrechtmatig aanhaken bij LOVERS-merk staken

Antilliaanse Gerechten 8 sep 2026, IEF 23818; ECLI:NL:OGEAC:2026:177 (Liusa tegen Kortijn), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-curacao-kortijn-moet-onrechtmatig-aanhaken-bij-lovers-merk-staken

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 8 september 2026, IEF 23818; ECLI:NL:OGEAC:2026:177 (Liusa tegen Kortijn). Het Gerecht oordeelt in kort geding over een geschil tussen Lovers Industrial U.S.A. LLC (Liusa) en Packers Provisions Curaçao N.V. (Kortijn) na de overname door Kortijn van de activa van de failliete Lovers Industrial Corporation B.V. (Lic). Partijen stellen over en weer rechthebbende te zijn op het LOVERS-merk en aanverwante rechten. Het Gerecht stelt voorop dat in dit kort geding niet kan worden vastgesteld wie rechthebbende is op de merken en/of de handelsnaam, mede omdat hierover nog een procedure in de Verenigde Staten loopt. Evenmin kan voorshands worden vastgesteld dat Liusa haar merkregistratie te kwader trouw heeft verricht. Voor de voorlopige beoordeling neemt het Gerecht daarom tot uitgangspunt wat Liusa en Lic jarenlang zelf als uitgangspunt hebben gehanteerd: Liusa gold als merkgerechtigde en Lic was op basis van licenties bevoegd de merken en recepten te gebruiken. Daarbij weegt mee dat Kortijn bij de activatransactie bekend was met deze licentieconstructie en het bestaande geschil over de IE-rechten, dat de curatoren bij de overdracht uitdrukkelijk geen garantie gaven over het bestaan, de status of overdraagbaarheid van die rechten en dat Kortijn nadien met Liusa over een licentie heeft onderhandeld zonder zich toen op het standpunt te stellen dat zij zelf merkhouder was. Onder deze omstandigheden kan Kortijn zich volgens het Gerecht in dit kort geding niet in redelijkheid op het standpunt stellen dat Liusa niet tegen haar gebruik van het LOVERS-merk mag optreden.

IEF 23817

Uitspraak ingezonden door Paul Trapman, Ploum.

Rb. Den Haag: verbod op handel in gestolen Coty-parfums wegens merkinbreuk

Rechtbank Den Haag 28 aug 2026, IEF 23817; ECLI:NL:RBDHA:2026:24587 (Coty tegen KD Online), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-den-haag-verbod-op-handel-in-gestolen-coty-parfums-wegens-merkinbreuk

Rb. Den Haag 28 augustus 2026, IEF 23817; ECLI:NL:RBDHA:2026:24587 (Coty tegen KD Online). Coty Beauty Germany stelt in kort geding dat KD Online op grootschalige wijze handelt in van Coty gestolen parfums en daarmee inbreuk maakt op haar merkrechten. KD Online verschijnt niet ter zitting, waarna verstek wordt verleend. De voorzieningenrechter baseert zijn beslissing daarom op de door Coty gestelde en niet weersproken feiten; de vorderingen zijn toewijsbaar tenzij zij hem ongegrond of onrechtmatig voorkomen. Voor de op Uniemerken gebaseerde vorderingen is de rechtbank internationaal en relatief bevoegd op grond van de artikelen 123, 124 en 125 UMVo, waarbij die bevoegdheid zich ingevolge artikel 126 lid 1 UMVo uitstrekt tot de gehele Europese Unie. Voor het internationale merk met gelding voor de Benelux volgt de bevoegdheid uit artikel 4.6 lid 1 BVIE, althans uit verknochtheid met de Uniemerkvorderingen. De gevorderde opgave van de met de gestolen parfums behaalde omzet en winst wordt afgewezen, omdat die vordering niet strekt tot beëindiging of voorkoming van een (dreigende) inbreuk en daarom onvoldoende spoedeisend belang heeft. Voor het overige acht de voorzieningenrechter het gevorderde niet ongegrond of onrechtmatig.

IEF 23814

Gerecht: verwarringsgevaar tussen FISH REVOLUTION en CANNED TUNA REVOLUTION! voor waren in klasse 29

Gerecht EU (voorheen GvEA) 9 sep 2026, IEF 23814; ECLI:EU:T:2026:536 (FISH REVOLUTION), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-verwarringsgevaar-tussen-fish-revolution-en-canned-tuna-revolution-voor-waren-in-klasse-29

Gerecht EU 9 september, IEF 23814; IEFbe 4300; ECLI:EU:T:2026:536 (FISH REVOLUTION). Het Gerecht verwerpt het beroep van Eurest Colectividades tegen de beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de oppositie van Fish Tales Holding tegen het aangevraagde Uniebeeldmerk FISH REVOLUTION gedeeltelijk was toegewezen op grond van artikel 8, lid 1, onder b, van Verordening 2017/1001. De oppositie was gebaseerd op het oudere Uniemerk CANNED TUNA REVOLUTION!, ingeschreven voor onder meer vis, tonijn, visconserven, bereide vismaaltijden, geleien en eetbare oliën en vetten in klasse 29. Het relevante publiek bestaat uit het algemene publiek in de Europese Unie met een gemiddeld aandachtsniveau, waarbij de kamer van beroep haar beoordeling terecht richtte op het Grieks- en Hongaarstalige publiek dat de betrokken Engelse termen niet noodzakelijk begrijpt. Voor weigering van een Uniemerk is voldoende dat verwarringsgevaar bestaat bij een niet te verwaarlozen deel van het publiek in de Unie. De bestreden waren zijn, afhankelijk van de categorie, identiek of ten minste in geringe mate soortgelijk aan de waren van het oudere merk. Voor het relevante Grieks- en Hongaarstalige publiek heeft het gemeenschappelijke woord ‘revolution’ geen betekenis en is het daarom onderscheidend. Eurest had niet aangetoond dat dit woord op de levensmiddelenmarkt algemeen gebruikelijk, beschrijvend of louter aanprijzend is.