Alle rechtspraak  

IEF 23221

Geldige exclusieve licentie doorslaggevend bij handelsnaam- en merkrechtgeschil

Rechtbank Gelderland 19 dec 2025, IEF 23221; ECLI:NL:RBGEL:2025:11550 ([eisers] tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/geldige-exclusieve-licentie-doorslaggevend-bij-handelsnaam-en-merkrechtgeschil

Rb. Gelderland 19 december 2025, IEF 23221; ECLI:NL:RBGEL:2025:11550 ([eisers] tegen [gedaagde]). In dit kort geding beoordeelt de rechtbank een geschil over het gebruik van een handelsnaam, merkrechten en een octrooi voor een isolatieproduct. Eisers stellen dat zij op grond van een in juni 2025 gesloten licentieovereenkomst (LO2) exclusieve rechten hebben verkregen en dat gedaagde inbreuk maakt door het gebruik van dezelfde handelsnaam en merken. Gedaagde verweert zich met de stelling dat zij al eerder, op 12 februari 2025, op grond van een andere licentieovereenkomst (LO1) een exclusieve licentie heeft verkregen op het octrooi, de handelsnaam en de bijbehorende merken. De voorzieningenrechter stelt voorop dat sprake is van spoedeisend belang, maar beoordeelt vervolgens of de vorderingen in een bodemprocedure een reële kans van slagen hebben.

IEF 23215

Het oudere recht op de naam ‘Leone’: afbakening tussen artikel 60 lid 2 onder a en artikel 60 lid 1 onder c UMVo

Gerecht EU (voorheen GvEA) 14 jan 2026, IEF 23215; ECLI:EU:T:2026:10 (Lisa Leone, Giorgio Leone, Leone & Leone OG tegen EUIPO en Incom), https://ie-forum.nl/artikelen/het-oudere-recht-op-de-naam-leone-afbakening-tussen-artikel-60-lid-2-onder-a-en-artikel-60-lid-1-onder-c-umvo

Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23215; ECLI:EU:T:2026:10 (Lisa Leone, Giorgio Leone, Leone & Leone OG tegen EUIPO en Incom). Verzoekers (Lisa Leone, Giorgio Leone, Leone & Leone OG) verzochten in 2022 bij de Cancellation Division van het EUIPO om nietigverklaring van het Uniemerk ‘Leone’, ingeschreven voor roomijs en diverse ijsproducten. Volgens de verzoekers hadden zij een bestaand recht volgens Nationaal Oostenrijks recht. De verzoekers stelden dat zij volgens het Oostenrijkse recht eerder rechten hadden op de naam Leone, omdat het hun familienaam is, die zij gebruiken in hun bedrijfsactiviteiten, en omdat de naam Leone op hun ijssalons en producten wordt gebruikt. De vordering tot nietigverklaring werd ingediend op grond van artikel 60, lid 2, onder a) van verordening (EU) 2017/1001, in combinatie met Oostenrijkse wettelijke regelingen, namelijk § 43 van het Allgemeine bürgerliche Gesetzbuch, § 9 van het Gesetz gegen den unlauteren Wettbewerb en § 12 van het Markenschutzgesetz. De Cancellation Division wees op 9 maart 2023 de vordering tot nietigverklaring af, waarna de kamer van beroep bij beslissing van 27 november 2024 die afwijzing bevestigde. De kamer van beroep oordeelde dat de door verzoekers aangevoerde rechten niet onder het in artikel 60, lid 2, onder a), genoemde “recht op de naam” vielen, maar eerder onder artikel 60, lid 1, onder c), dat ziet op niet‑ingeschreven merken en andere tekens die in het economische verkeer worden gebruikt om waren of diensten aan te duiden en de commerciële herkomst te waarborgen. Volgens de kamer van beroep maakten verzoekers met name aanspraak op bescherming tegen misleiding van het relevante publiek omtrent de commerciële herkomst, zodat de naam “Leone” in hun gebruik fungeerde als commercieel identificatiemiddel en niet als naam ter identificatie van een persoon. Verzoekers hebben tegen deze beslissing beroep ingesteld het gerecht van de EU.

