IEF 23196
8 januari 2026
Uitspraak

Kort geding over gebrekkige website: toegang, schadevoorschot en beheer toegewezen

 
IEF 23195
8 januari 2026
Uitspraak

Inventiviteit octrooi valsartan/sacubitril en geldigheid ABC

 
IEF 23194
8 januari 2026
Artikel

Oproep aan alle beginnende auteursrechtliefhebbers!

 
IEF 23196

Kort geding over gebrekkige website: toegang, schadevoorschot en beheer toegewezen

Rechtbank Midden-Nederland 3 dec 2025, IEF 23196; ECLI:NL:RBMNE:2025:6664 ([eiseres sub 1] c.s. tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-over-gebrekkige-website-toegang-schadevoorschot-en-beheer-toegewezen

Rb. Midden-Nederland 3 december 2025, IEF 23196; IT 5058; ECLI:NL:RBMNE:2025:6664 ([eiseres sub 1] c.s. tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter oordeelt dat [gedaagde] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst tot het bouwen van een webshop voor [eiseres sub 1] c.s. De website is ondanks herhaalde toezeggingen niet deugdelijk opgeleverd en vertoont structurele gebreken. Na een ingebrekestelling en een daaropvolgende omzettingsverklaring vordert [eiseres sub 1] c.s. in kort geding onder meer medewerking aan herstel door een derde, een voorschot op vervangende schadevergoeding en overdracht van het beheer van hosting en domeinnamen. De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang gegeven, mede omdat de webshop in een omzetkritieke periode slecht functioneert, en acht het aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat sprake is van een tekortkoming die omzetting naar vervangende schadevergoeding rechtvaardigt.

IEF 23195

Inventiviteit octrooi valsartan/sacubitril en geldigheid ABC

Hof Den Haag 18 nov 2025, IEF 23195; ECLI:NL:GHDHA:2025:2742 (Synthon tegen Novartis), https://ie-forum.nl/artikelen/inventiviteit-octrooi-valsartan-sacubitril-en-geldigheid-abc

Hof Den Haag 18 november 2025, IEF 23195; ECLI:NL:GHDHA:2025:2742 (Synthon tegen Novartis). Het Gerechtshof Den Haag oordeelt dat het inmiddels verlopen Europese octrooi EP 1 467 728 van Novartis, dat ziet op farmaceutische samenstellingen met de combinatie van valsartan en de NEP-remmer sacubitril, inventief en daarmee geldig is. Synthon voert in hoger beroep aan dat deze combinatie op de prioriteitsdatum (17 januari 2002) voor de gemiddelde vakman voor de hand ligt in het licht van de stand van de techniek, zodat zowel het octrooi als het daarop gebaseerde aanvullend beschermingscertificaat (ABC) moet worden vernietigd. Het hof verwerpt dit betoog en bekrachtigt het vonnis van de Rechtbank Den Haag, waarin de vorderingen van Synthon worden afgewezen.

IEF 23194

Oproep aan alle beginnende auteursrechtliefhebbers!

Voor het eerst in de geschiedenis zal tijdens het ALAI Congres 2026, dat plaatsvindt van 17-19 juni in Den Haag, ook het Next Generation Event plaatshebben. Dit neven-evenement is gericht op beginnende auteursrechtprofessionals en onderzoekers (binnen vijf jaar na onvoorwaardelijke toelating tot de balie of promotie), maar staat ook open voor geëngageerde masterstudenten. De thematiek van het evenement sluit aan bij die van het hoofdcongres, dat dit jaar in het teken staat van auteursrecht en vrijheid van meningsuiting in het tijdperk van algoritmen. 

Tijdens het Next Gen Event zullen de deelnemers zich verdelen over twee interactieve denktanks die gericht zijn op:

  • Menselijke creativiteit vs. generatieve AI, onder leiding van prof. Carys Craig (Osgoode Hall Law School); en
  • Auteursrecht en afgeleide creativiteit, onder leiding van dr. Peter Teunissen (Radboud University).

Het biedt deelnemers de mogelijkheid om:

  • Perspectieven en ideeën uit te wisselen binnen een internationale groep van collega's;
  • Actief bij te dragen aan de inhoud van de congresbundel en output die ook zal worden meegenomen in het hoofdcongres;
  • Duurzame professionele contacten op te bouwen binnen het wereldwijde ALAI-netwerk.

Het Next Gen Event is een unieke kans om bij te dragen aan de toekomstige discussie over auteursrecht en vrijheid van meningsuiting. Deelname is inbegrepen in het ALAI-congresgeld. Aparte registratie is evenwel noodzakelijk. 

Meer informatie vind je op: https://alai2026.org/#nextgen. 

 Datum: 17 juni 2026, 13:00-18:00 uur.
 Locatie: Den Haag, Nederland

IEF 23191

Uitspraak ingezonden door Maurits van Beusekom en Gregor Vos, Brinkhof.

