Prejudiciële vragen over rechtsmacht van de UPC en aansprakelijkheid van een ‘intermediary’ in Dyson/Dreame
UPC CoA 6 maart 2026, IEF 23346; UPC_CoA_789/2025, UPC_CoA_813/2025 (Dyson Technology Limited v. Dreame International (Hongkong) Limited, Eurep GmbH). De zaak betreft Dyson, houder van EP 3 119 235 voor een handzaam haarverzorgingsapparaat (o.a. de Dyson Airwrap), met unitair effect sinds 8 mei 2025 en gelding in alle UPCA‑landen en Spanje. Dyson stelt dat Dreame International via diverse landspecifieke webshops multifunctionele haarföhns aanbiedt die inbreuk maken op het octrooi. Het gaat om de oude Dreame-producten: de “Dreame Airstyle” en “Dreame Pocket”, en de nieuwe Dreame-producten: de “Dreame Airstyle Pro” en “Dreame Pocket Neo”, Eurep, een in Duitsland gevestigde “authorised representative”, fungeert als EU‑vertegenwoordiger op de verpakking en op Dreame’s website en vervult taken als economisch marktdeelnemer onder de productveiligheids‑ en marktbewakingsverordeningen 2023/988 en 2019/1020. Dyson vordert in kort geding bij de Hamburg Local Division voorlopige maatregelen tegen Dreame International, Eurep, Teqphone en Dreame Technology voor het volledige UPC‑territorium plus Spanje, in de vorm van verbodsmaatregelen tegen octrooi-inbreuk. De Hamburg Local Division wijst een voorlopige voorziening toe tegen Dreame International, Teqphone en Dreame Technology voor het UPC‑gebied en tegen Eurep voor het verlenen van diensten die inbreuk ondersteunen. Voor Spanje wordt het verbod slechts doorgetrokken voor Dreame International en Eurep. Voor de oude Dreame‑producten acht de divisie octrooi‑inbreuk aannemelijk, maar de nieuwe producten vallen volgens haar niet binnen de beschermingsomvang. Beide partijen gaan in hoger beroep. Dyson eist dat het verbod ook de nieuwe producten omvat, terwijl Dreame volledige afwijzing van alle voorlopige maatregelen nastreeft.