IEF 23213

Structurele merkinbreuk op Satisfyer-Uniemerken: verbod, inzage en verwijzing naar schadestaat

Rechtbank Den Haag 7 jan 2026, IEF 23213; ECLI:NL:RBDHA:2026:337 (Triple A tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/structurele-merkinbreuk-op-satisfyer-uniemerken-verbod-inzage-en-verwijzing-naar-schadestaat

Rb. Den Haag 7 januari 2026, IEF 23213; ECLI:NL:RBDHA:2026:337 (Triple A tegen [gedaagde]). De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op meerdere Uniemerken van Triple A Finance door het importeren, aanbieden en verkopen van namaak Satisfyer-producten via onder meer bol.com, zijn eigen website en andere online platforms. Vast staat dat de aangeboden producten identiek waren aan de ingeschreven merken en werden gebruikt voor dezelfde waren, zonder toestemming van de merkhouder. Daarmee is voldaan aan de voorwaarden van artikel 9 lid 2 onder a UMVo. De rechtbank acht van belang dat sprake was van structurele en bewuste handel in namaakproducten, blijkend uit testaankopen, in beslag genomen goederen, inkoopfacturen via Alibaba en interne communicatie met leveranciers. Triple A Finance is als merkhouder vorderingsgerechtigd; de vorderingen van Triple A Marketing worden afgewezen. De rechtbank legt een EU-wijd inbreukverbod op, beveelt rectificatie, vernietiging van nog aanwezige namaakproducten en verbindt daaraan een dwangsom.

IEF 23204

Benelux-merk EIFFEL ten onrechte doorgehaald: geen kwade trouw en geen misleiding

BenGH 30 sep 2025, IEF 23204; C 2024/03 (Eiffel World tegen verweerster), https://ie-forum.nl/artikelen/benelux-merk-eiffel-ten-onrechte-doorgehaald-geen-kwade-trouw-en-geen-misleiding

BenGH 26 november, IEF 23204; IEFbe 4081; C 2024/03 (Eiffel World tegen verweerster). Het Benelux-Gerechtshof vernietigt het besluit van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) waarbij het Benelux-woordmerk EIFFEL van Eiffel World was doorgehaald wegens vermeende kwade trouw en misleiding. Het Hof stelt voorop dat kwade trouw bij merkaanvraag slechts kan worden aangenomen wanneer uit objectieve en samenhangende omstandigheden blijkt dat het merk is aangevraagd met een oneerlijk oogmerk, zoals het schaden van derden of het verkrijgen van een exclusief recht buiten de normale merkrechtelijke functies. Dat Eiffel World en haar bestuurder Philippe Coupérie-Eiffel bekend waren met de Association des descendants de Gustave Eiffel (ADGE) en eerdere geschillen over de naam Eiffel, is daarvoor onvoldoende. Naar Benelux-recht bestaat geen vereiste van voorafgaande toestemming van een familievereniging voor het deponeren van een achternaam als merk, en verplichtingen die Philippe Coupérie-Eiffel in het verleden jegens ADGE is aangegaan binden Eiffel World niet. Ook het gestelde niet-gebruik van het merk vormt op zichzelf geen bewijs van kwade trouw.

IEF 23188

Ontwerper-naam als merk: wanneer kan misleidend gebruik leiden tot verval?

HvJ EU 18 dec 2025, IEF 23188; ECLI:EU:C:2025:986 (PMJC SAS tegen [W] [X], [M] [X], [X] Créative SAS), https://ie-forum.nl/artikelen/ontwerper-naam-als-merk-wanneer-kan-misleidend-gebruik-leiden-tot-verval

HvJ EU 18 december 2025, IEF 23188; IEFbe 4075; ECLI:EU:C:2025:986 (PMJC SAS tegen [W] [X], [M] [X], [X] Créative SAS). Het Hof van Justitie kreeg van de Franse Cour de cassation de vraag hoe de vervalgrond wegens misleiding moet worden uitgelegd (art. 12(2)(b) Richtlijn 2008/95 en art. 20(b) Richtlijn 2015/2436). In het hoofdgeding ging het om twee merken die overeenkomen met de familienaam van een modeontwerper. Die merken waren na een overname overgedragen aan PMJC. De ontwerper werkte nog tot eind 2015 samen met PMJC, maar later ontstond een conflict: PMJC stelde o.a. merkinbreuk en oneerlijke mededinging, terwijl de ontwerper in reconventie stelde dat PMJC de merken daarna zo gebruikte dat het publiek dacht dat hij nog steeds de ontwerper was van de betrokken producten. Het Franse hof van beroep verklaarde de merkrechten deels vervallen, mede omdat PMJC producten op de markt bracht met decoraties uit het creatieve “universum” van de ontwerper en daarbij (volgens eerdere veroordelingen) inbreuk maakte op diens auteursrechten, waardoor consumenten konden denken dat het om door hem ontworpen werken ging.

