Handelsnaaminbreuk en procesrechtelijke gevolgen bij uitblijven van verweer
Rb. Den Haag 24 december 2025, IEF 23201; ECLI:NL:RBDHA:2025:25426 (Stichting NVB tegen [gedaagde] en NWC). De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] door het oprichten en gebruiken van de handelsnamen van Natuur-Wetenschappelijk Centrum B.V. inbreuk maakt op de oudere handelsnamen van Stichting Natuur- en Vogelwacht Biesbosch (Stichting NVB) in de zin van artikel 5 Handelsnaamwet. Stichting NVB voert al decennialang diverse handelsnamen, waaronder Natuur-Wetenschappelijk Centrum, NWC en aanverwante varianten. [gedaagde] heeft in 2015 een vennootschap opgericht en handelsnamen geregistreerd die identiek dan wel nagenoeg identiek zijn aan die van Stichting NVB, terwijl beide partijen zich richten op vergelijkbare activiteiten op het gebied van natuurbeheer en advisering. Hierdoor is volgens de rechtbank sprake van verwarringsgevaar bij het relevante publiek, zodat het gebruik van deze handelsnamen door [gedaagde] onrechtmatig is.
Geen minimum aan creatieve activiteit vereist voor gemeenschapsmodellen
Hof van Justitie EU 18 december 2025, IEF23200; IEFbe 4079; ECLI:EU:C:2025:983 (Deity Shoes tegen Mundorama Confort, S.L., Stay Design, S.L.). In dit modelrechtelijke geschil heeft Deity Shoes een vordering ingesteld tegen Mondurama Confort en Stay Design wegens vermeende inbreuk op ingeschreven en niet-ingeschreven gemeenschapsmodellen voor schoenmodellen. Mondurama Confort en Stay Design hebben hiertegen een reconventionele vordering in tot nietigverklaring ingesteld. Zij stellen dat de modellen van Deity Shoes niet voldoen aan de voorwaarden inzake nieuwheid en eigen karakter, omdat Deity Shoes zich slechts zou beperken tot de verkoop van producten die worden aangeboden door Chinese leveranciers. De Juzgado de lo Mercantil nr. 1 te Alicante heeft het Hof van Justitie verzocht om uitleg van de artikelen 4 tot en met 6 en 14 van Verordening (EG) nr. 6/2002, in het bijzonder over de voorwaarden voor modelrechtelijke bescherming.
Koopster moet bewijzen dat gekochte Hermès Birkin daadwerkelijk door verkoopster is geleverd én nep is
Rb. Amsterdam 11 november 2025, IEF 23199: ECLI:NL:RBAMS:2025:8664 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak bood verkoopster een tas aan van het merk Hermès, model Birkin 25 Etoupe PHW (silver hardware). Na het zien van de tas heeft de koopster deze vervolgens gekocht voor € 12.500,00. In een ondertekend, handgeschreven document wordt bevestigd dat de tas authentiek is, en als blijkt dat de tas niet echt is, de koopster het volledige bedrag terugkrijgt. Omdat de tas nep blijkt te zijn, doet de koopster een beroep op de ontbindende voorwaarden en vordert terugbetaling van de koopprijs. Twee Hermès specialisten in Indonesië hebben de namaak bevestigd. De verkoopster voert in haar verweer aan dat niet duidelijk is of de ter zitting getoonde tas de door haar geleverde tas is. Daarnaast betwist zij een namaaktas te hebben geleverd. Als de vorderingen van koopster worden toegewezen, vordert de verkoopster tot teruggave van de tas.
