Bevoegdheid en voorlopige voorzieningen bij geschil over naburige rechten en reputatieschade
Rb. Amsterdam 10 december 2025, IEF 23219; ECLI:NL:RBAMS:2025:9856 (ME tegen [gedaagden]). In dit tussenvonnis in incidenten oordeelt de rechtbank over haar internationale bevoegdheid in een geschil tussen Modern Entertainment B.V. (ME) en twee in Noorwegen gevestigde gedaagden. ME stelt dat zij rechthebbende is op een muziekcatalogus en dat gedaagden inbreuk maken op haar naburige rechten door die catalogus bij digitale platforms te exploiteren en te laten verwijderen. Daarnaast verwijt ME gedaagden onrechtmatige uitlatingen die haar eer en goede naam schaden. Omdat gedaagden in Noorwegen zijn gevestigd, toetst de rechtbank haar rechtsmacht aan het Verdrag van Lugano. De rechtbank acht zich bevoegd voor de vorderingen wegens inbreuk op naburige rechten voor zover die zien op schade in Nederland, omdat de betreffende digitale platforms hier toegankelijk zijn. Die bevoegdheid is territoriaal beperkt tot Nederland. Voor verklaringen voor recht over wie rechthebbende is (art. 6 Wnr) verklaart de rechtbank zich onbevoegd; daarvoor is de Noorse rechter bevoegd. Ten aanzien van de gestelde onrechtmatige uitlatingen per e-mail is de rechtbank bevoegd om te oordelen over de in Nederland geleden schade, maar niet over schade daarbuiten.