Filter
  • Datum
  • Dossier
  • Instantie
zoeken

Dossiers

 
 
20.607 artikelen gevonden
IEF 23239

Uitspraak ingezonden door Britt Beumer en mr. L.J. Gravendeel, Fruytier Lawyers in Business

Hostingprovider aansprakelijk voor merkinbreuk en afgifte NAW‑gegevens

Rechtbanken 23 jan 2026, IEF 23239; Zaaknummer: C/09/696323 / KG ZA 25-1249 (TER HELL & CO. GMBH en TER CHEMICALS GMBH & CO. KG tegen YOUR HOSTING B.V.), https://ie-forum.nl/artikelen/hostingprovider-aansprakelijk-voor-merkinbreuk-en-afgifte-naw-gegevens

Rb. Den Haag 23 januari 2026, IEF 23239; Zaaknummer: C/09/696323 / KG ZA 25-1249 (TER HELL & CO. GMBH en TER CHEMICALS GMBH & CO. KG tegen YOUR HOSTING B.V.). TER Hell en TER Chemicals maken deel uit van de TER Group, een internationale distributeur van chemische producten die de handelsnamen TER, TER Chemicals en TER Hell voert en houdster is van het woordmerk TER. In het najaar van 2025 ontdekt TER c.s. dat de website terchemie.com, gehost door Neostrada, zonder toestemming de tekens TER Chemie en een overeenkomstig logo gebruikt voor een chemische distributeur. TER c.s. stuurt Neostrada een notice‑and‑takedown verzoek en sommaties om de inbreukmakende pagina’s te verwijderen of te blokkeren en de NAW‑ en overige identificerende gegevens van de websitehouder te verstrekken, maar Neostrada beperkt zich tot een tijdelijke schorsing. In kort geding vordert TER c.s. primair dat Neostrada wordt bevolen de specifieke pagina’s met TER Chemie blijvend te verwijderen of te blokkeren en de volledige NAW‑gegevens van de websitehouder, plus klant‑, account‑, betalings‑ en loggegevens, af te geven; subsidiair dat de gehele website offline wordt gehaald en offline blijft. Daarnaast vordert TER c.s. een dwangsom van 10.000 euro per dag voor iedere dag dat Neostrada de bevelen niet naleeft, vergoeding van de volledige IE‑proceskosten ex artikel 1019h Rv en bepaling van een termijn voor de hoofdzaak op grond van artikel 1019i Rv. Als grondslag voert zij aan dat sprake is van merkinbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 sub b UMVo, handelsnaaminbreuk op grond van artikel 5, 5a en 5b Hnw, aansprakelijkheid van Neostrada onder artikel 6 lid 1 DSA doordat de inbreukmakende content niet blijvend is verwijderd, en onrechtmatig handelen ex artikel 6:162 BW wegens weigering om NAW‑gegevens te verstrekken.

IEF 23238

Uitspraak ingezonden door Jacintha van Dorp en Bertil van Kaam, Van Kaam

Gemeente Amsterdam maakt inbreuk op de vrijheid van meningsuiting

Rechtbank Amsterdam 24 dec 2025, IEF 23238; ECLI:NL:RBAMS:2025:10341 ([eiser] tegen de gemeente), https://ie-forum.nl/artikelen/gemeente-amsterdam-maakt-inbreuk-op-de-vrijheid-van-meningsuiting

Rb. Amsterdam 24 december 2025, IEF 23238; IT 5089; ECLI:NL:RBAMS:2025:10341 ([eiser] tegen de gemeente). In deze zaak heeft eiser, een Nederlandse vastgoedondernemer, zich in een LinkedIn-bericht kritisch uitgelaten over enkele gemeentemedewerkers en hen daarbij met naam en toenaam genoemd. De gemeente Amsterdam verzocht hem daarop dringend de namen te verwijderen en stelde dat het incident zou worden geregistreerd in het Gemeentelijk Incidenten Register (GIR). De gemeente verstrekt op haar eigen website nauwelijks informatie verstrekt over het GIR. Uit openbare bronnen blijkt dat dit een intern register is waarin agressieve of gewelddadige burgers kunnen worden opgenomen, met mogelijk verstrekkende gevolgen. Eiser vordert dat de rechtbank voor recht verklaart dat de gemeente onrechtmatig handelt vanwege de dreiging met een registratie in het GIR naar aanleiding van het LinkedIn-bericht.

