Handelsnaamrecht  

IEF 20080

Nederlandse vertaling van merknamen heeft zelfde betekenis

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Den Haag 8 jul 2021, IEF 20080; ECLI:NL:RBDHA:2021:7065 (Rodenmors tegen Byecar), https://ie-forum.nl/artikelen/nederlandse-vertaling-van-merknamen-heeft-zelfde-betekenis

Vzr. Rechtbank Den Haag 8 juli 2021, IEF 20080; ECLI:NL:RBDHA:2021:7065 (Rodenmors tegen Byecar) Kort geding. Rodenmors is houdster van het Uniewoordmerk BYEBYE.CAR. Rodenmors houdt zich bezig met de bemiddeling bij de koop en verkoop van tweedehands auto's en exploiteert daartoe onder andere de website ikwilvanmijnautoaf.nl. Byecar is een eenmanszaak die zich in dezelfde branche bevindt. Rodenmors vordert staking van het gebruik van de merknaam Byecar, omdat er volgens Rodenmors sprake is van verwarringsgevaar. De voorzieningenrechter oordeelt dat merknamen inderdaad teveel op elkaar lijken, omdat de Nederlandse vertaling nagenoeg dezelfde betekenis met zich mee brengt. Ook zijn beide partijen actief in dezelfde sector. De vordering van Rodenmors wordt toegewezen.

IEF 20043

Verwarringsgevaar bij handelsnamen broers

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Limburg 15 jun 2021, IEF 20043; ECLI:NL:RBLIM:2021:4798 (Eiser tegen gedaagde), https://ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-bij-handelsnamen-broers

Vzr. Rechtbank Limburg 15 juni 2021, IEF 20043; ECLI:NL:RBLIM:2021:4798 (Eiser tegen gedaagde)  De partijen in dit kort geding zijn broers. De ene broer drijft een onderneming in de zakelijke vastgoedbranche, de andere broer is met name actief in de particuliere vastgoedsector. De eiser in conventie stelt dat het gebruik van de handelsnamen door gedaagde in conventie verwarrend is en dus in strijd met de Handelsnaamwet. De betreffende handelsnamen zijn in deze zaak allemaal geanonimiseerd. De voorzieningenrechter oordeelt dat er inderdaad sprake is van verwarring in de zin van de Handelsnaamwet, omdat beide ondernemingen in dezelfde regio vergelijkbare activiteiten ontplooien en eiser in conventie meerdere malen verzoeken en stukken heeft ontvangen, die eigenlijk gericht waren aan de onderneming van gedaagde in conventie. 

IEF 20029

Centrum voor Kinderwens geen inbreuk op Medisch Centrum Kinderwens

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Noord-Holland 16 jun 2021, IEF 20029; ECLI:NL:RBNHO:2021:4846 (Kinderwens MC tegen Dijklander Ziekenhuis), https://ie-forum.nl/artikelen/centrum-voor-kinderwens-geen-inbreuk-op-medisch-centrum-kinderwens

Vzr. Rechtbank Noord-Holland 16 juni 2021, IEF 20029; ECLI:NL:RBNHO:2021:4846 (Kinderwens MC tegen Dijklander Ziekenhuis) Kort geding. Deze zaak gaat over de vraag of het Dijklander Ziekenhuis door het gebruik van de naam ‘Centrum voor Kinderwens’ en de domeinnaam www.centrumvoorkinderwens.nu - voor de op 1 februari 2021 door haar geopende IVF-kliniek - inbreuk pleegt op de handelsnaam ‘Medisch Centrum Kinderwens’, die sinds 2006 wordt gebruikt voor de IVF-kliniek van Kinderwens MC (dan wel van een aan haar gelieerde onderneming) alsmede op het woord/beeldmerk dat voor laatstgenoemde kliniek wordt gebruikt. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is er geen sprake van inbreuk op handelsnaam- of merkrechten omdat er geen direct dan wel indirect verwarringsgevaar valt te duchten. ‘Medisch Centrum Kinderwens is namelijk een volledig beschrijvende handelsnaam, waaraan in beginsel geen onderscheidend vermogen toekomt. De Handelsnaamwet biedt in dat geval geen dan wel slechts geringe bescherming, tenzij kan worden gesproken van inburgering. Inburgering wordt niet aangenomen. Geoordeeld wordt dat het relevante publiek meer oplettend zal zijn dan het normaal oplettende consumentenpubliek. Dat publiek zal zich er van bewust zal zijn dat er aanbieders zijn met sterk gelijkende handels- en/of domeinnamen of aanbieders die zich met de zoekterm ‘kinderwens’ willen laten vinden, zodat zij bijzonder oplettend zullen zijn met welke kliniek zij concreet van doen hebben. De voorzieningenrechter oordeelt dan ook dat het relevante publiek de verschillen tussen ‘Medisch Centrum Kinderwens’ en Centrum voor Kinderwens’ eenvoudig zal opmerken en neemt geen handelsnaaminbreuk aan. Ook inbreuk op het woord/beeldmerk wordt niet aangenomen omdat de aanduidingen die partijen gebruiken onvoldoende met elkaar overeenstemmen. De vorderingen van Kinderwens MC worden afgewezen.