IEF 23186

V4 versus V4 Financial Partners: Gerecht bevestigt verwarringsgevaar ondanks zwakke onderscheidingskracht

Gerecht EU (voorheen GvEA) 10 dec 2025, IEF 23186; ECLI:EU:T:2025:1093 (V4 Holding, a.s. tegen EUIPO en V4 Financial Partners, SA), https://ie-forum.nl/artikelen/v4-versus-v4-financial-partners-gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-ondanks-zwakke-onderscheidingskracht

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23186; IEFbe 4074; ECLI:EU:T:2025:1093 (V4 Holding, a.s. tegen EUIPO en V4 Financial Partners, SA). V4 Holding (Slowakije) vroeg EUIPO om het Uniemerk “V4 Financial Partners” (figuurmerk) ongeldig te verklaren. Volgens V4 Holding was er verwarringsgevaar met haar eerdere Slowaakse figuurmerk “V4” (voor diensten in klassen 35 en 36) en daarnaast met een niet-ingeschreven teken “V4” dat zij in Slowakije zou gebruiken. De Cancellation Division verklaarde het Uniemerk in 2022 volledig nietig op basis van art. 60(1)(a) jo. 8(1)(b) UMVo (relatieve nietigheidsgrond: verwarringsgevaar), en keek daarbij alleen naar het Slowaakse merk (proces-economie). V4 Financial Partners ging in beroep: de Board of Appeal gaf haar gelijk en verwees de zaak terug naar de Cancellation Division. V4 Holding stapte daarop naar het Gerecht. EUIPO wierp eerst nog op dat de advocaat van V4 Holding mogelijk niet onafhankelijk was (vermeende banden met de V4-groep), maar het Gerecht verwerpt dat: er is geen bewijs van een arbeidsrelatie of van banden die de onafhankelijkheid “manifest” aantasten.

IEF 23178

Gerecht EU: kans op verwarringsgevaar tussen "VAL --- ACRYL" en "Malacryl"

Gerecht EU (voorheen GvEA) 10 dec 2025, IEF 23178; ECLI:EU:T:2025:1097 (Cin Valentine tegen EUIPO, DAW SE), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-kans-op-verwarringsgevaar-tussen-val-acryl-en-malacryl

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23178; IEFbe 4070; ECLI:EU:T:2025:1097 (Cin Valentine tegen EUIPO, DAW SE). Cin Valentine vordert in dit merkenrechtelijke geschil de vernietiging van een beslissing van de Kamer van Beroep van het EUIPO. Het gaat om een aanvraag voor het woordmerk “VAL --- ACRYL” voor waren in klasse 2 (verf). DAW SE had oppositie ingesteld op basis van haar oudere merk “Malacryl”, eveneens ingeschreven voor klasse 2. De Kamer van Beroep oordeelde dat er sprake is van verwarringsgevaar en wees de aanvraag af. 

IEF 23177

Hof bevestigt gelding wereldwijde uitputting in Caribisch gebied: decodering geen grond voor verzet

Antilliaanse Gerechten 16 dec 2025, IEF 23177; ECLI:NL:OGHACMB:2025:311 (Hennessy c.s. tegen [geïntimeerde 1] en Zhung Kong), https://ie-forum.nl/artikelen/hof-bevestigt-gelding-wereldwijde-uitputting-in-caribisch-gebied-decodering-geen-grond-voor-verzet

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 16 december 2025, IEF 23177; ECLI:NL:OGHACMB:2025:311 (Hennessy c.s. tegen [geïntimeerde 1] en Zhung Kong). In deze zaak hebben de merkhouders Hennessy, MHCS en Polmos zich verzet tegen de verkoop op Bonaire van gedecodeerde flessen alcoholhoudende dranken onder hun merken door de vennootschappen [geïntimeerde 1] N.V. en Zhung Kong B.V. De flessen bevatten geen originele identificatiecodes meer. De merkhouders stellen dat dit inbreuk maakt op hun merkrechten. In eerste aanleg vorderden de merkhouders onder meer een verbod op verdere verkoop, een recall, opgave van gegevens en een schadevergoeding. Het Gerecht in eerste aanleg heeft alle vorderingen afgewezen [ECLI:NL:OGEABES:2024:130]. Hennessy c.s. komen nu in hoger beroep. Het Hof beoordeelt het geschil aan de hand van artikel 23 lid 8 van de Merkenlandsverordening (Mlv), waarin het beginsel van wereldwijde uitputting van merkrechten is neergelegd. Een merkhouder kan zich alleen verzetten tegen verdere verhandeling van producten als daar gegronde redenen voor zijn. Het enkele feit dat identificatiecodes verwijderd zijn, levert geen gegronde reden op voor verzet, tenzij blijkt van een gevaar voor gezondheid of significante reputatieschade. 

