DOSSIERS
Alle dossiers

Collectieve exploitatie  

IEF 11440

Toename administratieve lasten door wetsvoorstel toezicht CBO

Overzicht reducties en toenames Administratieve Lasten, Bijlage bij Kamerstukken 29 515, nr. 338, p. 43-44.

Het wetsvoorstel versterking en verbreding van het toezicht op collectieve beheersorganisaties auteursrecht zal in januari 2013 zorgen voor een verwachte toename van de administratieve lasten met €200.000, zo blijkt uit het recent gepubliceerde rapport. Het voorstel, dat nu bij de Eerste Kamer ligt, zal onder meer lasten geven aan het College van Toezicht Auteursrechten.

 

Voor het bedrijfsleven dat auteurs- en c.q. of nabuurrechtelijk beschermde werken gebruikt brengt het wetsvoorstel geen wettelijke informatieverplichtingen mee. Voor de aangewezen organisaties van collectief beheer worden daarentegen, in bescheiden mate, wel administratieve lasten geschapen.

Voor het bedrijfsleven dat voor gebruik van auteursrechtelijk beschermd werk betaalt zal meer duidelijkheid ontstaan over de inning en de verdeling van de vergoedingen door de auteursrechtorganisaties. Tevens introduceert het wetsvoorstel een onafhankelijke en laagdrempelige geschillencommissie waar het bedrijfsleven terecht kan met geschillen over de hoogte en de toepassing van auteursrechttarieven.

Boekentip: Studiecommissie Toezicht van de Vereniging voor Auteursrecht, Collectief beheer, toezicht en geschillenbeslechting, Amsterdam: deLex herdruk 2012.

IEF 11434

Personalia: Job Cohen nieuwe voorzitter van VOI©E

Uit't persbericht: De Vereniging van Organisaties die Intellectueel eigendom Collectief Exploiteren, kortweg VOI©E, heeft per 1 juli 2012 Job Cohen als haar nieuwe voorzitter benoemd.

De brancheorganisatie van de collectieve beheersorganisaties (cbo’s) voor auteurs- of naburige rechten, zoals Buma, Sena, Reprorecht en Videma, vindt in Job Cohen een onafhankelijk voorzitter, die boegbeeld en schild kan zijn voor de cbo-branche, die het vertrouwen geniet van politiek en bedrijfsleven, een brugfunctie kan vervullen en die de verschillende posities van makers, uitvoerende kunstenaars en producenten kan bundelen om gezamenlijk op te komen voor de belangen van het collectief beheer van rechten. Het bestuur van VOI©E is dan ook blij dat Job Cohen zijn ruime bestuurlijke ervaring en kennis hiervoor wil inzetten.

Job Cohen: “Ik beschouw het als een grote uitdaging de belangen van rechthebbenden te beschermen en in goede samenwerking met overheid en bedrijfsleven mee te helpen aan nieuwe en klantvriendelijke modellen om er voor te zorgen dat ook in de huidige wereld met razendsnelle ontwikkelingen op het internet een groot en divers cultureel aanbod tegen redelijke voorwaarden voor gebruikers en makers beschikbaar blijft.”

 

Job Cohen volgt Aad Kosto op wiens zittingstermijn is geëindigd. Aad Kosto heeft in 2008 VOI©E mede opgericht en heeft in vier jaar tijd de organisatie opgezet. Het vandaag uitgebrachte jaarverslag 2011 geeft een overzicht van de goede resultaten die in deze startfase zijn gerealiseerd: bevordering transparantie met informatievoorziening, de omzetting van de Gedragscode in een onafhankelijk getoetst keurmerk, vaststelling van richtlijnen voor integer bestuur, harmonisering en onafhankelijke beslechting van geschillen en een Onderhandelingsprotocol met VNO-NCW en MKB-Nederland over de totstandkoming van tarieven, met als concrete uitkomst het creëren van één loket en één factuur voor verschillende licenties.

 

Het bestuur van VOI©E legt met veel vertrouwen aan Job Cohen de taak in handen om sturing te geven aan de volgende fase van het verbeteringsproces en verder te werken aan het vergroten van het begrip voor de uitoefening van het auteursrecht en de naburige rechten.