Websitehouder aansprakelijk voor auteursrechtinbreuk op ANP-foto
Rb. Overijssel 30 december 2025, IEF 23198; ECLI:NL:RBOVE:2025:7694 (ANP tegen [gedaagde]). De kantonrechter oordeelt dat een ondernemer auteursrechtinbreuk maakt door zonder toestemming een door ANP beheerde foto op zijn zakelijke website te plaatsen. Vaststaat dat op de foto auteursrecht rust en dat de foto gedurende ten minste één jaar openbaar is gemaakt zonder licentie en zonder naamsvermelding van de maker. Het verweer dat de website door een derde is gebouwd en dat de ondernemer niet wist dat de foto auteursrechtelijk beschermd was, wordt verworpen. De rechtbank benadrukt dat de eigenaar en beheerder van een website verantwoordelijk is voor de inhoud daarvan en dat ook onbewuste inbreuken voor rekening en risico van de websitehouder komen. Daarmee staat de inbreuk en de daaruit voortvloeiende schadeplicht vast.
Schending uitlatingenverbod in procedures: dwangsommen terecht verbeurd
Rb. Noord-Holland 3 december 2025, IEF 23197; ECLI:NL:RBNHO:2025:14061 (de gemeente tegen [gedaagde]). De rechtbank oordeelt dat een voormalig werknemer het in een eerder kortgedingvonnis opgelegde uitlatingenverbod heeft overtreden. Dat verbod hield in dat hij zich in procedures diende te onthouden van bedreigende en beledigende uitlatingen over (voormalige) medewerkers van de gemeente Haarlem, terwijl hij zijn juridische standpunten inhoudelijk wel mocht blijven toelichten. De gemeente stelt dat de betrokkene dit verbod tweemaal heeft geschonden door in afzonderlijke Woo-beroepsprocedures opnieuw grievende en beschuldigende passages over betrokken ambtenaren op te nemen, en vordert daarom vaststelling van de overtredingen en betaling van verbeurde dwangsommen.
Kort geding over gebrekkige website: toegang, schadevoorschot en beheer toegewezen
Rb. Midden-Nederland 3 december 2025, IEF 23196; IT 5058; ECLI:NL:RBMNE:2025:6664 ([eiseres sub 1] c.s. tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter oordeelt dat [gedaagde] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst tot het bouwen van een webshop voor [eiseres sub 1] c.s. De website is ondanks herhaalde toezeggingen niet deugdelijk opgeleverd en vertoont structurele gebreken. Na een ingebrekestelling en een daaropvolgende omzettingsverklaring vordert [eiseres sub 1] c.s. in kort geding onder meer medewerking aan herstel door een derde, een voorschot op vervangende schadevergoeding en overdracht van het beheer van hosting en domeinnamen. De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang gegeven, mede omdat de webshop in een omzetkritieke periode slecht functioneert, en acht het aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat sprake is van een tekortkoming die omzetting naar vervangende schadevergoeding rechtvaardigt.
Inventiviteit octrooi valsartan/sacubitril en geldigheid ABC
Hof Den Haag 18 november 2025, IEF 23195; ECLI:NL:GHDHA:2025:2742 (Synthon tegen Novartis). Het Gerechtshof Den Haag oordeelt dat het inmiddels verlopen Europese octrooi EP 1 467 728 van Novartis, dat ziet op farmaceutische samenstellingen met de combinatie van valsartan en de NEP-remmer sacubitril, inventief en daarmee geldig is. Synthon voert in hoger beroep aan dat deze combinatie op de prioriteitsdatum (17 januari 2002) voor de gemiddelde vakman voor de hand ligt in het licht van de stand van de techniek, zodat zowel het octrooi als het daarop gebaseerde aanvullend beschermingscertificaat (ABC) moet worden vernietigd. Het hof verwerpt dit betoog en bekrachtigt het vonnis van de Rechtbank Den Haag, waarin de vorderingen van Synthon worden afgewezen.
Oproep aan alle beginnende auteursrechtliefhebbers!
Voor het eerst in de geschiedenis zal tijdens het ALAI Congres 2026, dat plaatsvindt van 17-19 juni in Den Haag, ook het Next Generation Event plaatshebben. Dit neven-evenement is gericht op beginnende auteursrechtprofessionals en onderzoekers (binnen vijf jaar na onvoorwaardelijke toelating tot de balie of promotie), maar staat ook open voor geëngageerde masterstudenten. De thematiek van het evenement sluit aan bij die van het hoofdcongres, dat dit jaar in het teken staat van auteursrecht en vrijheid van meningsuiting in het tijdperk van algoritmen.