IEF 23175

Kort geding over licentie en merkregistratie voor game "Spider Tanks"

Rechtbank Amsterdam 30 jul 2025, IEF 23175; ECLI:NL:RBAMS:2025:7867 (Gamedia tegen Gala Games), https://ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-over-licentie-en-merkregistratie-voor-game-spider-tanks

Rb. Amsterdam 30 juli 2025, IEF 23175; ECLI:NL:RBAMS:2025:7867 (Gamedia tegen Gala Games). Gamedia en Gala Games zijn een samenwerking aangegaan voor de ontwikkeling en publicatie van het spel ‘Spider Tanks’. Gamedia heeft het spel ontwikkeld en het spel is op het platform van Gala Games (via blockchain infrastructuur) gepubliceerd. Partijen hebben vanwege hun samenwerking een overeenkomst gesloten waarin is bepaald dat Gamedia Gala Games een licentie geeft voor drie jaar voor de exploitatie van het spel. Partijen zijn het niet eens over de ingangsdatum van de licentie en dus ook niet over de vraag wanneer de licentie afloopt. Gamedia stelt dat de licentie al is verlopen en Gala Games nu dus al inbreuk maakt op haar intellectuele eigendomsrechten. Gala Games stelt dat de licentie nog niet is verlopen en vraagt daarom ook dat Gamedia de samenwerking moet voortzetten. Daarnaast speelt ook dat Gala Games merkenrechten heeft aangevraagd, waarvan Gamedia stelt dat die aan haar toebehoren. Gamedia vordert in conventie staking van de gestelde inbreuken, overdracht van de merkregistraties en rectificatie. Gala Games vordert in reconventie onder meer nakoming van de overeenkomst, de terbeschikkingstelling van de broncode en hervatting van de spelontwikkeling. 

IEF 23173

LAV/Làv: EU-Gerecht corrigeert te strenge eisen aan bewijs van normaal gebruik

Gerecht EU (voorheen GvEA) 19 nov 2025, IEF 23173; ECLI:EU:T:2025:1049 (Gürok Turizm ve Madencilik AŞ tegen EUIPO en Olav GmbH), https://ie-forum.nl/artikelen/lav-lav-eu-gerecht-corrigeert-te-strenge-eisen-aan-bewijs-van-normaal-gebruik

Gerecht EU 19 november 2025, IEF 23173; ECLI:EU:T:2025:1049 (Gürok Turizm ve Madencilik AŞ tegen EUIPO en Olav GmbH). In deze zaak stond de vraag centraal of het Uniebeeldmerk LAV van Gürok normaal was gebruikt in de relevante vijfjaarsperiode. Nadat de Nietigheidsafdeling het merk deels in stand had gelaten (met name voor glas- en keukenwaren in klasse 21), vernietigde de Kamer van Beroep dat oordeel omdat volgens haar de omvang van het gebruik onvoldoende was aangetoond. Het EU-Gerecht fluit de Kamer van Beroep terug. Het benadrukt dat bewijs van normaal gebruik globaal en in onderlinge samenhang moet worden beoordeeld en dat geen buitensporige of onpraktische bewijslast mag worden opgelegd. Gürok had omvangrijk bewijs overgelegd (facturen, catalogi, productcodes en substantiële omzet in meerdere lidstaten), en het was onredelijk om te eisen dat duizenden factuurregels één-op-één aan catalogusproducten werden gekoppeld. Bovendien is het juridisch onjuist om bewijs van verkoop aan eindverbruikers te verlangen: ook B2B-gebruik kan normaal gebruik opleveren. Een te strenge bewijsstandaard kan bovendien strijd opleveren met het beginsel van behoorlijk bestuur (art. 41 Handvest). De beslissing van de Kamer van Beroep wordt vernietigd en EUIPO wordt in de kosten verwezen.