Alle rechtspraak  

IEF 23997

Rb. Den Haag: Chinese anti-suit injunction tegen Nexperia onrechtmatig, Europees verbod toegewezen

Rechtbank Den Haag 5 nov 2026, IEF 23997; ECLI:NL:RBDHA:2026:32607 (Nexperia NL tegen Nexperia China), https://ie-forum.nl/artikelen/rb-den-haag-chinese-anti-suit-injunction-tegen-nexperia-onrechtmatig-europees-verbod-toegewezen

Rb. Den Haag 5 november 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:32607 (Nexperia NL tegen Nexperia China) In deze zaak tussen Nexperia NL en Nexperia China staat de vraag centraal of Nexperia China zich mag beroepen op een door een Chinese rechter opgelegde anti-suit injunction (ASI), waarmee Nexperia NL wordt beperkt in de handhaving van haar intellectuele-eigendomsrechten. Nexperia China is een volledige dochtervennootschap van Nexperia NL. Binnen de Nexperia-groep is in oktober 2025 een conflict ontstaan, waarna partijen de uitvoering van hun onderlinge overeenkomsten grotendeels hebben gestaakt. Nexperia NL, houdster van verschillende Unie- en Beneluxmerken voor halfgeleiders, stelt dat Nexperia China zonder haar toestemming producten onder deze merken aanbiedt. Op verzoek van Nexperia China heeft het Hooggerechtshof van de Chinese provincie Jiangsu op 31 maart 2026 een bevel uitgevaardigd dat Nexperia NL onder meer verbiedt om wereldwijd aanspraken wegens inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten tegen Nexperia China en aan haar gelieerde partijen geldend te maken. Ook moet Nexperia NL eerdere waarschuwingen aan klanten en partners intrekken. Op overtreding staat een dagelijkse boete van één miljoen yuan. Nexperia NL vordert daarop bij de rechtbank Den Haag een anti-anti-suit injunction (AASI), waarmee Nexperia China wordt verboden zich op het Chinese bevel te beroepen.

IEF 23991

Gerecht EU: BMV profiteert ongerechtvaardigd van reputatie BMW-merk

Gerecht EU (voorheen GvEA) 4 nov 2026, IEF 23991; T-468/25 (Victron Energy tegen EUIPO, BMW), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-bmv-profiteert-ongerechtvaardigd-van-reputatie-bmw-merk

Gerecht EU 4 november 2026, IEF 23991; IEFbe 4383; T-468/25 (Victron Energy tegen EUIPO, BMW). In deze zaak tussen Victron Energy en het EUIPO, met BMW als interveniënte, staat de vraag centraal of het aangevraagde Uniewoordmerk BMV ongerechtvaardigd voordeel trekt uit de reputatie van het oudere Uniewoordmerk BMW. Victron Energy heeft het merk BMV aangevraagd voor onder meer accumonitoren in klasse 9. BMW heeft hiertegen oppositie ingesteld op grond van artikel 8 lid 1 onder b en artikel 8 lid 5 UMVo. De oppositieafdeling van het EUIPO heeft de oppositie op grond van artikel 8 lid 5 UMVo toegewezen. Victron Energy komt op tegen de weigering van haar merkaanvraag.

IEF 23990

Gerecht EU: verwarringsgevaar tussen EM | BLEU en BLUE voor elektronische producten aangenomen

Gerecht EU (voorheen GvEA) 4 nov 2026, IEF 23990; T‑493/25 (EM Microelectronic-Marin tegen EUIPO en O2 Worldwide), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-verwarringsgevaar-tussen-em-bleu-en-blue-voor-elektronische-producten-aangenomen

Gerecht EU 4 november 2026, IEF 23990; IEFbe 4382; T-493/25 (EM Microelectronic-Marin tegen EUIPO, O2 Worldwide). In deze zaak tussen EM Microelectronic-Marin en EUIPO, met O2 Worldwide als interveniënte, staat de vraag centraal of het woordmerk EM | BLEU verwarringsgevaar oplevert met het oudere Duitse woordmerk BLUE. EM Microelectronic-Marin heeft merkbescherming aangevraagd voor EM | BLEU, onder meer voor elektronische componenten, microchips, software en andere producten in klasse 9. O2 Worldwide heeft hiertegen oppositie ingesteld op basis van haar oudere Duitse woordmerken BLUE, BLUE 1 en BLUE ONE. De oppositieafdeling van EUIPO wees de oppositie aanvankelijk af, maar de kamer van beroep oordeelde dat sprake was van verwarringsgevaar tussen EM | BLEU en BLUE en weigerde bescherming van het aangevraagde merk in de Europese Unie.

IEF 23983

Uitspraak ingezonden door Tim van Riessen, Spee & Bijl.