IEF 23237

Commissie auteursrecht adviseert over gevolgen ONB-arrest voor fictief makerschap in de Auteurswet

Commissie auteursrecht - Advies aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de gevolgen van het arrest ONB voor het Nederlandse systeem van fictief makerschap

De commissie auteursrecht heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geadviseerd over de gevolgen van het arrest ONB [IEF 22588] voor het Nederlandse stelsel van fictief makerschap in artikel 7 en 8 Auteurswet. In dat arrest oordeelde het Hof van Justitie dat een wettelijke regeling die voorziet in een automatische overgang van uitsluitende rechten zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbenden in strijd kan zijn met het Unierecht. De Commissie wijst erop dat uit de rechtspraak van het Hof volgt dat het begrip “auteur” een autonoom Unierechtelijk begrip is, dat in beginsel ziet op de natuurlijke persoon die het werk heeft gecreëerd. Tegen die achtergrond acht de Commissie het aannemelijk dat het Unierecht weinig ruimte laat voor nationale regelingen die een ander, met name een rechtspersoon, als maker aanwijzen en het auteursrecht oorspronkelijk bij die ander laten ontstaan.

IEF 23236

HvJ EU: privékopieheffing bij verkoop van opslagmedia aan commerciële eindgebruikers toegestaan

HvJ EU 15 jan 2026, IEF 23236; ECLI:EU:C:2026:13 (bluechip Computer Aktiengesellschaft tegen ZPÜ), https://ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-privekopieheffing-bij-verkoop-van-opslagmedia-aan-commerciele-eindgebruikers-toegestaan

HvJ EU 15 januari 2026, IEF 23236; IT 5088; ECLI:EU:C:2026:13 (bluechip tegen ZPÜ). De zaak gaat over de reikwijdte van de privékopie-exceptie (art. 5(2)(b) Richtlijn 2001/29) en de financiering van de daarbij behorende billijke compensatie. In Duitsland vorderde de collectieve beheersorganisatie ZPÜ van bluechip (producent/importeur/handelaar van pc’s, notebooks en workstations met ingebouwde harde schijf) betaling van een opslagmediaheffing over 2014–2017. De Duitse rechter paste een weerlegbaar vermoeden toe dat ook opslagmedia die aan commerciële eindafnemers (natuurlijke personen en rechtspersonen die voor zakelijke/professionele doeleinden inkopen) worden verkocht, (mede) worden gebruikt voor privékopieën door natuurlijke personen, zodat de heffing verschuldigd is tenzij de verkoper het tegendeel bewijst. De Bundesgerichtshof vroeg of een nationale regeling die de heffingsplicht bij deze marktpartijen legt en uitgaat van zo’n vermoeden, verenigbaar is met art. 5(2)(b) Richtlijn 2001/29.

IEF 23212

Artikel geschreven door Roos Dolman. 

Fotorealistische tatoeage en het Amerikaanse auteursrecht: de grenzen van substantiële overeenstemming

SEDLIK V. VON DRACHENBERG, ET AL., No. 24-3367 (9th Cir. 2026)

Feiten en procesverloop

In Sedlik v. Von Drachenberg heeft het U.S. Court of Appeals for the Ninth Circuit zich uitgesproken over de vraag of een fotorealistische tatoeage, die aantoonbaar is gebaseerd op een auteursrechtelijk beschermde foto, kan worden aangemerkt als auteursrechtinbreuk. Het hof bevestigde het oordeel van de jury dat daarvan geen sprake was. Hoewel deze uitkomst past binnen de bestaande rechtspraak van het circuit, verdient de uitspraak bijzondere aandacht vanwege de afzonderlijke concurring opinions, waarin fundamentele kritiek wordt geuit op het gehanteerde toetsingskader voor substantiële overeenstemming. De zaak illustreert daarmee niet alleen de reikwijdte van auteursrechtelijke bescherming bij werken in verschillende media, maar ook de spanningen binnen de huidige doctrine.

IEF 23235

Uitspraak ingezonden door Margriet Koedooder en Victor den Hollander, de Vos & Partners Advocaten.

