Afwijzing IE-vorderingen inzake vouwbare oprijplaten
Rb. Zeeland-West-Brabant 29 januari 2025, IEF 23281; ECLI:NL:RBZWB:2025:9811 ([producent A] tegen [producent B]). In het vonnis van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant vorderde producent A onder meer een verklaring voor recht dat producent B inbreuk maakte op haar auteursrechten op vouwbare oprijplaten met scharnierconstructie, zich schuldig maakte aan slaafse nabootsing en misleidende of vergelijkende reclame, alsmede diverse verboden, rectificatie, terughaal- en vernietigingsmaatregelen en schadevergoeding. De rechtbank toetst het beroep op auteursrecht aan art. 1 en 10 Aw, uitgelegd conform de rechtspraak van het HvJ EU (o.a. Cofemel en Brompton): vereist is dat het voortbrengsel een oorspronkelijk werk is dat het resultaat vormt van vrije en creatieve keuzes. De door producent A aangewezen elementen, het profielpatroon, de handgrepen, het scharnier en het (optionele) kantelbare klepprofiel, acht de rechtbank overwegend technisch of functioneel bepaald. Producent A heeft onvoldoende concreet onderbouwd welke creatieve keuzes daarin tot uitdrukking komen. Ook de combinatie van deze elementen levert geen eigen intellectuele schepping op. De oprijplaat mist daarom het vereiste oorspronkelijk karakter en komt niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking.