Schadevergoeding inbreuk op exclusief distributierecht is via 5 EEX beperkt tot Erfolgsort
Hof 's-Hertogenbosch 26 november 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:5658 (Australian Gold - distributie)
Zie eerder op IE-Forum.nl Australian Gold. Procesrecht. Bevoegdheid rechter. Art. 5 sub 3 EEX-Vo en art. 6 sub 1 EEX-Vo. Armas exploiteert een groothandel in bruininglotions en is exclusief distributeur in Europa voor het merk Australian Gold. Armas heeft op haar beurt aan appellante het exclusieve (sub)distributierecht voor voormelde producten in de Benelux verleend. Geïntimeerde kreeg dat voor Duitsland. Het geschil tussen appellante, gevestigd in Nederland, en geïntimeerde, gevestigd in Duitsland, betreft een handelszaak als bedoeld in artikel 1 van de EEX-Verordening, zodat de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is van dit geschil kennis te nemen aan de hand van de Verordening dient te worden beoordeeld.
Appellante stelt dat, nu geïntimeerde de op haar exclusieve distributierecht voor de Benelux inbreukmakende producten aanbood in de Benelux de schade of dreigende schade wordt geleden in de Benelux en daarmee in Nederland. Daarmee kan de Nederlandse rechter daarom bevoegdheid ontlenen aan het bepaalde in art. 5 sub 3 van de EEX-Vo. Deze bijzondere bevoegdheid ex 5 EEX-Vo moet echter restrictief worden toegepast en het bevoegdheid van het gerecht van het Erfolgsort beperkt zich tot de in die lidstaat opgetreden schade. De totale in verschillende lidstaten geleden schade kan op voet van art. 2 EEX-Vo voor de rechter van het Handlungsort.
Appellante staat het vrij om voor de in Nederland opgetreden schade de Nederlandse rechter als krachtens art. 5 sub 3 EEX-Vo bevoegde rechter te benaderen. Het Hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep en veroordeelt appellante in de proceskosten.
4.3.2. In grief 1 stelt [appellante] dat, nu [geïntimeerde] de op haar exclusieve distributierecht voor de Benelux inbreukmakende producten aanbood in de Benelux de schade of dreigende schade van het aan [geïntimeerde] verweten onrechtmatig handelen wordt geleden in de Benelux en daarmee in Nederland. Volgens [appellante] kan de Nederlandse rechter daarom bevoegdheid ontlenen aan het bepaalde in art. 5 sub 3 van de EEX-Vo.
4.3.3. Art. 5 sub 3 van de EEX-Vo voorziet ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad, naast de algemene bevoegdheid die art 2 EEX-Vo toekent aan de rechter van de lidstaat waar de gedaagde partij woont of is gevestigd, in een alternatieve bevoegdheid van het gerecht waar het schadetoebrengende feit zich heeft voorgedaan of kan voordoen. Onder die plaats vallen zowel de plaats waar het schadetoebrengende feit zich heeft voorgedaan (Handlungsort) als de plaats waar de schade is ingetreden (Erfolgsort).
Ingevolge het door [appellante] genoemde arrest van het Hof van Justitie van de EG/EU (verder: het Hof) van 16 juli 2009 (zaak C-189/08, LJN: BJ3757) moet onder het laatste worden verstaan de plaats waar de initiële schade is opgetreden.
In zijn arrest van 19 april 2012 (C-523/10, LJN: BW4340, zaak Wintersteiger) heeft het Hof voorts uitgelegd dat, kort samengevat, bij inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht (i.c. een merkrecht) - anders dan bij inbreuk op een persoonlijkheidsrecht via internet, waarin als plaats waar de schade zich heeft voorgedaan kan worden aangemerkt de plaats waar gelaedeerde woont of is gevestigd - als plaats waar de schade is ingetreden heeft te gelden de lidstaat waar het merk is ingeschreven.