Vordering tot rectificatie en verbod misleidende reclame MammaPrint afgewezen

Rechtbank Amsterdam 17 dec 2025, IEF 23191; C/13/778526 / KG ZA 25-918 NB/MV (Exact Sciences, Genomic Health Inc. tegen Agendia), https://ie-forum.nl/artikelen/vordering-tot-rectificatie-en-verbod-misleidende-reclame-mammaprint-afgewezen

Rb. Amsterdam 17 december 2025, IEF 23191; RB 3953; IT5054; C/13/778526 / KG ZA 25-918 NB/MV (Exact Sciences, Genomic Health Inc. tegen Agendia). Exact Sciences biedt een in-vitro diagnostische test (IVD) aan onder de naam Oncotype DX. Agendia biedt ook een IVD aan onder de naam MammaPrint. Volgens Exact Sciences heeft Agendia zich schuldig gemaakt aan misleidende reclame in de zin van artikel 7 onder a en b IVDR. Agendia zou het ten onrechte doen voorkomen dat MammaPrint even goed, of zelfs beter, presteert dan Oncotype DX. Exact Sciences heeft Agendia gesommeerd binnen één dag de misleidende uitingen te staken en een rectificatie te plaatsen. Agendia heeft niet aan die sommatie voldaan. Exact Sciences vordert in kort geding Agendia te verbieden misleidende uitingen te doen over MammaPrint. 

IEF 23190

Jaartal “1717” in luxe-merken: A-G ziet geen automatische nietigheid wegens misleiding

27 nov 2025, IEF 23190; ECLI:EU:C:2025:930 (Fauré Le Page Maroquinier SAS en Fauré Le Page Paris SAS tegen Goyard ST-Honoré SAS), https://ie-forum.nl/artikelen/jaartal-1717-in-luxe-merken-a-g-ziet-geen-automatische-nietigheid-wegens-misleiding

Conclusie AG HvJ EU 27 november 2025; IEF 23190; IEFbe 4076; ECLI:EU:C:2025:930 (Fauré Le Page Maroquinier SAS, Fauré Le Page Paris SAS tegen Goyard ST-Honoré SAS). Advocaat-generaal Emiliou bespreekt of twee Franse (woord/beeld)merken van Fauré Le Page Paris met het jaartal “1717” nietig moeten worden verklaard als misleidend onder artikel 3 lid 1 onder g van Richtlijn 2008/95 (weigering/nietigheid bij misleidende merken). Goyard betoogt dat “1717” consumenten doet geloven dat Fauré Le Page als onderneming al sinds 1717 bestaat en dat de luxe lederwaren daardoor een eeuwenoud vakmanschap, kwaliteit en prestige hebben, terwijl de huidige vennootschappen pas in 2009/2011 zijn opgericht. In Frankrijk zijn hierover verschillende uitspraken gedaan; na cassatie oordeelde de rechter in hoger beroep in 2021 dat “Paris 1717” bij het publiek een indruk van historische continuïteit kan wekken en dat dit bij luxegoederen relevant is. De Cour de cassation vraagt daarom of een (mogelijk fictief) jaartal in een merk kan volstaan voor “werkelijke misleiding of een voldoende ernstig risico van misleiding” en of misleiding ook kan gaan over info over de merkhouder die de productperceptie beïnvloedt.

IEF 23189

Geen voorlopig getuigenverhoor meer na inschrijving bodemprocedure (art. 196 lid 1 Rv)

Hof Den Haag 12 dec 2025, IEF 23189; ECLI:NL:GHDHA:2025:2741 ([verzoekster] tegen Napiferyn), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-voorlopig-getuigenverhoor-meer-na-inschrijving-bodemprocedure-art-196-lid-1-rv

Hof Den Haag 12 december 2025, IEF 23189; ECLI:NL:GHDHA:2025:2741([verzoekster] tegen Napiferyn). In deze zaak bij het Gerechtshof Den Haag verzocht [verzoekster] om een voorlopig getuigenverhoor in een octrooirechtelijk geschil met Napiferyn. Tussen partijen liep al een bodemprocedure in hoger beroep (de zogenoemde opeisingsprocedure), waarin [verzoekster] mede-eigendom van octrooien en octrooiaanvragen claimt. Een belangrijk geschilpunt daarin is de uitleg van een investeringsovereenkomst. [verzoekster] wilde via een afzonderlijke verzoekschriftprocedure twee getuigen horen om bewijs te verzamelen voor haar standpunten in die reeds lopende procedure. Het verzoek werd ingediend op 7 januari 2025, terwijl de bodemzaak al sinds 20 augustus 2024 op de rol van het hof stond.

IEF 23188

Ontwerper-naam als merk: wanneer kan misleidend gebruik leiden tot verval?