Rb. Amsterdam: geen merk- of handelsnaaminbreuk door Icon Investment Group op Icon Real Estate Management

Rechtbank Amsterdam 2 nov 2026, IEF 23983; C/13/792 198 / KG ZA 26-7 15 LV/EvK (Icon tegen IIG), https://ie-forum.nl/artikelen/rb-amsterdam-geen-merk-of-handelsnaaminbreuk-door-icon-investment-group-op-icon-real-estate-management

Rb. Amsterdam 2 oktober 2026, IEF 23983; C/13/792 198 / KG ZA 26-7 15 LV/EvK (Icon tegen IIG). In deze zaak tussen Icon Real Estate Management (Icon) en Icon Investment Group (IIG) staat de vraag centraal of IIG met het gebruik van haar handelsnaam en logo inbreuk maakt op de merk- en handelsnaamrechten van Icon. Icon is actief in vastgoedontwikkeling en vastgoedbeheer en beschikt over een Uniewoordmerk ICON en een Beneluxbeeldmerk. IIG is een holding- en investeringsmaatschappij, onder meer betrokken bij vastgoedprojecten. Volgens Icon gebruikt IIG een overeenstemmend teken voor identieke of soortgelijke diensten, waardoor verwarringsgevaar ontstaat.

IEF 23969

Gerecht EU: Publicaties en loyaliteitsprogramma's kunnen complementaire waren en diensten zijn

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 okt 2026, IEF 23969; ECLI:EU:T:2026:694 (Volotea tegen EUIPO, ITA), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-publicaties-en-loyaliteitsprogramma-s-kunnen-complementaire-waren-en-diensten-zijn

Gerecht EU 21 oktober 2026, IEF 23969; IEFbe 4372; T-513/25; ECLI:EU:T:2026:694 (Voloteat tegen EUIPO, ITA Airways). In deze zaak tussen Volotea en EUIPO, met Italia Trasporto Aereo (ITA Airways) als interveniënte, staat de vraag centraal of waren en diensten op het gebied van loyaliteitsprogramma's soortgelijk zijn aan publicaties en het online aanbieden daarvan. ITA Airways had een aanvraag ingediend voor het Uniebeeldmerk VOLARE voor onder meer loyaliteitskaarten, software voor loyaliteitsprogramma's en diensten op het gebied van klantenbinding. Volotea stelde oppositie in op basis van haar oudere Uniebeeldmerken VOLARE en VOLARE MAGAZINE, die onder meer betrekking hebben op gedrukte en elektronische publicaties. De oppositieafdeling en de kamer van beroep van het EUIPO wezen de oppositie af, omdat volgens hen geen sprake was van soortgelijke waren en diensten. Volotea stelde daarop beroep in bij het Gerecht.

IEF 23967

Gerecht EU: Geen verwarringsgevaar tussen EXTRA STARS en Power Stars ondanks identieke waren en diensten

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 okt 2026, IEF 23967; T-786/25 (Novomatic tegen EUIPO, Euro Games Technology), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-geen-verwarringsgevaar-tussen-extra-stars-en-power-stars-ondanks-identieke-waren-en-diensten

Gerecht EU 21 oktober 2026, IEF 23967; IEFbe 4370 zaak T-786/25 (Novomatic tegen EUIPO, Euro Games Technology). In deze zaak tussen Novomatic en EUIPO, met Euro Games Technology als interveniënte, staat de vraag centraal of het beeldmerk EXTRA STARS verwarringsgevaar oplevert met het oudere beeldmerk Power Stars. Beide merken hebben betrekking op waren en diensten in de kansspelindustrie, waaronder software, speelautomaten en casinodiensten. Novomatic verzocht om nietigverklaring van het merk EXTRA STARS wegens verwarringsgevaar in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van Verordening 207/2009. De nietigheidsafdeling van het EUIPO wees dit verzoek gedeeltelijk toe, maar de kamer van beroep oordeelde dat geen verwarringsgevaar bestond. Novomatic stelde daarop beroep in bij het Gerecht.

IEF 23964

Rb. Den Haag: EvolutionRE maakt merkinbreuk op EVOLUTIQ

Rechtbank Den Haag 19 okt 2026, IEF 23964; ECLI:NL:RBDHA:2026:30863 (Evolutiq tegen EvolutionRE), https://ie-forum.nl/artikelen/rb-den-haag-evolutionre-maakt-merkinbreuk-op-evolutiq

Rb. Den Haag 19 oktober 2026, IEF 23964; ECLI:NL:RBDHA:2026:30863 (Evolutiq tegen EvolutionRE). In deze zaak oordeelt de voorzieningenrechter dat EvolutionRE met het gebruik van haar naam inbreuk maakt op het Uniewoordmerk EVOLUTIQ. Beide ondernemingen zijn actief in de vastgoedsector en bieden diensten aan op het gebied van vastgoedontwikkeling en -beheer. Evolutiq stelt dat het gebruik van het teken EvolutionRE verwarringsgevaar oplevert in de zin van artikel 9 lid 2 sub b UMVo. De voorzieningenrechter stelt vast dat sprake is van een sterke visuele overeenstemming tussen EVOLUTIQ en EvolutionRE, omdat het voor de totaalindruk bepalende begin ‘EVOLUTI’ volledig overeenstemt. De auditieve overeenstemming is daarentegen gering en een begripsmatige vergelijking is niet mogelijk. Gelet op de sterke visuele overeenstemming, de identieke diensten en het gemiddelde aandachtsniveau van het relevante publiek is volgens de voorzieningenrechter sprake van verwarringsgevaar. EvolutionRE voert aan dat het gemeenschappelijke element ‘EVOLUTI’ beschrijvend is voor vastgoedontwikkeling, waardoor het merk slechts een beperkte beschermingsomvang zou hebben. Dit verweer slaagt niet.