4.3.4. Naar ook door [appellante] zelf wordt gesteld, gaat het bij haar vordering om een vordering tot vergoeding van schade die initieel in de Benelux, derhalve in België, Luxemburg en/of Nederland is geleden en terzake waarvan respectievelijk België, Luxemburg en/of Nederland als Erfolgsort zijn aan te merken, elk voor zover de schade in de respectievelijke lidstaat is opgetreden. Gelet op de rechtspraak van het Hof daarover (HvJ EG 7 maart 1995, nr. C-68, NJ 1996, 269, zaak Shevill/ Presse Alliance) moet de bijzondere bevoegdheid van art. 5 sub 3 EEX (thans art. 5 EEX-Vo) restrictief worden toegepast en is de bevoegdheid van het gerecht van het Erfolgsort beperkt tot de in die lidstaat opgetreden schade. Indien een benadeelde de wederpartij voor zijn/haar totale in verschillende lidstaten geleden schade wil aanspreken, kan hij die wederpartij op de voet van art. 2 EEX-Vo voor de rechter van diens woon- of vestigingsplaats te betrekken (of op de voet van art. 5 sub 3 EEX-Vo voor de rechter van het Handlungsort, indien er van één Handlungsort sprake is, welke plaats in het onderhavige geval echter met de vestigingsplaats samenvalt).
4.3.5. Het voorgaande betekent dat het [appellante] vrij zou staan om voor de in Nederland opgetreden schade de Nederlandse rechter als krachtens art. 5 sub 3 EEX-Vo bevoegde rechter te benaderen. De Nederlandse rechter kan aan voormelde bepaling echter niet de bevoegdheid ontlenen om kennis te nemen van een vordering tot vergoeding van schade die in verschillende lidstaten is opgetreden en die niet is beperkt tot en gespecificeerd voor in Nederland geleden schade. Het door [appellante] genoemde arrest van de Hoge Raad van 7 december 2012 (LJN: BX9018, zaak H&M/ Gapstar) leidt niet tot een ander oordeel nu het in die zaak niet ging om een vordering als de onderhavige. In de zaak van 7 december 2012 ging het om een soortgelijke situatie als in de hiervoor genoemde zaak Wintersteiger van het Hof. De Nederlandse rechter werd bevoegd geacht op de grond dat het ging om een (dreigende) inbreuk op een in Nederland beschermd auteursrecht en omdat die inbreuk via internet werd gepleegd en daarmee mede in [plaats] (door het aanbod via internet werden de spijkerbroeken mede in [plaats] aangeboden), was de rechtbank Dordrecht internationaal bevoegd. Enige ruimere internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter dan voor de (dreigende) schade in Nederland kan aan voormeld arrest dan ook niet worden ontleend.



Uitspraak en samenvatting ingezonden door Fernand de Visscher,
Conclusie ingezonden door Tobias Cohen Jehoram en Vivien Rörsch,
Mediarecht. Rechtspraak.nl: De voorzieningenrechter heeft vandaag de vorderingen van Europarlementariër Judith Merkies tegen de PvdA en partijvoorzitter Spekman, afgewezen. Merkies had rectificatie geëist van uitlatingen die Spekman deed in het Radioprogramma Tros Kamerbreed en in een e-mail aan de partijleden. Spekman zei daarin dat het partijbestuur Merkies aanrekent dat zij geen prioriteit heeft gegeven aan terugbetaling van een deel de dagvergoedingen van het Europarlement, waartoe zij als inwoonster van Brussel volgens een interne Gedragscode van de PvdA verplicht is, en dat dit een rol heeft gespeeld bij de beslissing haar niet als kandidaat toe te laten voor het lijsttrekkerschap. Merkies vindt de kritiek onterecht, omdat de Commissie Naleving Gedragscode onlangs nog heeft geoordeeld dat zij conform de regels en integer heeft gehandeld. Volgens de rechter neemt dat niet weg dat de handelwijze van Merkies, die als politica een dikkere huid moet hebben dan een ‘gewone’ burger, mag worden bekritiseerd. De partijvoorzitter heeft daarbij geen grenzen overschreden.

IER 2013-5
A) Beroep ingesteld door de houder van de nationale, internationale en communautaire woordmerken „
B) Beroep ingesteld door de houder van het gemeenschapswoordmerk „
Kwekersrecht. Uitlegging begrip farmers privilege en gebruik op het "eigen bedrijf". Berekening schadevergoeding. Finale kwijting niet bij deelteelt. Breeders Trust behartigt de belangen van de bij haar aangesloten houders van kwekersrechten; waarbij Lantmännen houdster is van een Gemeenschapskwekersrecht op het 