IEF 20012

Uitspraak ingestuurd door Ron Lamme, Le Poole Bekema.

Verwarringsgevaar sushi-horeca onvoldoende aannemelijk

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Gelderland 9 jun 2021, IEF 20012; ECLI:NL:RBGEL:2021:3683 (Sakura Sushi Bar tegen Blue Sakura), https://ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-sushi-horeca-onvoldoende-aannemelijk

Vzr. Rechtbank Gelderland 9 juni 2021, IEF 20012; ECLI:NL:RBGEL:2021:3683  (Sakura Sushi Bar tegen Blue Sakura) Kort geding. Handelsnaamgeschil. Eiseres exploiteert de horecagelegenheid Sakura Sushi Bar en is houdster van het woordmerk ´Sakura´. Gedaagde exploiteert in hetzelfde afzetgebied de horecagelegenheid Blue Sakura en maakt gebruik van het logo Blue Sakura. Eiseres stelt dat gedaagde inbreuk maakt op het handelsnaamrecht. Eiseres wordt in het ongelijk gesteld, er is geen sprake van direct dan wel indirect verwarringsgevaar. Er wordt onder meer bevestigd dat: Het publiek de meeste aandacht schenkt aan het begin van de handelsnaam; Het gebruik van logo’s moet worden meegenomen in de afweging van de bepaling van te duchten verwarring; Het publiek dat sushi afhaalt, is anders dan het publiek dat sushi eet in een restaurant; Door de toevoeging van beschrijvende elementen aan de handelsnaam kan te duchten verwarring verder afnemen.

IEF 19952

Verwarringsgevaar tussen handelsnamen beveiligingsbedrijven

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Antilliaanse Gerechten 17 aug 2020, IEF 19952; ECLI:NL:OGEAC:2020:331 (Sparta tegen Spartan), https://ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-handelsnamen-beveiligingsbedrijven

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 17 augustus 2020, IEF 19952; ECLI:NL:OGEAC:2020:331 (Sparta tegen Spartan) Sparta en Spartan exploiteren allebei een beveiligingsbedrijf. Zowel Sparta als Spartan houden kantoor in de wijk Pietermaai te Curaçao. Sparta, als bedrijf met het oudere handelsnaamrecht, vordert dat Spartan het gebruik van de handelsnaam 'Spartan' staakt. Het Gerecht oordeelt dat het gebruik door partijen van hun handelsnamen tot verwarring bij het publiek kan leiden. Hierom stelt zij Sparta in het gelijk en veroordeelt zij Spartan tot het kiezen van een andere handelsnaam.

IEF 19917

Geen merk- en handelsnaaminbreuk wegens toestemming

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Den Haag 3 mrt 2021, IEF 19917; ECLI:NL:RBDHA:2021:3745 (Busch-Jaeger tegen Klusspullen), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-merk-en-handelsnaaminbreuk-wegens-toestemming

Rechtbank Den Haag 3 maart 2021, IEF 19917, IT 3494, ECLI:NL:RBDHA:2021:3745 (Busch-Jaeger tegen Klusspullen) Busch-Jaeger is wereldwijd marktleider op het gebied van elektrotechnisch installatiemateriaal. Klusspullen exploiteert onder de naam BuschJaeger.schakelmateriaal.nl een website, die volledig gewijd is aan de producten van Busch-Jaeger. Partijen hebben contact gehad en plannen gemaakt over deze webwinkel. Busch-Jaeger was het alleen niet eens met de keuze van Klusspullen voor de domeinnaam en het gebruik van de naam van Busch-Jaeger op de website. Deze heeft vriendelijk aan Klusspullen verzocht deze te wijzigen, maar dit deed Klusspullen vervolgens niet. Busch-Jaeger spreekt van een inbreuk op zijn Uniemerken en handelsnaam. De rechtbank gaat hier niet in mee en oordeelt dat Busch-Jaeger toestemming heeft gegeven aan Klusspullen voor het gebruik van haar woordmerk en handelsnaam. Daarbij geeft zij ook aan dat de voorgestelde wijzigingen van Busch-Jaeger op geen manier betrekking hebben op haar handels- en domeinnaam.