IEF 23959

Uitspraak ingezonden door Bastiaan van den Bogaard (Intellectueeleigendom.nl) en Jan Jacobi (MAAK Advocaten).

EUIPO verklaart merk 123LED gedeeltelijk nietig wegens beschrijvend karakter

EUIPO - OHIM 14 okt 2026, IEF 23959; C 71 716 https://ie-forum.nl/artikelen/euipo-verklaart-merk-123led-gedeeltelijk-nietig-wegens-beschrijvend-karakter

EUIPO 14 oktober 2026, IEF 23959; IEFbe 4367; No C 71 716 (Ledstores Europe tegen 123led). De nietigheidsafdeling van het EUIPO heeft het Uniemerk ‘123LED’ gedeeltelijk nietig verklaard wegens het beschrijvende karakter en het ontbreken van onderscheidend vermogen. Ledstores Europe had de nietigheid gevorderd van het door 123led gehouden woordmerk voor onder meer dimmers, verlichtingsproducten en handelsdiensten. Volgens Ledstores verwijst ‘123’ naar snelheid en gemak, terwijl ‘LED’ de betrokken verlichtingstechnologie beschrijft.

IEF 23936

Afsluiting domeinnaam Crowe Peak tijdens onderhandelingen over merkrechten onrechtmatig

Rechtbank Rotterdam 16 okt 2026, IEF 23936; ECLI:NL:RBROT:2026:14308 (CP tegen HIR), https://ie-forum.nl/artikelen/afsluiting-domeinnaam-crowe-peak-tijdens-onderhandelingen-over-merkrechten-onrechtmatig

Rb. Rotterdam 16 oktober 2026, IEF 23936; ECLI:NL:RBROT:2026:14308 (CP tegen HIR). Crowe Peak (CP), een kantoor van accountants, belastingadviseurs en consultants, was sinds 1999 aangesloten bij Crowe Global, een internationaal samenwerkingsverband van accountantskantoren. CP maakte op grond van een licentieovereenkomst met Horwath International Registration (HIR), een dochtervennootschap van Crowe Global, gebruik van merkrechten en een domeinnaam. Na een wijziging in de aandeelhoudersstructuur van CP wees Crowe Global haar verzoek om voortzetting van het lidmaatschap af. Vervolgens ontstond een geschil over de beëindiging van het lidmaatschap en het verdere gebruik van de aanduiding Crowe en de bijbehorende domeinnaam. Partijen onderhandelden over een overgangsregeling waarbij CP de merkrechten en domeinnaam tot uiterlijk 31 december 2026 tegen betaling zou mogen blijven gebruiken. Zij bereikten echter geen overeenstemming over het automatisch beantwoorden en doorsturen van e-mails na die datum. Nadat CP de voorgestelde vaststellingsovereenkomst niet had ondertekend, schakelde HIR op 12 oktober 2026 de domeinnaam uit. CP vordert in kort geding herstel van de toegang tot de domeinnaam.

IEF 23933

Gerecht EU: verwarringsgevaar tussen MAGORA en GRUPO AGORA voor financiële, vastgoed- en accommodatiediensten

Gerecht EU (voorheen GvEA) 14 okt 2026, IEF 23933; ECLI:EU:T:2026:668 (MAGORA), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-verwarringsgevaar-tussen-magora-en-grupo-agora-voor-financiele-vastgoed-en-accommodatiediensten

Gerecht EU 14 oktober 2026, IEF 23933; IEFbe 4354; ECLI:EU:T:2026:668 (MAGORA). Het Gerecht oordeelt over een oppositie tegen de inschrijving van het Uniewoordmerk MAGORA, aangevraagd door Holding Tourisme voor diensten in de klassen 36 en 43, waaronder financiële diensten, vastgoeddiensten en tijdelijke accommodatie. De Spaanse onderneming Agora SA maakte bezwaar tegen de inschrijving op grond van haar oudere Uniebeeldmerk GRUPO AGORA. De oppositieafdeling van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) wees de oppositie gedeeltelijk toe, waarna de kamer van beroep deze beslissing bevestigde wegens verwarringsgevaar in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001. Holding Tourisme betwistte onder meer de overeenstemming tussen de betrokken diensten en merken. Volgens haar zou het relevante publiek, mede vanwege het hogere aandachtsniveau en de verschillen in betekenis en vormgeving, de merken voldoende van elkaar kunnen onderscheiden.