HvJ EU 18 dec 2025, IEF 23188; ECLI:EU:C:2025:986 (PMJC SAS tegen [W] [X], [M] [X], [X] Créative SAS), https://ie-forum.nl/artikelen/ontwerper-naam-als-merk-wanneer-kan-misleidend-gebruik-leiden-tot-verval

HvJ EU 18 december 2025, IEF 23188; IEFbe 4075; ECLI:EU:C:2025:986 (PMJC SAS tegen [W] [X], [M] [X], [X] Créative SAS). Het Hof van Justitie kreeg van de Franse Cour de cassation de vraag hoe de vervalgrond wegens misleiding moet worden uitgelegd (art. 12(2)(b) Richtlijn 2008/95 en art. 20(b) Richtlijn 2015/2436). In het hoofdgeding ging het om twee merken die overeenkomen met de familienaam van een modeontwerper. Die merken waren na een overname overgedragen aan PMJC. De ontwerper werkte nog tot eind 2015 samen met PMJC, maar later ontstond een conflict: PMJC stelde o.a. merkinbreuk en oneerlijke mededinging, terwijl de ontwerper in reconventie stelde dat PMJC de merken daarna zo gebruikte dat het publiek dacht dat hij nog steeds de ontwerper was van de betrokken producten. Het Franse hof van beroep verklaarde de merkrechten deels vervallen, mede omdat PMJC producten op de markt bracht met decoraties uit het creatieve “universum” van de ontwerper en daarbij (volgens eerdere veroordelingen) inbreuk maakte op diens auteursrechten, waardoor consumenten konden denken dat het om door hem ontworpen werken ging.

IEF 23187

Art. 1019i Rv: verval voorlopige voorzieningen tast proceskostenveroordeling niet aan

Rechtbank Den Haag 11 dec 2025, IEF 23187; ECLI:NL:RBDHA:2025:23583 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/art-1019i-rv-verval-voorlopige-voorzieningen-tast-proceskostenveroordeling-niet-aan

Rb. Den Haag 11 december 2025, IEF 23187; ECLI:NL:RBDHA:2025:23583 ([eiser] tegen [gedaagde]). In dit kort geding stond een executiegeschil centraal naar aanleiding van een IE-kortgedingvonnis uit 2017. In dat eerdere vonnis waren voorlopige voorzieningen (verboden wegens auteurs- en handelsnaaminbreuk) opgelegd én was [eiser] veroordeeld tot betaling van proceskosten. Vast stond dat [eiser] geen bodemprocedure had gestart binnen de door de voorzieningenrechter gestelde termijn en dat vervolgens een verklaring ex art. 1019i Rv bij de griffie was ingediend. [eiser] stelde dat hierdoor niet alleen de voorlopige voorzieningen, maar ook de proceskostenveroordeling hun kracht hadden verloren, zodat de latere executie (inclusief beslag op zijn woning) onrechtmatig was. Daarnaast voerde hij aan dat sprake was van misbruik van bevoegdheid en subsidiair van (gedeeltelijke) verjaring van wettelijke rente.

IEF 23186

V4 versus V4 Financial Partners: Gerecht bevestigt verwarringsgevaar ondanks zwakke onderscheidingskracht

Gerecht EU (voorheen GvEA) 10 dec 2025, IEF 23186; ECLI:EU:T:2025:1093 (V4 Holding, a.s. tegen EUIPO en V4 Financial Partners, SA), https://ie-forum.nl/artikelen/v4-versus-v4-financial-partners-gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-ondanks-zwakke-onderscheidingskracht

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23186; IEFbe 4074; ECLI:EU:T:2025:1093 (V4 Holding, a.s. tegen EUIPO en V4 Financial Partners, SA). V4 Holding (Slowakije) vroeg EUIPO om het Uniemerk “V4 Financial Partners” (figuurmerk) ongeldig te verklaren. Volgens V4 Holding was er verwarringsgevaar met haar eerdere Slowaakse figuurmerk “V4” (voor diensten in klassen 35 en 36) en daarnaast met een niet-ingeschreven teken “V4” dat zij in Slowakije zou gebruiken. De Cancellation Division verklaarde het Uniemerk in 2022 volledig nietig op basis van art. 60(1)(a) jo. 8(1)(b) UMVo (relatieve nietigheidsgrond: verwarringsgevaar), en keek daarbij alleen naar het Slowaakse merk (proces-economie). V4 Financial Partners ging in beroep: de Board of Appeal gaf haar gelijk en verwees de zaak terug naar de Cancellation Division. V4 Holding stapte daarop naar het Gerecht. EUIPO wierp eerst nog op dat de advocaat van V4 Holding mogelijk niet onafhankelijk was (vermeende banden met de V4-groep), maar het Gerecht verwerpt dat: er is geen bewijs van een arbeidsrelatie of van banden die de onafhankelijkheid “manifest” aantasten.

IEF 23185

Artikel ingezonden door Moo Miero, Miero Advocatuur.

Muziekrecht jaaroverzicht 2025

In dit jaaroverzicht van 2025 komt een selectie aan uitspraken op het gebied van het muziekrecht aan bod. De rechtspraak liet dit jaar een gevarieerd beeld zien, met geschillen over onder meer licentievergoedingen, de afrekening van muziekgebruik en de overdracht van naburige rechten. Hieronder worden enkele opvallende zaken uitgelicht.