Kamer van Koophandel mag UBO-gegevens niet verder uitbreiden zonder wettelijke basis
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 9 januari 2026, IEF 23206; ECLI:NL:OGEAM:2026:3 (Eisers tegen de Kamer en de Secretaris). Het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten oordeelt in kort geding dat de Kamer van Koophandel niet bevoegd is om bij de inschrijving van ultimate beneficial owners (UBO’s) méér gegevens te verlangen dan uit de Handelsregisterverordening (Hrvo) en het Handelsregisterbesluit (Hrb) voortvloeien. Eisers hadden hun UBO-formulieren wel ingediend, maar weigerden aanvullende stukken zoals een UBO-verklaring, een CRIB-nummer en een “Tax ID declaration”, omdat daarvoor volgens hen geen wettelijke grondslag bestaat. De Kamer weigerde daarop de inschrijving. Het Gerecht acht het spoedeisend belang gegeven, nu eisers bij niet-inschrijving een boete riskeren, en verklaart eisers niet-ontvankelijk in hun vorderingen tegen de secretaris, omdat diens bevoegdheden opgaan in die van de Kamer. Inhoudelijk volgt het Gerecht eisers grotendeels: alleen de in het Hrb genoemde persoonsgegevens van de UBO (zoals naam, adres, geboortedatum en nationaliteit) en een actueel aandeelhoudersregister mogen worden verlangd; voor de overige door de Kamer gevraagde documenten ontbreekt thans een wettelijke basis.