 

 

hier

IEF 11425

Tijd voor een schrijversstaking

Erwin Angad-Gaur, 'Tijd voor een schrijversstaking', Muziekwereld 2012-2.

 

Deze bijdrage van Erwin Angad-Gaur, Platform Makers, secretaris/directeur van de Ntb, verschijnt 14 juni in het Ntb-magazine Muziekwereld (nr. 2, 2012).


Gedurende de afgelopen jaren was er meer en gedetailleerder politieke en maatschappelijke aandacht voor het auteursrecht dan ooit te voren. Een parlementaire werkgroep, bestaande uit vier kamerleden van SP, VVD, CDA en PvdA kwam in juni 2009 met een rapport over de toekomst van het auteursrecht. Daarna volgde een ‘Speerpuntenbrief’ van staatssecretaris Fred Teeven en diverse Kamerdebatten.

 

Opvallend hierbij was vooral de grote focus op het collectief beheer (rechtenorganisaties als Buma/Stemra, Sena, NORMA en Stichting de Thuiskopie). De individuele auteur en de individuele uitvoerend kunstenaar kregen aanzienlijk minder aandacht.


Dit is vreemd te noemen, aangezien het auteursrecht (het woord zegt het al) toch in eerste aanleg geschreven is ten behoeve van auteurs. Het is hun relatie met hun publiek en hun exploitanten die bij discussies over het auteursrecht centraal zou moeten staan. Zeker omdat ook uit diverse rechtsvergelijkende onderzoeken bleek, dat de Nederlandse wetgeving juist wat betreft de bescherming van auteurs en uitvoerenden ver achterloopt bij de wetgeving in de landen om ons heen.

NMa

Zo is een schrijversstaking zoals die inmiddels bijna vier jaar geleden in Amerika plaatsvond in Nederland niet mogelijk. Niet omdat de noodzaak tot dergelijke acties in Nederland ontbreekt, maar omdat de NMa (de Nederlandse Mededingingsautoriteit) vermoedelijk al direct na de oproep tot een dergelijke staking bij de initiatiefnemers voor de deur zou staan. Collectief onderhandelen door kleine zelfstandigen wordt in Nederland beschouwd als ‘kartelvorming’ en is in strijd met de mededingingswet. Dit terwijl hetzelfde mededingingsrecht in de landen om ons heen niet op de culturele sector wordt toegepast. In Duitsland werd zelfs een wettelijke uitzondering voor de culturele sector gemaakt.

 

Hier is uiteraard alle reden toe. Door toegenomen mediaconcentratie, door het ontstaan van steeds grotere omroep-, uitgevers- en mediaconglomeraten is de onderhandelingspositie van individuele auteurs en uitvoerend kunstenaars steeds verder verslechterd. De mededingingswetten, ooit geschreven om de consument te beschermen tegen grote bedrijven als Phillips en Microsoft, is nooit bedoeld geweest om de publieke of de commerciële omroepen te beschermen tegen scenaristen, musici en acteurs, maar wordt door de NMa nu wel op die wijze toegepast.

 

Extra pijnlijk is daarom dat de NMa onlangs een klacht, mede namens de Ntb ingediend door Platform Makers (het samenwerkingsverband van alle belangenorganisaties van auteurs en artiesten) geen prioriteit gaf. De publieke omroep dwingt componisten en tekstschrijvers van omroepmuziek niet alleen tot het tekenen van een uitgavecontract (waardoor 1/3 van Buma/Stemra-opbrengsten terugvloeien naar de omroep), maar sluit daarnaast steeds vaker ook zogenaamde ‘kickback contracten’ af, waarbij de auteur verplicht wordt ook een groot aandeel van het ‘auteursdeel’ (de overgebleven 2/3 van de vergoedingen) aan de omroep terug te betalen.

 

Een belangrijk deel van de argumentatie van de NMa is dat de mededingingsautoriteit onvoldoende reden ziet te veronderstellen dat de gedragingen van de omroep in het nadeel van de consument uitpakken (in kwaliteit of prijs van het aan de consument gebodene). Goed beschouwd is dat een bizar standpunt: het belang bij opdrachtmuziek creëert een prikkel bij de omroep om financiële afwegingen in de programmering voorrang te verlenen boven andere, legitieme overwegingen en leidt tot verschraling en kwaliteitsverlaging van het muziekaanbod op de (publieke) omroep. Maar vooral is treurig vast te stellen dat de NMa wel actief beroepsorganisaties en vakbonden verbiedt prijsafspraken te maken met opdrachtgevers of zelfs maar adviestarieven te publiceren, maar de auteurs zelf geen bescherming biedt.

 

Auteurscontractenrecht

Tot slot wees onderzoek door het Instituut voor Informatierecht (IViR) in opdracht van het ministerie van Justitie in 2004 al uit dat de Nederlandse wet ook op andere gebieden achterloopt in de bescherming van auteurs en uitvoerenden. Invoering van het zgn. ‘auteurscontractenrecht’ werd door de Nederlandse regering echter telkenmale uitgesteld.

 

Het kabinet Balkenende IV gaf een sterk conceptwetsvoorstel in consultatie, maar staatssecretaris Teeven kondigde in 2011 aan de scherpe kantjes van het voorstel te zullen verwijderen. Hoewel het wetsvoorstel al geruime tijd klaar ligt voor verzending aan de Kamer is bij het ter perse gaan van deze Muziekwereld nog altijd niet duidelijk of en wanneer dat ook werkelijk zal gebeuren.

 

De prioriteit, zo lijkt de discussie van de afgelopen jaren uit te wijzen, ligt helaas vooral op het inkaderen van die gebieden waarop namens muzikanten, schrijvers, acteurs en fotografen de afgelopen jaren wel collectief onderhandeld mocht worden. De Thuiskopieheffing moest worden afgeschaft; rechtenorganisaties moeten onder strenger toezicht worden geplaatst. Dit alles vooral om de institutionele gebruikers van beschermde werken (zoals Horeca Nederland, VNO/NCW en de omroep) tegen in rechtenorganisaties verenigde rechthebbenden te beschermen.

 

Voor de helderheid: er is op zichzelf niets mis met onafhankelijk toezicht op en grotere transparantie bij rechtenorganisaties. De aanscherping van de Wet Toezicht op Collectief Beheersorganisaties, die dit jaar door de Kamer werd aangenomen, juichen wij op veel punten toe. De Ntb beschouwt collectief beheer en vergoedingsstructuren als de oplossing voor het reguleren van rechtengebruik op onder meer het internet: daar hoort grote transparantie en een goed toezicht bij.

 

Het wordt echter tijd dat de politiek zowel in Nederland als in Europa zich werkelijk in gaat spannen voor het faciliteren van het toekomstige auteursrecht; een auteursrecht dat er in eerste instantie moet zijn voor auteurs. Niet alleen voor de auteurs zelf, maar ook voor het maatschappelijke draagvlak voor het auteursrecht is van belang er voor te zorgen dat het grootste deel van auteursrechtelijke vergoedingen daadwerkelijk bij de auteur (en de artiest) terecht komt. Door rechtenoverdrachten en een slechte onderhandelingspositie gebeurt dat in praktijk te weinig.

 

Invoering van een sterk auteurscontractenrecht, dat auteurs en artiesten een eerlijke vergoeding voor hun werk garandeert, zou een belangrijke eerste stap zijn.

Erwin Angad-Gaur

 

IEF 11412

Grenspost (conclusie AG)

Conclusie A-G Langemeijer HR 8 juni 2012, in zaak 07/13259 (Stichting de Thuiskopie tegen Opus Supplies c.s.)

Conclusie ingezonden door Vivien Rörsch en Tobias Cohen Jehoram, De Brauw Blackstone Westbroek.

Auteursrecht. Thuiskopie. In dit geding, over de uitleg van art. 16c Auteurswet, wordt de procedure voortgezet na het tussenarrest van de Hoge Raad van 20 november 2009 (IEF 8367) en na het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 juni 2011 (IEF 9791).