Dash Berlin mag weer gebruikt worden door de originele artiest, Jeffrey Sutorius

Hof Den Haag 20 jan 2026, IEF 23235; ECLI:NL:GHDHA:2026:25 ([appellant 1] c.s. tegen [geïntimeerde 1] c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/dash-berlin-mag-weer-gebruikt-worden-door-de-originele-artiest-jeffrey-sutorius

Hof Den Haag 20 januari 2025, IEF 23235; ECLI:NL:GHDHA:2026:25 ([appellant 1] c.s. tegen [geïntimeerde 1] c.s.). Het geschil tussen partijen vindt zijn oorsprong in de beëindiging van de samenwerking rond de DJ-act Dash Berlin. De act was opgericht door [geïntimeerden 1 t/m 4], waarbij [appellant 1] als uitvoerend DJ optrad. In 2019 sloten partijen een vaststellingsovereenkomst (VSO) ter beëindiging van hun geschillen. Deze VSO voorzag erin dat [appellant 1] c.s. de act mocht voortzetten tegen betaling van een licentievergoeding, terwijl de bijbehorende activa (o.a. merk- en handelsnaamrechten) aan hem werden overgedragen. De VSO bevatte tevens een terugleverregeling voor het geval de licentievergoedingen niet (tijdig) zouden worden betaald. Daarnaast maakten partijen in artikel 21 VSO afspraken over de afwikkeling van Amerikaanse fiscale aangelegenheden tot mei 2018. In 2020 ontstond discussie over een aanzienlijke Amerikaanse belastingaanslag over 2017. [appellant 1] c.s. stelde zich op het standpunt dat deze aanslag op grond van artikel 21 VSO door [geïntimeerde 1] c.s. moest worden betaald en schortte de betaling van de licentievergoeding op. [geïntimeerde 1] c.s. betwistte dit en startte een kort geding, waarin onder meer teruglevering van de Dash Berlin-activa, een verbod op gebruik van de merken en betaling van achterstallige licentievergoedingen werd gevorderd. De voorzieningenrechter wees deze vorderingen grotendeels toe en verwierp het beroep op opschorting. [appellant 1] c.s. stelde hoger beroep in.

IEF 23218

IE-diner 2026: nog enkele plaatsen beschikbaar

Volgende week, op donderdag 29 januari, organiseert deLex Media het IE-diner 2026 in de kapel van Hotel Arena in Amsterdam. Een vaste afspraak op de IE-kalender voor wie het jaar zowel inhoudelijk als persoonlijk wil beginnen.

Ook dit jaar begeleidt Prof. mr. Bernt Hugenholtz de avond als ceremoniemeester. Tijdens een driegangendiner spreken drie experts over actuele thema’s binnen IE. Inmiddels zijn alle namen bekend:

  • Rian Kalden – rechter bij het Hof van Beroep van het Unified Patent Court (UPC) en voorzitter van het tweede panel
  • Sophie van Loon – partner IE & Media bij Kennedy Van der Laan en redacteur van het tijdschrift Auteursrecht
  • Alexander Tsoutsanis – legal director bij DLA Piper en redacteur van Berichten Industriële Eigendom (BIE)

De ontvangst begint om 18.00 uur, waarbij IE-expert Thomas Jonker (AI-Forum) u zal begeleiden op de piano. Tijdens het diner is er volop gelegenheid om bij te praten met collega’s uit het vakgebied en nieuwe namen te leren kennen. 

Aanmelden is nog enkele dagen mogelijk. Vanwege de capaciteit van Hotel Arena is het aantal plaatsen beperkt. 

IEF 23232

LEGO-blokje mist eigen karakter: Gerecht bevestigt nietigheid Uniemodel

Gerecht EU (voorheen GvEA) 14 jan 2026, IEF 23232; ECLI:EU:T:2026:6 (Lego A/S tegen EUIPO en Guangdong Qman Toys Industry Co. Ltd), https://ie-forum.nl/artikelen/lego-blokje-mist-eigen-karakter-gerecht-bevestigt-nietigheid-uniemodel

Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23232; IEFbe4093; ECLI:EU:T:2026:6 (Lego A/S tegen EUIPO en Guangdong Qman Toys Industry Co. Ltd). Het Gerecht (Tweede kamer) verwerpt het beroep van Lego A/S tegen de beslissing van de Kamer van Beroep van EUIPO om een ingeschreven Uniemodel voor een bouwblokje uit een speelgoedbouwsysteem nietig te verklaren wegens ontbreken van eigen karakter (art. 6 jo. art. 25(1)(b) Vo 6/2002). De nietigheidsaanvraag was ingediend door Guangdong Qman Toys en gebaseerd op een ouder model dat via de website brickset.com openbaar was gemaakt (onderdeel nr. 61252). EUIPO en de Kamer van Beroep vonden dat het betwiste model bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekte dan het oudere model, omdat de hoofdkenmerken samenvielen (o.m. een plaat met cilindrische stud(s) bovenop, gladde oppervlakken en een halvemaanvormige klem centraal in een eindwand). LEGO stelde in beroep dat de verschillen, onder meer rechthoekig (betwist model) versus vierkant (ouder model), een extra stud en verschillen aan de onderzijde, te weinig gewicht hadden gekregen.