Tijdens het Next Gen Event zullen de deelnemers zich verdelen over twee interactieve denktanks die gericht zijn op:
- Menselijke creativiteit vs. generatieve AI, onder leiding van prof. Carys Craig (Osgoode Hall Law School); en
- Auteursrecht en afgeleide creativiteit, onder leiding van dr. Peter Teunissen (Radboud University).
Het biedt deelnemers de mogelijkheid om:
- Perspectieven en ideeën uit te wisselen binnen een internationale groep van collega's;
- Actief bij te dragen aan de inhoud van de congresbundel en output die ook zal worden meegenomen in het hoofdcongres;
- Duurzame professionele contacten op te bouwen binnen het wereldwijde ALAI-netwerk.
Het Next Gen Event is een unieke kans om bij te dragen aan de toekomstige discussie over auteursrecht en vrijheid van meningsuiting. Deelname is inbegrepen in het ALAI-congresgeld. Aparte registratie is evenwel noodzakelijk.
Meer informatie vind je op: https://alai2026.org/#nextgen.
Datum: 17 juni 2026, 13:00-18:00 uur.
Locatie: Den Haag, Nederland
Uitspraak ingezonden door Maurits van Beusekom en Gregor Vos, Brinkhof.
Vordering tot rectificatie en verbod misleidende reclame MammaPrint afgewezen
Rb. Amsterdam 17 december 2025, IEF 23191; RB 3953; IT5054; C/13/778526 / KG ZA 25-918 NB/MV (Exact Sciences, Genomic Health Inc. tegen Agendia). Exact Sciences biedt een in-vitro diagnostische test (IVD) aan onder de naam Oncotype DX. Agendia biedt ook een IVD aan onder de naam MammaPrint. Volgens Exact Sciences heeft Agendia zich schuldig gemaakt aan misleidende reclame in de zin van artikel 7 onder a en b IVDR. Agendia zou het ten onrechte doen voorkomen dat MammaPrint even goed, of zelfs beter, presteert dan Oncotype DX. Exact Sciences heeft Agendia gesommeerd binnen één dag de misleidende uitingen te staken en een rectificatie te plaatsen. Agendia heeft niet aan die sommatie voldaan. Exact Sciences vordert in kort geding Agendia te verbieden misleidende uitingen te doen over MammaPrint.
Jaartal “1717” in luxe-merken: A-G ziet geen automatische nietigheid wegens misleiding
Conclusie AG HvJ EU 27 november 2025; IEF 23190; IEFbe 4076; ECLI:EU:C:2025:930 (Fauré Le Page Maroquinier SAS, Fauré Le Page Paris SAS tegen Goyard ST-Honoré SAS). Advocaat-generaal Emiliou bespreekt of twee Franse (woord/beeld)merken van Fauré Le Page Paris met het jaartal “1717” nietig moeten worden verklaard als misleidend onder artikel 3 lid 1 onder g van Richtlijn 2008/95 (weigering/nietigheid bij misleidende merken). Goyard betoogt dat “1717” consumenten doet geloven dat Fauré Le Page als onderneming al sinds 1717 bestaat en dat de luxe lederwaren daardoor een eeuwenoud vakmanschap, kwaliteit en prestige hebben, terwijl de huidige vennootschappen pas in 2009/2011 zijn opgericht. In Frankrijk zijn hierover verschillende uitspraken gedaan; na cassatie oordeelde de rechter in hoger beroep in 2021 dat “Paris 1717” bij het publiek een indruk van historische continuïteit kan wekken en dat dit bij luxegoederen relevant is. De Cour de cassation vraagt daarom of een (mogelijk fictief) jaartal in een merk kan volstaan voor “werkelijke misleiding of een voldoende ernstig risico van misleiding” en of misleiding ook kan gaan over info over de merkhouder die de productperceptie beïnvloedt.