Een Duitse aanbieder verkoopt vanuit Duitsland via internet blanco-gegevensdragers aan Nederlandse consumenten. De vraag is wie dan als ‘importeur’ (op wie de verplichting tot betaling van de thuiskopievergoeding rust) in de zin van art. 16c lid 2 Aw moet worden aangemerkt.

2.20. De slotsom is dat Opus GmbH voor de toepassing van art. 16c lid 2 Aw moet worden aangemerkt als de importeur van de desbetreffende goederen. Anders dan Opus GmbH in de feitelijke instanties als argument heeft aangevoerd, is niet vereist dat de importeur woont of gevestigd is in het land waarin de goederen worden ingevoerd. Grief 2 slaagt en, in het voetspoort daarvan, ook grief 5.

De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en, ondanks het verzoek van de Stichting dat de Hoge Raad de zaak zelf afdoet, en tot verwijzing van de zaak naar een ander gerechtshof.

Leestips: 2.25 - 2.27.

IEF 11394

Toespraak directievoorzitter Buma/Stemra

Samenvatting toespraak directievoorzitter Hein van der Ree tijdens de ALV (Algemene Ledenvergadering) Buma/Stemra 16 mei 2012

We kijken terug op een roerig jaar, met bijzondere hoogte- en dieptepunten. Voor ons én voor onze 200 medewerkers, die zich dagelijks volop inzetten voor muziekauteurs en uitgevers. Maar voordat we naar de bijzondere resultaten van het afgelopen jaar gaan, wil ik jullie eerst kort meenemen langs de financiële resultaten.

Dit keerden we uit: Aan Nederlandse leden en deelnemers keerde Buma vorig jaar 70,3 miljoen euro uit en Stemra 24,4 miljoen euro. Zo keerden we uit: Waar we wel één-op-één kunnen uitkeren, doen we dat. Uitkering aan SoCu: Vorig jaar ging 9,6 miljoen euro naar het Fonds voor Sociale en Culturele doeleinden (SoCu).

Aantal leden: Een toename dus van 1.133 leden. Ook de database met werken groeit:het totaal komt nu op zo’n 6,8 miljoen werken. Onze positie in Europa: Net als voorgaande jaren zitten we in 2011 weer in de Europese top 3 van Collectieve Beheersorganisaties (CBO’s) met de laagste exploitatiekosten.

De tevredenheid van onze leden: Onze leden wilden graag verbeteringen op het gebied van:
•    Betere en snellere opvolging van klachten
•    Meer transparantie en duidelijkheid
•    Makkelijker opgeven van nieuwe liedjes
•    Meer rekening houden met de online werkelijkheid
•    De kerntaken – het innen en verdelen – beter uitvoeren

 

Verbeterpunt: klachtenafhandeling: we zetten volop in op klant- en servicegerichter werken én in het werken conform ‘case ownership’. Dat betekent dat er nog maar één persoon verantwoordelijk is voor de gehele behandeling van de klacht.

 

Verbeterpunt: transparantie en communicatie
•    Deze zomer wordt de portal grotendeels vernieuwd met onder meer een overzichtelijk dashboard waar alle relevante informatie in één oogopslag is te zien.
•    Vorig jaar oktober lanceerden we onze nieuwe website.
•    Begin dit jaar introduceerden we de Songtracker-app, waarmee auteurs het gebruik van hun muziek op landelijke radiozenders kunnen volgen.
•    Een van onze andere innovatieve toepassingen is de nieuwe website Airplayclaim.nl, bedoeld om muziek waarvan de auteur of uitgever niet bekend is, te claimen.

 

Nieuw in 2011: Buma Jr.
Ons nieuwe initiatief Buma Jr. is bedoeld om componisten en tekstschrijvers tot 26 jaar te adviseren over hun auteursrechten.

Voor de muziekgebruikers
Als klanten dit willen, dan krijgen ze van Buma, Sena en Videma nog maar één factuur. Via Mijnlicentie.nl gaan jaarlijks zo’n 130.000 facturen naar muziekgebruikers.

Politiek en tariefdifferentiatie: De politiek pleit voor tarieven op maat, gedifferentieerd naar de mate van en soort muziekgebruik.
En verder: onze omgeving, Downloadverbod, Veranderingen in de organisatie

IEF 11372

Presentaties VVA Filmauteursrecht

Op vrijdag 25 mei 2012 stond het wetenschappelijk deel van de VVA Ledenvergadering in het teken van het Filmauteursrecht ( Art. 45a e.v. Auteurswet). Twee presentaties, van professor Jan Kabel (IvIR, DLA Piper) en professor Dirk Visser (Universiteit Leiden, Klos Morel Vos & Schaap), treft u hieronder aan.

J.J.C. Kabel, 'De bijzondere bepalingen betreffende filmwerken, meer in het bijzonder artikel 45d Aw', VVA Ledenvergadering 25 mei 2012.

D.J.G. Visser, 'Exploitatie van audiovisueel werk - Primair of secundair, Individueel of collectief', VVA Ledenvergadering 25 mei 2012.

Overzicht Jan Kabel:
Huidige bepalingen en achtergronden
Aanknopingspunten voor een wijziging van artikel 45a en d Aw in de Nederlandse rechtspraak en die van het HvJEU
Idem n.a.v. IvIR rapport (2004), Voorontwerp, advies Cie Auteursrecht, voorstellen belanghebbende partijen
Wat te doen?
Gedoe!

Overzicht Dirk Visser
Eerder is op IE-Forum ('NORMA is goed bezig', IEF 11320) een voorproefje gegeven van deze presentatie over primair en secundair openbaarmaken.

IEF 11364

Aanvullend IP-adres The Pirate Bay blokkeren

Ex parte beschikking Vzr. Rechtbank 's-Gravenhage 25 mei 2012, KG RK 12-1126 (Stichting BREIN tegen UP, KPN, T-Mobile, Tele2)
De providers moeten een aanvullend IP-adres van The Pirate Bay blokkeren.

In twee zaken op tegenspraak, waaronder een kort geding tegen dezelfde partijen (IEF 11287 & IEF 10763), is al geoordeeld dat acces providers op grond van 26d Aw en 15e Wet Naburige Rechten een bevel kan woren opgelegd om de toegang van hun abonnees tot The Pirate Bay te blokkeren en dat een dergelijk bevel een juist evenwicht creëert tussen de rechten van de bij BREIN aangesloten partijen, de providers en derden. Voorshands uitgaande van de juistheid van dat oordeel komt het in deze zaak verzochte bevel voor toewijzing in aanmerking, aangezien BREIN voorshands voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat The Pirate Bay op dit moment  ook via het in het verzoekschrift genoemde IP-adres opereert.

De grijsmakingsbrief van KPN kan naar voorlopig oordeel niet leiden tot een andere conclusie.

IEF 11355

NMa heeft Buma voldoende onderzocht op misbruik

CBB 24 mei 2012, LJN BW6327 (Stichting Commerciële Omroep Exploitatie Zuid-Holland tegen NMa en Vereniging BUMA)

In navolging van IEF 8144. Het betreft een klacht van eiseres tegen de tarieven die Buma in rekening brengt bij radio-omroepen. Eiseres meent dat Buma, door prijsdiscriminatie en excessieve tarieven,  misbruik maakt van haar economische machtspositie en daarmee art. 24 Mw overtreedt. Voorts klaagt eiseres dat de door Buma met buitenlandse collectieve beheersorganisaties gesloten wederkerigheidsovereenkomsten in strijd zijn met art. 6 Mw. Deze klacht is afgewezen, het bezwaar en beroep worden ongegrond verklaard.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven concludeert dat door de NMa voldoende toereikend onderzoek is gedaan waaruit is voortgekomen dat de Vereniging BUMA geen misbruik maakt van een economische machtspositie. Er is terecht geen aanleiding geweest om nader onderzoek in te stellen.

5.3  Naar aanleiding van het gestelde in de klacht en van de gegevens en bescheiden die door appellante als klaagster bij deze klacht en nadien zijn overgelegd, alsmede naar aanleiding van andere klachten, tips en signalen, heeft NMa onderzoek verricht. NMa heeft bij Buma, wier gedragingen voorwerp vormen van deze klacht, informatie ingewonnen over de door haar gehanteerde tariefsystemen.

NMa heeft op grond van de verkregen informatie geconcludeerd dat een vorm van uitsluiting als gevolg van prijsdiscriminatie door Buma niet aannemelijk is geworden. Hij heeft hierbij overwogen dat in de klacht niet is vermeld welke uitsluitende effecten optreden als gevolg van de manier waarop Buma prijsdiscriminatie zou toepassen. NMa heeft voorts onderzocht of prijsdiscriminatie door Buma tot uitbuiting van appellante zou kunnen leiden doordat het tarief dat zij aan appellante in rekening brengt als excessief zou kunnen worden aangemerkt. Een veel gebruikte methode om te achterhalen of sprake is van excessieve tarieven, op basis van kostenoriëntatie, was naar de opvatting van NMa niet mogelijk omdat het tarief niet of nauwelijks kan worden gerelateerd aan kosten. Een alternatieve methode, internationale kostenvergelijking, leverde een sterk wisselend beeld op. Niet kon worden gesteld dat het tarief dat Buma voor 2006 voor appellante hanteerde, over de hele linie aanzienlijk hoger was dan dat in de vergelijkingslanden, laat staan enkele malen hoger, zoals het geval was in het hiervoor genoemde arrest van het Hof van Justitie van 13 juli 1989. De tweede alternatieve methode die het achterhalen van de welvaartseffecten behelst, bleek niet praktisch uitvoerbaar.

5.4  Appellante heeft in hoger beroep niet beargumenteerd waarom de tariefdifferentiatie zoals die door NMa is vastgesteld zou kunnen leiden tot uitsluiting van de markt noch heeft appellante enig argument aangevoerd tegen de motivering van NMa waarom een uitsluitingseffect van tariefdifferentiatie door Buma niet waarschijnlijk is. Onder deze omstandigheden is niet gebleken dat NMa tekort is geschoten in het onderzoek van de klacht dat tariefdifferentiatie van Buma leidt tot uitsluiting van marktdeelnemers en om die reden in strijd zou zijn met artikel 24 Mw.

5.5  Met betrekking tot het beroep van appellante op het arrest van het Hof van Justitie van 11 december 2008 volstaat op te merken dat dit arrest bevestigt dat tariefdifferentiatie op zich niet voldoende is om als misbruik te kunnen worden gekwalificeerd. Andere omstandigheden dan die door NMa in het besluit in aanmerking zijn genomen en die zouden kunnen meebrengen dat het tariefsysteem dat door Buma in de periode 1 januari 2007 tot 1 januari 2010 werd gehanteerd wel als misbruik zou kunnen worden aangemerkt en die daarom aanleiding tot nader onderzoek door NMa zouden moeten vormen, zijn door appellante niet gesteld.

5.8  Het vorenoverwogene leidt het College tot de slotsom dat NMa, aangezien hij op basis van het reeds uitgevoerde onderzoek geen misbruik van een economische machtspositie heeft kunnen vaststellen en appellante vervolgens onvoldoende indicaties voor bedoeld misbruik heeft aangedragen, terecht geen aanleiding heeft gezien een nader onderzoek in te stellen. Het College onderschrijft de conclusie van de rechtbank dat geen grond bestaat voor het oordeel dat het onderzoek van NMa ontoereikend is geweest. De aangevallen uitspraak dient derhalve te worden bevestigd.

IEF 11336

Voorlopig verslag Eerste Kamer CvTA

Voorlopig verslag van de vaste commisie voor Veiligheid en Justitie, Kamerstukken I 2011/12, nr. 31 766.

Wetgeving. De fracties van de VVD, het CDA, D66 en GroenLinks hebben naar aanleiding van het voorbereidend onderzoek nog enkele vragen inzake het toezicht door het College van Toezicht Auteurs- en naburige rechten.

1. Inleiding
2. Algemeen
3. Versterking en verbreding van de competenties van het College van Toezicht
4. Gezamenlijke facturering
5. Toetsingscriteria voor het College van Toezicht
6. Consequenties voor de Rijksbegroting
7. Aanbevelingen van de Werkgroep auteursrechtbeleid (Werkgroep Gerkens)


Selectie van citaten

punt 3: competenties CvTA
De leden van de VVD-fractie vragen zich af of met dit wetsvoorstel een juiste balans is gevonden tussen datgene wat de branche zelf kan reguleren en datgene dat bij wet geregeld moet worden.

CDA: Kan de Commissie van Toezicht om haar moverende – expliciet beargumenteerde – redenen voorbij gaan aan op grond van zelfregulering vastgestelde bepalingen?

De leden van de CDA-fractie vragen zich af of het opleggen van een bestuurlijke boete aan een CBO wel een corrigerend effect zal hebben. Immers, zo stellen zij, de boete wordt in feite gedragen door de rechthebbenden die zelf part noch deel hebben aan de te bestraffen onjuiste gedraging van de bestuurders van de betreffende CBO.

punt 4: gezamenlijke facturering
VVD: Hoe wordt voorkomen dat de administratieve lasten die deze verplichting met zich meebrengt op de betalingsplichtige worden afgewenteld?

D66: De vraag is wat het nut is van een gezamenlijke factuur, waar het hier gaat om verschillende gebruikers van verschillende auteursrechtelijke beschermde gebruikersmethoden?

Punt 5: toetsingscriteria
D66: De vraag is wat het nut is van een gezamenlijke factuur, waar het hier gaat om verschillende gebruikers van verschillende auteursrechtelijke beschermde gebruikersmethoden?

punt 6: Consequenties Rijksbegroting
[andere toezichthoudende organisatie] worden gefinancierd uit de bijdragen van de respectieve beroepsbeoefenaren zelf. De leden van de VVD-fractie verzoeken de regering de wijze van financiering te heroverwegen.

IEF 11325

NMa heeft andere prioriteiten dan muziekauteurs

NMa besluit, 27 april 2012, nummer 7213/27 (Platform Makers vs NPO e.a)

Als randvermelding. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit naar aanleiding van een aanvraag tot beschikking als bedoeld in artikel 56, lid 1 van de Mededingingswet.

Stichting Platform Makers is van mening dat de NPO en de publieke omroepen misbruik maken van hun economische machtspositie en/of in strijd handelen met artikel 6 Mededingingswet, door muziekauteurs te verplichten hun werk onder te brengen bij muziekuitgeverij Crossmex B.V. onder onbillijke voorwaarden. Stichting Platform Makers heeft een besluitaanvraag ingediend ter handhaving van de Mededingingswet. De NMa wijst de besluitaanvraag af op basis van prioriteit.

Conclusie: In het licht van de hierboven genoemde belangenafweging bij de prioritering van onderzoeken geeft de NMa momenteel voorrang aan andere onderzoeken. De reden hiervan is dat de kans dat op basis van het te verrichten onderzoek, dat een aanzienlijke inzet van middelen vergt, een overtreding kan worden vastgesteld, gering moet worden geacht. De doeltreffendheid en doelmatigheid van NMa optreden tegen de gestelde overtreding is dan ook gering. Daarnaast is het aannemelijk dat eventuele inkoopvoordelen worden doorgegeven aan de consument waardoor het consumentenbelang hier niet in het geding is. Tot slot is de NMa van mening dat aan het individuele belang van klager bij onderzoek van de NMa onvoldoende gewicht toekomt om tot onderzoek over te gaan, gelet op de geringe kansrijkheid op het vaststellen van een overtreding van de Mededingingswet.

Toetsing van de klacht aan de overige prioriteringscriteria geeft de NMa, alles afwegende, geen of onvoldoende aanleiding om de klacht toch in behandeling te nemen.

Gezien het bovenstaande weegt het belang van onderzoek naar aanleiding van deze klacht minder zwaar dan het belang van onderzoek in andere zaken. De NMa zal dan ook geen
onderzoek doen naar aanleiding van deze klacht. Dit sluit overigens niet uit dat de afweging in de
toekomst anders zou kunnen uitvallen.