IEF 23234

Uitspraak ingezonden door Hidde Koenraad, Boekx Advocaten.

Opheffingskortgeding over beslag op BMW-voertuigen na brand op de Fremantle Highway

Hof Den Haag 20 jan 2026, IEF 23234; ECLI:NL:GHDHA:2026:55 ([appellant ] c.s. tegen BMW), https://ie-forum.nl/artikelen/opheffingskortgeding-over-beslag-op-bmw-voertuigen-na-brand-op-de-fremantle-highway

Hof Den Haag 20 januari 2026, IEF 23234; ECLI:NL:GHDHA:2026:55 ([appellant ] c.s. tegen BMW). Het hof beslist in hoger beroep in een opheffingskortgeding dat het door BMW gelegde conservatoire beslag tot afgifte op BMW-voertuigen afkomstig van de Fremantle Highway niet wordt opgeheven. De appellanten hadden 260 voertuigen gekocht; BMW had beslag gelegd op 253 voertuigen (246 bij Womy en 7 bij 3B Exclusief). Het hof stelt voorop dat in kort geding moet worden afgestemd op een bodemuitspraak over hetzelfde geschilpunt tussen dezelfde partijen, behoudens kennelijke misslag of zodanig gewijzigde omstandigheden dat de bodemrechter anders zou hebben beslist. Dat afstemmen is hier leidend, omdat de rechtbank in de bodemprocedure op 30 juli 2025 [IEF 22842] reeds (samengevat) voor recht heeft verklaard dat (de meeste) appellanten inbreuk maakten op BMW’s Unie-merken en -modellen door het aanbieden/verhandelen/voorraad houden/in- of uitvoeren van de voertuigen, met een inbreukverbod, opgave, recall en een bevel tot afgifte ter vernietiging (niet uitvoerbaar bij voorraad), terwijl één vennootschap ([appellant 3]) van die bevelen werd uitgezonderd omdat zij niet betrokken werd geacht. Tegen deze achtergrond bekrachtigt het hof in de kern het eerdere kortgedingvonnis van 15 juli 2024 [IEF 22134] waarin de vorderingen tot opheffing van het beslag waren afgewezen en in reconventie een verbod/opgave/recall was toegewezen.

IEF 23230

Vordering ANP afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing auteursrecht op foto

Rechtbank Gelderland 21 jan 2026, IEF 23230; ECLI:NL:RBGEL:2026:178 (ANP tegen [gedaagde in conv]), https://ie-forum.nl/artikelen/vordering-anp-afgewezen-wegens-onvoldoende-onderbouwing-auteursrecht-op-foto

Rb. Gelderland 14 januari 2026, IEF 23230; ECLI:NL:RBGEL:2026:178 (ANP tegen [gedaagde in conv]). De Rechtbank Gelderland oordeelt dat ANP niet heeft aangetoond dat op de betrokken persfoto auteursrecht rust. ANP had gesteld dat een ondernemer inbreuk had gemaakt door een foto op haar website te plaatsen zonder naams- en bronvermelding en vorderde schadevergoeding wegens gederfde licentie-inkomsten en bijkomende schade. De kantonrechter stelt vast dat ANP op grond van een licentieovereenkomst bevoegd is om zelfstandig op te treden, maar overweegt dat voor auteursrechtelijke bescherming vereist is dat sprake is van een werk met een eigen oorspronkelijk karakter en het persoonlijk stempel van de maker (art. 1 en 10 Aw). ANP heeft echter onvoldoende concreet toegelicht welke creatieve keuzes de fotograaf heeft gemaakt en waarom de foto aan deze criteria voldoet, terwijl door de wederpartij vergelijkbare foto’s van hetzelfde nieuwsfeit zijn overgelegd en is aangevoerd dat de foto eerder zonder bronvermelding online heeft gestaan.