IEF 19912

Geen inbreuk op merk- en handelsnaamrechten

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Hof Amsterdam 16 mrt 2021, IEF 19912; ECLI:NL:GHAMS:2021:760 (Bluefield Partners tegen BFA), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-inbreuk-op-merk-en-handelsnaamrechten

Hof Amsterdam 16 maart 2021, IEF 19912; ECLI:NL:GHAMS:2021:760 (Bluefield Partners tegen BFA) Kort geding. Het geschil tussen partijen in dit kort geding is toegespitst op de vraag of BFA vanaf september 2019 inbreuk maakt op de handelsnaamrechten en/of merkrechten van Bluefield Partners, dan wel anderszins onrechtmatig handelt jegens Bluefield Partners. Bluefield Partners beschikt over de oudste rechten, uitgaande van haar handelsnamen Bluefield Partners en Bluefield Finance en de Bluefield Finance-merken. De diensten waarvoor de Bluefield Finance-merken in 2016 zijn ingeschreven, stemmen met deze activiteiten in de kern overeen. Het hof oordeelt dat de vorderingen van Bluefield Partners door de voorzieningenrechter terecht zijn afgewezen: Er zijn door Bluefield Partners geen stukken overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat haar merk zoveel aantrekkingskracht, reputatie of prestige heeft dat er voor BFA voordeel is te trekken uit de merken van Bluefield Partners (kielzogvaren); ook is niet aannemelijk dat ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van de merken van Bluefield Partners.

IEF 19882

Verwarringsgevaar tussen handelsnamen arbodiensten

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Limburg 30 mrt 2021, IEF 19882; ECLI:NL:RBLIM:2021:2784 (Eiser tegen gedaagde), https://ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-handelsnamen-arbodiensten

Vzr. Rechtbank Limburg 20 maart 2021, IEF 19882, ECLI:NL:RBLIM:2021:2784 (Eiser tegen gedaagde) Eiser heeft een eenmanszaak waarmee hij werkzaamheden verricht op het gebied van Arbo begeleiding, arbeidsbemiddeling en re-integratie. Gedaagde is een onderneming die in hetzelfde circuit actief is, onder een soortgelijke handelsnaam als eiser. Eiser vordert van gedaagde dat deze, als onderneming met een jongere handelsnaam, een andere handelsnaam moet gaan gebruiken. De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van verwarringsgevaar wegens de overeenstemmende aard, het geografisch werkgebied en de gelijknamige websites van de ondernemingen. Hiermee wijst zij dan ook de vordering van eiser toe.

IEF 19855

Uitspraak ingezonden door Paul van der Donck,Van der Donck en Dirk Visser, Visser Schaap & Kreijger.

Handelsnamen bouwbedrijven veroorzaken verwarringsgevaar

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Overijssel 25 mrt 2021, IEF 19855; ECLI:NL:RBOVE:2021:1320 (X tegen D), https://ie-forum.nl/artikelen/handelsnamen-bouwbedrijven-veroorzaken-verwarringsgevaar

Rechtbank Overijssel 25 maart 2021, IEF 19855, ECLI:NL:RBOVE:2021:1320 (X tegen D) X en D zijn beide bouwbedrijven. Sinds januari 2021 staat bedrijf D ingeschreven in het handelsregister met de handelsnamen '...' en '...'. Bouwgroep X is van mening dat zij de oudste rechten hebben op hun handelsnaam en dat D hiermee inbreuk maakt op die naam. Daarnaast vordert zij van D om niet meer de domeinnaam 'www....' te gebruiken. De rechtbank oordeelt dat er na de wijziging van de handelsnaam door D een eventueel verwarringsgevaar is toegenomen en dat dit ook geldt voor de domeinnaam. De vorderingen van X worden door haar toegewezen.

IEF 19840

Mijlpaal: Raiffeisen- und Volksbanken tegen Centrale Raiffeisen-Bank

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Hoge Raad 19 mrt 2021, IEF 19840; ECLI:NL:HR:1967:AB3883 (Raiffeisen- und Volksbanken tegen Centrale Raiffeisen-Bank), https://ie-forum.nl/artikelen/mijlpaal-raiffeisen-und-volksbanken-tegen-centrale-raiffeisen-bank

HR 6 januari 1967, IEF 19840, ECLI:NL:HR:1967:AB3883 (Raiffeisen- und Volksbanken tegen Centrale Raiffeisen-Bank) De Centrale Raiffeisen-Bank, een van de banken die later zijn gefuseerd tot de Rabobank, was in een handelsnaamconflict beland met de Raiffeisen- und Volksbanken. Laatstgenoemde had een bijkantoor in Zevenaar bekend onder de naam: "Raivo Verzekering Maatschappij". De Centrale Raiffeisen-Bank was van mening dat zowel de naam van het bijkantoor als die van de Raiffeisen- und Volksbanken verwarringsgevaar veroorzaken als bedoeld in art. 5 Handelsnaamwet. Het Hof verklaarde dat de mate van afwijking voldoende gering was om te kunnen spreken van verwarring. Dit wordt vervolgens door de Hoge Raad bekrachtigd. 

In dit arrest zijn twee belangrijke regels naar voren gekomen met betrekking tot het handelsnaamrecht: